rijk/ministeriele-regeling/regeling-educatieve-minor-beroepsonderwijs-20132016/BWBR0033796/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8.3 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling educatieve minor beroepsonderwijs 20132016 BWBR0033796 ministeriele-regeling geldend 2013-08-31 https://wetten.overheid.nl/BWBR0033796 Regeling educatieve minor beroepsonderwijs 20132016

Regeling educatieve minor beroepsonderwijs 20132016

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • bve-instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • educatieve minor beroepsonderwijs: tot een vakbacheloropleiding behorend keuzeminorprogramma van 30 studiepunten als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek gericht op het verwerven van basiskennis en vaardigheden betrekking hebbend op lesgeven in het beroepsonderwijs, waarvan ten minste 50% van het curriculum in de praktijk wordt gevolgd;

  • hogeschool: hogeschool als bedoeld in de onderdelen c en g van de bijlage behorende bij artikel 1.8, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

  • lerarenopleiding: opleiding aan een hogeschool die opleidt tot een tweedegraads bevoegdheid tot lesgeven in het voortgezet onderwijs of het beroepsonderwijs en volwasseneducatie;

  • minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; a. samenwerkingsverband educatieve minor: samenwerkingsverband dat als doel heeft een educatieve minor beroepsonderwijs tot stand te brengen, bestaande uit ten minste:

        a.
        één hogeschool die zowel een vakbacheloropleiding als een lerarenopleiding aanbiedt of één hogeschool die een vakbacheloropleiding aanbiedt en één hogeschool die een lerarenopleiding aanbiedt; en
    
    
        b.
        één vo-school en één bve-instelling of één agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
    

a. a. één hogeschool die zowel een vakbacheloropleiding als een lerarenopleiding aanbiedt of één hogeschool die een vakbacheloropleiding aanbiedt en één hogeschool die een lerarenopleiding aanbiedt; en b. b. één vo-school en één bve-instelling of één agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • vakbacheloropleiding: bacheloropleiding als bedoeld in artikel 7.3a, tweede lid, onder a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek die is opgenomen in de bijlage bij deze regeling;
  • vo-school: uit s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs.

Artikel 2

1. De minister kan subsidie verstrekken voor personele kosten van activiteiten van een samenwerkingsverband educatieve minor, die gericht zijn op het tot stand brengen van één of meerdere educatieve minors beroepsonderwijs binnen één of meerdere vakbacheloropleidingen die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

2.

Onder de activiteiten wordt in ieder geval verstaan:

a. a. organisatieactiviteiten, gericht op nadere uitwerking van de samenwerking, de organisatie en de taak- en verantwoordelijkheidsverdeling; b. b. ontwerpactiviteiten, gericht op het vormgeven van een of meerdere educatieve minors beroepsonderwijs of het omvormen van een bestaande minor tot een educatieve minor beroepsonderwijs; c. c. wervings- en begeleidingsactiviteiten, gericht op het werven van studenten voor de minor en op de begeleiding van deze studenten door een vo-school of bve-instelling bij het praktijkdeel van de educatieve minor; d. d. implementatie- en borgingsactiviteiten, gericht op de voortzetting van de samenwerking waardoor de minor zowel inhoudelijk als financieel een regulier onderdeel wordt van de opleiding.

Artikel 3

1. De subsidie wordt verstrekt voor de periode van 1 december 2013 tot en met 31 december 2016.

2. Subsidieverstrekking vindt plaats in twee perioden. De eerste periode vangt aan in december 2013 en eindigt op 31 december 2015. De tweede periode vangt aan in december 2014 en eindigt op 31 december 2016.

Artikel 4

1. Subsidie kan worden aangevraagd door het bevoegd gezag van de hogeschool die een vakbacheloropleiding aanbiedt waarbinnen de educatieve minor beroepsonderwijs wordt vormgegeven en die in die hoedanigheid deel uitmaakt van een samenwerkingsverband educatieve minor.

2. De subsidieaanvraag wordt ingediend met behulp van het aanvraagformulier regeling educatieve minor beroepsonderwijs 20132016 dat via de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs beschikbaar wordt gesteld.

3. Het in het eerste lid bedoelde bevoegd gezag kan per periode slechts één aanvraag indienen.

4. Bij de aanvraag dient de subsidieaanvrager een samenwerkingsovereenkomst, een plan van aanpak met in ieder geval een tijdpad en een begroting in.

5.

In de samenwerkingsovereenkomst zijn de afspraken tussen de deelnemende partijen in het samenwerkingsverband vastgelegd. De samenwerkingsovereenkomst bevat in ieder geval:

a. a. een beschrijving van het doel van de samenwerking; b. b. de beoogde resultaten, in termen van het aantal studenten dat de minor volgt en succesvol afrondt en het verwachte percentage minorstudenten dat doorstroomt naar lerarenopleidingen; c. c. afspraken over de inzet en verdeling van middelen; d. d. een machtiging met betrekking tot het penvoerderschap, waarbij het bevoegd gezag, bedoeld in het eerste lid, door de overige partners van het samenwerkingsverband wordt gemachtigd hen te vertegenwoordigen.

6. In het plan van aanpak worden alle door het samenwerkingsverband te verrichten activiteiten beschreven, waaronder de activiteiten, bedoeld in artikel 2, tweede lid.

7. De begroting bevat een overzicht van de geraamde inkomsten en uitgaven die betrekking hebben op de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd.

Artikel 5

1. De aanvraag voor subsidie voor de eerste periode kan worden ingediend van 1 oktober 2013 tot en met 31 oktober 2013.

2. De aanvraag voor subsidie voor de tweede periode kan worden ingediend van 1 september 2014 tot en met 30 september 2014.

Artikel 6

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is per periode € 2.000.000 beschikbaar.

Artikel 7

De te verstrekken subsidie bedraagt ten hoogste 100% van de ingediende begroting, met dien verstande dat de subsidie per subsidieontvanger ten hoogste € 150.000 bedraagt.

Artikel 8

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling, als datum van ontvangst geldt.

Artikel 9

1. De minister beslist uiterlijk op 31 december 2013 op een aanvraag voor subsidie in de eerste periode.

2. De minister beslist uiterlijk op 31 december 2014 op een aanvraag voor subsidie in de tweede periode.

3. De betaling van het subsidiebedrag vindt plaats in december 2013 indien het subsidie in de eerste periode betreft en in december 2014 indien het subsidie in de tweede periode betreft.

Artikel 10

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

    1. De activiteiten dienen uiterlijk te zijn uitgevoerd op 31 december 2015 indien het subsidie in de eerste periode betreft en uiterlijk op 31 december 2016 indien het subsidie in de tweede periode betreft.
    1. De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken, waaronder een monitoronderzoek, die erop gericht zijn de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het door of namens de minister te voeren beleid.
    1. De melding, bedoeld in artikel 9 van de Regeling OCW-subsidies, geschiedt aan de Dienst Uitvoering Onderwijs.

Artikel 11

Het eventueel niet voor de activiteiten aangewende deel van de subsidie kan, mits de activiteiten zijn uitgevoerd, worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2018.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling educatieve minor beroepsonderwijs 20132016.

Bijlage . behorende bij