rijk/ministeriele-regeling/regeling-bekostiging-wpo-en-wec-2025/BWBR0050330/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

927 lines
62 KiB
Markdown
Raw Permalink Blame History

This file contains invisible Unicode characters

This file contains invisible Unicode characters that are indistinguishable to humans but may be processed differently by a computer. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Regeling bekostiging WPO en WEC 2025
bwb_id: BWBR0050330
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2024-10-26'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0050330
citeertitel: Regeling bekostiging WPO en WEC 2025
---
# Regeling bekostiging WPO en WEC 2025
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
### Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- *achterstandsscore:* achterstandsscore als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022;
- *basisschool:* basisschool als bedoeld in artikel 1 van de WPO;
- *instelling:* instelling als bedoeld in artikel 1 van de WEC;
- *Instellingscode:* nummer waaronder een school staat geregistreerd in de Registratie Instellingen en Opleidingen;
- *leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond:* leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022 en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022;
- *samenwerkingsverband PO:* samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1 van de WPO;
- *samenwerkingsverband VO:* samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020;
- *school voor (voortgezet) speciaal onderwijs:* school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WEC, niet zijnde een instelling;
- *speciale school voor basisonderwijs:* speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WPO;
- *vestiging:* hoofd- of nevenvestiging van een basisschool;
- *WEC:*
Wet op de expertisecentra;
- *WPO:*
Wet op het primair onderwijs;
- *WVO 2020:*
Wet voortgezet onderwijs 2020.
### Artikel 2
**1.** De ontwikkeling van de in deze regeling genoemde bedragen bedraagt ten opzichte van het voorgaande kalenderjaar 0,3255%.
**2.** Ieder bedrag in deze regeling, is voor 89,15% gevoelig voor loonontwikkelingen als bedoeld in artikel 116, negende lid, van de WPO en artikel 114, achtste lid, van de WEC, en voor 10,85% van het bedrag gevoelig voor prijsontwikkeling als bedoeld in artikel 116, elfde lid, van de WPO en artikel 114, tiende lid, van de WEC.
**3.** De aanpassing voor prijsontwikkeling, bedoeld in artikel 116, elfde lid, van de WPO en artikel 114, tiende lid, van de WEC, vindt plaats door de bedragen op basis van de werkelijke prijsontwikkeling voor het tweede jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bedragen worden vastgesteld, aan te passen overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het eerstbedoelde jaar en het prijsniveau in het daaropvolgende jaar, alsmede aan te passen overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bedragen worden vastgesteld en het jaar waarvoor de bedragen worden vastgesteld.
## Hoofdstuk 2. Vaststelling bedragen basis-, extra en ondersteuningsbekostiging
### Paragraaf 1. Basisscholen
### Artikel 3
**1.** Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de WPO, bedraagt € 6.471,39.
**2.**
Het bedrag per school, bedoeld in artikel 13, vierde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 bedraagt voor:
| | Bedrag per school |
| --- | --- |
| a. Basisscholen met minder dan 100 leerlingen | € 96.986,12 |
| b. Basisscholen met 100 leerlingen of meer | € 117.635,80 |
### Artikel 4
Het deel van de bekostiging, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt voor een basisschool € 19.085,82.
### Artikel 5
Het startbedrag, het verminderingsbedrag en het basisbedrag, bedoeld in artikel 14, tweede, respectievelijk derde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, worden als volgt vastgesteld:
### Artikel 6
**1.** Het bedrag per afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 40.298,95.
**2.** Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 722,00.
### Artikel 7
Het bedrag per leerling bij groei, bedoeld in artikel 16, achtste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 539,28.
### Artikel 8
Het bedrag per nevenvestiging, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 20.427,32.
### Artikel 9
**1.** Het bedrag per eenheid achterstandsscore, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 799,93.
**2.** Het bedrag per school, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 136,95.
**3.** Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 23,95.
### Artikel 10
**1.** Het bedrag, bedoeld in artikel 22, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, dat bij toepassing van artikel 116, achtste lid, van de WPO per leerling in mindering wordt gebracht op de bekostiging van de overblijvende school bedraagt € 6.471,39.
**2.** De gegevens over het aantal leerlingen op 1 februari van het kalenderjaar waarin de verzelfstandiging heeft plaatsgevonden dient voor 1 juli te zijn ontvangen door DUO.
**3.** De gegevens over het aantal leerlingen op 1 februari van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de verzelfstandiging heeft plaatsgevonden dient voor 1 juli te zijn ontvangen door DUO.
### Artikel 11
**1.** Het bedrag per school, bedoeld in artikel B 15, derde lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO bedraagt € 488.721,97.
**2.** Het bedrag per school, bedoeld in artikel C 11, tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO bedraagt € 636.387,79.
**3.** Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel C 11, tweede lid, van het Besluit trekkende bevolking WPO bedraagt € 6.471,39.
### Paragraaf 2. Speciale scholen voor basisonderwijs
### Artikel 12
**1.** Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de WPO, bedraagt voor een speciale school voor basisonderwijs € 7.466,94.
**2.**
Het bedrag per school, bedoeld in artikel 13, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 bedraagt voor:
| | Bedrag per school |
| --- | --- |
| a. Speciale scholen voor basisonderwijs met minder dan 100 leerlingen | € 94.792,22 |
| b. Speciale scholen voor basisonderwijs met 100 leerlingen of meer | € 116.677,97 |
### Artikel 13
Het deel van de bekostiging, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt voor een speciale school voor basisonderwijs € 21.028,95.
