rijk/ministeriele-regeling/regeling-communicatie-en-afmetingen-rijksbinnenwateren/BWBR0010360/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

15 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling communicatie en afmetingen rijksbinnenwateren BWBR0010360 ministeriele-regeling geldend 2018-08-28 https://wetten.overheid.nl/BWBR0010360 Regeling communicatie en afmetingen rijksbinnenwateren

Regeling communicatie en afmetingen rijksbinnenwateren

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. bijlage 1: de van deze regeling deel uitmakende bijlage 1; b. b. bijlage 2: de van deze regeling deel uitmakende bijlage 2; c. c. IVS-post: post van het Informatie- en Volgsysteem voor de scheepvaart (IVS) als aangegeven in bijlage 1; d. d. vaarweggedeelte: vaarweggedeelte waarop het Binnenvaartpolitiereglement van toepassing is; e. e. ADN: Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren; f. f. vaste tank: een met het schip verbonden tank, waarbij de tankwanden kunnen worden gevormd ofwel door de scheepsromp zelf ofwel door wanden die onafhankelijk zijn van de scheepsromp; g. g.

    *ES-RIS:* Europese standaard voor de rivierinformatiediensten.

Paragraaf 2. Meldingen met betrekking tot alle vaarweggedeelten

Artikel 2

1.

De schipper of kapitein van de volgende schepen en samenstellen, meldt zich alvorens een vaarweggedeelte dat deel uitmaakt van bijlage 1 binnen te varen elektronisch overeenkomstig de bepalingen van deel IV Standaard voor het elektronisch melden van schepen in de binnenvaart van ES-RIS:

a. a. een schip dat gevaarlijke stoffen vervoert waarop de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen van toepassing is; b. b. een tankschip, met uitzondering van bunkerschepen en bilgeboten zoals gedefinieerd onder 1.2.1 van het reglement dat als bijlage bij het ADN is gevoegd; c. c. een schip dat containers vervoert; d. d. een schip met een lengte van meer dan 110 m; e. e. een hotelschip, bedoeld in artikel 5.2 van de Binnenvaartregeling; f. f. een zeeschip, behoudens de kapitein van een zeeschip dat direct van zee komt en zich reeds overeenkomstig artikel 2 van het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart en de daarop berustende bepalingen heeft gemeld; g. g. een schip dat een LNG-systeem aan boord heeft; h. h. bijzonder transport als bedoeld in artikel 1.21, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement; i. i. een drijvend voorwerp of drijvende inrichting, waarbij het verplaatsen daarvan klaarblijkelijk geen hinder of gevaar voor de scheepvaart en geen schade aan de kunstwerken kan veroorzaken.

2.

Bij de melding bedoeld in het eerste lid worden vermeld:

a. a. naam van het schip; en bij samenstellen van alle schepen van het samenstel; b. b. uniek Europees scheepsidentificatienummer of IMO-identificatienummer voor zeeschepen; van het schip en bij samenstellen van alle schepen van het samenstel; c. c. soort vaartuig of samenstel en bij samenstellen soort vaartuig voor alle schepen, overeenkomstig bijlage 4; d. d. laadvermogen; van het schip en bij samenstellen van alle schepen van het samenstel; e. e. lengte en breedte van het schip; en bij samenstellen lengte en breedte van het samenstel en van alle schepen van het samenstel; f. f. aanwezigheid van een LNG-systeem aan boord; g. g. voor een schip dat gevaarlijke stoffen vervoert waarop de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen van toepassing is:

        1°
        de VN-nummers of stofnummers;
      
      
        2°
        de officiële benaming voor het vervoer van de gevaarlijke stoffen;
      
      
        3°
        de klasse, classificatiecode en eventueel de verpakkingsgroep;
      
      
        4°
        de totale hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen, waarop deze gegevens betrekking hebben;
      
      
        5°
        het aantal blauwe lichten/kegels;

1° 1° de VN-nummers of stofnummers; 2° 2° de officiële benaming voor het vervoer van de gevaarlijke stoffen; 3° 3° de klasse, classificatiecode en eventueel de verpakkingsgroep; 4° 4° de totale hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen, waarop deze gegevens betrekking hebben; 5° 5° het aantal blauwe lichten/kegels; h. h. voor een schip dat stoffen vervoert waarop de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen niet van toepassing is, en die niet in containers worden vervoerd: soort en hoeveelheid lading; i. i. aantal containers aan boord naar grootte en beladingstoestand (beladen of onbeladen) en de respectievelijke plaats van containers overeenkomstig het stuwplan en het containertype; j. j. containernummer van de container met gevaarlijke stoffen; k. k. aantal personen aan boord en voor zover van toepassing het aantal passagiers; l. l. positie, vaarrichting; m. m. diepgang, indien de bevoegde autoriteit hierom vraagt; n. n. route met opgave van de vertrek- en bestemmingshaven; o. o. haven waar is geladen; p. p. haven waar wordt gelost.

3.

