rijk/ministeriele-regeling/regeling-bedrijfshervestiging-en-beëindiging/BWBR0011719/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

17 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling bedrijfshervestiging en -beëindiging BWBR0011719 ministeriele-regeling geldend 2000-10-25 https://wetten.overheid.nl/BWBR0011719 Regeling bedrijfshervestiging en -beëindiging

Regeling bedrijfshervestiging en -beëindiging

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor:

a. a. de hervestiging van een bedrijf, dat geheel of gedeeltelijk gelegen is in een toeslaggebied ter bevordering van de grondverwerving ten behoeve van natuur, recreatie of landschap, al dan niet in combinatie met de verbetering van de ruimtelijke structuur van de landbouw; b. b. de beëindiging van een bedrijf, of een gedeelte daarvan, voorzover dat gelegen is in een toeslaggebied, ter bevordering van de grondverwerving ten behoeve van natuur, recreatie of landschap al dan niet in combinatie met de verbetering van de ruimtelijke structuur van de landbouw.

Artikel 3

1. Gedeputeerde staten bepalen bij afzonderlijk besluit in welke delen van landinrichtingsprojecten, reconstructiegebieden, natuurgebieden, ruilgebieden, randstadgroenstructuurprojecten, strategische groenprojecten, robuuste verbindingen, VINAC-gebieden Midden-Delfland en Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën onderhavige regeling van toepassing is.

2. De minister bepaalt bij afzonderlijk besluit in welke delen van bufferzones, Rivieren en Natte Natuur onderhavige regeling van toepassing is.

3.

In een besluit als bedoeld in het eerste lid, respectievelijk het tweede lid, kunnen gedeputeerde staten, respectievelijk de minister, bepalen:

a. a. dat alleen voor bepaalde typen bedrijven aanvragen kunnen worden ingediend; b. b. dat alleen subsidie kan worden verleend voor de hervestiging of voor de beëindiging van bedrijven; c. c. dat voor een bepaald maximum aantal hectares aanvragen kunnen worden ingediend.

4. Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekendgemaakt in de Staatscourant en in het provinciaal blad van de betreffende provincie dat algemeen verkrijgbaar wordt gesteld.

5. Een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

Artikel 4

1. De minister stelt voor ieder kalenderjaar voor op grond van deze regeling te verstrekken subsidies een subsidieplafond vast.

2. De minister kan voor subsidies als bedoeld onder artikel 2, onderdeel a, en artikel 2, onderdeel b, verschillende subsidieplafonds vaststellen.

3. De vaststelling van het subsidieplafond maakt de minister bekend in de Staatscourant.

Paragraaf 2. Voorwaarden voor subsidie

Artikel 5

1.

De subsidie voor hervestiging van een bedrijf als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt verstrekt indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

a. a. overdracht van de bij het bedrijf behorende grond in eigendom, vrij van enig gebruiksrecht, aan BBL op grond van een koopovereenkomst tussen BBL en de aanvrager, of inbreng van de bij het bedrijf behorende grond in een overeenkomst tussen de aanvrager en de landinrichtingscommissie inzake inbreng en toedeling van gronden vooruitlopend op het plan van toedeling als bedoeld in artikel 196 van de Landinrichtingswet, artikel 76 van de Reconstructiewet Midden-Delfland of artikel 80 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën of inbreng van de bij het bedrijf behorende grond in een overeenkomst tussen de aanvrager en gedeputeerde staten inzake inbreng en toedeling van gronden, vooruitlopend op het plan van toedeling bedoeld in artikel 62 van de Reconstructiewet concentratiegebieden; b. b. hervestiging van een volwaardig bedrijf op een andere plaats door de aanvrager binnen vierentwintig maanden na het sluiten van de in onderdeel a bedoelde overeenkomsten, en c. c. voorzover de bedrijfsgebouwen gelegen zijn binnen een landinrichtingsproject of een reconstructiegebied, opname van een clausule in de in onderdeel a bedoelde overeenkomsten dat de bedrijfsgebouwen aan het gebruik voor de landbouw worden onttrokken.