### Artikel 14
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 121, eerste lid, van de WPO bedraagt € 7.014,85.
### Artikel 15
Het bedrag per nevenvestiging, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 22.899,70.
### Artikel 16
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 18, tiende lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 3.702,58.
### Paragraaf 3. Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in cluster 3 en 4
### Artikel 17
**1.**
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de WEC, bedraagt:
a. a.
Voor een leerling in het speciaal onderwijs € 7.599,89.
b. b.
Voor een leerling in het voortgezet speciaal onderwijs € 11.486,08.
**2.**
Het bedrag per school, bedoeld in artikel 13, derde en vierde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt voor:
| | Bedrag per school |
| --- | --- |
| a. Scholen voor speciaal onderwijs met minder dan 50 leerlingen | € 156.152,40 |
| b. Scholen voor speciaal onderwijs met 50 leerlingen of meer | € 178.070,29 |
| c. Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs met minder dan 50 leerlingen | € 160.059,29 |
| d. Scholen voor voortgezet speciaal onderwijs met 50 leerlingen of meer | € 181.977,18 |
### Artikel 18
Het deel van de bekostiging, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022, bedraagt voor een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs € 20.332,73.
### Artikel 19
**1.**
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 119, eerste lid, van de WEC is per categorie van ondersteuningsbehoefte van de leerling, opgenomen in de toelaatbaarheidsverklaring, bedoeld in artikel 40, tiende of twaalfde lid van de WEC en per onderwijstype van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel:
| | categorie 1/l | categorie 2/m | categorie 3/h |
| --- | --- | --- | --- |
| per leerling SO | € 13.680,04 | € 22.260,12 | € 33.220,68 |
| per leerling VSO | € 14.579,54 | € 25.447,02 | € 31.436,56 |
**2.** Indien er geen sprake is van een toelaatbaarheidsverklaring omdat er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 40, achtste en negende lid, van de WECdan wel van plaatsing in een residentiële instelling als bedoeld in artikel 119, derde lid, van de WEC wordt het bedrag voor ondersteuning afgeleid van de onderwijssoort van de school. Voor de onderwijssoort lichamelijk gehandicapte leerlingen geldt categorie 2/m. Voor de onderwijssoort meervoudig gehandicapte leerlingen met de combinatie lichamelijke handicap en zeer moeilijk lerend geldt categorie 3/h. Voor de overige onderwijssoorten geldt categorie 1/l.
### Artikel 20
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt € 3.702,58
### Artikel 21
**1.** Het bedrag per bad, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt voor een hydrotherapiebad € 12.072,28 en voor een watergewenningsbad € 26.102,58.
**2.** Het bedrag per m^3 waterinhoud, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt voor een hydrotherapiebad € 351,45 en voor een watergewenningsbad € 204,27.
**3.** Het bedrag voor de beweegbare bodem, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt € 1.266,02.
**4.** Het bedrag per m^3 waterinhoud bij een beweegbare bodem, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt € 95,73.
### Artikel 22
Het bedrag per brancardlift, bedoeld in artikel 16, vierde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt € 7.773,13.
## Hoofdstuk 3. Bekostiging samenwerkingsverbanden
### Artikel 23
**1.** Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 122, eerste lid, van de WPO bedraagt € 376,78.
**2.** Het bedrag per leerling dat in mindering wordt gebracht op de bekostiging van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 122, derde lid, van de WPO bedraagt € 7.014,85.
### Artikel 24
**1.** Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 124, eerste lid, van de WPO, bedraagt € 518,82.
**2.**
Het bedrag per leerling dat in mindering wordt gebracht op de bekostiging van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 124, vierde lid, van de WPO, is per categorie ondersteuningsbehoefte van de leerlingen, weergegeven in onderstaande de tabel:
| | categorie 1/l | categorie 2/m | categorie 3/h |
| --- | --- | --- | --- |
| per leerling SO | € 13.680,04 | € 22.260,12 | € 33.220,68 |
### Artikel 25
**1.** Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 5.15, eerste lid, van de WVO 2020, bedraagt € 828,15.
**2.**
Het bedrag per leerling dat in mindering wordt gebracht op de bekostiging van het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 5.15, vierde lid, van de WVO 2020, is per categorie ondersteuningsbehoefte van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel:
| | categorie 1/l | categorie 2/m | categorie 3/h |
| --- | --- | --- | --- |
| per leerling VSO | € 14.579,54 | € 25.447,02 | € 31.436,56 |
### Artikel 26
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 en artikel 6.30, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020, is weergegeven in onderstaande tabel;
### Artikel 27
Aan het samenwerkingsverband PO, waarvan de som van de achterstandsscores van de vestigingen binnen het samenwerkingsverband 1 of meer is, wordt een bedrag van € 16,14 per eenheid achterstandsscore als bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 toegekend.
## Hoofdstuk 4. Bekostiging instellingen
### Artikel 28
Het bedrag per leerling van een instelling, bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de WEC, bedraagt:
a. a.
voor een leerling in het speciaal onderwijs € 7.539,23;
b. b.
voor een leerling in het voortgezet speciaal onderwijs: € 11.425,42.
### Artikel 29
De bedragen, bedoeld in artikel 119, tweede lid, van de WEC, zijn in onderstaande tabel per instelling weergegeven:
## Hoofdstuk 5. Aanvullende bekostiging kalenderjaar 2025
### Artikel 30
**1.** Het bevoegd gezag ontvangt, tenzij anders bepaald, uiterlijk 16 weken na ontvangst van een aanvraag voor aanvullende bekostiging als bedoeld in dit hoofdstuk een beschikking.
