40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
25 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling examenprogramma's algemene eindexamenvakken v.b.o. en m.a.v.o. | BWBR0007071 | ministeriele-regeling | geldend | 1996-08-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007071 | Regeling examenprogramma's algemene eindexamenvakken v.b.o. en m.a.v.o. |
Regeling examenprogramma's algemene eindexamenvakken v.b.o. en m.a.v.o.
Artikel 1
De examenprogramma's Nederlandse taal, geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde, wiskunde, natuurkunde, scheikunde, biologie, economie, muziek, tekenen, handvaardigheid I (handenarbeid) dan wel handvaardigheid, handvaardigheid II (textiele werkvormen) dan wel handvaardigheid, maatschappijleer en het examenprogramma Franse taal, Duitse taal, Engelse taal en Spaanse taal, alle eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C, worden vastgesteld zoals onderscheidenlijk is aangegeven in de bijlagen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13 en 14 bij deze regeling.
Artikel 2
Bij ministeriële regeling kan de examenstof, opgenomen in de examenprogramma's, bedoeld in artikel 1, nader worden omschreven.
Artikel 3
1.
De onderstaande examenprogramma's eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C, vervallen:
a. a. Nederlandse taal vastgesteld bij de regeling van 12 november 1986, DGVO-13910 (Stcrt. 1987, 82), b. b. aardrijkskunde, vastgesteld bij de regeling van 29 juli 1987, DGVO-14.549, c. c. natuurkunde, vastgesteld bij de regeling van 25 maart 1987, DGVO-14.136 (Stcrt. 91), d. d. scheikunde, vastgesteld in bijlage I bij de Regeling examenprogramma's scheikunde m.a.v.o. en l.b.o. van 30 juni 1991, VO/AVV/VO-I-91037512 (Uitleg OenW-Regelingen 1991, 18a), e. e. biologie, vastgesteld bij de regeling van 6 juni 1988, DGVO-15629 (Uitleg 1988, 18), f. f. handelskennis, opgenomen in de bijlage bij de regeling van 26 oktober 1970, AVO 441542 (Stcrt. 229), g. g. het examenprogramma Franse taal, Duitse taal, Engelse taal en Spaanse taal, vastgesteld bij de regeling van 12 november 1986, DGVO-13880 (Stcrt. 1987, 82), h. h. het examenprogramma wiskunde, opgenomen in de bijlage bij de regeling van 26 oktober 1970, AVO 441542 (Stcrt. 229).
2.
De onderstaande examenprogramma's zijn niet van toepassing op de eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C., m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C:
a. a. geschiedenis en staatsinrichting, vastgesteld als bijlage A bij de Regeling examenprogramma geschiedenis en staatsinrichting v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-l.b.o. van 6 januari 1992, VO/AVV/HOB/VO2-91110473 (Uitleg OenW-Regelingen 1992, 2), en b. b. maatschappijleer, vastgesteld bij de Regeling examenprogramma's maatschappijleer van 6 april 1991, VO/AVV/VO/2-91008280 (Uitleg OenW-Regelingen 1991, 12).
3.
De onderstaande examenprogramma's zijn niet van toepassing op de eindexamens m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C:
muziek, tekenen, handvaardigheid I (handenarbeid), handvaardigheid II (textiele werkvormen), alle opgenomen in de bijlage bij de regeling van 26 oktober 1970, AVO 441542 (Stcrt. 229).
Artikel 4
1. Aan scholen voor v.b.o. en m.a.v.o. kan aan kandidaten die in het schooljaar 1995-1996 of eerder zijn afgewezen, in het schooljaar 1996-1997 voor de vakken aardrijkskunde en wiskunde de mogelijkheid worden geboden eindexamen af te leggen volgens de examenprogramma's aardrijkskunde en wiskunde, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk onderdeel h, zoals die golden op 31 juli 1996.
2. Aan scholen voor v.a.v.o. die opleiden voor het diploma mavo, kan aan kandidaten in het schooljaar 1996-1997 voor de vakken aardrijkskunde en wiskunde de mogelijkheid worden geboden eindexamen af te leggen volgens de examenprogramma's aardrijkskunde en wiskunde, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk onderdeel h, zoals deze golden op 31 juli 1996.