2. In bijzondere gevallen kan de minister, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, op verzoek van de aanvrager of de eigenaar toestemming verlenen voor het behoud van eigendom of gebruik van een deel van de grond, of, in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, voor het gebruik van de bedrijfsgebouwen voor de landbouw door de aanvrager of de eigenaar. Hieraan kunnen voorschriften worden verbonden.

3.

De in het tweede lid bedoelde toestemming wordt uitsluitend verleend indien:

a. a. de aanvrager tevens eindbeheerder is, of b. b. het verzoek niet meer dan 10% van het toeslaggebied betreft en de oppervlakte niet groter dan 2 hectare is.

Artikel 6

1. De hervestiging van een bedrijf als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, vindt plaats buiten een natuurgebied en buiten een mestoverschotgebied.

2. In afwijking van het eerste lid kan de hervestiging binnen een mestoverschotgebied plaatsvinden indien het de hervestiging van een tuinbouwbedrijf betreft, of indien de hervestiging plaatsvindt op grond die voor 80% of meer uit kleigrond bestaat of binnen een landinrichtingsproject, een reconstructiegebied, een ROM-gebied of NU-gebied, waar volgens het landinrichtingsplan, het reconstructieplan respectievelijk het geldende plan van aanpak, hervestiging is toegestaan.

Artikel 7

1.

De subsidie voor de beëindiging van een bedrijf of een gedeelte daarvan, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt verstrekt indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:

a. a. overdracht van de bij het bedrijf behorende grond in eigendom, vrij van enig gebruiksrecht, aan BBL op grond van een koopovereenkomst tussen BBL en de aanvrager, voorzover deze in een toeslaggebied ligt, en b. b. beëindiging van het gebruik van de grond voor de landbouw binnen dertien maanden na overdracht aan BBL.

2. In bijzondere gevallen kan de minister, in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, op verzoek van de aanvrager of eigenaar, toestemming verlenen voor het behoud van eigendom of gebruik van een deel van de grond door de aanvrager of eigenaar. Hieraan kunnen voorschriften worden verbonden.

3.

De in het tweede lid bedoelde toestemming wordt uitsluitend verleend indien:

a. a. de aanvrager tevens eindbeheerder is, of b. b. het verzoek niet meer dan 10% van het toeslaggebied betreft en de oppervlakte niet groter dan 2 hectare is.

Artikel 8

1.

Geen subsidie wordt verleend:

a. a. indien uit anderen hoofde door de minister subsidie is verleend ter zake van de beëindiging of de hervestiging van het bedrijf of een gedeelte daarvan; b. b. indien aan de aanvrager voor de betreffende gronden een volledige schadeloosstelling is betaald op grond van de hoofdstukken I, IV of VII van de onteigeningswet; c. c. indien met betrekking tot de desbetreffende gronden een koopplicht voor BBL als bedoeld in artikel 94, eerste lid, van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 of artikel 82 van de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer van toepassing is; d. d. indien de beëindiging of de hervestiging van het bedrijf heeft plaatsgevonden voordat een aanvraag tot subsidieverlening was ingediend; e. e. indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op hoofdstuk IX van verordening (EG) nr. 1257/1999, of indien een verleende subsidie wordt ingetrokken op grond van artikel 18, eerste lid, of een vastgestelde subsidie wordt ingetrokken op grond van artikel 18, tweede lid.

2. Voorzover voor de beëindiging of de hervestiging van het bedrijf eveneens subsidie wordt verstrekt door andere overheidsorganen wordt op grond van deze regeling slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend dat de som van de subsidies niet meer bedraagt dan de op grond van de artikelen 10 of 11 vastgestelde bedragen.

Artikel 9

1. Indien de aanvrager opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op hoofdstuk IX van verordening (EG) nr. 1257/1999, of indien in geval van opzet een verleende subsidie wordt ingetrokken op grond van artikel 18, eerste lid, of een vastgestelde subsidie wordt ingetrokken of gewijzigd op grond van artikel 18, tweede lid, wordt tevens geen subsidie verleend in het daaropvolgende jaar.