**2.** Indien een peildatum, bedoeld in de artikelen 34 tot en met 36, of de datum, waarop de aanvraag op grond van de artikelen 31 tot en met 33, 37 en 39 uiterlijk kan worden ingediend, valt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag wordt als peildatum of uiterlijke datum de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is, aangehouden.
### Artikel 31
**1.** Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 december 2025 wordt bezocht door drie of meer kinderen in de eerste vier verblijfsjaren op een reguliere basisschool, die verblijven in een internaat of pleeggezin en van wie de vader of moeder het schippersbedrijf uitoefent of heeft uitgeoefend, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
**2.** De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt vanaf drie ingeschreven schipperskinderen € 3.205,24 per leerling. Dit bedrag wordt gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend.
**3.**
Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. a.
naam, instellingscode, postcode en plaats van de school;
b. b.
de datum waarop de kinderen zijn of worden toegelaten tot de school;
c. c.
het totaal aantal schipperskinderen dat de school bezoekt in de periode waarvoor aanvullende bekostiging wordt gevraagd; en
d. d.
de periode waarvoor aanvullende bekostiging wordt gevraagd.
**4.** Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie van de school of scholen waarvan de kinderen afkomstig zijn, onder vermelding van de betreffende schoolsoort met vermelding van het aantal verblijfsjaren, is opgenomen.
**5.** Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij de aanvraag wordt ingediend in januari. In dat geval is de ingangsdatum bekostiging 1 januari.
**6.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien de aanvraag op of na 1 december 2025 is ontvangen.
### Artikel 32
**1.** Het bevoegd gezag van een basisschool die voor 1 december 2025 wordt bezocht door vier of meer leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
**2.** De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 4.317,57 per ingeschreven leerling met een culturele achtergrond van de Roma of Sinti. Dit bedrag wordt gedeeld door twaalf en vermenigvuldigd met het aantal maanden waarvoor de bekostiging wordt toegekend.
**3.**
Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. a.
naam, instellingscode, postcode en plaats van de school;
b. b.
het totaal aantal leerlingen met een culturele achtergrond van de Roma en Sinti dat de school zal bezoeken in de periode waarvoor aanvullende bekostiging wordt gevraagd; en
c. c.
de periode waarvoor aanvullende bekostiging wordt gevraagd.
**4.** Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij de aanvraag wordt ingediend in januari. In dat geval is de ingangsdatum bekostiging 1 januari 2025.
**5.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien de aanvraag op of na 1 december 2025 is ontvangen.
### Artikel 33
**1.** Het bevoegd gezag van een basisschool, waar gedurende een periode van maximaal één jaar voorafgaand aan de aanvraag ten minste tien leerlingen uit een Blijf van mijn lijf huis nieuw zijn ingeschreven, kan aanvullende bekostiging aanvragen.
**2.**
Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. a.
naam, instellingscode, postcode en plaats van de school;
b. b.
het aantal Blijf van mijn lijf huis leerlingen dat gedurende de periode van maximaal één jaar voor de aanvraag de basisschool heeft bezocht; en
c. c.
de ingangsdatum en de einddatum van de door het bevoegd gezag gekozen periode van maximaal 12 maanden als bedoeld in onderdeel b.
**3.** Het bevoegd gezag verklaart door indiening van de aanvraag dat in de leerlingenadministratie een overzicht is opgenomen van het aantal Blijf van mijn lijf huis leerlingen dat gedurende de periode van maximaal één jaar voor de aanvraag de basisschool heeft bezocht met de data van in- en uitschrijving.
**4.** Indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt toegekend ontvangt het bevoegd gezag aanvullende bekostiging met ingang van de maand volgend op de datum waarop de aanvraag is ontvangen, tenzij de aanvraag wordt ingediend in januari. In dat geval is de ingangsdatum van de bekostiging 1 januari 2025.
**5.** De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval afgewezen indien de aanvraag op of na 1 december 2025 is ontvangen.
### Artikel 34
**1.**
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. *asielzoeker:*
a.
vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, die:
ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag; en
in het bezit is gesteld:
1°.
door de Minister van Asiel en Migratie van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
2°.
door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
woonachtig is in Nederland.
b.
ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is en die ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag en die woonachtig is in Nederland.
c.
ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is en die ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag en die woonachtig is in Nederland.
a. a.
vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, die:
ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag; en
in het bezit is gesteld:
1°.
door de Minister van Asiel en Migratie van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
2°.
door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
woonachtig is in Nederland.
ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag; en
in het bezit is gesteld:
1°.
door de Minister van Asiel en Migratie van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
2°.
door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
1°. 1°.
door de Minister van Asiel en Migratie van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
2°. 2°.
door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
woonachtig is in Nederland.
b. b.
ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is en die ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag en die woonachtig is in Nederland.
c. c.
ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is en die ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag en die woonachtig is in Nederland.
*overige vreemdeling:* vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, niet zijnde een asielzoeker, die:
ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag; en
in het bezit is gesteld:
1°.
Door de Minister van Asiel en Migratie van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; of
2°.
Van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en
woonachtig is in Nederland.
ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag; en
in het bezit is gesteld:
1°.
Door de Minister van Asiel en Migratie van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; of
2°.
Van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en
1°. 1°.
Door de Minister van Asiel en Migratie van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; of
2°. 2°.
Van een paspoort of identiteitsbewijs waaruit blijkt dat de vreemdeling burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland; en
woonachtig is in Nederland.
