40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
14 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling defensiesubsidies | BWBR0013110 | ministeriele-regeling | geldend | 2011-10-04 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013110 | Regeling defensiesubsidies |
Regeling defensiesubsidies
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. minister: Minister van Defensie; b. b. subsidie: aanspraak op financiële middelen, door de minister verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het ministerie geleverde goederen of diensten.
Paragraaf 2. Algemene subsidiebepalingen
Artikel 2
Een subsidie die wordt verleend ten laste van een begroting van de uitgaven van het Rijk van het Ministerie van Defensie die nog niet is vastgesteld wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
Artikel 3
Bij gehele of gedeeltelijke beëindiging van de gesubsidieerde activiteiten is de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd aan de minister. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald rekening houdende met de verstrekte subsidie, de duur van de subsidiëring en de mate waarin het subsidiebedrag voor het beoogde doel is aangewend.
Artikel 4
De beschikking tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval:
a. a. de voorwaarde, bedoeld in artikel 2; b. b. de verplichting, bedoeld in artikel 3, waarbij nader wordt aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald; c. c. de termijn, waarbinnen de aanvraag tot vaststelling van de subsidie moet worden ingediend, in gevallen waarin de subsidie € 25.000 of meer bedraagt; en d. d. de voorschotverlening, in gevallen waarin voorschotten op de subsidie worden verleend.
Artikel 5
De minister onderwerpt de subsidieverstrekking elke vijf jaren aan een evaluatieonderzoek, indien subsidie wordt verstrekt gedurende meer dan vijf jaren. De resultaten van dit onderzoek bepalen mede de aanspraak op subsidieverstrekking in het daaropvolgende jaar.
Paragraaf 2a. Subsidies tot € 25.000
Artikel 5a
1. Het verstrekken van subsidies lager dan € 25.000 vindt plaats in de vorm van een vast bedrag dat wordt bepaald op basis van gegevens die worden ingediend bij de aanvraag.
2.
Indien een subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt wordt:
a. a. direct een beschikking tot subsidievaststelling gegeven, of b. b. een beschikking tot subsidieverlening gegeven, met vermelding van de datum waarop de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht en van de datum waarop de subsidie uiterlijk ambtshalve wordt vastgesteld.
Artikel 5b
Bij het verstrekken van een subsidie als bedoeld in artikel 5a, tweede lid, onder b, wordt aan de subsidie de verplichting voor de subsidieontvanger verbonden om:
a. a. onverwijld een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel vóór de in de beschikking vermelde datum waarop deze uiterlijk moeten zijn verricht zullen worden verricht of dat vóór die datum niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan; en b. b. desgevraagd, op door de subsidieverstrekker van tevoren aangegeven wijze, aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
Artikel 5c
1.
Bij het verstrekken van een subsidie lager dan € 25.000 wordt aan de subsidie geen verplichting voor de subsidieontvanger verbonden tot:
a. a. het bijhouden of het overleggen van een administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht; b. b. het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onderdeel f, van de Algemene wet bestuursrecht; en c. c. het overleggen van een door een accountant opgesteld stuk.
2. Aan een subsidie lager dan € 25.000 wordt geen verplichting verbonden tot het overleggen van een tussentijds voortgangsverslag.
Paragraaf 2b. Subsidies van € 25.000 tot € 125.000
Artikel 5d
1. Het verstrekken van subsidies van € 25.000 tot € 125.000 vindt plaats in de vorm van een vast bedrag of een vast bedrag voor een nog te verrichten prestatie-eenheid, dat wordt bepaald op basis van gegevens die worden ingediend bij de aanvraag.
2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in het eerste lid zijn de artikelen 5b en 5c, eerste lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, indien op grond van artikel 5f een verklaring inzake werkelijke uitgaven en inkomsten wordt gevraagd, artikel 5c, eerste lid, onderdeel a, geen toepassing vindt.
3. Indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt meer dan 12 maanden bedraagt, wordt een tussentijds voortgangsverslag ten hoogste één keer per periode van 12 maanden gevraagd.
Artikel 5f
1. Indien bij een subsidieverstrekking tussen € 25.000 en € 125.000 de uitgaven en inkomsten ter zake van de te verrichten activiteiten in verband met de aard van die activiteiten zodanig ongewis zijn dat een realistische begroting niet vereist kan worden, kan worden bepaald dat de subsidieontvanger op basis van een verklaring inzake werkelijke uitgaven en inkomsten mag aantonen dat de activiteiten zijn verricht.
2.
In de verklaring geeft de subsidieontvanger niet meer aan dan:
a. a. dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend zijn verricht, voorzien van een korte toelichting; b. b. dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan; c. c. wat het totale bedrag van de gerealiseerde subsidiabele kosten is; d. d. wat, in voorkomend geval, de stand van de egalisatiereserve is; e. e. wat het totale bedrag van de gerealiseerde opbrengsten, inclusief bijdragen van derden, is; en f. f. wat het totale bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage is.
Paragraaf 2c. Subsidies van € 125.000 of meer
Artikel 5g
1. Bij subsidieverstrekking van € 125.000 of meer, wordt aan een subsidie de verplichting voor de subsidieontvanger verbonden om onverwijld een schriftelijke melding te doen zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel vóór de in de beschikking vermelde datum waarop deze uiterlijk moeten zijn verricht zullen worden verricht of dat vóór die datum niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan.
2. Indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt meer dan 12 maanden bedraagt, wordt een tussentijds voortgangsverslag ten hoogste één keer per periode van 12 maanden gevraagd.
Paragraaf 2d. Toepassing van
Artikel 5h
Paragraaf 2a kan overeenkomstig worden toegepast op subsidies van € 25.000 of meer indien uit een risicoanalyse blijkt dat daartegen geen bezwaar bestaat.
Paragraaf 3. Per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Bij de verstrekking van een subsidie in de exploitatiekosten houdt de minister rekening met de volgende ontvangsten:
a. a. inkomsten uit eigen activiteiten, zoals collectes, mailing acties, nalatenschappen, brutowinst uit verkoop van activa en overige activiteiten; b. b. inkomsten uit door derden georganiseerde activiteiten; c. c. beleggings- en renteopbrengsten; d. d. subsidies, niet door de minister verstrekt, onderscheiden naar subsidiegever.
Artikel 8
1. Op subsidies die per boekjaar aan rechtspersonen worden verstrekt is afdeling 4.2.8. van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing indien de subsidie € 125.000 of meer per boekjaar bedraagt
2. Ten aanzien van een subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt bij de subsidieverlening bepaald dat de in artikel 4:78, eerste lid, bedoelde opdracht tevens strekt tot onderzoek van de naleving van aan de subsidie verbonden verplichtingen.
3. Het onderzoek, bedoeld in het tweede lid, vindt plaats overeenkomstig het controleprotocol, dat bij deze regeling behoort. De bevindingen van de accountant worden vastgelegd in een accountantsverklaring en een rapport van bevindingen overeenkomstig de modellen, die bij deze regeling behoren.
Artikel 9
1. Indien een rechtspersoon die zich de ondersteuning van een of meer gesubsidieerde rechtspersonen tot doel stelt aan de subsidieontvanger goederen ter beschikking stelt, betaalt de subsidieontvanger voor het ter beschikking stellen een vergoeding die niet hoger is dan het bedrag dat op grond van de historische kostprijs berekend wordt, rekening houdend met de voor de subsidieontvanger geldende afschrijvingspercentages.
2.