3. Aan scholen voor v.b.o. en m.a.v.o. kan aan kandidaten van scholen voor v.s.o. in het schooljaar 1996-1997 voor de vakken aardrijkskunde en wiskunde de mogelijkheid worden geboden eindexamen af te leggen volgens de examenprogramma's aardrijkskunde en wiskunde, genoemd in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, respectievelijk onderdeel h, zoals deze golden op 31 juli 1996.
Artikel 5
Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 1996.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling examenprogramma's algemene eindexamenvakken v.b.o. en m.a.v.o.
Bijlage 1
Examenprogramma NEDERLANDSE TAAL eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in twee zittingen, één voor leesvaardigheid (niet-fictionele teksten) en één voor schrijfvaardigheid, die elk twee uur duren.
2. Het centraal examen
Het centraal examen heeft betrekking op:
Het cijfer voor het centraal examen is het rekenkundig gemiddelde van het cijfer voor leesvaardigheid en dat voor schrijfvaardigheid.
3. Het schoolonderzoek
Het schoolonderzoek omvat afzonderlijke toetsing van:
Bij het schoolonderzoek worden de algemene vaardigheden, zoals vermeld in de examenstof, op een door de school te bepalen wijze betrokken.
Aanwijzingen C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen.
Het onderscheid tussen beide examens berust op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten.
Bedoeld onderscheid wordt enerzijds bepaald door het taalmateriaal bij lees- en luistervaardigheid (woordenschat, grammaticale complexiteit, abstractieniveau van teksten), anderzijds door de kwaliteit van de uitvoering bij spreek- en schrijfvaardigheid (grotere gepastheid en formele correctheid).
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
1. Vaardigheden
De volgende algemene vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
2. Eindtermen
Domein A.: Lezen
Subdomein: Niet-fictionele teksten
De kandidaat kan
Bijlage 2
Examenprogramma GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
2. Het centraal examen
3. Het schoolonderzoek
Aanwijzingen C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen.
Het onderscheid tussen beide examens berust op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten. In de stofomschrijving van de onderwerpen voor het centraal examen kunnen nadere aanwijzingen worden gegeven.
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
1. Vaardigheden
De volgende algemene vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
2. Eindtermen
Domein A.: Vaardigheden in relatie tot stuctuurbegrippen
De kandidaat kan
Bijlage
Lijst van themavelden
I. Historische themavelden:
II. Themavelden betreffende de staatsinrichting:
Bijlage 3
Examenprogramma AARDRIJKSKUNDE eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt.
2. Het centraal examen
Bij het centraal examen worden de vaardigheden betrokken.
3. Het schoolonderzoek
Bij het schoolonderzoek worden de vaardigheden betrokken.
Aanwijzing C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen.
Het onderscheid tussen beide examens berust op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten. In de stofomschrijving van de onderwerpen voor het centraal examen kunnen nadere aanwijzingen worden gegeven.
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
1. Vaardigheden
De volgende algemene vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
2. Eindtermen
Domein A.: De eigen omgeving
De kandidaat kan
Bijlage 4
Examenprogramma WISKUNDE eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt.
2. Het centraal examen
3. Het schoolonderzoek
Het schoolonderzoek heeft betrekking op de gehele examenstof. Het schoolonderzoek wordt zo ingericht dat:
Aanwijzingen C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen, zij het dat voor C de volgende (onderdelen van) eindtermen zijn uitgezonderd:
domein nr. eindtermen of onderdelen die niet gelden voor C
A. 19 Horizontale verschuiving.
24 In een formule een expressie vervangen door een variabele, en omgekeerd.
28 Exponentiële verbanden herkennen en gebruiken:
29 Voorzover n > 3.
32 De begrippen periode en amplitude herkennen.
B. 38 Vermenigvuldigen met en delen door machten van 10.
41 Berekeningen uitvoeren met een groeifactor of -percentage.
C. 55 Bij redeneren, tekenen en berekenen gebruik maken van goniometrische verhoudingen sinus en cosinus.
56 Verklaren dat een figuur niet te tekenen is wegens onvoldoende of strijdige gegevens.
D. 60 Statistische gegevens verzamelen en weergeven met behulp van een box-plot.
69 Combinatorisch tellen van mogelijkheden en complexe boomdiagrammen.
Het onderscheid tussen beide examens berust voor het overige op verschillen in examenopgaven en -opdrachten.