**2.** Het bevoegd gezag van een basisschool waar de eerste opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste vier asielzoekers of overige vreemdelingen die in aanmerking komen voor de bekostiging als bedoeld in dit artikel, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
**3.** Het recht van aanvullende bekostiging bedraagt per leerling maximaal twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van inschrijving op een school met inachtneming van de peildata in het vijfde lid.
**4.** In afwijking van het derde lid wordt in het geval de datum van vestiging in Nederland van de leerling voor het vierde levensjaar van deze leerling ligt, de periode tussen de datum van vestiging in Nederland en het bereiken van de leeftijd van vier jaar in mindering gebracht op het recht op deze bekostiging. De datum van vestiging is de oudste datum van inschrijving in Nederland als bedoeld in bijlage 1 van de Regeling register onderwijsdeelnemers.
**5.**
De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. a.
1 januari voor de periode januari tot en met maart;
b. b.
1 april voor de periode april tot en met juni;
c. c.
1 juli voor de periode juli tot en met september;
d. d.
1 oktober voor de periode oktober tot en met december.
**6.** Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die, indien de peildatum 1 juli betreft, moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en, indien het een andere peildatum betreft, binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
**7.** Een basisschool die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de aanvullende bekostiging van € 16.537,16
**8.**
Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. a.
naam, instellingscode, postcode en plaats van de basisschool;
b. b.
indien de peildatum 1 januari betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op 1 januari, en het aantal asielzoekers dat op 1 februari van het voorgaande schooljaar aan de basisschool stond ingeschreven of indien de peildatum niet 1 januari betreft het aantal ingeschreven asielzoekers en het aantal ingeschreven overige vreemdelingen op de peildatum; en
c. c.
in geval van toepassing van het vijfde lid, een verklaring dat de basisschool niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen respectievelijk de eerste opvang van asielzoekers of overige vreemdelingen heeft verzorgd.
**9.**
De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend volgens de formules:
• •
Indien de peildatum 1 januari betreft:
indien Ap groter is dan At: (Ap At) x € 13.801,62 x 25,00% verhoogd met (At + Vp) x € 4.287,79 x 25,00%
indien Ap niet groter is dan At: (Ap + Vp) x € 4.287,79 x 25,00%.
○ ○
indien Ap groter is dan At: (Ap At) x € 13.801,62 x 25,00% verhoogd met (At + Vp) x € 4.287,79 x 25,00%
○ ○
indien Ap niet groter is dan At: (Ap + Vp) x € 4.287,79 x 25,00%.
• •
Indien de peildatum 1 april, 1 juli of 1 oktober betreft: Ap x € 13.801,62 x 25,00% verhoogd met Vp x € 4.287,79 x 25,00%.
waarin steeds:
• •
Ap = het aantal op de peildatum ingeschreven leerlingen dat asielzoeker is;
• •
Vp = het aantal op de peildatum ingeschreven leerlingen dat overige vreemdeling is;
• •
At = het totaal aantal op 1 februari van het voorgaande schooljaar ingeschreven leerlingen dat op de eerste schooldag asielzoeker is.
**10.**
Het bedrag per leerling wordt vastgesteld overeenkomstig de code van de verblijfsrechtelijke status van de leerling waaruit volgt of de leerling als een asielzoeker of een overige vreemdeling wordt beschouwd. Wanneer een leerling asielzoeker of overige vreemdeling is, wordt dit weergegeven in onderstaande tabel:
| Code | Omschrijving | Categorie |
| --- | --- | --- |
| 21 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder a. Verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, arbeid vrij. | Asielzoeker of overige vreemdeling |
| 22 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, sub a. Verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met tewerkstellingsvergunning OF gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid | Overige vreemdeling |
| 23 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder a. Vergunning regulier voor bepaalde tijd, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten (zonder twv) | Overige vreemdeling |
| 24 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder a. Vergunning regulier voor bepaalde tijd, geen arbeid | Overige vreemdeling |
| 25 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, sub b. Verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd OF EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. | Overige vreemdeling |
| 26 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder c. Verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, arbeid vrij. | Asielzoeker |
| 27 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, sub d. Verblijfsvergunning asiel onbepaalde tijd OF EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. | Asielzoeker |
| 28 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch actief, arbeid vrij. | Overige vreemdeling |
| 29 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch niet actief, arbeid vrij. | Overige vreemdeling |
| 30 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Familielid van een gemeenschapsonderdaan, na toetsing aan EU-recht, arbeid vrij. | Overige vreemdeling |
| 31 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder f en h. In procedure voor aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. | Overige vreemdeling |
| 32 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder f en h. In procedure voor aanvraag verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. | Asielzoeker |
| 35 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder I. Onderdaan heeft verblijfsrecht o.b.v. het Associatiebesluit 1/80 van de Associatieraad EEG/Turkije (waarin soepelere regels zijn opgenomen voor Turkse onderdanen). | Overige vreemdeling |
| 36 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch actief, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten. | Overige vreemdeling |
| 37 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan, economisch niet actief, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten. | Overige vreemdeling |
| 38 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Familielid van een gemeenschapsonderdaan, na toetsing aan EU-recht, met enkel de mogelijkheid om specifieke arbeid te verrichten. | Overige vreemdeling |
| 39 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder m. Persoon is in afwachting van indiening asielaanvraag bij andere lidstaat o.g.v. Dublinverordening. | Asielzoeker |
| 40 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e. Gemeenschapsonderdaan of familielid met recht op duurzaam verblijf. Dit kan men aanvragen als men 5 jaar rechtmatig in NL heeft verbleven als gemeenschapsonderdaan of familielid. | Overige vreemdeling |
| 41 | Rechtmatig verblijf Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder e, is beëindigd. | Overige vreemdeling |
| 42 | Rechtmatig verblijf op grond van voorlopige maatregel EHRM, geen arbeid. | Overige vreemdeling |
| 43 | Rechtmatig verblijf op aanwijzing Minister van Justitie, geen arbeid. | Overige vreemdeling |
| 44 | Vreemdelingenwet 2000 art. 8, onder m. Leerling is in afwachting van overdracht naar andere lidstaat o.g.v. Dublinverordening. | Asielzoeker |
| 45 | Vreemdelingenwet2000 art. 8, onder i. Leerling heeft verblijfsrecht voor termijn van 180 dagen (bedoeld voor onderzoeker of student). | Overige vreemdeling |
| 46 | Vreemdelingenwet 2000 art 8, onder f en h, EU-richtlijn 2001/55, in procedure art 28, arbeid loondienst. Verblijfstitel voor Oekraïense ontheemden. | Asielzoeker |
| 98 | Geen verblijftitel meer. | Asielzoeker of overige vreemdeling |
**11.**
Het bevoegd gezag bepaalt of een leerling een asielzoeker of een overige vreemdeling is in het geval de leerling:
a. a.