Indien een rechtspersoon die zich de ondersteuning van een of meer gesubsidieerde rechtspersonen tot doel stelt aan de subsidieontvanger diensten levert, betaalt de subsidieontvanger voor deze diensten een vergoeding:
a. a. die, voor zover het betreft diensten die in het algemeen door soortgelijke subsidieaanvragers in eigen beheer worden verricht, niet hoger is dan het bedrag dat gelijk is aan de kosten die de subsidieaanvrager zou hebben gehad bij het verrichten van de diensten in eigen beheer; b. b. die, voor zover het andere diensten betreft, niet hoger is dan het bedrag dat voor het doen verrichten van dergelijke diensten door andere dan dergelijke rechtspersonen gebruikelijk kan worden geacht.
Artikel 10
De subsidieontvanger, die aan derden goederen ter beschikking stelt of voor derden diensten verricht, brengt een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is, tenzij het hier betreft personen voor wie de gesubsidieerde activiteiten bestemd zijn.
Artikel 11
Vervallen
Paragraaf 4. Mandaat
Artikel 12
1. Mandaat tot het nemen van besluiten ter uitvoering van deze regeling wordt verleend aan de secretaris-generaal van het ministerie.
2. Het mandaat omvat niet het beslissen op een bezwaarschrift.
Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 13
De Interimregeling subsidies Defensie wordt ingetrokken.
Artikel 14
1. Deze regeling is niet van toepassing op subsidies die voorafgaande aan 1 januari 2002 zijn verleend of zijn vastgesteld.
2. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde subsidies blijft de Interimregeling subsidies Defensie, zoals deze luidde op de dag voorafgaande aan haar intrekking, van kracht.
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling defensiesubsidies.
Bijlage . Controleprotocol als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Regeling defensiesubsidies
Bij de controle, op basis waarvan de rapportage, bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Regeling defensiesubsidies plaatsvindt, dient speciale aandacht te worden gegeven aan de uitvoering van de artikelen 3, 9 en 10 van de Regeling defensiesubsidies. Onder speciale aandacht wordt verstaan: controle, waarbij nadrukkelijk wordt bezien of de desbetreffende voorschriften zijn nageleefd. In dit geval moet dus verder worden gegaan dan bij de controle die normaal bij de controle van een jaarrekening wordt uitgeoefend.
Voorts dient normale aandacht te worden gegeven aan de uitvoering van de artikelen 4:69 en 4:70 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede van artikel 7 van de Regeling defensiesubsidies. Onder normale aandacht wordt verstaan: controle met dezelfde diepgang als de controle die door de accountant in acht genomen wordt bij de controle van de jaarrekening.
De beschikking tot subsidieverlening bevat een omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend. Ook zullen in de beschikking tot subsidieverlening aanvullende subsidieverplichtingen zijn opgenomen. Van de accountant wordt verwacht dat hij kennis neemt van deze beschikking en dat hij de naleving van de daarin opgenomen subsidieverplichtingen in zijn controle betrekt.
Met betrekking tot de aandacht die door de accountant aan de naleving van de aan subsidie verbonden verplichtingen moet worden gegeven, wordt het volgende opgemerkt. Het is geenszins de bedoeling dat door de accountant op grond van dit artikel een doelmatigheidsonderzoek wordt gedaan. Van de accountant wordt verwacht dat hij zich bij zijn oordeelsvorming laat leiden door binnen het maatschappelijk verkeer algemeen aanvaarde uitgangspunten met betrekking tot het financieel beheer. Met andere woorden, een oordeel of de subsidieontvanger zich als `een goed huisvader' over de toegewezen gelden heeft ontfermd.
De accountant stelt zijn verklaring op in overeenstemming met het in bijlage opgenomen model.
In de verklaring noemt de accountant de beschikking(en) waarbij de subsidie is verleend. Als in de subsidiedeclaratie/jaarrekening al melding wordt gemaakt van deze beschikkingen, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.
Voor zover de instelling subsidieverplichtingen niet heeft nageleefd maakt de accountant daarvan melding in zijn verklaring. Als de leiding van de instelling in de subsidiedeclaratie/jaarrekening al melding maakt van de subsidiebepalingen die niet zijn nageleefd, mag de accountant daarnaar verwijzen met behulp van paragraaf-, paginanummers of dergelijke.