Het verschil tussen C en D komt bovendien tot uiting in:
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
1. Vaardigheden
De volgende vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
2. Eindtermen
Domein A.: Algebraïsche verbanden: tabellen, grafieken, formules, verwoording
Subdomein: tabellen
De kandidaat kan
Bijlage 5
Examenprogramma NATUURKUNDE eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt.
2. Het centraal examen
Het centraal examen heeft betrekking op de onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen (met inachtneming van de daarbij aangegeven uitsluitingen tot een nader te bepalen datum) met uitzondering van de eindterm van het domein A Practicum (eindterm 1) voor zover die betrekking heeft op het daadwerkelijk uitvoeren van het practicum en de daarmee verbonden vaardigheid 2. Eveneens uitgezonderd is vaardigheid 5 voor zover die betrekking heeft op het daadwerkelijk werken met de computer. Bij het centraal examen kunnen dus wel vragen worden gesteld en opdrachten gegeven naar aanleiding van beschreven practicum- en computeractiviteiten. De vragen en opdrachten in het centraal examen worden zoveel mogelijk in een herkenbare en inleefbare context gepresenteerd.
3. Het schoolonderzoek
Het schoolonderzoek heeft betrekking op de onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen (met inachtneming van de daarbij aangegeven uitsluitingen tot een nader te bepalen datum). De eindterm van het domein A Practicum (eindterm 1) en de daarmee verbonden vaardigheid 2 kunnen geheel of ten dele vervallen. In dat geval omvat het schoolonderzoek ter vervanging in elk geval een andere activiteit waarin de actieve en praktische zelfwerkzaamheid van de kandidaat op de voorgrond staat en waarbij zoveel als mogelijk wordt voldaan aan de eindterm 1 en vaardigheid 2 (bij voorbeeld: zelfstandige bestudering van een speciaal onderwerp, het maken van een werkstuk, studiebezoek met rapportage daarvan).
De vragen en opdrachten in het schoolonderzoek worden zoveel mogelijk in een herkenbare en inleefbare context gepresenteerd.
Aanwijzingen C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen, zij het dat voor C de eindtermen 34, 53, 68, 69, 70, 71, 72, 74 en 78 zijn uitgezonderd.
Het onderscheid tussen beide examens berust voorts op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten.
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
De met een * aangegeven eindtermen zijn tot een nader te bepalen datum uitgesloten van het examen.
1. Vaardigheden
De volgende vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
2. Eindtermen
Domein A.: Practicum
De kandidaat kan
Bijlage 6
Examenprogramma SCHEIKUNDE
eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt.
2. Het centraal examen
Het centraal examen heeft betrekking op de onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen met uitzondering van het domein A Practicum (eindterm 1) voor zover die betrekking heeft op het daadwerkelijk uitvoeren van het practicum, en de daarmee verbonden vaardigheid 2. Eveneens uitgezonderd is vaardigheid 5 voor zover die betrekking heeft op het daadwerkelijk werken met de computer. Bij het centraal examen kunnen dus wel vragen worden gesteld en opdrachten gegeven naar aanleiding van beschreven practicum- en computeractiviteiten.
De vragen en opdrachten in het centraal examen worden zoveel mogelijk in een herkenbare en inleefbare context gepresenteerd.
3. Het schoolonderzoek
Het schoolonderzoek heeft betrekking op de onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen. De vragen en opdrachten in het schoolonderzoek worden zoveel mogelijk in een herkenbare en inleefbare context gepresenteerd.
Aanwijzingen C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen, zij het dat voor C de eindtermen 30, 33, 43, 55, 59, 60, 62, 64, 65, 73, 74, 75, 76, 77, 78, 79, 87, 88, 90, 91, 92 en 93 zijn uitgezonderd. Bovendien zijn van de hierna volgende eindtermen de daarachter vermelde gedeelten van de specificaties niet voor C van toepassing:
Het onderscheid tussen beide examens berust voorts op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten.