is ingeschreven op basis van het onderwijsnummer bedoeld in artikel 40b, vierde lid, van de WPO en waarvan het evident is dat hij asielzoeker of overige vreemdeling is; of
b. b.
een verblijfstitel 21 of 98 heeft als bedoeld in de tabel in het tiende lid.
**12.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, kan niet worden aangevraagd voor leerlingen die geboren zijn in Nederland en die de verblijfsrechtelijke status krijgen van één van de ouders of voogden.
### Artikel 35
**1.**
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder *asielzoeker:*
a. a.
vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000, die:
ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag;
in het bezit is gesteld:
1°.
door de Minister van Asiel en Migratie van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
2°.
door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
woonachtig is in Nederland.
ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a, van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag;
in het bezit is gesteld:
1°.
door de Minister van Asiel en Migratie van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
2°.
door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
1°. 1°.
door de Minister van Asiel en Migratie van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 op grond van artikel 8, onderdelen c, d, f, g, h of j, van die wet; of
2°. 2°.
door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers van een verklaring waaruit blijkt dat de vreemdeling in afwachting is van een aanvraag voor een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8 onderdelen c, d, f, g, h of j, van de Vreemdelingenwet 2000 en daarom niet beschikt over het document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van die wet; en
woonachtig is in Nederland.
b. b.
ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is en die ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag en woonachtig is in Nederland.
c. c.
ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is en die ingeschreven staat op een basisschool, niet zijnde een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs als bedoeld in artikel 85a van de WPO of een afdeling basisonderwijs van de Europese school te Den Haag en woonachtig is in Nederland.
**2.** Het bevoegd gezag van een basisschool waar onderwijs wordt verzorgd voor asielzoekers ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
**3.** De aanvullende bekostiging vangt aan aansluitend op de twaalf maanden bedoeld in artikel 34, tweede lid, en bedraagt per leerling maximaal twaalf maanden.
**4.** In afwijking van het derde lid wordt, indien het aantal maanden van de periode tussen de datum van vestiging in Nederland en het bereiken van de leeftijd van vier jaar als bedoeld in artikel 34, vierde lid, de twaalf maanden overschrijdt, het restant van dit aantal maanden boven de twaalf als bedoeld in artikel 34, derde lid, in mindering gebracht op het recht op deze bekostiging. De datum van vestiging is de oudste datum van vestiging in Nederland als bedoeld in bijlage 1 van de Regeling register onderwijsdeelnemers.
**5.**
De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. a.
1 januari voor de periode januari tot en met maart;
b. b.
1 april voor de periode april tot en met juni;
c. c.
1 juli voor de periode juli tot en met september;
d. d.
1 oktober voor de periode oktober tot en met december.
**6.** Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum 1 juli betreft moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en indien de peildatum niet 1 juli betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
**7.**
Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. a.
naam, instellingscode, postcode en plaats van de basisschool; en
b. b.
het aantal ingeschreven asielzoekers volgens dit artikel op de peildatum.
**8.** De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt € 2.075,57 per asielzoeker vermenigvuldigd met 25,00%.
**9.** Het bedrag per leerling wordt vastgesteld overeenkomstig de code van de verblijfsrechtelijke status van de leerling waaruit volgt of de leerling als een asielzoeker wordt beschouwd. Wanneer een leerling een asielzoeker is, wordt weergegeven in artikel 34, tiende lid.
**10.**
Het bevoegd gezag bepaalt of een leerling een asielzoeker is in het geval dat de leerling:
a. a.
is ingeschreven op basis van het onderwijsnummer bedoeld in artikel 40b, vierde lid, van de Wet op het primair onderwijs en waarvan het evident is dat hij nieuwkomer is; of
b. b.
een verblijfstitel 21 of 98 heeft als bedoeld in de tabel in artikel 34, tiende lid.
**11.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het tweede lid, kan niet worden aangevraagd voor leerlingen die geboren zijn in Nederland en die de verblijfsrechtelijke status krijgen van één van de ouders of voogden.
### Artikel 36
**1.**
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
a. a.
