rijk/ministeriele-regeling/regeling-bevordering-internationalisering-povo/BWBR0026080/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

10 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling Bevordering Internationalisering PO/VO BWBR0026080 ministeriele-regeling geldend 2009-07-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0026080 Regeling Bevordering Internationalisering PO/VO

Regeling Bevordering Internationalisering PO/VO

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *Minister:* de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. b.

    *onderwijsinstelling:*
  
  
    
      1°
      een basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;
    
    
      2°
      een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
    
    
      3°
      een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
    
    
      4°
      een onderwijsinstelling als bedoeld in art. 1.1.1, onderdeel b, onder 4° van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs; of
    
    
      5°
      een onderwijsinstelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaraan een lerarenopleiding wordt verzorgd.

1° 1° een basisschool als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; 2° 2° een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs; 3° 3° een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; 4° 4° een onderwijsinstelling als bedoeld in art. 1.1.1, onderdeel b, onder 4° van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs; of 5° 5° een onderwijsinstelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, waaraan een lerarenopleiding wordt verzorgd.

Artikel 2

Subsidie wordt verstrekt voor de volgende activiteiten:

a. a. het bieden van algemene en specifieke informatie over internationalisering aan onderwijsinstellingen en andere onderwijsgerelateerde instanties; b. b. het uitvoeren van programmas voor internationale samenwerking en uitwisseling en evaluatie van deze programmas; c. c. het ondersteunen en begeleiden van onderwijsinstellingen in het kader van programmas en projecten gericht op internationalisering; d. d. het ontwikkelen van ideeën ter bevordering van internationalisering van het onderwijs; e. e. het ontwikkelen van expertise op het gebied van internationalisering in het onderwijs ten behoeve van versterking van internationalisering van het Nederlandse onderwijs; f. f. het onderhouden van nationale en internationale contacten ter bevordering van de internationalisering van het onderwijs; g. g. het vervullen van een platform-functie op het gebied van internationalisering en onderwijs in vreemde talen voor onderwijsinstellingen; h. h. het, vanuit de opgebouwde expertise, namens de Minister uitvoeren van (subsidie)programmas en projecten op het gebied van internationalisering en vreemde talen; i. i. het desgevraagd adviseren van het veld over het (toekomstig) internationaliseringsbeleid van de Minister; en j. j. het ontwikkelen van expertise bij en het ondersteunen van onderwijsinstellingen bij het bevorderen van meertaligheid.

Artikel 3

1. Subsidie wordt uitsluitend op aanvraag verleend.

2. Subsidie wordt uitsluitend verleend aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid waarvan de statutaire doelstelling past binnen het doel van de subsidieverlening, te weten, het bevorderen in brede zin van de internationale oriëntatie bij onderwijsinstellingen.

Artikel 4

Voor subsidieverlening in het kader van deze regeling is in de periode 1 januari 2010 tot en met 31 december 2013 € 2,5 mln per kalenderjaar beschikbaar. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd in verband met de loon- en prijsbijstellingen.

Artikel 5

1. De subsidieaanvraag omvat een meerjarenactiviteitenplan en een meerjarenraming voor de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2013.

2. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een afschrift van de geldende statuten van de subsidieaanvrager.

Artikel 6

Het meerjarenactiviteitenplan bevat in elk geval:

a. a. een overzicht van de aan de activiteiten gerelateerde doelstellingen, streefwaarden en prestatie-indicatoren; b. b. een overzicht van de aard en omvang van de voorgenomen activiteiten.

Artikel 7

De meerjarenraming biedt inzicht in de inkomsten en uitgaven die de aanvrager in verband met de te subsidiëren activiteiten voorziet in de jaren waarop de raming betrekking heeft.

Artikel 8

1. De subsidieaanvraag wordt ingediend voor 1 oktober 2009.

2.

De subsidieaanvraag wordt gezonden naar:

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

t.a.v. de directie Internationaal Beleid

IPC 2300

Postbus 16375

2500 BJ Den Haag

Artikel 9

1. Subsidie wordt slechts aan één aanvrager verleend.

2. De Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op de tijdig ingediende aanvragen op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de bevordering in brede zin van de internationale oriëntatie bij onderwijsinstellingen

3.

