40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
174 lines
8.5 KiB
Markdown
174 lines
8.5 KiB
Markdown
---
|
||
titel: Regeling alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
|
||
bwb_id: BWBR0039687
|
||
type: ministeriele-regeling
|
||
status: geldend
|
||
datum_inwerkingtreding: '2018-07-24'
|
||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0039687
|
||
citeertitel: Regeling alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
|
||
---
|
||
|
||
# Regeling alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer
|
||
|
||
### Artikel 1
|
||
|
||
In deze regeling wordt verstaan onder het Besluit: het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.
|
||
|
||
### Artikel 1a
|
||
|
||
Als ambtenaren als bedoeld in artikel 163, vijfde en zevende lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 28a, zesde, negende en tiende lid, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 89, vijfde, achtste en negende lid, van de Spoorwegwet, artikel 48, vijfde, achtste en negende lid, van de Wet lokaal spoor en artikel 11.6, vijfde, achtste en negende lid, van de Wet luchtvaart worden aangewezen de ambtenaren van politie die in schaal 8 of hoger zijn benoemd.
|
||
|
||
### Artikel 2
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
Als uiterlijke kenmerken als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit waarop een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties is gericht voor het verkrijgen van een vermoeden van het gebruik van alcohol, worden aangewezen:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de ogen: bloeddoorlopen ogen;
|
||
b. b.
|
||
de spraak: slecht articuleren, langzaam praten, niet goed uit de woorden kunnen komen of met dubbele tong praten;
|
||
c. c.
|
||
de motoriek: niet in rechte lijn kunnen lopen, zwalken of onvast op de benen staan.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
Als uiterlijke kenmerken als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit waarop een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties is gericht voor het verkrijgen van een vermoeden van het gebruik van een of meer van de in artikel 2 van het Besluit aangewezen stoffen of van een of meer andere stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 dan die stoffen of alcohol worden aangewezen:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de ogen: wijd opengesperde ogen, waterige of wazige ogen, bloeddoorlopen ogen, heen en weer of wegrollende ogen, hangende oogleden of trillende oogleden;
|
||
b. b.
|
||
de pupillen: groter dan 5 millimeter of kleiner dan 2 mm bij daglicht of direct licht, kleiner dan 5 millimeter in het donker, of langzaam reagerend, knipperend of geen reactie vertonend;
|
||
c. c.
|
||
de spraak: onsamenhangende taal, woordenvloed, stamelen of stotteren;
|
||
d. d.
|
||
de motoriek: onvast ter been, trillen, zich veelvuldig krabben, wrijven of plukken aan de kleding of bewegingsdrang.
|
||
|
||
### Artikel 3
|
||
|
||
Voor het verrichten van een voorlopig ademonderzoek als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Besluit wordt de Dräger Alcotest 7510 ademtester aangewezen.
|
||
|
||
### Artikel 4
|
||
|
||
Voor het verrichten van een onderzoek van speeksel als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Besluit, worden het type Securetec DrugWipe 5S en tot 1 maart 2023 tevens het type Dräger DrugCheck® 3000 als speekseltesters aangewezen.
|
||
|
||
### Artikel 5
|
||
|
||
**1.** Voor het verrichten van een ademonderzoek als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het Besluit worden de ademanalyseapparaten van Dräger Alcotest 9510 NL aangewezen die zijn voorzien van het goedkeuringsteken T7802.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
Het alcoholgehalte wordt bepaald door toepassing van de volgende correctie op het rekenkundig gemiddelde van de twee meetresultaten, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van het Besluit:
|
||
|
||
a. a.
|
||
indien het rekenkundige gemiddelde (Y) van de twee meetresultaten kleiner is dan 500 microgram per liter, is het resultaat van het ademonderzoek gelijk aan (0,9Y–30) microgram per liter;
|
||
b. b.
|
||
indien het rekenkundige gemiddelde (Y) van de twee meetresultaten gelijk is aan of groter is dan 500 microgram per liter, is het resultaat van het ademonderzoek gelijk aan (0,85Y–5) microgram per liter.
|
||
|
||
**3.** Het resultaat van het ademonderzoek mag niet worden aangewezen of afgedrukt indien het verschil tussen de beide meetresultaten groter is dan 10% van het kleinste meetresultaat.
|
||
|
||
### Artikel 6
|
||
|
||
**1.** De hoeveelheid bloed die wordt afgenomen ten behoeve van een bloedonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Besluit en een aanvullend bloedonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Besluit, bedraagt bij voorkeur 8 milliliter, maar ten minste 3 milliliter.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
Voor de bloedafname, bedoeld in het eerste lid, worden de volgende hulpmiddelen voorgeschreven:
|
||
|
||
a. a.
|
||
twee glazen buizen elk met een inhoud van 5 milliliter die ten minste 4 milligram per milliliter inhoud van de buis natriumfluoride bevatten en voldoende heparinenatrium voor antistolling van het bloed of twee plastic buizen elk met een inhoud van 4 milliliter die ten minste 2 milligram per milliliter inhoud van de buis natriumfluoride bevatten en voldoende kaliumoxalaat voor antistolling van het bloed;
|
||
b. b.