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
1. Vaardigheden
De volgende vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
2. Eindtermen
Domein A.: Practicum
De kandidaat kan
Bijlage 7
Examenprogramma BIOLOGIE
eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt.
2. Het centraal examen
Het centraal examen heeft betrekking op de onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen met uitzondering van de eindterm van het domein A Practicum (eindterm 1) en de daarmee verbonden vaardigheid 2 voor zover die betrekking hebben op het daadwerkelijk uitvoeren van het practicum.
Eveneens uitgezonderd is vaardigheid 5 voor zover die betrekking heeft op het daadwerkelijk werken met de computer. Bij het centraal examen kunnen dus wel vragen worden gesteld en opdrachten gegeven naar aanleiding van beschreven practicumen computeractiviteiten.
Uitgezonderd van het centraal examen zijn verder de volgende eindtermen: 39, 67, de eindtermen van het domein G Gedrag (69 tot en met 75).
De vragen en opdrachten in het centraal examen worden zoveel mogelijk in een herkenbare en inleefbare context gepresenteerd.
3. Het schoolonderzoek
Het schoolonderzoek heeft betrekking op de onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen.
De vragen en opdrachten in het schoolonderzoek worden zoveel mogelijk in een herkenbare en inleefbare context gepresenteerd.
De toetsing van het domein A Practicum heeft betrekking op ten minste twee der onderdelen a, b, c, d en e van eindterm 1.
Aanwijzingen C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen.
Het onderscheid tussen beide examens berust op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten.
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
1. Vaardigheden
De volgende algemene vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
2. Eindtermen
Domein A.: Practicum
De kandidaat kan
Bijlage 8
Examenprogramma ECONOMIE
Eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt.
2. Het centraal examen
Het centraal examen heeft betrekking op de onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen in de drie domeinen.
3. Het schoolonderzoek
Aanwijzingen C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen.
Het onderscheid tussen beide berust op verschillen in teksten en in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten.
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
1. Vaardigheden
De volgende algemene vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
2. Eindtermen
Domein A.: De kandidaat als consument
Subdomein: kopen
De kandidaat kan
Bijlage 9
Examenprogramma MUZIEK
eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt.
2. Het centraal examen
Het centraal examen heeft betrekking op de eindtermen 7 tot en met 11 en omvat vragen en opdrachten bij auditief en visueel aangeboden muziekteksten en/of muzikale fragmenten.
3. Het schoolonderzoek
Het schoolonderzoek heeft betrekking op alle vaardigheden en eindtermen, met dien verstande dat de bij het centraal examen betrokken eindtermen niet behoeven te worden getoetst.
Aanwijzingen C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen. Het onderscheid tussen beide examens berust op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten, waarbij rekening gehouden wordt met verschillen in cognitieve verwerking.
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
1. Vaardigheden
De volgende algemene vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
2. Eindtermen
Domein A.: Musiceren
Subdomein: zingen
De kandidaat kan
Bijlage 10
Examenprogramma TEKENEN
eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt.
2. Het centraal examen
Het centraal examen heeft betrekking op de vaardigheden 3 en 4 en op de eindtermen 19 tot en met 23 en omvat vragen en opdrachten betreffende beeldend werk uit de periode van 1800 tot heden.
Het beeldmateriaal bestaat uit:
3. Het schoolonderzoek
Het schoolonderzoek heeft betrekking op alle vaardigheden en de eindtermen 1 tot en met 18.
Aanwijzingen C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen. Het onderscheid tussen beide examens berust op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten.
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
1. Vaardigheden
De volgende algemene vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
2. Eindtermen
Domein A.: Beeldende problemen de kandidaat kan hiervoor twee-dimensionale beeldende oplossingen vinden met toepassing van de werkwijzen: naar de waarneming, naar de voorstelling, gericht op toepassing
De kandidaat kan
Bijlage 11
Examenprogramma HANDVAARDIGHEID I (HANDENARBEID) eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt.
2. Het centraal examen
Het centraal examen heeft betrekking op de vaardigheden 3 en 4 en op de eindtermen 19 tot en met 23 en omvat vragen en opdrachten betreffende beeldend werk uit de periode van 1800 tot heden.
