rijk/ministeriele-regeling/regeling-bureau-milieugevaarlijke-stoffen/BWBR0004030/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.3 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling Bureau Milieugevaarlijke Stoffen BWBR0004030 ministeriele-regeling geldend 1987-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004030 Regeling Bureau Milieugevaarlijke Stoffen

Regeling Bureau Milieugevaarlijke Stoffen

Artikel 1

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

2. Een wijziging van de richtlijn treedt voor de toepassing van artikel 3 in werking met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uiterlijk uitvoering moet zijn gegeven.

Artikel 2

1. Er is een Bureau Milieugevaarlijke Stoffen, hierna te noemen: het bureau. Het bureau is gevestigd bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (Postbus 1, 3720 BA Bilthoven).

2. Het bureau ressorteert onder het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne en de directie Arbeidsomstandigheden van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gezamenlijk.

3.

Het bureau is samengesteld uit:

a. a. medewerkers die zijn aangesteld bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne; b. b. medewerkers die zijn aangesteld bij de directie Arbeidsomstandigheden.

4. De directeur-generaal van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne stelt, na overleg met de directeur, een van de in het derde lid, onder a, bedoelde medewerkers aan als coördinator bestaande stoffen (RIVM). Voorts stelt hij, eveneens na overleg met de directeur, een van die medewerkers aan als plaatsvervangend coördinator bestaande stoffen (RIVM). Hij voorziet, na overleg met de directeur, tevens in vervanging bij afwezigheid van de coördinator (RIVM) en de plaatsvervangend coördinator bestaande stoffen (RIVM).

5. De directeur van de directie Arbeidsomstandigheden stelt een van de in het derde lid, onder b, genoemde medewerkers aan als coördinator (SZW). Hij voorziet tevens in vervanging bij diens aanwezigheid.

Artikel 3

1.

Het bureau is belast met de uitvoering van:

a. a. de artikelen 11, 16, eerste en vierde lid, 17, 18, tweede lid, en 20, eerste lid, van de richtlijn; b. b. de artikelen 6 tot en met 11, 12, tweede en derde lid, 13 tot en met 16, 18, eerste en vierde lid, 19, tweede lid, en, voor zover van toepassing in verband met de uitvoering van hoofdstuk 2 van de wet, 56 van de wet en artikel 2b, tweede lid, van het Kennisgevingsbesluit Wet milieugevaarlijke stoffen; c. c. de artikelen 2, 16 en 18 tot en met 23 van de Regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen Wet milieugevaarlijke stoffen; d. d. de artikelen 9, derde lid, tweede en derde volzin, 10, eerste lid, derde alinea, tweede lid, eerste volzin, en derde lid, eerste alinea, en, voor zover het de toezending van de risicobeoordeling betreft, derde alinea, van de verordening; e. e.

      artikel 56, eerste, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, van de wet, voor zover deze bepalingen worden toegepast in verband met artikel 16 van de verordening;

f. f. de Circulaire risicobeoordeling bestaande stoffen met betrekking tot de risicobeoordeling.

2. De directeur en de coördinator (SZW) zijn bevoegd namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer onderscheidenlijk de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, besluiten te nemen ter uitvoering van de artikelen, genoemd in het eerste lid, onderdelen a, b en c.

3. De coördinator bestaande stoffen (RIVM) en de coördinator (SZW) zijn bevoegd namens de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, onderscheidenlijk de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besluiten te nemen ter uitvoering van de artikelen en de circulaire, genoemd in het eerste lid, onderdelen d, e, en f.

4. De coördinator bestaande stoffen (RIVM) kan onder nader door hem te bepalen voorwaarden bestanddelen van zijn bevoegdheid mandateren aan onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 3a

1. Indien de coördinator bestaande stoffen (RIVM) het voornemen heeft om bij het maken van een risicobeoordeling als bedoeld in artikel 10, derde lid, eerste alinea, van de verordening, een verklaring te doen voor de noodzaak van maatregelen ter beperking van het risico, bedoeld in bijlage V, onder 1, onder iv, eerste volzin, van Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 28 juni 1994 tot vaststelling van de beginselen voor de beoordeling van de risico's voor mens en milieu van bestaande stoffen krachtens Verordening (EEG) nr. 793/93 (PbEG L 161), geeft hij daaraan geen uitvoering dan nadat hij dit tijdig, maar ten minste veertien dagen voor de uitoefening van de bevoegdheid, heeft gemeld aan de directeur.

2.

Indien het bureau ten aanzien van nieuwe stoffen het voornemen heeft om:

a. a. bij de vaststelling van een risicobeoordeling als bedoeld in artikel 20 van de Regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen Wet milieugevaarlijke stoffen, conclusie IV als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onder d, van de Regeling risicobeoordeling nieuwe stoffen Wet milieugevaarlijke stoffen te trekken; b. b. een verzoek te doen als bedoeld in artikel 18, tweede lid, laatste volzin, van de richtlijn, geeft het bureau daaraan geen uitvoering dan nadat het de directeur daaromtrent ten minste veertien dagen tevoren heeft geïnformeerd.

Artikel 4

1. Afschrift van deze regeling zal worden gezonden aan de secretarissen-generaal van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer onderscheidenlijk van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, alsmede aan de directeuren-generaal Milieubeheer, voor de Volksgezondheid, onderscheidenlijk van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne alsmede de directeur Arbeidsomstandigheden, ter bekendmaking aan belanghebbenden, alsmede aan de hoofden van de centrale en stafafdelingen.

2. Deze regeling zal worden bekend gemaakt in de Nederlandse Staatscourant en treedt in werking op het tijdstip waarop hoofdstuk 2 van de Wet in werking treedt.

Artikel 5

De beschikking van de minister van Volksgezondheid en Milieuhygiëne van 9 september 1981, nr. 44902, directoraat-generaal voor de Milieuhygiëne, betreffende de instelling van het Bureau Milieugevaarlijke Stoffen (Stcrt. 1981, 174) wordt ingetrokken.