In afwijking van het eerste lid, melden de volgende schepen de in het tweede lid genoemde gegevens, behoudens die genoemd onder l en m, op elektronische wijze, wanneer zij zich op een scheepvaartweg genoemd in bijlage 9 van het Binnenvaartpolitiereglement bevinden:

a. a. schepen en samenstellen met containers aan boord, en b. b. schepen en samenstellen waarvan ten minste één schip is bestemd voor het vervoer van goederen in vaste tanks, met uitzondering van bunkerschepen en bilgeboten zoals gedefinieerd onder 1.2.1 van het reglement dat als bijlage bij het ADN is gevoegd.

Artikel 3

1. De in artikel 2, tweede lid genoemde gegevens, met uitzondering van die genoemd onder l en m, kunnen ook vanaf een andere plaats of door een andere persoon dan de schipper of de kapitein, tijdig schriftelijk of telefonisch dan wel anderszins aan de IVS-post die op de vaarroute het eerst zal worden gepasseerd, worden medegedeeld.

2. In ieder geval meldt de schipper of kapitein het tijdstip van in- en uitvaren met zijn schip of samenstel van een vaarweggedeelte dat deel uitmaakt van bijlage 1.

Artikel 3a

Voor zover de schipper, een andere plaats of een andere persoon zich via elektronische weg meldt, geschiedt dit overeenkomstig de meest recente Standaard voor het elektronisch melden in de binnenvaart, zoals gepubliceerd door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart.

Artikel 4

De schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, meldt wanneer de vaart op een vaarweggedeelte dat deel uitmaakt van bijlage 1 gedurende meer dan twee uur wordt onderbroken, het begin en het einde van deze onderbreking aan de dichtstbijzijnde IVS-post.

Artikel 5

1. Indien de in artikel 2, tweede lid, genoemde gegevens tijdens de vaart wijzigen, wordt dit door de schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onmiddellijk aan de dichtstbijzijnde IVS-post medegedeeld, of indien sprake is van een schip als bedoeld in artikel 2, derde lid, via elektronische weg.

2. Het eerste lid is niet van toepassing op de schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, dat zich bevindt op een vaarweg benedenstrooms van km 991.7 van de Nieuwe Maas of van km 998 van de Oude Maas.

Artikel 6

De gegevens genoemd in artikel 2, tweede lid, onder a, b en c, worden door de schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onverminderd het in artikel 2 bepaalde, gemeld op het ter plaatse aangeduide marifoonkanaal bij het passeren van een sluis en bij een met teken B.11 uit bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement aangeduid meldpunt.

Artikel 6a

De bevoegde autoriteit kan een meldplicht vaststellen en wat deze inhoudt voor bunkerschepen en bilgeboten zoals gedefinieerd onder 1.2.1 van het reglement dat als bijlage bij het ADN is gevoegd, evenals schepen voor dagtochten.

Paragraaf 3. Meldingen met betrekking tot de in bijlage 2 genoemde vaarweggedeelten

Artikel 7

De schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in bijlage 2, dat vaart op een vaarweggedeelte genoemd in die bijlage, meldt zich, onverminderd het in artikel 2 bepaalde, overeenkomstig hetgeen in die bijlage is aangegeven.

Artikel 8

Andere schepen dan bedoeld in artikel 2, eerste lid, luisteren tijdens de vaart op een vaarweggedeelte genoemd in bijlage 2, uit en communiceren op het in die bijlage aangegeven marifoonkanaal.

Paragraaf 4. Toegestane afmetingen en diepgang vaarweggedeelten

Artikel 8a

De vaarwegen, en de daarop toegestane grootste lengte, breedte en diepgang van een schip of samenstel, bedoeld in artikel 9.02, eerste lid van het Binnenvaartpolitiereglement, zijn opgenomen in bijlage 3 van deze regeling.

Paragraaf 5. Slotbepalingen

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1999.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling communicatie en afmetingen rijksbinnenwateren.

Bijlage 1

[afbeelding]

Bijlage 2

Regio Rotterdam

De vaarwegen benedenstrooms van km 991.7 van de Nieuwe Maas en van km 998 van de Oude Maas

Regionale Verkeerscentrale Dordrecht

Wantij, van Prins Hendrikbrug tot de Beneden Merwede

Regionale Verkeerscentrale Dordrecht

Regionale Verkeerscentrale Dordrecht

Operationele voormelding

Regionale Verkeerscentrale Dordrecht

Vertrekkende en verhalende zeeschepen

Regio Amsterdam

De vaarwegen ten westen van km 26.5 van het afgesloten IJ tot aan de kustlijn en behorende tot het beheersgebied van de Gemeenschappelijke Regeling Centraal Nautisch Beheer Noorzeekanaalgebied.

Verkeerscentrale Schellingwoude

Verkeerspost Wijk bij Duurstede

sector Maarssen: Amsterdam-Rijnkanaal km 28,6 tot km 36,5

Verkeerspost Wijk bij Duurstede

Verkeerspost Wemeldinge

Operationele melding Oosterschelde-stroomgebied

Administratieve voormelding Waddenzee buiten de VTS-gebieden

Operationele melding Waddenzee buiten:

Verkeerspost Schiermonnikoog

Verkeerspost Tiel

Verkeerspost Nijmegen

Bijlage 3. Toegestane afmetingen van een schip of een samenstel op de vaarwegen, als bedoeld in

^1 Bij een waterstand te Harlingen van NAP +0,75 m of zoveel minder dan de verwachte waterstand te Harlingen tijdens de passage lager is.

