rijk/ministeriele-regeling/regeling-bijdrage-kosten-personele-gevolgen-wegens-beëindiging-bekostiging-oalt/BWBR0016472/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

11 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling bijdrage kosten personele gevolgen wegens beëindiging bekostiging oalt BWBR0016472 ministeriele-regeling geldend 2004-03-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0016472 Regeling bijdrage kosten personele gevolgen wegens beëindiging bekostiging oalt

Regeling bijdrage kosten personele gevolgen wegens beëindiging bekostiging oalt

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. de minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap; b. b. bevoegd gezag:

      1.
      bevoegd gezag van een of meer scholen of instellingen waarop de Wet op het primair onderwijs of de Wet op de expertisecentra van toepassing is;
    
    
      2.
      bevoegd gezag van een of meer scholen voor voortgezet onderwijs met declaratiebekostiging of de rechtspersoon bedoeld in artikel 38, Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, jo. artikel 171, vierde lid, onderdeel c, van de Wet op het primair onderwijs en 157 vierde lid, onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra, zoals deze bepalingen luiden op de datum van inwerkingtreding van deze regeling;
    
    
      3.
      de rechtspersoon bedoeld in artikel 171, vierde lid, onderdeel c, van de Wet op het primair onderwijs en 157, vierde lid, onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra, zoals deze bepalingen luiden op de datum van inwerkingtreding van deze regeling;
    1. bevoegd gezag van een of meer scholen of instellingen waarop de Wet op het primair onderwijs of de Wet op de expertisecentra van toepassing is;
      
    1. bevoegd gezag van een of meer scholen voor voortgezet onderwijs met declaratiebekostiging of de rechtspersoon bedoeld in artikel 38, Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, jo. artikel 171, vierde lid, onderdeel c, van de Wet op het primair onderwijs en 157 vierde lid, onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra, zoals deze bepalingen luiden op de datum van inwerkingtreding van deze regeling;
      
    1. de rechtspersoon bedoeld in artikel 171, vierde lid, onderdeel c, van de Wet op het primair onderwijs en 157, vierde lid, onderdeel c, van de Wet op de expertisecentra, zoals deze bepalingen luiden op de datum van inwerkingtreding van deze regeling;
      

c. c. gemeente: de gemeente die op basis van artikel 173, eerste lid van de Wet op het primair onderwijs, artikel 159, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 38 van het Besluit RVCs, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging, zoals deze bepalingen luiden op de datum van inwerkingtreding van deze regeling, een specifieke uitkering uit s Rijks kas ontvangt voor onderwijs in allochtone levende talen; d. d. oalt-personeelslid: personeelslid met een vast dienstverband, dat op 1 augustus 2003 in dienst is van een bevoegd gezag en waarvan de salariskosten ten laste komen van de specifieke uitkering uit s Rijks kas voor onderwijs in allochtone levende talen.

Artikel 2

Subsidie wordt slechts verleend aan gemeenten. Het doel van de subsidieverlening is om zo veel mogelijk oalt-personeelsleden te behouden voor de (onderwijs)arbeidsmarkt.

Artikel 3

1. Voor elk oalt-personeelslid heeft de gemeente eenmalig recht op € 5000,-. Indien een oalt-personeelslid tegelijkertijd werkzaam is in verschillende gemeenten, ontvangt elke gemeente een aandeel in het subsidiebedrag dat overeenkomt met de betrekkingsomvang van het oalt-personeelslid.

2.

Bij de berekening van de subsidie per gemeente worden de volgende bedragen in mindering gebracht:

a. a. subsidie die is toegekend op grond artikel 8, vierde lid, van de ”Subsidieregeling verbetering kwalificaties oalt-leraren 2002 - 2004”, PO/PJ-2002/9763, Gele Katern nummer 12 van 22 mei 2002; b. b. subsidie die is toegekend op grond van de ”Subsidieregeling outplacement leraren onderwijs allochtone levende talen (oalt-leraren) 2002 - 2004”, Gele Katern nummer 19 van 4 september 2002; c. c. uitgaven die na 1 augustus 2002 zijn gedaan ten laste van de specifieke uitkering uit s Rijks kas voor onderwijs in allochtone levende talen voor zover deze uitgaven zijn besteed in overeenstemming met de onder a genoemde bepaling en onder b genoemde regeling.

Artikel 4

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van artikel 3 verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Paragraaf 2. Subsidieaanvraag en subsidieverlening

Artikel 5

1. Subsidie wordt op aanvraag verleend aan de in artikel 1 bedoelde gemeenten.

2. De subsidieaanvraag moet worden ingediend bij Cfi t.a.v. Unit BGS/UGE, postbus 606, 2700 ML Zoetermeer.

Artikel 6

1.

De subsidieaanvraag omvat:

a. a. het aantal oalt-personeelsleden binnen de gemeente en hun geboortedata, b. b. een opgave op gemeenteniveau van de ontvangsten die zijn genoemd in artikel 3, tweede lid onderdeel a en b, en de uitgaven die zijn genoemd in artikel 3, tweede lid, onderdeel c.