Bij zijn beslissing, bedoeld in het tweede lid houdt de Minister rekening met:

a. a. de mate waarin de aanvrager in staat moet worden geacht alle activiteiten, bedoeld onder a tot en met j, uit te voeren; b. b. de mate waarin de aanvrager in staat moet worden geacht de activiteiten, bedoeld onder a tot en met j, in samenhang uit te voeren;

4. Subsidie wordt verleend voor 4 jaar.

Artikel 10

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt het verleende subsidiebedrag verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat.

Artikel 11

1. De subsidieontvanger stuurt jaarlijks voor 1 juni een jaarverslag aan de Minister. Het jaarverslag bevat een overzicht van de activiteiten die in het voorgaande jaar zijn uitgevoerd.

2. Het jaarverslag wordt vergezeld van een jaarrekening waarmee inzicht wordt gegeven in de wijze waarop de subsidie is besteed.

3. De jaarrekening wordt voorzien van een accountantsverklaring waaruit de rechtmatige besteding van de subsidiemiddelen blijkt en is voldaan aan van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

Artikel 12

1. De subsidieontvanger voert ten minste twee keer per jaar overleg met de Minister, waarin in ieder geval de stand van zaken van de uitvoering van de activiteiten en de uitputting van de subsidie aan de orde komen.

2. Onverminderd het eerste lid voert de subsidieontvanger periodiek technisch overleg met de directie Internationaal Beleid van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de uitvoering van het activiteitenplan.

Artikel 13

1. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoeken die erop gericht zijn de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de Minister te voeren beleid.

2. De subsidieontvanger geeft aan door of namens de Minister aangewezen ambtenaren op verzoek inzage in de in artikel 17 van de Wet overige OCW-subsidies bedoelde administratie en verstrekt alle inlichtingen die redelijkerwijs noodzakelijk zijn om een juist inzicht te verkrijgen in de besteding van de subsidie.

3. De subsidieontvanger doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 14

1. De subsidieontvanger vormt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. De reserve bedraagt ten hoogste 10% van de verleende subsidie.

Artikel 15

1. Voor de beschikbaarstelling van goederen aan derden of het verrichten van diensten voor derden, niet zijnde onderwijsinstellingen brengt de subsidieontvanger een vergoeding in rekening die tenminste kostendekkend is.

2. Indien de subsidieontvanger in het kader van de subsidieverstrekking diensten of werkzaamheden door derden wil laten uitvoeren, neemt hij daarbij de Europese aanbestedingsregelgeving in acht.

Artikel 16

De subsidieontvanger werkt mee aan het tot stand komen van een overeenkomst indien dit naar het oordeel van de Minister noodzakelijk is om te komen tot het kosteloos overdragen aan de Minister van rechten met betrekking tot het intellectuele eigendom die rusten op de voortbrengselen van de in het kader van de subsidieverstrekking uit te voeren activiteiten.

Artikel 17

Voor 1 juni 2014 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in. De aanvraag gaat vergezeld van een eindverslag.

Artikel 18

1. Het eindverslag bevat een overzicht van de werkzaamheden waarvoor subsidie is verstrekt en van de daarmee bereikte resultaten.

2. De inrichting van het verslag komt overeen met de inrichting van het activiteitenplan.

3. Het verslag bevat, voor zover van toepassing, een analyse van verschillen tussen de voorgenomen activiteiten en beoogde resultaten, vermeld in het activiteitenplan, en de feitelijke realisatie.

Artikel 19

De te subsidiëren activiteiten worden in afstemming met het EU-programma Lifelong Learning Programme uitgevoerd.

Artikel 20

1. De subsidie wordt vastgesteld binnen 8 weken na ontvangst van de gegevens, bedoeld in artikel 17.

2. Niet bestede subsidiemiddelen worden na afloop van de subsidieperiode teruggevorderd.

Artikel 21

De subsidie wordt aan de subsidieontvanger jaarlijks in 4 voorschotten van gelijke grootte beschikbaar gesteld, tenzij de subsidieontvanger een onderbouwde afwijkende liquiditeitsbehoefte bij de subsidieaanvraag aanlevert.

Artikel 22

Deze regeling wordt na 4 jaar geëvalueerd.

Artikel 23

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2015.

Artikel 24

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Bevordering Internationalisering PO/VO.