2. Indien de aanvrager opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening op grond van deze regeling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt wordt geen subsidie verleend voor het daaropvolgende jaar.

Paragraaf 3. Subsidie

Artikel 10

1.

De subsidie voor hervestiging van een bedrijf bedraagt, indien op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening ten minste 50% van de totale bedrijfsoppervlakte, gelegen is in een toeslaggebied, de som van:

a. a. € 2.722,68 per hectare voor de over te dragen grond; b. b. maximaal 6% van de grondprijs van de aan BBL over te dragen grond, voorzover de aanvrager daarvoor in verband met bedrijfshervestiging overdrachtsbelasting is verschuldigd, en c. c. een bijdrage van 10% van de agrarische waarde van erf, bedrijfsgebouwen en woning tot een maximum van € 45.378,02.

2.

De subsidie voor hervestiging van een bedrijf bedraagt, indien op het tijdstip van de aanvraag tot subsidieverlening minder dan 50% van de totale bedrijfsoppervlakte gelegen is in een toeslaggebied, de som van:

a. a. € 2.722,68 per hectare voor de over te dragen grond voorzover deze is gelegen in een toeslaggebied, en b. b. maximaal 6% van de grondprijs van de aan BBL over te dragen grond, voorzover de aanvrager daarvoor in verband met bedrijfshervestiging overdrachtsbelasting is verschuldigd.

Artikel 11

De subsidie voor de beëindiging van een bedrijf bedraagt de som van:

a. a. € 2.722,68 per hectare voor de aan BBL over te dragen grond voorzover deze is gelegen in een toeslaggebied; b. b. het bedrag dat de aanvrager aan inkomstenbelasting verschuldigd is ter zake van de winst behaald met de staking van zijn onderneming als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel d van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 of artikel 3.79 van de Wet Inkomstenbelasting 2001 tot een maximum van € 1815,12 per hectare voor de aan BBL over te dragen grond voorzover deze in een toeslaggebied ligt.

Paragraaf 4. Aanvraag tot subsidieverlening

Artikel 12

1. De aanvraag wordt ingediend door een natuurlijk persoon of rechtspersoon die beschikt over de eigendom of over het gebruiksrecht van de bij een bedrijf behorende grond.

2. Indien de in het eerste lid bedoelde personen niet over de eigendom van de bij het bedrijf behorende gronden beschikken, dienen zij gebruiksgerechtigd te zijn ingevolge een goedgekeurde pachtovereenkomst met een looptijd van tenminste zes jaar voor de grond en twaalf jaar voor de bedrijfsgebouwen, met uitzondering van de pachtovereenkomst bedoeld in artikel 70f, vijfde lid, van de Pachtwet.

Artikel 13

1. Een aanvraag wordt gericht aan de minister en ingediend bij de directeur DLG, te Utrecht.

2.

Een aanvraag gaat vergezeld van:

a. a. een omschrijving van de voorgenomen activiteit; b. b. een topografische kaart met een schaal van 1:10.000 waarop de ligging en oppervlakte van de door BBL aan te kopen gronden waar de subsidie betrekking op heeft, alsmede in geval van hervestiging de plaats van hervestiging, zijn aangegeven; c. c. in geval de aanvrager geen eigenaar is, een verklaring van de eigenaar dat deze de grond in eigendom, vrij van enig gebruiksrecht, over zal dragen aan BBL; d. d. een document waarmee wordt aangetoond dat hervestiging overeenkomstig artikel 5, eerste lid onderdeel b, zal plaatsvinden; e. e. voorzover aan de orde, de in artikel 5, eerste lid onderdeel a, bedoelde overeenkomst tussen de aanvrager en de landinrichtingscommissie of gedeputeerde staten inzake de inbreng en de toedeling van gronden, en f. f. voorzover aan de orde, een verzoek als bedoeld in artikel 5, tweede lid, of artikel 7, tweede lid.

Paragraaf 5. Subsidieverlening

Artikel 14

1. De minister geeft een beschikking tot subsidieverlening binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag.

2.