*school:* bekostigde speciale school voor basisonderwijs;
b. b.
*vreemdeling:*
leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
die door de Minister van Asiel en Migratie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
woonachtig is in Nederland.
leerling die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
die door de Minister van Asiel en Migratie in het bezit is gesteld van een document of schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000; en
woonachtig is in Nederland.
**2.**
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder vreemdeling mede verstaan:
a. a.
leerling
die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft;
woonachtig is in Nederland.
die ingeschreven staat op een school en die de school geregeld bezoekt;
van wie uit het paspoort of ander identiteitsbewijs blijkt dat hij burger is van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland;
die op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie in Nederland verblijft;
woonachtig is in Nederland.
b. b.
ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PbEU 2022, L 071) van toepassing is en die ingeschreven staat op een school en woonachtig is in Nederland.
c. c.
ontheemde op wie de tijdelijke bescherming van artikel 7 van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PbEU 2001, L 212) van toepassing is, en die ingeschreven staat op een school en woonachtig is in Nederland.
**3.** Het bevoegd gezag van een school waar de opvang in het onderwijs wordt verzorgd voor ten minste vier vreemdelingen die in aanmerking komen voor de bekostiging als bedoeld in dit artikel ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
**4.** De aanvullende bekostiging die op grond van het derde lid wordt verstrekt voor de vreemdelingen op speciale scholen voor basisonderwijs bedraagt per leerling maximaal twaalf maanden gerekend vanaf de eerste dag van inschrijving op een school voor basisonderwijs met inachtneming van de peildata in het zesde lid.
**5.** In afwijking van het vierde lid wordt in het geval de datum van vestiging in Nederland van de leerling voor het vierde levensjaar van deze leerling ligt, de periode tussen de datum van vestiging in Nederland en het bereiken van de leeftijd van vier jaar in mindering gebracht op het recht op deze bekostiging. De datum van vestiging is de oudste datum van inschrijving in Nederland als bedoeld in bijlage 1 van de Regeling register onderwijsdeelnemers.
**6.**
De aanvullende bekostiging heeft betrekking op een periode van drie maanden, met als peildata:
a. a.
1 januari voor de periode januari tot en met maart;
b. b.
1 april voor de periode april tot en met juni;
c. c.
1 juli voor de periode juli tot en met september;
d. d.
1 oktober voor de periode oktober tot en met december.
**7.** Het bevoegd gezag dient ter verkrijging van de aanvullende bekostiging een aanvraag in die indien de peildatum 1 juli betreft, moet zijn ontvangen binnen acht weken na de peildatum en indien het een andere peildatum betreft binnen vier weken na de peildatum. De aanvraag wordt in ieder geval afgewezen indien het een aanvraag betreft die is ontvangen na deze termijn.
**8.** Een school die niet eerder eerste opvang van vreemdelingen verzorgde, komt in aanmerking voor een eenmalige aanvulling op de aanvullende bekostiging van € 16.537,16.
**9.**
Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. a.
naam, instellingscode, postcode en plaats van de school;
b. b.
het aantal ingeschreven vreemdelingen volgens dit artikel op de peildatum;
c. c.
in geval van toepassing van het achtste lid, een verklaring dat de school niet eerder de eerste opvang van vreemdelingen heeft verzorgd.
**10.** De bekostiging, bedoeld in het zesde lid, bedraagt per ingeschreven vreemdeling € 4.287,79 vermenigvuldigd met 25,00%.
**11.**
Voor de toepassing van dit artikel wordt als vreemdeling tevens aangemerkt de leerling:
a. a.
met een verblijfsrechtelijke status als bedoeld in artikel 34, tiende lid;
b. b.
met een onderwijsnummer bedoeld in artikel 40b, vierde lid, van de WPO en waarvan het evident is dat hij vreemdeling is; of
c. c.
met een verblijfstitel 21 of 98 heeft als bedoeld in de tabel in artikel 34, tiende lid.
**12.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, kan niet worden aangevraagd voor leerlingen die geboren zijn in Nederland en die de verblijfsrechtelijke status krijgen van één van de ouders of voogden.
### Artikel 37
**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder asielzoeker: een leerling die verblijft in een procesopvanglocatie, zijnde de verblijfplaats van vreemdelingen tijdens de rust- en voorbereidingstermijn voorafgaand aan de algemene asielprocedure en gedurende de algemene asielprocedure door de Immigratie- en Naturalisatiedienst, dan wel leerling die verblijft in een gezinslocatie voor gezinnen met minderjarige kinderen die geen recht meer hebben op verstrekkingen conform de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.
**2.** Het bevoegd gezag van de basisschool waar op 1 februari 2024 asielzoekers worden opgevangen, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
**3.** De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per asielzoeker € 1.254,79.
**4.**
Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. a.
naam, instellingscode, postcode en plaats van de school; en
b. b.
het aantal asielzoekers op 1 februari 2024 onder de instellingscode zoals opgenomen in de aanvraag; en
c. c.
een verklaring van het bevoegd gezag dat voor het aantal asielzoekers zoals opgenomen in de aanvraag, tevens in de leerlingenadministratie documenten zijn opgenomen, waarin het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers de school noemt als opvang school voor deze kinderen.
**5.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt in ieder geval afgewezen indien de aanvraag op of na 1 februari 2025 is ontvangen.
### Artikel 38
**1.** Het bevoegd gezag van een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs aan zeer moeilijk opvoedbare kinderen met een vestiging die fungeert als justitiële jeugdinrichting waarbinnen het onderwijs georganiseerd wordt, dan wel is verbonden aan een gesloten jeugdhulpinstelling, ontvangt aanvullende bekostiging.
