rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanpassing-landelijk-gemiddelde-personeelslastbedragen-en-bekendmaking/BWBR0011205/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8.2 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanpassing landelijk gemiddelde personeelslastbedragen en bekendmaking opslagpercentages Vervangingsfonds en Participatiefonds, schooljaar 1999 - 2000 en 2000 - 2001 BWBR0011205 ministeriele-regeling geldend 2000-03-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011205 Regeling aanpassing landelijk gemiddelde personeelslastbedragen en bekendmaking opslagpercentages Vervangingsfonds en Participatiefonds, schooljaar 1999 - 2000 en 2000 - 2001

Regeling aanpassing landelijk gemiddelde personeelslastbedragen en bekendmaking opslagpercentages Vervangingsfonds en Participatiefonds, schooljaar 1999 - 2000 en 2000 - 2001

Paragraaf I. Begripsbepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing in deze regeling wordt verstaan onder:

• • schoolsoortgroep 1:

      •
      scholen voor mavo, vbo en scholengemeenschappen mavo/vbo (inclusief afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs),
    
    
      •
      scholen voor praktijkonderwijs voortkomend uit het svo waarop artikel 11 van de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs van toepassing is,
    
    
      •
      scholen voor leerwegondersteunend onderwijs en scholen voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel II, tweede en vijfde lid, van de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337);

• • scholen voor mavo, vbo en scholengemeenschappen mavo/vbo (inclusief afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs), • • scholen voor praktijkonderwijs voortkomend uit het svo waarop artikel 11 van de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs van toepassing is, • • scholen voor leerwegondersteunend onderwijs en scholen voor praktijkonderwijs als bedoeld in artikel II, tweede en vijfde lid, van de Wet van 25 mei 1998 (Stb. 337); • • schoolsoortgroep 2:

      •
      scholen voor vwo, havo en scholengemeenschappen vwo/havo;

• • scholen voor vwo, havo en scholengemeenschappen vwo/havo; • • schoolsoortgroep 3:

      •
      scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo (inclusief afdelingen leerwegondersteunend onderwijs);

• • scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo (inclusief afdelingen leerwegondersteunend onderwijs); • • schoolsoortgroep 4:

      •
      scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo/vbo (inclusief afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs).

• • scholengemeenschappen (vwo/)havo/mavo/vbo (inclusief afdelingen leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs). • • WVO:

       Wet op het voortgezet onderwijs, deel I.
  • Wet op het voortgezet onderwijs, deel I.

Paragraaf II. Vaststelling landelijk gemiddelde personeelslast per 1 januari 2000

Artikel 2

1.

Voor de directie bedraagt de landelijk gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:

• • schoolsoortgroep 1: ƒ 128.776,80 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 153.696,16 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 152.055,61 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 147.701,62

2.

De landelijk gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule:

cf x ggl +c.

Daarbij is:

cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt.

Deze bedraagt voor:

• • schoolsoortgroep 1: ƒ 1.857,90 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 2.747,87 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 2.348,53 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 2.027,49

ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en

c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet.

Deze bedraagt voor:

• • schoolsoortgroep 1: ƒ 18.600,37 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 3.148,84 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 14.112,99 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 17.943,82

3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijk gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 66.867,94, ongeacht de schoolsoortgroep.

Artikel 3

1. Indien een aanvullende vergoeding wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de vergoeding de volgende leden van toepassing.

2. Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 2, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

3.

Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:

• • schoolsoortgroep 1: ƒ 99.679,38 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 120.675,16 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 114.606,91 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 105.876,40

4. Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 2, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

Paragraaf III. Vaststelling landelijk gemiddelde personeelslast per 1 augustus 2000

Artikel 4

1.

Voor de directie bedraagt de landelijk gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:

• • schoolsoortgroep 1: ƒ 129.037,70 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 154.007,55 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 152.363,67 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 148.000,86

2.

De landelijk gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule:

cf x ggl +c.

Daarbij is:

cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt.

Deze bedraagt voor:

• • schoolsoortgroep 1: ƒ 1.867,93 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 2.753,90 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 2.356,37 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 2.030,76

ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (OCenW-Regelingen 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (OCenW-Regelingen 1998, 18), en

c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet.

Deze bedraagt voor:

• • schoolsoortgroep 1: ƒ 18.700,82 • • schoolsoortgroep 2: ƒ 3.155,74 • • schoolsoortgroep 3: ƒ 14.160,11 • • schoolsoortgroep 4: ƒ 17.972,77

3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt de landelijk gemiddelde personeelslast per formatieplaats ƒ 67.003,41, ongeacht de schoolsoortgroep.

Paragraaf IV. Maatregelen schooljaar 2000-2001

Artikel 5

1. Indien een aanvullende vergoeding wordt verstrekt, zijn voor de vaststelling van de vergoeding de volgende leden van toepassing.

2. Voor de directieformatie geldt de voor de school in artikel 2, eerste lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

3. Voor de lerarenformatie bedraagt de gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor: ¨. schoolsoortgroep 1: ƒ 100.011,81 ¨. schoolsoortgroep 2: ƒ 121.077,61 ¨. schoolsoortgroep 3: ƒ 114.989,13 ¨. schoolsoortgroep 4: ƒ 106.229,50

4. Voor de formatie onderwijsondersteunend personeel geldt de in artikel 2, derde lid, genoemde gemiddelde personeelslast.

Artikel 6

Voor het schooljaar 2000-2001 is het percentage in verband met de kosten van vervanging, bedoeld in artikel 84b van de WVO: 2,12%.

Artikel 7

Voor het schooljaar 2000-2001 is het percentage in verband met de kosten van werkloosheidsuitkeringen of suppleties inzake arbeidsongeschiktheid, bedoeld in artikel 84b van de WVO: 3,92%.

Paragraaf . Slotbepalingen

Artikel 8

Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 9

1. Deze regeling treedt met uitzondering van de artikelen 4, 5, 6 en 7 in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen waarin deze regeling is bekendgemaakt en werkt wat betreft de artikelen 2 en 3 terug tot en met 1 januari 2000.

2. De artikelen 4, 5, 6 en 7 van deze regeling treden in werking met ingang van 1 augustus 2000.