40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
3.6 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling aanvullende bekostiging bij overgangsrecht vereenvoudiging bekostiging po 2025 | BWBR0050446 | ministeriele-regeling | geldend | 2024-11-22 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0050446 | Regeling aanvullende bekostiging bij overgangsrecht vereenvoudiging bekostiging po 2025 |
Regeling aanvullende bekostiging bij overgangsrecht vereenvoudiging bekostiging po 2025
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanvullende bekostiging: aanvullende bekostiging, bedoeld in artikel 119, eerste lid, van de WPO en artikel 117, eerste lid, van de WEC;
- bekostiging waarop de overgangsbekostiging is gebaseerd: bekostiging, berekend op grond van artikel 116, met uitzondering van het vierde lid, onderdelen b en d, en artikel 121 van de WPO, dan wel artikel 114 en 119 van de WEC;
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
- minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- overgangsbekostiging: het bedrag, waarmee de bekostiging waarop de overgangsbekostiging is gebaseerd, op grond van artikel 214 van de WPO en artikel 188 van de WEC wordt vermeerderd of verminderd;
- WEC: Wet op de expertisecentra;
- WPO: Wet op het primair onderwijs.
Artikel 2
1.
De Minister verstrekt aanvullende bekostiging aan een bevoegd gezag indien:
a. a. het negatieve verschil in overgangsbekostiging in het kalenderjaar 2025 ten opzichte van het kalenderjaar 2023 groter is dan 1% van de bekostiging waarop de overgangsbekostiging is gebaseerd; b. b. dit negatieve verschil meer dan € 25.000,00 bedraagt; en c. c. de verhouding tussen de overgangsbekostiging 2023 en de overgangsbekostiging 2025 groter is dan 5.
2. De voorwaarde, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing indien de overgangsbekostiging over 2025 een negatief bedrag is.
Artikel 3
1. Ten behoeve van vaststelling van het recht op de aanvullende bekostiging wordt het absolute verschil berekend tussen de bedragen die een bevoegd gezag ontvangt aan overgangsbekostiging in het kalenderjaar 2025 ten opzichte van het kalenderjaar 2023.
2. Het percentage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, wordt berekend door het absolute verschil, bedoeld in het eerste lid, te delen door de bekostiging waarop de overgangsbekostiging voor 2025 is gebaseerd, en de uitkomst te vermenigvuldigen met 100.
3. Voor de verhouding bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, wordt de overgangsbekostiging in het kalenderjaar 2023 gedeeld door de overgangsbekostiging in het kalenderjaar 2025.
Artikel 4
De aanvullende bekostiging is gelijk aan het absolute verschil in overgangsbekostiging, bedoeld in artikel 3, eerste lid, minus 1% van de bekostiging waarop de overgangsbekostiging voor 2025 is gebaseerd.
Artikel 5
1. De Minister stelt de aanvullende bekostiging voor 1 januari ambtshalve vast.
2. De betaling vindt plaats in 12 maandelijkse termijnen met ingang van januari.
3. De aanvullende bekostiging kan uiterlijk in de maand december van het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft gewijzigd worden vastgesteld op basis van een bijdrage voor loonontwikkeling.
Artikel 6
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging bij overgangsrecht vereenvoudiging bekostiging po 2025.