2. De subsidieaanvraag wordt ingediend per formulier. Dit formulier is met het kenmerk CFI 64030 te downloaden via www.cfi.nl. Dit aanvraagformulier is eventueel ook te bestellen met het plaketiket CFI 84887.

Artikel 7

1. De subsidie kan eenmalig worden aangevraagd. De aanvraag wordt ingediend vóór 1 januari 2005.

2. Aanvragen die op of na 1 januari 2005 worden ingediend, worden niet in behandeling genomen.

Artikel 8

1. De minister neemt binnen acht weken na ontvangst van de subsidieaanvraag een beslissing op het verzoek tot subsidieverlening.

2. Indien door verschillende gemeenten subsidie wordt aangevraagd ten behoeve van hetzelfde oalt-personeelslid, neemt de minister binnen 13 weken na ontvangst van de laatste aanvraag een beslissing op het verzoek tot subsidieverlening.

Paragraaf 3. Verplichtingen subsidieontvanger en subsidievaststelling

Artikel 9

1. De subsidie is bestemd voor oalt-personeelsleden voorzover deze niet geschikt zijn voor het geven van schoolonderwijs conform artikel 3 van de WPO of WEC en voor zover de besteding berust op individuele afspraken tussen werkgever en werknemer die zijn gericht op het behoud van de werknemer voor de (onderwijs)arbeidsmarkt. Slechts wanneer vaststaat dat een werknemer niet voor de (onderwijs)arbeidsmarkt kan worden behouden, kunnen werknemer en werkgever een andere bestemming van de subsidie overeenkomen.

2. Met inachtneming van artikel 3, tweede lid, verstrekt de gemeente de subsidie aan bevoegde gezagsorganen naar evenredigheid van het aantal oalt-personeelsleden dat bij hen in dienst is en onder de voorwaarde dat zij de subsidie besteden overeenkomstig het eerste lid.

Artikel 10

1. De gemeente verstrekt subsidie aan bevoegde gezagsorganen van scholen voor openbaar en bijzonder onderwijs onder de voorwaarde dat zij de besteding verantwoorden aan de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad of de personeelsgeleding van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de scholen waaraan de subsidie wordt verstrekt.

2. De gemeente verstrekt slechts subsidie ten behoeve van oalt-personeelsleden waarvoor een andere rechtspositie geldt dan die voor het onderwijspersoneel onder de voorwaarde dat de verantwoording van de besteding aan het personeel plaatsvindt op een wijze die overeenkomt met het eerste lid.

3. De in dit artikel bedoelde verantwoording vindt plaats door bekendmaking van het subsidiebedrag en de wijze waarop de subsidie is besteed.

Artikel 11

1.

Gelijktijdig met de aanvraag geeft de gemeente de volgende informatie:

a. a. het aantal oalt-personeelsleden binnen de gemeente waarop het Rechtspositiebesluit WPO/WEC van toepassing is; b. b. het aantal oalt-personeelsleden waarop het Rechtspositiebesluit WPO/WEC niet van toepassing is. Het aantal oalt-personeelsleden waarop het Rechtspositiebesluit WPO/WEC niet van toepassing is dient tevens uitgedrukt te worden in fulltime equivalenten.

2. De gemeente werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de besteding van de middelen.

Artikel 12

1. Subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt.

2. De subsidie kan binnen een periode van vijf jaar na vaststelling door de minister geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien de gemeente onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere of geen toekenning zou hebben geleid, indien de gemeente de subsidie niet heeft gebruikt in overeenstemming met de doelstelling, bedoeld in artikel 2, indien na subsidieverlening aan de ene gemeente door een andere gemeente subsidie wordt aangevraagd ten behoeve van dezelfde persoon, dan wel indien subsidie niet is besteed vóór 1 augustus 2005.

Artikel 13

1. Bij de verantwoording specifieke uitkeringen 2005 doet de gemeente een aanvraag tot vaststelling van de subsidie. Voor deze aanvraag tot subsidievaststelling wordt door Cfi een model opgesteld.

2. Indien de toegekende subsidie meer bedraagt dan € 45.500,- gaat de aanvraag tot subsidievaststelling vergezeld van een verklaring over de naleving van de subsidievoorwaarden door de subsidieontvanger, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 14

De minister verleent een voorschot ten hoogte van het subsidiebedrag en betaalt dit voorschot binnen zes weken na de beslissing tot subsidieverlening.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 15

1. De ”Subsidieregeling verbetering kwalificaties oalt-leraren 2002 - 2004”, PO/PJ-2002/9763, Gele katern, nummer 12 van 22 mei 2002 en de ”Subsidieregeling outplacement leraren onderwijs allochtone levende talen (oalt-leraren) 2002 - 2004”, Gele katern nummer 19 van 4 september 2002, worden ingetrokken.

2. De in het eerste lid genoemde regelingen blijven van toepassing op aanvragen die zijn ingediend voor het moment waarop deze regeling in werking treedt.

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van het Gele katern, waarin deze regeling wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2004.

Artikel 17

Deze regeling kan worden aangehaald als ”Regeling bijdrage kosten personele gevolgen wegens beëindiging bekostiging oalt”.