rijk/ministeriele-regeling/regeling-eisen-praktijkexamens-rijbewijscategorie-a/BWBR0015603/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.8 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorie A BWBR0015603 ministeriele-regeling geldend 2003-09-30 https://wetten.overheid.nl/BWBR0015603 Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorie A

Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorie A

Artikel 1

De aanvrager van het praktijkexamen Voertuigbeheersing dient er blijk van te geven een selectie van de hierna genoemde vaardigheden te beheersen:

a. a. het voertuig zonder hulp van de motor aan de hand voorwaarts meevoeren, dit vervolgens achteruit in een (denkbeeldig) parkeervak manoeuvreren, en op juiste wijze op de standaard plaatsen. De motor vervolgens van de standaard halen en vooruit verder lopen; b. b. het op juiste wijze rijden van een slalom met geringe snelheid; c. c. het op juiste wijze rijden van een denkbeeldige acht; d. d. het op juiste wijze maken van een halve draai in een vloeiende beweging binnen een beperkte ruimte; e. e. het op juiste wijze stapvoets rijden in een rechte lijn; f. f. het op juiste wijze wegrijden, direct gevolgd door een haakse bocht; g. g. het op juiste wijze binnen een aangegeven afstand wegrijden, versnellen, vertragen, onmiddellijk gevolgd door het op juiste wijze uitvoeren van een slalom; h. h. het op juiste wijze uitvoeren van een uitwijkmanoeuvre; i. i. het op juiste wijze rijden van een slalom met hogere snelheid; j. j. het op juiste wijze uitvoeren van een maximale remming (noodstop); k. k. het op juiste wijze uitvoeren van een remming met een vooraf bepaalde lengte (precisiestop); l. l. het op juiste wijze stoppen bij een aangegeven snelheid (stopproef).

Artikel 2

De aanvrager van het praktijkexamen Verkeersdeelneming moet in staat zijn een selectie van de hierna genoemde handelingen uit te voeren bij aanvang van dat examen:

a. a. controle op juiste bevestiging van de helm; b. b. controle op de juiste afstelling van de spiegels; c. c. controle van de banden en bandenspanning; d. d. controle van de verlichting, reflectoren en richtingaanwijzers; e. e. controle van de stuurinrichting; f. f. controle van de positie en functie van de diverse bedieningsorganen, schakelaars, controlelampjes en meters; g. g. controle van de remmen, vloeistofniveaus en accu; h. h. controle van het oliepeil; i. i. controle van de claxon; j. j. controle van de wielophanging en aandrijving.

Artikel 3

Tijdens het praktijkexamen Verkeersdeelneming dient de aanvrager blijk te geven in staat te zijn om in verkeerssituaties op veilige wijze:

a. a. de kant van de weg of de parkeerruimte te verlaten; b. b. op het juiste weggedeelte en met aanpassing van de snelheid aan de weg- en verkeersomstandigheden aan het verkeer deel te nemen; c. c. te rijden op rechte weggedeelten; d. d. bochten te rijden; e. e. van rijstrook te veranderen en andere zijdelingse verplaatsingen uit te voeren; f. f. andere weggebruikers in te halen, alsook obstakels voorbij te rijden; g. g. juist te handelen ten opzichte van tegenliggers, ook bij wegversmallingen; h. h. door overige weggebruikers tegemoet gekomen en ingehaald worden; i. i. een overweg te naderen en veilig over te steken; j. j. te rijden nabij en op bijzondere weggedeelten, zoals erven, in- en uitritten, voetgangersoversteekplaatsen, tram- en bushaltes; k. k. een kruispunt te naderen en over te steken; l. l. rechts of links af te slaan op kruispunten; m. m. via de invoegstrook de doorgaande rijbaan op te rijden (invoegen) en via de uitvoegstrook de doorgaande rijbaan te verlaten (uitvoegen); n. n. een rotonde te berijden; o. o. te rijden in tunnels.

Artikel 4

De aanvrager dient tijdens het praktijkexamen Verkeersdeelneming blijk te geven inzicht te hebben ten aanzien van de in artikel 3 genoemde handelingen en manoeuvres door middel van:

a. a. het letten op tekens en overige aanduidingen op de weg; b. b. het tijdig en op juiste wijze geven van signalen aan de overige weggebruikers en tijdig en op juiste wijze te reageren op signalen van de overige weggebruikers; c. c. het adequaat reageren in gevaarlijke situaties en op onjuist gedrag van derden; d. d. het tijdig en op juiste wijze reageren op tekens en aanwijzingen van bevoegde personen; e. e. het permanent rekening te houden met (mogelijke) andere weggebruikers, in het bijzonder kwetsbare weggebruikers als voetgangers, fietsers e.d.; f. f. rekening te houden met weg- en weersomstandigheden; g. g. het op de juiste wijze verlenen van voorrang aan bestuurders en het voor laten gaan van weggebruikers die daar recht op hebben; h. h. het innemen van de juiste plaats op de weg voor het uitvoeren van voorgenomen handelingen zoals inhalen, afslaan en stoppen, en het daarvoor geschikte dan wel bestemde weggedeelte te kiezen; i. i. het houden van voldoende volgafstand ten opzichte van de overige weggebruikers; j. j. te rijden met een veilige, aan de verkeersomstandigheden aangepaste snelheid en daarbij de geldende maximumsnelheid niet te overschrijden.

Artikel 5

De aanvrager van het praktijkexamen Verkeersdeelneming dient bij het uitvoeren van de in de artikelen 3 en 4 genoemde examenonderdelen blijk te geven:

a. a. het ontkoppelings- en schakelmechanisme van het voertuig op juiste wijze te bedienen; b. b. op juiste en economische wijze zowel versnellend als vertragend over te schakelen; c. c. de gastoevoer van het voertuig op juiste en economische wijze te bedienen; d. d. de remmen van het voertuig op juiste wijze te bedienen; e. e. de verlichtings-, waarschuwings- en andere hulpapparatuur tijdig en op de juiste wijze te bedienen; f. f. het voertuig behoorlijk te beheersen; g. g. onder alle omstandigheden rekening houden met de aard en omvang van het voertuig en de beperkingen van het gezichtsveld; h. h. tijdig en op doelmatige wijze de snelheid van het voertuig te vertragen, te remmen en te stoppen; i. i. van defensief rijgedrag in verband met de eigen kwetsbaarheid en beperkte zichtbaarheid.

Artikel 6

Na afloop van het praktijkexamen Voertuigbeheersing en van het praktijkexamen Verkeersdeelneming draagt het CBR er zorg voor dat het resultaat van het examen aan de aanvrager bekend wordt gemaakt. Bij een onvoldoende examen wordt tevens aangegeven aan welke exameneisen de aanvrager niet heeft voldaan.

Artikel 7

De Regeling eisen praktijk-examen A wordt ingetrokken.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2004, met uitzondering van artikel 7, dat in werking treedt met ingang van 30 september 2003.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorie A.