De beschikking tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval:

a. a. de ligging en oppervlakte van de gronden, naar kadastrale maat gerekend, waar de subsidie betrekking op heeft; b. b. de berekening op basis waarvan het bedrag van de subsidie zal worden vastgesteld, en c. c. in voorkomend geval de voorschriften zoals genoemd in artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid.

Paragraaf 6. Subsidievaststelling

Artikel 15

1. Binnen twaalf weken nadat hervestiging als bedoeld in artikel 5 of beëindiging als bedoeld in artikel 7 heeft plaatsgevonden, dient de aanvrager een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij de directeur DLG, te Utrecht, gericht aan de minister.

2. Bij de aanvraag tot subsidievaststelling toont de aanvrager aan dat de beëindiging of de hervestiging van het bedrijf heeft plaatsgevonden overeenkomstig de in deze regeling opgenomen voorwaarden.

Paragraaf 7. Verplichtingen subsidie-ontvanger

Artikel 16

De subsidieontvanger is verplicht een overzichtelijke en deugdelijke administratie te voeren ten aanzien van de activiteit waar de subsidieverlening betrekking op heeft en deze te bewaren gedurende tenminste drie jaren na datum van de subsidievaststelling, conform artikel 4 van verordening (EG) nr. 4045/1989 van de Raad van 21 december 1989 inzake de door de Lidstaten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van Richtlijn 77/435/EEG (PbEG L388).

Paragraaf 8. Bevoorschotting

Artikel 17

De minister kan op verzoek van de subsidieontvanger voorschotten verlenen tot ten hoogste 80% van de verleende subsidie.

Paragraaf 9. Intrekking en terugvordering

Artikel 18

1. De verleende subsidie wordt ingetrokken indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste gegevens heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op hoofdstuk IX van verordening (EG) nr. 1257/1999.

2. De vastgestelde subsidie wordt ingetrokken indien de aanvrager door ernstige nalatigheid of opzettelijk een onjuiste aanvraag tot subsidieverlening of -vaststelling heeft ingediend of anderszins onjuiste informatie heeft verstrekt op grond van een andere regeling gebaseerd op hoofdstuk IX van verordening (EG) nr. 1257/1999.

Artikel 19

Indien de beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling is ingetrokken of ten nadele van de subsidieontvanger is gewijzigd, betaalt de aanvrager de door hem ontvangen subsidiebedragen en voorschotten terug op eerste vordering van de minister vermeerderd met de wettelijke rente over de periode van de datum van uitbetaling van de subsidie tot het tijdstip van voldoening.

Paragraaf 10. Overige voorschriften

Artikel 20

Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast alle daartoe aangewezen medewerkers van DLG.

Paragraaf 11. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 21

1. De Regeling verlening hervestigingstoeslag en de Regeling Afkoop Toedelingsrechten 1985 worden ingetrokken.

2. De Regeling houdende verlening toeslag ter zake van de overdracht in eigendom of verpachting van landbouwgronden wordt ingetrokken.

3. Op subsidies verstrekt op grond van de in het eerste lid bedoelde regelingen blijven die regelingen van toepassing.

4. In afwijking van het derde lid worden subsidies die vanaf 1 januari 2000 op grond van de in het eerste lid bedoelde regelingen zijn aangevraagd of verstrekt en die voor cofinanciering in aanmerking komen op grond van verordening (EG) nr. 1257/99, geacht te zijn aangevraagd onderscheidenlijk verstrekt op grond van deze regeling.

Artikel 22

Vervallen

Artikel 23

Voorzover nog geen natuurgebieden en ruilgebieden als bedoeld in artikel 1, onderdelen k en l zijn begrensd, wordt voor de toepassing van deze regeling onder natuurgebieden en ruilgebieden verstaan de overeenkomstig de Regeling beheersovereenkomsten en natuurontwikkeling nader door de provincies begrensde reservaatsgebieden, natuurontwikkelingsprojecten en aankoopgebieden.

Artikel 24

1. De regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 28 september 2000.

2. Artikel 4 treedt in werking per 1 januari 2001.

Artikel 25

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bedrijfshervestiging en -beëindiging.