40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
3.5 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling andere bijdragen van studenten in het hoger onderwijs | BWBR0045324 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-09-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0045324 | Regeling andere bijdragen van studenten in het hoger onderwijs |
Regeling andere bijdragen van studenten in het hoger onderwijs
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- besluit: Uitvoeringsbesluit WHW 2008;
- bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 7.50, eerste lid, van de wet, die de instelling bij een (aspirant-)student in rekening kan brengen;
- instelling: een bekostigde instelling, opgenomen in de bijlage van de wet onder a tot en met i;
- kostendekkende bijdrage: bijdrage die de kosten dekt die door de instelling daadwerkelijk worden gemaakt;
- wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Artikel 2
1.
Het instellingsbestuur kan een bijdrage bij de aspirant-student in rekening brengen ten aanzien van de met de inschrijving verband houdende kosten voor:
a. a. de administratieve werkzaamheden die verband houden met het waarderen van een buitenlands diploma van de aspirant-student; b. b. het toetsen van het taalniveau om te kunnen beoordelen of de aspirant-student met een buitenlands diploma voldoet aan het minimaal vereiste taalniveau; en c. c. het afnemen van het toelatingsonderzoek als bedoeld in artikel 7.29 van de WHW en sufficiëntie- en deficiëntietoetsen, indien de aspirant-student niet voldoet aan de vooropleidingseisen of niet in bezit is van een diploma dat recht geeft tot toelating.
2. De op grond van het eerste lid bij de aspirant-student in rekening te brengen bijdrage is ten hoogste kostendekkend, behoudens de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, waarvoor ten hoogste € 100,– in rekening wordt gebracht.
Artikel 3
1.
Het instellingsbestuur kan een bijdrage bij de student in rekening brengen ten aanzien van de uit de bijzondere aard van de opleiding voortvloeiende kosten met betrekking tot deelname aan:
a) a) practica; b) b) onderwijsexcursies binnen de opleiding; c) c) workshops binnen de opleiding.
2. De op grond van het eerste lid bij de student in rekening te brengen bijdrage is ten hoogste kostendekkend.
3. Het instellingsbestuur biedt een kosteloos alternatief aan voor de in het eerste lid genoemde onderwijsvoorzieningen, tenzij deze voorzieningen niet vervangbaar zijn door een kosteloos alternatief.
Artikel 4
1. Het instellingsbestuur kan een bijdrage bij de student in rekening brengen ten aanzien van de inschrijving voor een tentamen na de reguliere inschrijfperiode van dit tentamen, bedoeld in artikel 7.13, tweede lid, onderdeel j, van de wet.
2. Voor de bijdrage wordt ten hoogste € 20,– in rekening gebracht.
Artikel 5
1. Het instellingsbestuur kan een bijdrage bij de bezitter van een getuigschrift, als bedoeld in artikel 7.11, tweede lid, van de wet of een verklaring als bedoeld in artikel 7.11, vijfde lid, van de wet in rekening brengen voor kosten die direct verband houden met het verstrekken van een vervangend getuigschrift of een vervangende verklaring als bedoeld in artikel 7.11a, eerste lid, van de wet.
2. De op grond van het eerste lid in rekening te brengen bijdrage is ten hoogste kostendekkend.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2021.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling andere bijdragen van studenten in het hoger onderwijs