|
||
een universeel systeem voor bloedafname dat voorzien is van een prikbeschermer na bloedafname;
|
||
c. c.
|
||
een alcoholvrij ontsmettingsdoekje op basis van 2% chloorhexidine;
|
||
d. d.
|
||
een steriel verpakt gaaskompres;
|
||
e. e.
|
||
een steriel verpakte wondpleister.
|
||
|
||
**3.**
|
||
|
||
Voor de verzending van de buisjes, bedoeld in het tweede lid, wordt de volgende verpakking voorgeschreven:
|
||
|
||
a. a.
|
||
een hard plastic doos voorzien van dubbelzijdig foam interieur;
|
||
b. b.
|
||
een lekvrije 95 kPa-zak, gecertificeerd voor vervoer van buisjes;
|
||
c. c.
|
||
een absorberende buizenhouder bestemd voor tenminste twee buisjes;
|
||
d. d.
|
||
drie fraudebestendige sluitzegels.
|
||
|
||
### Artikel 7
|
||
|
||
**1.** De methode voor de uitvoering van een bloedonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Besluit voldoet aan de eisen, genoemd in bijlage 1 bij deze regeling.
|
||
|
||
**2.** De methode voor de uitvoering van een aanvullend bloedonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Besluit voldoet aan de eisen, genoemd in bijlage 2 bij deze regeling.
|
||
|
||
### Artikel 8
|
||
|
||
**1.** Het verschuldigde bedrag voor de bloedafname, bedoeld in artikel 11, derde lid, onder b, van het Besluit, ten behoeve van een tegenonderzoek bedraagt € 78 indien het afnemen van het bloed door een arts of verpleegkundige geschiedt in de periode van 8.00 uur tot 18.00 uur en € 102 indien het afnemen geschiedt in de periode van 18.00 uur tot 8.00 uur of in de periode van 18.00 uur vrijdagavond tot 8.00 uur maandagochtend.
|
||
|
||
**2.** Voor de verzending van het buisje met bloed bestemd voor het tegenonderzoek naar het gehalte van alcohol en naar het gehalte van een of meer van de in artikel 2 van het Besluit aangewezen stoffen of een andere stof als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 zijn de in bijlage 3 opgenomen kosten verschuldigd.
|
||
|
||
### Artikel 9
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 10
|
||
|
||
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 26 september 2014 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met het verbeteren van de aanpak van het rijden onder invloed van drugs (Stb. 2014, 353) in werking treedt.
|
||
|
||
### Artikel 11
|
||
|
||
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.
|
||
|
||
## Bijlage 1. behorende bij
|
||
|
||
**De eisen aan de methode met behulp waarvan bloedonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder b, van het Besluit wordt verricht:**
|
||
|
||
*[afbeelding]*
|
||
|
||
Waarbij:
|
||
|
||
U: De ‘uitgebreide meetonzekerheid’
|
||
|
||
bias: Intra-laboratorium bias, bepaald d.m.v. het CRM
|
||
|
||
k: Dekkingsfactor 2,3 (behorende bij een eenzijdig 99% betrouwbaarheidsinterval)
|
||
|
||
s_Cref: Standaardafwijking op het CRM
|
||
|
||
p: Aantal participerende laboratoria waarmee CRM waarde is vastgesteld
|
||
|
||
s: Intra-laboratorium reproduceerbaarheid, bepaald d.m.v. het CRM of eerstelijnscontroles
|
||
|
||
n: Aantal waarnemingen om intra-laboratorium reproduceerbaarheid mee vast te stellen
|
||
|
||
Een minimaal aantal van 20 waarnemingen op CRM is nodig om de intra-laboratorium bias en reproduceerbaarheid vast te stellen.
|
||
|
||
*[afbeelding]*
|
||
|
||
Waarbij:
|
||
|
||
U: De ‘uitgebreide meetonzekerheid’
|
||
|
||
bias: Intra-laboratorium bias, bepaald d.m.v. het CRM
|
||
|
||
k: Dekkingsfactor 2,3 (behorende bij een eenzijdig 99% betrouwbaarheidsinterval)
|
||
|
||
s_Cref: Standaardafwijking op het CRM
|
||
|
||
p: Aantal participerende laboratoria waarmee CRM waarde is vastgesteld
|
||
|
||
s: Intra-laboratorium reproduceerbaarheid, bepaald d.m.v. het CRM of eerstelijnscontroles
|
||
|
||
n: Aantal waarnemingen om intra-laboratorium reproduceerbaarheid mee vast te stellen
|
||
|
||
Een minimaal aantal van 20 waarnemingen op CRM is nodig om de intra-laboratorium bias en reproduceerbaarheid vast te stellen.
|
||
|
||
## Bijlage 2. behorende bij
|
||
|
||
**De eisen aan de methode met behulp waarvan een aanvullend bloedonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Besluit wordt verricht:**
|
||
|
||
## Bijlage 3. behorende bij artikel bij
|