rijk/ministeriele-regeling/regeling-aanvraag-vergunning-en-uitvoering-vergelijkende-toets-dvb-t/BWBR0012634/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

15 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling aanvraag vergunning en uitvoering vergelijkende toets DVB-T BWBR0012634 ministeriele-regeling geldend 2001-07-27 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012634 Regeling aanvraag vergunning en uitvoering vergelijkende toets DVB-T

Regeling aanvraag vergunning en uitvoering vergelijkende toets DVB-T

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

1. Voor DVB-T is één vergunning beschikbaar volgens het DVB-T systeem, voor het gebruik van frequentieruimte binnen het frequentiebereik 470 - 862 MHz.

2. Binnen de frequentieruimte, bedoeld in het eerste lid, exploiteert de vergunninghouder ten hoogste vier multiplexen.

3. De voor DVB-T beschikbare frequentieruimte wordt op basis van de voortgang van het internationale frequentiecoördinatieproces met betrekking tot DVB-T voortdurend geactualiseerd. Een actueel overzicht van de beschikbare frequentieruimte is tot het tijdstip waarop de vergunning voor DVB-T wordt verleend verkrijgbaar bij de divisie Telecom van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, Postbus 450, 9700 AL Groningen.

Artikel 3

De vergunning voor DVB-T wordt verleend door middel van de procedure van een vergelijkende toets, met inachtneming van artikel 14, eerste lid.

Artikel 4

1. Degene die in aanmerking wenst te komen voor de vergunning voor DVB-T, verzoekt de minister per brief om toezending van een aanvraagdocument. Het aanvraagdocument kan worden opgevraagd met ingang van 30 juli 2001.

2.

Het verzoek wordt als volgt geadresseerd:

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

p/a mevrouw mr. W.H.G. Kroon-Welp, notaris

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn

Postbus 11756

2502 AT Den Haag

Nederland

3.

Een aanvraagdocument wordt toegezonden na ontvangst van een bedrag van zevenhonderdvijftig gulden (EUR 340,34) dat onder vermelding van aanvraagdocument vergunning voor DVB-T wordt overgemaakt op onderstaand bankrekeningnummer:

228166837

F. van Lanschot Bankiers N.V., Den Haag

t.n.v. Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn,

derdengelden notariaat,

inzake DVB-T.

Artikel 5

1. Eenieder aan wie een aanvraagdocument is toegezonden, kan vragen met betrekking tot dat document per brief en per elektronische post aan de minister stellen. Vragen gesteld per elektronische post worden tevens per brief gesteld.

2. Degene die een vraag als bedoeld in het eerste lid stelt, vergezelt iedere vraag van een niet tot zijn identiteit herleidbare versie.

3. De vragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden uiterlijk 17 augustus 2001, om 14.00 uur per brief door de minister ontvangen.

4. De vragen worden geadresseerd op de wijze, bedoeld in artikel 4, tweede lid. De elektronische post wordt verzonden naar het adres whg.kroon@prdf.nl.

5. De minister verzendt de antwoorden op de vragen die tijdig per brief zijn ontvangen uiterlijk op 7 september 2001 en stuurt de gestelde vragen met de daarop gegeven antwoorden gelijktijdig in afschrift aan eenieder aan wie een aanvraagdocument is toegezonden.

6. De identiteit van de vragensteller is alleen aan de notaris bekend.

Artikel 6

1. De aanvraag omvat de gegevens en bescheiden, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage, volgens de specificaties in die bijlage.

2. De aanvraag wordt ingedeeld overeenkomstig de bijlage, bedoeld in het eerste lid.

3. De door de aanvrager in te dienen aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld en is aangeduid als origineel exemplaar. Dit exemplaar wordt ondertekend door de aanvrager.

4. De aanvraag omvat zeven als zodanig aangeduide afschriften van het origineel exemplaar, bedoeld in het derde lid.

5. Indien er verschillen bestaan tussen het origineel exemplaar, bedoeld in het derde lid, en de afschriften, bedoeld in het vierde lid, is het origineel exemplaar van de aanvraag bindend.

6. De aanvrager informeert de minister onmiddellijk over de wijzigingen met betrekking tot de gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid, die na indiening van de aanvraag plaatsvinden.

Artikel 7

1. Elke aanvrager dient slechts één aanvraag in.

2. De aanvraag wordt uiterlijk 28 september 2001, om 14.00 uur ontvangen.

3.

Indien de aanvraag via de post wordt verzonden, wordt deze als volgt geadresseerd:

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

p/a mevrouw mr. W.H.G. Kroon-Welp, notaris

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn

Postbus 11756

2502 AT Den Haag

Nederland

4.