Het beeldmateriaal bestaat uit:
3. Het schoolonderzoek
Het schoolonderzoek omvat alle vaardigheden en de eindtermen 1 tot en met 18.
Aanwijzingen C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen. Het onderscheid tussen beide examens berust op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten.
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
1. Vaardigheden
De volgende algemene vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
2. Eindtermen
Domein A.: Beeldende problemen de kandidaat kan hiervoor twee- en driedimensionele beeldende oplossingen vinden met toepassing van de werkwijzen: naar de waarneming, naar de voorstelling, gericht op toepassing
De kandidaat kan
Bijlage 12
Examenprogramma HANDVAARDIGHEID II (TEXTIELE WERKVORMEN)
eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt.
2. Het centraal examen
Het centraal examen heeft betrekking op de vaardigheden 3 en 4 en op de eindtermen 19 tot en met 23 en omvat vragen en opdrachten betreffende beeldend werk uit de periode van 1800 tot heden.
Het beeldmateriaal bestaat uit:
3. Het schoolonderzoek
Het schoolonderzoek omvat alle vaardigheden en de eindtermen 1 tot en met 18.
Aanwijzingen C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen. Het onderscheid tussen beide examens berust op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten.
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
1. Vaardigheden
De volgende algemene vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
2. Eindtermen
Domein A.: Beeldende problemen de kandidaat kan hiervoor twee- en driedimensionale beeldende oplossingen vinden met toepassing van de werkwijzen: naar de waarneming, naar de voorstelling, gericht op toepassing
De kandidaat kan
Bijlage 13
Examenprogramma MAATSCHAPPIJLEER eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt.
2. Het centraal examen
Bij het centraal examen worden de vaardigheden betrokken.
3. Het schoolonderzoek
Het schoolonderzoek bestaat uit twee onderdelen, te weten
Bij het schoolonderzoek worden de vaardigheden betrokken.
Aanwijzingen C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen, met dien verstande dat voor het centraal examen door de minister nadere aanwijzingen kunnen worden gegeven. Die aanwijzingen kunnen inhouden dat aangegeven vaardigheden en eindtermen worden uitgesloten van het C-examen.
Het onderscheid tussen beide examens berust voorts op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten.
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
1. Vaardigheden
De volgende algemene vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
- Eindtermen
Domein A.: Politiek en beleid
Subdomein: politieke structuren en processen
De kandidaat kan
Bijlage 14
Examenprogramma FRANSE TAAL, DUITSE TAAL, ENGELSE TAAL EN SPAANSE TAAL
eindexamens v.b.o.-D, v.b.o.-C, m.a.v.o.-D en m.a.v.o.-C
Centraal examen en schoolonderzoek
1. Indeling
Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolonderzoek. Het centraal examen wordt afgenomen in een zitting die twee uur duurt.
2. Het centraal examen
Het centraal examen heeft betrekking op leesvaardigheid: intensief lezen (eindtermen 1 tot en met 7) waarbij voor zover terzake de vaardigheden 1 tot en met 4 worden betrokken. De eindtermen worden getoetst aan de hand van vragen en opdrachten bij een aantal teksten.
3. Het schoolonderzoek
Het schoolonderzoek omvat afzonderlijke toetsing van:
Aanwijzingen C en D
Het examen C en D omvat alle onder Examenstof omschreven vaardigheden en eindtermen.
Het onderscheid tussen beide examens berust op verschillen in vraagstelling in de examenopgaven en -opdrachten.
Bedoeld onderscheid wordt enerzijds bepaald door het taalmateriaal bij lees- en luistervaardigheid (woordenschat, grammaticale complexiteit, abstractieniveau van teksten), anderzijds door de kwaliteit van de uitvoering bij spreek- en schrijfvaardigheid (grotere gepastheid en formele correctheid).
Examenstof
De examenstof is omschreven in vaardigheden en eindtermen.
1. Vaardigheden
De volgende algemene vaardigheden worden getoetst in relatie met de eindtermen:
De kandidaat kan
2. Eindtermen
Domein A: Lezen
Subdomein: Intensief lezen
De kandidaat kan