40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
7.5 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling aanwijzing filminvesteringen 2006 | BWBR0019809 | ministeriele-regeling | geldend | 2006-05-06 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0019809 | Regeling aanwijzing filminvesteringen 2006 |
Regeling aanwijzing filminvesteringen 2006
Artikel 1
Deze regeling berust op de artikelen 3.33, tweede en derde lid, en 3.42b, vijfde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Artikel 2
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. wet: Wet inkomstenbelasting 2001; b. b. de minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Artikel 3
Als een film als bedoeld in artikel 3.33 van de wet wordt aangewezen een film die primair is bestemd voor vertoning in bioscopen, doch niet is een reclamefilm of voorlichtingsfilm, aan de voortbrenging waarvan een projectvoorstel ten grondslag ligt, bestaande uit:
a. a. het scenario, inclusief synopsis, van de film, ter zake waarvan wordt aangetoond dat de exclusieve verfilmingsrechten, of in ieder geval een optierecht daarop, in handen zijn van de filmonderneming, bedoeld in artikel 3.33 van de wet, dan wel van de aanvrager die deze rechten aan de filmonderneming zal overdragen; b. b. een gespecificeerde projectbegroting uit welker specificatie onder meer blijkt dat de totale voortbrengingskosten van de film niet hoger zijn dan € 15.000.000; c. c. een gespecificeerd financieringsplan waaruit blijkt dat ten minste 50% van de totale voortbrengingskosten van de film, zoals opgenomen in de projectbegroting, reeds is gedekt door bijdragen van derden die ofwel schriftelijk zijn toegezegd als garantieopbrengst ofwel schriftelijk zijn toegezegd als subsidie, lening of investering ter dekking van de projectbegroting; d. d. een gespecificeerd verkoop- en exploitatieplan, uit welker specificatie onder meer blijkt:
1.
een schatting van de opbrengsten, en
2.
dat de schriftelijk toegezegde garantieopbrengsten – zoals tevens opgenomen in het in onderdeel c bedoelde gespecificeerde financieringsplan – tenminste 25% bedragen van de totale voortbrengingskosten, zoals opgenomen in de projectbegroting;
-
-
een schatting van de opbrengsten, en
-
-
-
dat de schriftelijk toegezegde garantieopbrengsten – zoals tevens opgenomen in het in onderdeel c bedoelde gespecificeerde financieringsplan – tenminste 25% bedragen van de totale voortbrengingskosten, zoals opgenomen in de projectbegroting;
-
e. e. een gespecificeerd marketing- en promotieplan.
Artikel 4
De minister geeft op een door of namens de belastingplichtige gedaan verzoek een verklaring af als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, van de wet, indien de film voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 3.
Artikel 5
De minister geeft op een door of namens de belastingplichtige gedaan verzoek een verklaring af als bedoeld in artikel 3.42b, eerste lid, van de wet, indien:
a. a. de film voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 3, en b. b. de toekenning ter zake van de filminvesteringsaftrek, bedoeld in artikel 3.42b van de wet, en toepassing van de daaraan gekoppelde verruimde maximumverliesregeling, bedoeld in artikel 3.9, tweede lid, derde volzin, van de wet, alsmede de maximale toepassing van de daaraan gekoppelde filmexploitatievrijstelling, bedoeld in artikel 3.12a van de wet, past binnen het hiervoor in de rijksbegroting opgenomen bedrag.
Artikel 6
De minister geeft een verklaring als bedoeld in artikel 5 af onder de voorwaarde dat:
a. a. binnen 3 maanden na de datum van afgifte van de verklaring een met de rijksbelastingdienst gesloten vaststellingsovereenkomst ter zake van de filminvestering aan de minister is overgelegd, en b. b. binnen 6 maanden na de datum van afgifte van de verklaring aan de minister schriftelijk opgave is verstrekt van de gegevens, waaronder het sociaal-fiscaalnummer bij natuurlijke personen en het landelijk vastnummer bij lichamen, betreffende de belastingplichtigen die vanwege hun medegerechtigheid in de filmonderneming aanspraak zullen maken op filminvesteringsaftrek, en van het bedrag aan voortbrengingskosten ter zake waarvan zij filminvesteringsaftrek zullen berekenen.
Artikel 7
De minister trekt de verklaring, bedoeld in artikel 4, onderscheidenlijk artikel 5, in:
a. a. op verzoek van de aanvrager; b. b. omdat niet is voldaan aan de voorwaarden waaronder de verklaring is afgegeven, of c. c. indien de bij de aanvraag verstrekte gegevens of bescheiden zodanig onjuist of onvolledig zijn geweest dat op het verzoek om een verklaring een andere beslissing zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens en bescheiden volledig bekend zouden zijn geweest.
Artikel 8
1. Het formulier voor het indienen van een verzoek ter verkrijging van een verklaring als bedoeld in artikel 4 onderscheidenlijk artikel 5 wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage.
2. Het in het eerste lid bedoelde formulier dient juist en volledig te worden ingevuld en, vergezeld van de gevraagde bijlagen, schriftelijk te worden ingediend bij de minister.
3.
De minister behandelt een verzoek ter verkrijging van een verklaring als bedoeld in het eerste lid niet, indien:
a. a. een eerder gedaan verzoek ter zake van dezelfde film nog in behandeling is, of b. b. voor de film al eerder een verklaring als bedoeld in het eerste lid is afgegeven en deze niet is ingetrokken op grond van artikel 7, onderdeel a; c. c. voor de film al eerder een verklaring als bedoeld in het eerste lid is afgegeven en deze is ingetrokken op grond van artikel 7, onderdeel b of c, of d. d. het verzoek per fax of per e-mail is ingediend.
4. De minister behandelt de verzoeken ter verkrijging van een verklaring als bedoeld in het eerste lid in volgorde van ontvangst, met dien verstande dat, indien de belastingplichtige of zijn gemachtigde niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van het verzoek en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad het verzoek aan te vullen, de dag waarop het verzoek voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de behandeling, als datum van ontvangst geldt.
Artikel 9
1. De Regeling aanwijzing filminvesteringen 2005 wordt ingetrokken.
2. Voorzover er terzake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze plaats overeenkomstig de Regeling aanwijzing filminvesteringen 2005.
3. Bestaande afspraken en verplichtingen, bij, op grond van of in het kader van de Regeling aanwijzing filminvesteringen 2005 blijven in stand.
Artikel 10
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot 8 april 2006.
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing filminvesteringen 2006.
Artikel 12
1. Deze regeling vervalt met ingang van 1 juli 2007.
2. Voorzover er terzake nog sprake is van enige bestuursrechtelijke afdoening, met inbegrip van bezwaar- en beroepsprocedures, vindt deze plaats overeenkomstig deze regeling.
3. Bestaande afspraken en verplichtingen, bij, op grond of in het kader van deze regeling blijven in stand.
Bijlage
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]