Indien de aanvraag niet via de post wordt verzonden, wordt deze geadresseerd aan en afgeleverd op het volgende adres:

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

p/a mevrouw mr. W.H.G. Kroon-Welp, notaris

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn

Koningin Julianaplein 30

Gebouw Babylon

Kantoren A, 5e verdieping

Den Haag

Nederland

5. De minister bevestigt schriftelijk de ontvangst van de aanvraag.

Artikel 8

1. Een aanvrager kan een schriftelijk verzoek indienen om zijn aanvraag mondeling toe te lichten.

2. Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk ontvangen op het tijdstip, bedoeld in artikel 7, tweede lid, en op het adres, bedoeld in artikel 7, derde lid.

Artikel 9

Indien de aanvraag niet voldoet aan een of meer van de in de artikelen 4 en 7 gestelde eisen, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Artikel 10

1. Indien de aanvraag niet voldoet aan een of meer van de in artikel 6 gestelde eisen, stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim binnen een week te herstellen.

2. Indien het verzuim, bedoeld in het eerste lid, binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, niet is hersteld, of de aanvraag ook na herstel niet voldoet aan een of meer van de in artikel 6 gestelde eisen, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Artikel 11

1. De Minister van Verkeer en Waterstaat deelt de aanvrager binnen twee weken na de datum, bedoeld in artikel 7, tweede lid, schriftelijk mee of zijn aanvraag in behandeling wordt genomen.

2. Indien is voldaan aan de in de artikelen 4, 6 en 7 gestelde eisen, wordt de aanvrager getoetst aan de eisen, bedoeld in artikel 12.

Artikel 12

Een aanvrager voldoet aan de volgende eisen:

a. a. wat betreft rechtsvorm van de aanvrager: de aanvrager is een rechtspersoon, opgericht in overeenstemming met het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige lidstaten van de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire hoofdzetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte; b. b. wat betreft de financiële positie van de aanvrager:

      1º
      de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, noch is een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager ingediend;
    
    
      2º
      de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is ten aanzien van de aanvrager surseance van betaling aangevraagd;
    
    
      3º
      er is geen beslag gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager;
    
    
      4º
      de aanvrager kan aantoonbaar beschikken over voldoende financiële middelen ten behoeve van de ingebruikneming van de frequenties;

1º 1º de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement, noch is een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager ingediend; 2º 2º de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is ten aanzien van de aanvrager surseance van betaling aangevraagd; 3º 3º er is geen beslag gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager; 4º 4º de aanvrager kan aantoonbaar beschikken over voldoende financiële middelen ten behoeve van de ingebruikneming van de frequenties; c. c. wat betreft de kennis en ervaring van de aanvrager:

      1º
      de aanvrager beschikt aantoonbaar over kennis van en ervaring met de aanleg van een infrastructuur voor televisieomroep;
    
    
      2º
      de aanvrager beschikt aantoonbaar over kennis van en ervaring met de instandhouding en exploitatie van een infrastructuur voor televisieomroep, waarbij deze ervaring ten minste een aaneengesloten periode van één jaar beslaat en voortduurt op het moment van de vergelijkende toets;
    
    
      3º
      de aanvrager beschikt aantoonbaar over specifieke kennis van en ervaring met de aanleg, instandhouding en exploitatie van een infrastructuur voor aardse televisieomroep ten behoeve van het leveren van diensten gebaseerd op de DVB-T-standaard ETSI EN 300 744, waarbij deze kennis en ervaring ook verkregen of opgedaan mag zijn door middel van voldoende grootschalige technische experimenten met en onderzoek naar DVB-T;
    
    
      4º
      de aanvrager beschikt aantoonbaar over kennis van de Nederlandse markt voor de doorgifte van televisiesignalen;

1º 1º de aanvrager beschikt aantoonbaar over kennis van en ervaring met de aanleg van een infrastructuur voor televisieomroep; 2º 2º de aanvrager beschikt aantoonbaar over kennis van en ervaring met de instandhouding en exploitatie van een infrastructuur voor televisieomroep, waarbij deze ervaring ten minste een aaneengesloten periode van één jaar beslaat en voortduurt op het moment van de vergelijkende toets; 3º 3º de aanvrager beschikt aantoonbaar over specifieke kennis van en ervaring met de aanleg, instandhouding en exploitatie van een infrastructuur voor aardse televisieomroep ten behoeve van het leveren van diensten gebaseerd op de DVB-T-standaard ETSI EN 300 744, waarbij deze kennis en ervaring ook verkregen of opgedaan mag zijn door middel van voldoende grootschalige technische experimenten met en onderzoek naar DVB-T; 4º 4º de aanvrager beschikt aantoonbaar over kennis van de Nederlandse markt voor de doorgifte van televisiesignalen; d. d. wat betreft de technische middelen: de aanvrager beschikt aantoonbaar over de technische middelen die hem in staat stellen een infrastructuur voor DVB-T in Nederland aan te leggen, in stand te houden en te exploiteren.