**2.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt voor zowel justitiële jeugdinrichtingen als gesloten jeugdhulpinstellingen € 50.040,74 per vestiging en € 25.051,65 per onbezette capaciteitsplaats. Voor justitiële jeugdinrichtingen bedraagt het bedrag per capaciteitsplek € 13.792,61 en voor gesloten jeugdhulpinstellingen bedraagt het bedrag per capaciteitsplaats € 5.761,71.
**3.** Het aantal capaciteitsplaatsen per vestiging is gelijk aan de door de Minister van Asiel en Migratie toegekende capaciteit als het een justitiële jeugdinrichting betreft, en is de door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport toegekende capaciteit als het een gesloten jeugdhulpinstelling betreft. Het aantal onbezette capaciteitsplaatsen is het verschil tussen het aantal capaciteitsplaatsen van de school en de som van het aantal leerlingen per justitiële jeugdinrichting vestiging dan wel gesloten jeugdhulpinstelling per vestiging op 1 februari 2024.
**4.** De bekostiging van een nieuwe vestiging vangt aan op 1 augustus van enig jaar. De bekostiging voor het kalenderjaar waarin de bekostiging aanvangt wordt berekend overeenkomstig het tweede en zesde lid vermenigvuldigd met 41,67%.
**5.** De bekostiging, bedoeld in het tweede en zesde lid, wordt voorafgaand aan het bekostigingsjaar voorlopig vastgesteld op basis van het aantal capaciteitsplaatsen op 1 januari 2024 en indien het een nieuwe vestiging betreft op basis van het aantal capaciteitsplaatsen op 1 augustus 2024.
**6.** In aanvulling op het bedrag per capaciteitsplaats voor een gesloten jeugdhulpinstelling, bedoeld in het tweede lid, ontvangt een bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, in kalenderjaar 2025 een extra bedrag van € 7.233,27 per capaciteitsplaats.
### Artikel 39
**1.** Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder een leerling met een ernstige meervoudige beperking: een leerling met een combinatie van een ernstige of zeer ernstige verstandelijke beperking (IQ tot 35), een lichamelijke beperking en bijkomende stoornissen, voor wie naast extra ondersteuning in het onderwijs ook extra zorg nodig is, die op 1 februari 2024 ingeschreven stond op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs en voor wie het bevoegd gezag bekostiging categorie 3 (hoog) ontvangt.
**2.** Het bevoegd gezag van een school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs waar op 1 februari 2024 een of meer leerlingen met een ernstige meervoudige beperking waren ingeschreven, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging.
**3.**
Voor het indienen van een aanvraag wordt gebruikgemaakt van het daarvoor beschikbaar gestelde formulier op www.duo.nl. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. a.
naam, instellingscode, postcode en plaats van de school; en
b. b.
het aantal op 1 februari 2024 ingeschreven leerlingen met een ernstige meervoudige beperking als bedoeld in het eerste lid.
**4.** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, dient voor 1 februari 2025 ontvangen te zijn. Aanvragen die op of na die datum worden ontvangen, worden afgewezen.
**5.** De bekostiging, bedoeld in het tweede lid, bedraagt per ingeschreven leerling met een ernstige meervoudige beperking maximaal € 8.000.
**6.** Voor de aanvullende bekostiging op grond van dit artikel is voor het kalenderjaar 2025 een bedrag van maximaal € 10.000.000 beschikbaar.
**7.** Indien het bekostigingsplafond, bedoeld in het zesde lid, wordt overschreden, wordt het bedrag per leerling met een ernstige meervoudige beperking, bedoeld in het vijfde lid, verlaagd naar rato van het aantal leerlingen met een ernstige meervoudige beperking waarvoor de bekostiging wordt toegekend.
**8.** De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beslist uiterlijk 16 weken na 1 februari 2025 over de aanvraag.
### Artikel 40
**1.** Het bevoegd gezag van een basisschool, speciale school voor basisonderwijs of een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs ontvangt aanvullende bekostiging voor het eerste en tweede kalenderjaar volgend op een samenvoeging als bedoeld in artikel 21 van het Besluit bekostiging WPO 2022 en artikel 17 van het Besluit bekostiging WEC 2022.
**2.**
De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend volgens de formule X Y, waarin:
X = de som van de bekostiging van alle scholen die onderdeel uitmaken van de samenvoeging, berekend op grond van artikel 116, tweede lid, van de WPO, artikel 114, tweede lid, van de WEC, en de artikelen 14, 17, 18 en 19 van het Besluit bekostiging WPO 2022, in het eerste kalenderjaar na de samenvoeging, wanneer de samenvoeging niet zou hebben plaatsgevonden; en
Y = de som van de bekostiging van de fusieschool, berekend op grond van artikel 116, tweede lid, van de WPO, artikel 114, tweede lid, van de WEC, en de artikelen 14, 17, 18 en 19 van het Besluit bekostiging WPO 2022, in het eerste kalenderjaar na de samenvoeging.
**3.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, is voor het eerste kalenderjaar volgend op de samenvoeging 100% van de uitkomst van de formule in het tweede lid en voor het tweede kalenderjaar volgend op de samenvoeging 50% van de uitkomst van de formule in het tweede lid.
**4.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het derde lid, wordt aangepast voor loon- en prijsontwikkelingen.
