rijk/ministeriele-regeling/regeling-eisen-praktijk-examens-d-en-e-bij-d/BWBR0008043/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

180 lines
7.4 KiB
Markdown

---
titel: Regeling eisen praktijk-examens D en E bij D
bwb_id: BWBR0008043
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1996-06-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0008043
citeertitel: Regeling eisen praktijk-examens D en E bij D
---
# Regeling eisen praktijk-examens D en E bij D
### Artikel 1
De aanvrager van het praktijk-examen dient blijk te geven in staat te zijn na te gaan of er met het examenvoertuig veilig gereden kan worden. De hierna genoemde punten komen aan de orde:
a. a.
het verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;
b. b.
het afstellen van de spiegels en, indien aanwezig, de veiligheidsgordel en de hoofdsteun;
c. c.
nagaan of de portieren gesloten zijn.
### Artikel 2
Naast de punten van artikel 1 moet de aanvrager in staat zijn een selectie van de hierna genoemde handelingen uit te voeren:
a. a.
controle van de banden en bandenspanning;
b. b.
controle van de verlichting, reflectoren en richtingaanwijzers;
c. c.
controle van de stuurinrichting;
d. d.
controle van de positie en functie van de diverse bedieningsorganen, schakelaars, controlelampjes en meters;
e. e.
controle van de remmen;
f. f.
controle van het oliepeil;
g. g.
controle van de claxon;
h. h.
controle van de koelvloeistof, remvloeistof en ruitensproeiervloeistof;
i. i.
controle van het controleapparaat als bedoeld in bijlage I van verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (PbEG L 370) en de snelheidsbegrenzer.
### Artikel 3
Tijdens het praktijk-examen dient de aanvrager blijk te geven in staat te zijn om in verkeerssituaties op veilige wijze:
a. a.
de kant van de weg of de parkeerruimte te verlaten;
b. b.
op het juiste weggedeelte en met aanpassing van de snelheid aan de weg- en verkeersomstandigheden aan het verkeer deel te nemen;
c. c.
te rijden op rechte weggedeelten;
d. d.
bochten te rijden;
e. e.
afstand te houden ten opzichte van andere voertuigen;
f. f.
van rijstrook te veranderen en andere zijdelingse verplaatsingen uit te voeren;
g. g.
andere weggebruikers in te halen, alsook obstakels voorbij te rijden;
h. h.
juist te handelen ten opzichte van tegenliggers, ook bij wegversmallingen;
i. i.
door overige weggebruikers tegemoet gekomen en ingehaald worden;
j. j.
in diverse omstandigheden in te halen;
k. k.
een overweg te naderen en op te rijden;
l. l.
te rijden nabij en op bijzondere weggedeelten, zoals woonerven, voetgangersoversteekplaatsen, tram- en bushaltes;
m. m.
een kruispunt te naderen en op te rijden;
n. n.
rechts of links af te slaan bij kruispunten of om de weg te verlaten;
o. o.
de invoegstrook van de doorgaande rijbaan op te rijden (invoegen) en van de doorgaande rijbaan de uitvoegstrook (uitvoegen);
p. p.
een rotonde te berijden;
q. q.
een aantal bijzondere verrichtingen (vaardigheden) uit te voeren met het voertuig.
### Artikel 4
De aanvrager dient tijdens het praktijk-examen blijk te geven inzicht te hebben ten aanzien van de in artikel 3 genoemde handelingen en manoeuvres door middel van:
a. a.
het letten op tekens en overige aanduidingen op de weg;
b. b.
het tijdig en op juiste wijze geven van signalen aan de overige weggebruikers en tijdig en op juiste wijze te reageren op signalen van de overige weggebruikers;
c. c.
het adequaat reageren in gevaarlijke situaties;
d. d.
het tijdig en op juiste wijze reageren op tekens en aanwijzingen van verkeersagenten e.d.;
e. e.
het naar behoren rekening te houden met andere weggebruikers, met name kwetsbare weggebruikers als voetgangers en fietsers, en op te letten in situaties waarin ander verkeer kan worden verwacht (kijkgedrag);
f. f.
rekening te houden met weg- en weersomstandigheden;
g. g.
het op de juiste wijze verlenen van voorrang aan bestuurders en het voor laten gaan van weggebruikers die daar recht op hebben;
h. h.
het innemen van de juiste plaats op de weg voor het uitvoeren van voorgenomen handelingen zoals inhalen, afslaan en stoppen, en het daarvoor geschikte dan wel bestemde weggedeelte te kiezen;
i. i.
het houden van voldoende volgafstand ten opzichte van de overige bestuurders en weggebruikers;
j. j.
te rijden met een veilige, aan de verkeersomstandigheden aangepaste snelheid en daarbij de geldende maximumsnelheid niet te overschrijden.
### Artikel 5
De aanvrager dient bij het uitvoeren van de in de artikelen 3 en 4 genoemde examenonderdelen blijk te geven:
a. a.
rekening te houden met het vervoer van personen;
b. b.
het ontkoppelings- en schakelmechanisme van het voertuig op juiste en economische wijze te bedienen;
c. c.
op juiste wijze zowel versnellend als vertragend over te schakelen;
d. d.
zowel de gastoevoer als de remorganen van het voertuig op juiste en economische wijze te bedienen;
e. e.
de verlichtings-, waarschuwings- en andere hulpapparatuur tijdig en op de juiste wijze te bedienen;
f. f.
het voertuig behoorlijk te beheersen door het tonen van voldoende stuurvastheid;
g. g.
onder alle omstandigheden rekening te houden met de aard en omvang van het voertuig en de beperkingen van het gezichtsveld;
h. h.
tijdig en op doelmatige wijze de snelheid van het voertuig te vertragen, te remmen en te stoppen.
### Artikel 6
De in artikel 3, onder q, bedoelde bijzondere verrichtingen bestaan voor de categorie D uit:
a. a.
het voor aanvang van het praktijk-examen uitvoeren van de noodzakelijke voorbereidings- en controlehandelingen (remsystemen, stuurbekrachtiging, snelheidsvertragingssystemen) zowel aan als in het voertuig;
b. b.
de juiste bediening van het controleapparaat als bedoeld in bijlage I van verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad van 20 december 1985 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer (PbEG L 370);
c. c.
het op juiste en veilige wijze in- of uitstappen;
d. d.
het in een rechte lijn achteruit rijden;
e. e.
het achteruitrijden van aangegeven bochten;
f. f.
het achteruit inparkeren van het voertuig;
g. g.
het met het voertuig maken van een halve draai in een vloeiende beweging binnen een beperkte ruimte (keren);
h. h.
het voertuig zonder fouten op een helling tot stilstand brengen en weer optrekken;
i. i.
het op juiste wijze stoppen bij een bushalte;
j. j.
het op juiste wijze beproeven van de werking van de remmen;
k. k.
het na afloop van de rit uitvoeren van de noodzakelijke controlehande-lingen zowel aan als in het voertuig;
l. l.
het op juiste wijze treffen van bijzondere maatregelen voor de veiligheid van het voertuig.
### Artikel 7
De in artikel 3, onder q, genoemde bijzondere verrichtingen bestaan voor de categorie E bij D uit:
a. a.
de verrichtingen genoemd in artikel 6;
b. b.
het aan en afkoppelen van de aanhanger.
### Artikel 8
Het CBR verstrekt na afloop van het praktijk-examen aan de aanvrager een uitslagformulier waarop het resultaat van het examen is vermeld. Bij een onvoldoende examen zal tevens worden aangegeven aan welke eisen niet werd voldaan.
### Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 1996.
### Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen praktijk-examens D en E bij D.