Artikel 13

1. De minister stelt binnen vier weken na de datum, bedoeld in artikel 7, tweede lid, vast of de aanvrager voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 12.

2. Indien uit de aanvraag blijkt dat is voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel 12, stelt de Minister van Verkeer en Waterstaat de aanvrager hiervan onverwijld schriftelijk op de hoogte.

3. Indien uit de aanvraag blijkt dat niet is voldaan aan de eisen, bedoeld in artikel 12, wijst de Minister van Verkeer en Waterstaat de aanvraag af en stelt de aanvrager van deze afwijzing onverwijld schriftelijk op de hoogte.

Artikel 14

1. Indien slechts een aanvrager voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 12, verleent de Minister van Verkeer en Waterstaat de vergunning voor DVB-T aan de aanvrager zonder toepassing van een vergelijkende toets.

2. Indien meer dan een aanvrager voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 12, worden de aanvragen van deze aanvragers beoordeeld in een vergelijkende toets aan de hand van de criteria, bedoeld in artikel 16.

Artikel 15

Indien artikel 14, tweede lid, wordt toegepast en een aanvrager het verzoek, bedoeld in artikel 8, heeft gedaan, stelt de minister hem daartoe binnen vijf weken na de datum, bedoeld in artikel 7, tweede lid, in de gelegenheid.

Artikel 16

1.

Bij de uitvoering van de vergelijkende toets worden de bedrijfsplannen, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage, van de aanvragers onderling vergeleken en wordt getoetst aan de hand van de volgende criteria:

a. a. de concurrentiekracht van het aanbod van televisieprogramma's van de aanvrager ten opzichte van het aanbod van televisieprogramma's die via omroepnetwerken worden uitgezonden, b. b. de plannen voor nieuwe diensten, c. c. de aanpak van het interferentieprobleem, d. d. de plannen voor de ingebruikname van de multiplexen, e. e. de maatregelen ter bevordering van een open toegang tot de infrastructuur voor DVB-T, f. f. de technische samenwerking met de publieke omroep, en g. g. de plannen om aan te sluiten bij de Europese standaardisering van de ontvangers.

2.

Bij de toetsing aan het criterium, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt nagegaan:

a. a. of het aanbod van televisieprogramma's van de aanvrager naar verwachting een breed publiek zal aanspreken, en b. b. of de tarieven voor het aanbod van televisieprogramma's van de aanvrager een gunstige prijs/kwaliteitsverhouding hebben ten opzichte van de tarieven voor het aanbod van televisieprogramma's die via omroepnetwerken worden uitgezonden.

Artikel 17

1. De minister kan in het kader van de uitvoering van de vergelijkende toets de aanvrager om nadere gegevens en bescheiden verzoeken, die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn.

2. De nadere gegevens en bescheiden, bedoeld in het eerste lid, kunnen slechts betrekking hebben op de criteria bedoeld in artikel 16.

Artikel 18

1. Nadat de vergelijkende toets heeft plaatsgevonden maakt de minister aan de aanvrager die het best voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 16, bekend, dat hij voornemens is hem voor te dragen aan de Minister van Verkeer en Waterstaat als degene die in aanmerking komt voor de vergunning voor DVB-T.

2. De minister stelt de aanvrager, bedoeld in het eerste lid, niet eerder in kennis van het voornemen, bedoeld in het eerste lid, dan nadat ten minste vier weken zijn verstreken na de datum van verzending van de schriftelijke kennisgevingen, bedoeld in artikel 13, tweede en derde lid.

3. De aanvrager, bedoeld in het eerste lid, geeft binnen een termijn van een week aan of hij de vergunning en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen aanvaardt.

4. Indien de aanvrager, bedoeld in het eerste lid, de vergunning aanvaardt, wordt de vergunning op voordracht van de minister door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan hem verleend.

5. Indien de aanvrager, bedoeld in het eerste lid, de vergunning niet aanvaardt, wordt de procedure bedoeld in het eerste tot en met vierde lid overeenkomstig toegepast op de eerstvolgende aanvrager die na de aanvrager die de vergunning niet aanvaardt, het best voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 16, en zonodig herhaald totdat een aanvrager de vergunning en de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen wel aanvaardt.

6. Nadat de vergunning aan de aanvrager is verleend, wijst de Minister van Verkeer en Waterstaat de overige aanvragen af.

Artikel 19

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 20

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvraag vergunning en uitvoering vergelijkende toets DVB-T.

Bijlage . bij de Regeling aanvraag vergunning en uitvoering vergelijkende toets DVB-T