**5.** Indien een school op grond van dit artikel aanvullende bekostiging ontvangt of op grond van de Regeling bijzondere bekostiging bij fusie en opheffing van scholen in het primair onderwijs en beleidsregel interpretatie samenvoeging in WPO en WEC bijzondere bekostiging ontvangt, betrokken is bij een samenvoeging, als bedoeld in het eerste lid, en daarvoor aanvullende bekostiging ontvangt, als bedoeld in het tweede lid, dan vervalt vanaf 1 januari na de laatstbedoelde samenvoeging de eerdere aanspraak op aanvullende of bijzondere bekostiging.
**6.** Dit artikel is niet van toepassing op een samenvoeging van scholen waarbij één of meer van de scholen die onderdeel uitmaken van de samenvoeging op het moment van deze samenvoeging minder dan 8 jaar worden bekostigd.
### Artikel 41
**1.** Het bevoegd gezag van een basisschool die per 1 augustus 2025 samengaat met een speciale school voor basisonderwijs, die wordt opgeheven met ingang van 1 augustus 2025 én waarvan blijkens de registratie in het register onderwijsdeelnemers ten minste 25% van de leerlingen van de speciale school voor basisonderwijs op 1 februari 2025, op 1 augustus 2025 is ingeschreven op de basisschool, ontvangt op aanvraag aanvullende bekostiging voor het restant van het kalenderjaar van samengaan en de eerste twee volledige kalenderjaren na samengaan.
**2.**
Een aanvraag voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt per brief ingediend bij DUO en moet voor 1 oktober 2025 door DUO ontvangen zijn. Aanvragen die op of na deze datum worden ontvangen, worden afgewezen. De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens:
a. a.
naam en instellingscode van de basisschool;
b. b.
naam en instellingscode van de op te heffen speciale school voor basisonderwijs; en
c. c.
het RIO-mutatieformulier waarmee de opheffing van de speciale school voor basisonderwijs wordt gemeld of een kopie van het RIO-mutatie formulier waarmee de opheffing van de speciale school voor basisonderwijs is gemeld.
**3.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, is voor het restant van het kalenderjaar van samengaan gelijk aan de bekostiging op grond van artikel 116, tweede lid, van de WPO, die de opgeheven speciale school voor basisonderwijs zou hebben ontvangen in de eerste vijf maanden na de opheffing.
**4.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, is voor het eerste volledige kalenderjaar na het samengaan gelijk aan de bekostiging op grond van artikel 116, tweede lid, van de WPO, die de opgeheven speciale school voor basisonderwijs zou hebben ontvangen in het eerste kalenderjaar na de opheffing.
**5.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, is voor het tweede volledige kalenderjaar na het samengaan gelijk aan het bekostigingsbedrag per school op grond van artikel 116, tweede lid, van de WPO, dat de opgeheven speciale school voor basisonderwijs zou hebben ontvangen in het kalenderjaar na de opheffing, vermenigvuldigd met 50%.
**6.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het vierde en vijfde lid, wordt aangepast voor loon- en prijsontwikkelingen.
**7.** Het bevoegd gezag ontvangt de beschikking uiterlijk 16 weken na 30 september 2025.
### Artikel 42
De Regeling bijzondere bekostiging bij fusie en opheffing van scholen in het primair onderwijs en beleidsregel interpretatie samenvoeging in WPO en WEC, zoals die luidde op 31 december 2022 blijft van toepassing op een aanspraak op bijzondere bekostiging die op grond van artikel 3, 10 of 15 van die regeling aan het bevoegd gezag van een school is toegekend, met dien verstande dat deze per kalenderjaar wordt toegekend.
### Artikel 43
Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders bedraagt € 53,37.
### Artikel 44
**1.** Het bevoegd gezag van een basisschool dat door de eerste opvang van asielzoekers en overige vreemdelingen als bedoeld in artikel 34, eerste lid, geen of minder extra bekostiging kleine basisscholen ontvangt als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, ontvangt aanvullende bekostiging.
**2.** Voor de berekening van de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt de extra bekostiging kleine bassischolen herrekend, door voor de herrekening uit te gaan van het aantal leerlingen op de basisschool op 1 februari 2024 minus het aantal eerstejaarsasielzoekers en overige vreemdelingen op de basisschool op 1 januari 2024 voor wie bekostiging is toegekend op grond van artikel 34 van Regeling bekostiging WPO en WEC 2024.
**3.** De aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het verschil tussen de herrekende extra bekostiging kleine basisscholen, bedoeld in het tweede lid, en de extra bekostiging kleine basisscholen, bedoeld in artikel 14 tweede lid van het Besluit bekostiging WPO 2022.
## Hoofdstuk 6. Betaalritme
### Artikel 45
**1.** Onverminderd het tweede tot en met vierde lid worden de bekostigingsbedragen, bedoeld in deze regeling, uitbetaald in maandelijkse termijnen van gelijke omvang.
**2.** De bekostigingsbedragen, bedoeld in de artikelen 4, 13 en 18 worden in één termijn in juni uitbetaald.
**3.** Het bekostigingsbedrag, bedoeld in artikel 7, wordt in één termijn uitbetaald.
**4.** De bekostigingsbedragen, bedoeld in de artikelen 34, 35 en 36 worden in één termijn uitbetaald.
## Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
### Artikel 46
Wijzigt de Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC.
### Artikel 47
**1.** Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 46, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2025.
**2.** Deze regeling heeft betrekking op het kalenderjaar 2025 en vervalt met ingang van 1 januari 2030.
### Artikel 48
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging WPO en WEC 2025.