^2 Bij waterstand = -0,60 m NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan -0,60 m NAP.

^1 Op het pand Geldersche IJssel  Eefde (voorpand) evenveel minder dan 2,80 m als de buitenwaterstand sluis Eefde lager is dan NAP + 3,20 m.

^1 Schepen die gebruik maken van de hefopening in de spoor- en verkeersbrug Zutphen (km 928,150) moeten rekening houden met de volgende beperkingen: a. de bodem ligt op ca. NAP +0,50 m, d.w.z. ongeveer 0,50 m hoger dan overigens in dat riviervak; b. de bodembreedte op NAP +0,50 m is slechts 8 m; c. eerst op ca NAP +2,50 m is een breedte van 12 m aanwezig; d. bij doorvaart hiervan is een sterke waterspiegeldaling mogelijk.

^2 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

^3 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP. De drempeldiepte van de Meppelerdiep-brug ligt op NAP 3,50 m. De keersluis in Zwartsluis wordt gesloten bij een waterstand hoger dan NAP +0,50 m en bij een waterstand lager dan NAP 0,50 m.

^1 Of zoveel minder dan de buiten- of de binnenwaterstand lager is dan NAP +7,20 m.

^1 Bij een waterstand van NAP 0,50 m of hoger of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP 0,50 m.

^2 Bij een waterstand te Harlingen van NAP +0,66 m of zoveel minder dan de verwachte waterstand te Harlingen tijdens de passage lager is.

^3 Bij waterstand = -0,60 m NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan -0,60 m NAP.

^1 Bij een waterstand van NAP -0,60 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan -0,60 NAP.

^2 Bij een waterstand van NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

^1 Bij een waterstand van NAP 0,60 m op het Amsterdam-Rijnkanaal of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP 0,60 m.

^2 Bij een waterstand van NAP 0,60 m op het Lekkanaal of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP 0,60 m.

^3 Bij een waterstand van NAP +1,35 m of hoger of zoveel minder als de waterstand op de Lek bij de Koninginnensluis is.

^1 Bij een waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP. Bij gesloten Algerakering is het gebruik van de naastgelegen schutsluis door een schip of samenstel langer dan 110 m niet mogelijk.

^2 Bij een waterstand t.o.v. NAP, of zoveel hoger of zoveel minder dan de waterstand t.o.v. NAP.

^3 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

^4 Uitsluitend ledige schepen.

^5 Het voortbewegen van zee-pontons met behulp van sleepboten met een tros verbonden en/of in combinatie met een duwboot, voldoende om goed te kunnen manoeuvreren en veilig aan het scheepvaartverkeer te kunnen deelnemen.

^1 Bij een waterstand hoger dan of gelijk aan NAP 0,75 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP 0,75 m.

^2 Bij een waterstand hoger dan of gelijk aan NAP 0,55 m of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP 0,55 m met dien verstande dat deze diepgang slechts is toegestaan voor schepen die vanaf de Westerschelde komen met als directe bestemming loswal Kaai 85 te Schore, alsmede voor schepen die vertrekken vanaf deze loswal met als directe bestemming Westerschelde.

^3 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

^4 Bij waterstand Oosterschelde-zijde NAP 1,50 m of hoger.

^5 Kielspeling 10% van de waterdiepte.

^1 Sluis Linne. Of zoveel minder dan de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP +16,95 m.

^2 Sluis Roermond. Of zoveel minder dan de waterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP +14,20 m.

^3 Sluis Grave. Maas tussen Grave (boven de sluis) en km 182 (brug A50) een maximale toegelaten diepgang van 3,20 m of zoveel meer dan de waterstand bij Grave-Beneden hoger is dan NAP +5,20 m.

^4 Sluis Lith, zuidkolk. Bij een waterstand NAP +1 m of zoveel minder dan de buitenwaterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP +1 m.

^5 Sluis Lith, noordkolk. Bij een waterstand van NAP of zoveel minder dan de buitenwaterstand in het benedentoeleidingskanaal lager is dan NAP of zoveel minder dan de waterstand in het boventoeleidingskanaal lager is dan NAP +4,50 m.

^6 Bij een waterstand NAP +1 m of zoveel minder dan de waterstand bij sluis St. Andries v.w.b. de Maaszijde lager is dan NAP +1 m dan wel v.w.b. de Waalzijde lager is dan NAP +2 m.

^7 Bij waterstand = NAP of zoveel minder dan de waterstand lager is dan NAP.

^8 Bij een waterstand van NAP +0,70 m of zoveel minder als de waterstand minder is dan NAP +0,70 m.

Bijlage 4. Lijst van de soorten vaartuigen en samenstellen

Naam: