40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
11 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot | BWBR0037026 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-11-23 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0037026 | Regeling capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot |
Regeling capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot
Artikel 1
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder ton: kubieke meter waterverplaatsing als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978.
Artikel 2
1. De eigenaar van een in de vaart te brengen binnenschip als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Raadsverordening verzoekt de Minister om toezending van een aanmeldingsformulier.
2. Binnen veertien dagen na ontvangst van het aanmeldingsformulier zendt de eigenaar het door hem volledig en naar waarheid ingevulde en ondertekende formulier terug naar de Minister. Daarbij maakt de eigenaar de keuze bekend, bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Raadsverordening.
3. De Minister houdt een register bij van de ingediende aanmeldingen.
Artikel 3
De eigenaar van het binnenschip die voldoet aan een van de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Raadsverordening, ontvangt van de Minister daarvan een bewijs.
Artikel 4
Aanvragen om een slooppremie als bedoeld in artikel 6 van de Raadsverordening dan wel aanmeldingen van compenserende tonnage als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de Raadsverordening voor een binnenschip worden ingediend bij de Minister.
Artikel 5
Bij de indiening van een aanvraag dan wel aanmelding als bedoeld in artikel 4 legt de eigenaar met betrekking tot het desbetreffende binnenschip, ter vaststelling of dat binnenschip tot de actieve vloot behoort en bedrijfszeker is, de volgende bescheiden over:
a. a. een uittreksel uit het register, bedoeld in artikel 783 van boek 8, onderscheidenlijk artikel 193 van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek; b. b. een afschrift van de geldige meetbrief, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van het Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978; c. c. een afschrift van het geldige certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Binnenschepenwet, dan wel een afschrift van het geldige certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 1.03, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, dan wel een afschrift van het geldige certificaat afgegeven krachtens artikel 3, tweede lid, van de Schepenwet, dan wel een afschrift van het document, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de Binnenschepenwet; d. d. bewijsstukken van minimaal tien in de periode van vierentwintig maanden voorafgaande aan de dag van indiening van de aanvraag dan wel aanmelding gemaakte reizen als bedoeld in artikel 6, derde alinea, derde gedachtestreepje, van de Raadsverordening; en e. e. een afschrift van het vergunning of inschrijvingsbewijs, bedoeld in artikel 22, onderscheidenlijk 46 van de Wet vervoer binnenvaart, indien verstrekt.
Artikel 6
Bij de vaststelling of aan een van de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Raadsverordening, is voldaan en bij de vaststelling van de slooppremie wordt een gedeelte van een ton naar boven afgerond tot een hele ton, een gedeelte van een kilowatt naar boven afgerond tot een hele kilowatt en delen van guldens onderscheidenlijk euro’s naar boven afgerond tot hele guldens onderscheidenlijk euro’s.
Artikel 7
1.
Ten aanzien van een binnenschip dat wordt gesloopt:
a. a. licht de eigenaar van het binnenschip de Minister ten minste twee en zeventig uur, voordat met de daadwerkelijke sloop wordt aangevangen, daaromtrent in; b. b. is de eigenaar van het binnenschip niet gerechtigd om de romp van het binnenschip te vervreemden; c. c. laat de eigenaar van het binnenschip het binnenschip slopen overeenkomstig de aanwijzingen van een ambtenaar als bedoeld in artikel 7, onderdeel c, van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot.
2.
De eigenaar van een binnenschip levert na de daadwerkelijke sloop de volgende bescheiden bij de Minister in:
a. a. een door de eigenaar van het binnenschip, de sloper en een ambtenaar als bedoeld in artikel 7, onderdeel c, van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot naar waarheid ingevulde en ondertekende verklaring, dat de romp van het binnenschip onherstelbaar is verschroot of, wanneer het een duwboot betreft, dat de romp en de motor onherstelbaar zijn vernietigd; b. b. een door de Bewaarder der hypotheken, van het kadaster en der scheepsbewijzen afgegeven gewaarmerkt bewijs van doorhaling van de teboekstelling van het binnenschip; c. c. de meetbrief van het binnenschip als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van het Metingsbesluit Binnenvaartuigen 1978; d. d. het certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Binnenschepenwet, dan wel het certificaat van onderzoek, bedoeld in artikel 1.03, eerste lid, van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, dan wel het certificaat afgegeven krachtens artikel 3, tweede lid, van de Schepenwet, dan wel het document, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van de Binnenschepenwet; en e. e. voor zover van toepassing met betrekking tot het desbetreffende binnenschip:
1.
de verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart;
2.
het vergunning- of inschrijvingsbewijs, bedoeld in artikel 22, onderscheidenlijk 46 van de Wet vervoer binnenvaart, indien verstrekt;
3.
de bescheiden betreffende de stoomketels en andere onder druk staande vaten;
4.
het attest betreffende de installaties voor vloeibaar gemaakte gassen;
5.
de bescheiden vereist door het ADNR;
6.
het vaartijdenboek; en
7.
het olie-afgifteboekje.
-
-
de verklaring inzake het behoren tot de Rijnvaart;
-
-
-
het vergunning- of inschrijvingsbewijs, bedoeld in artikel 22, onderscheidenlijk 46 van de Wet vervoer binnenvaart, indien verstrekt;
-
-
-
de bescheiden betreffende de stoomketels en andere onder druk staande vaten;
-
-
-
het attest betreffende de installaties voor vloeibaar gemaakte gassen;
-
-
-
de bescheiden vereist door het ADNR;
-
-
-
het vaartijdenboek; en
-
-
-
het olie-afgifteboekje.
-
3. In het geval de romp van een binnenschip onherstelbaar is verschroot of, wanneer het een duwboot betreft, de romp en de motor onherstelbaar zijn vernietigd in een andere lidstaat dan Nederland of in Zwitserland, is het eerste lid niet van toepassing en levert de eigenaar in afwijking van het tweede lid, onderdeel a, na de daadwerkelijke sloop een door de bevoegde autoriteit van het desbetreffende land afgegeven verklaring in omtrent de onherstelbare verschroting van de romp van het binnenschip of, wanneer het een duwboot betreft, de onherstelbare vernietiging van de romp en de motor.
Artikel 8
De eigenaar van een binnenschip dat definitief uit de vaart is genomen in afwachting van sloop levert de volgende bescheiden bij de Minister in:
a. a. een door hem ondertekende verklaring met de exacte gegevens van de ligplaats van het binnenschip; b. b. voor zover van toepassing de bescheiden, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel e.
Artikel 9
Artikel 7, eerste lid, tweede lid, onderdelen a, b, c en d, en het derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de sloop van een binnenschip als bedoeld in artikel 8.
Artikel 10
1. De Minister houdt een register bij van de binnenschepen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Raadsverordening.
2. De artikelen 4 tot en met 9 zijn van overeenkomstige toepassing op binnenschepen als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 11
In het geval ter voldoening aan een van de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Raadsverordening, een in een andere lidstaat dan Nederland of in Zwitserland geregistreerd binnenschip is gesloopt, levert de eigenaar van het in de vaart te brengen binnenschip een door de bevoegde autoriteit van het desbetreffende land afgegeven verklaring in omtrent de vaststelling, dat aan alle vereisten met betrekking tot de sloop van een binnenschip in het kader van de oud-voor-nieuwregeling is voldaan.
Artikel 12
1. Het model van het aanmeldingsformulier, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling gevoegde bijlage 1.
2. Het model van het bewijs, bedoeld in artikel 3, wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling gevoegde bijlage 2.
3. Het model van het formulier waarmee een aanvraag om een slooppremie als bedoeld in artikel 4 wordt ingediend wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling gevoegde bijlage 3.
4. Het model van het formulier waarmee aanmelding wordt gedaan van het voornemen tot sloop van een binnenschip in het kader van compenserende tonnage als bedoeld in artikel 4 wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling gevoegde bijlage 4.
5. Het model van de verklaring, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling gevoegde bijlage 5.
6. Het model van het formulier waarmee binnenschepen worden aangemeld bij het register, bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling gevoegde bijlage 6.
Artikel 13
1. Het is de eigenaar van een binnenschip dat in afwachting van de sloop definitief uit de vaart moet worden genomen verboden het binnenschip te gebruiken voor vervoer of opslag.
2. Het is de eigenaar van een definitief uit de vaart genomen binnenschip verboden het binnenschip te verplaatsen zonder toestemming van een ambtenaar als bedoeld in artikel 7, onderdeel c, van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot.
3. Overtreding van het verbod, bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, vormt een strafbaar feit in de zin van artikel 1, onder 4o, van de Wet op de economische delicten.
Artikel 14
1. Wijzigt het Besluit aanwijzing toezichthouders en opsporingsambtenaren Rijksverkeersinspectie.
2. Wijzigt het Privacy-reglement RVI.
Artikel 15
1. De Regeling oud-voor-nieuw in Europese binnenvaart wordt ingetrokken.
2. De Sloopregeling sleep-, duw- of duwsleepboten wordt ingetrokken.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot in werking treedt.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot.
Bijlage 1
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Bijlage 2
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Bijlage 3
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Bijlage 4
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Bijlage 5
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
Bijlage 6
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.