40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
17 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 | BWBR0036375 | ministeriele-regeling | geldend | 2019-06-19 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0036375 | Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015 |
Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*AIS (Automatic Identification System):* automatisch identificatiesysteem gebaseerd op transponder technologie;
b. b.
*ATIS (Automatic Transmitter Identification System):* systeem dat automatisch de door Onze Minister toegewezen combinatie van letters of cijfers voor de identificatie van een schip of radioapparaat, als bedoeld in de Regionale Regeling, uitzendt;
c. c.
*besluit:*
Frequentiebesluit 2013;
d. d.
*binnenvaart:* scheepvaart op de binnenwateren;
e. e.
*combi-marifoon:* radioapparaat bestemd voor communicatie op de binnenwateren en op zee;
f. f.
*EPIRB (Emergency Position Indicating Radio Beacon):* radioapparaat bestemd voor noodalarmering in de 406 MHz frequentieband en voor het lokaliseren van het baken op de frequentie 121,5 MHz;
h. h.
*frequentiegebruik met een primaire status:* gebruik van frequentieruimte voor de uitoefening van een radiodienst die ingevolge het frequentieplan een primaire status heeft;
i. i.
*frequentiegebruik met een secundaire status:* gebruik van frequentieruimte voor de uitoefening van een radiodienst die ingevolge het frequentieplan een secundaire status heeft;
j. j.
*frequentieplan:* plan als bedoeld in artikel 3.1 van de wet;
k. k.
*klasse van uitzending:* klasse van uitzending als bedoeld in bijlage 1 van deel 2 van het Radioreglement;
l. l.
*marifoon binnenvaart:* radioapparaat bestemd voor communicatie op de binnenwateren in de maritieme VHF frequentieband met automatische vermogensreductie op de specifieke VHF kanalen;
m. m.
*marifoon zeevaart:* radioapparaat bestemd voor communicatie op zee in de maritieme VHF frequentieband;
n. n.
*maritiem mobiele communicatie:* radiocommunicatie tussen radiostations op schepen onderling, tussen radiostations op een schip en op het vaste land en tussen een radiostation op een schip en een satelliet;
o. o.
*maritieme portofoon:* draagbaar radioapparaat bestemd voor gebruik in de maritieme VHF en UHF frequentieband;
p. p.
*MMSI (Maritime Mobile Service Identity):* unieke combinatie van negen cijfers dat een radiostation of een groep van radiostations identificeert, zoals omschreven in paragraaf 6 van artikel 19 van het Radioreglement;
q. q.
*pleziervaart:* scheepvaart voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding;
r. r.
*Radioreglement:* Radioreglement 1979 met bijlagen, behorende bij de op 22 december 1989 te Nice tot stand gekomen Internationale Constitutie en Conventie van de Internationale Telecommunicatie Unie (Trb. 2013, 1);
s. s.
*radiostation:* een of meer radioapparaten met de daartoe behorende antenne-inrichtingen, noodzakelijk voor het op een locatie uitvoeren van een radiocommunicatiedienst als bedoeld in artikel 1.19 van het Radioreglement;
t. t.
*radiozendamateur:* degene die vanuit een persoonlijke belangstelling en zonder financieel oogmerk gebruik maakt van frequentieruimte ten behoeve van het opdoen van vaardigheden, het communiceren via de radio en het doen van technische onderzoekingen;
u. u.
*Regionale Regeling:* Regionale Regeling betreffende de radiocommunicatiedienst op de binnenwateren, tot stand gekomen in Boekarest op 18 april 2012;
v. v.
*SAR (Search and Rescue) communicatie:* radiocommunicatie ten behoeve van opsporings- en reddingoperaties.
Artikel 2
De artikelen 3 tot en met 10 zijn van toepassing op gebruik van frequentieruimte zonder vergunning als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 5 van het besluit, met uitzondering van maritiem mobiele communicatie vanaf het land.
Artikel 3
Een rechtspersoon kan slechts gebruik maken van frequentieruimte die ingevolge het frequentieplan de bestemming ‘amateur´ of ‘amateursatelliet´ heeft, indien het betreft:
a. a. een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging van radiozendamateurs waarvan het ledental en de samenstelling voldoende representatief zijn voor de door de vereniging te behartigen belangen; b. b. een rechtspersoon waarvan een onderwijsinstelling uitgaat die van rijkswege wordt gefinancierd of een onderwijsinstelling die door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is erkend, voor zover het doen van onderzoekingen met radioapparaten essentieel is voor het geven van onderwijs door deze instelling; c. c. een stichting die zich blijkens de statutaire doelstelling richt op het doen van onderzoekingen met radioapparaten en die de belangen van radiozendamateurs behartigt.
Artikel 4
1. Degene die een radioapparaat bedient ten behoeve van maritiem mobiele communicatie beschikt over een certificaat van bediening als bedoeld in artikel 12 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008, dat geldig is voor het desbetreffende frequentiegebruik overeenkomstig het bepaalde in bijlage 2, en heeft een leeftijd van ten minste zestien jaren.
2. De radiozendamateur die een radioapparaat bedient, heeft met goed gevolg een examen als bedoeld in artikel 7 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008 afgelegd, dat geldig is voor het desbetreffende frequentiegebruik overeenkomstig het bepaalde in bijlage 1.
3. In afwijking van het eerste en het tweede lid kan een persoon die niet voldoet aan de desbetreffende voorwaarde een radioapparaat bedienen indien de bediening plaatsvindt in directe aanwezigheid en onder verantwoordelijkheid van een persoon die wel aan deze voorwaarde voldoet.
Artikel 5
1. De melding, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het besluit, wordt gedaan bij de Minister, met gebruikmaking van een door hem ter beschikking gesteld middel.
2.
Bij de melding worden in elk geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. a. persoonsgegevens omtrent de gebruiker; b. b. de aard van het voorgenomen frequentiegebruik; c. c. in geval van maritiem mobiele communicatie: de te gebruiken radioapparaten en de naam en indien aanwezig het identificatienummer of kenmerk van het schip waarop deze radioapparaten gebruikt worden.
3. De melding kan, met uitzondering van de melding, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel c, langs elektronische weg worden gedaan met gebruikmaking van een daartoe strekkend elektronisch formulier en de in het vierde lid bedoelde persoonlijke code of DigiD-code.
4. Degene die voor de eerste maal een melding langs elektronische weg doet en die niet eerder een melding voor het gebruik van frequentieruimte langs elektronische weg heeft gedaan, geeft daarbij een DigiD-code of persoonlijke code op. De persoonlijke code wordt na aanvraag door middel van een daartoe strekkend formulier verstrekt aan de aanvrager.
5. Indien als gevolg van gewijzigde omstandigheden de gegevens die bij de melding zijn verstrekt niet langer overeenkomen met de feitelijke situatie, doet degene die de melding heeft gedaan bij de Minister een nieuwe melding van de actuele gegevens. Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6
1. De Minister registreert het voorgenomen frequentiegebruik overeenkomstig de melding tenzij niet wordt voldaan aan de artikelen 2 tot en met 5 en 7, en bericht hierover degene die de melding heeft gedaan, onder verstrekking van een bewijs van registratie aan degene wiens melding is geregistreerd. Een registratie kan door de Minister worden geweigerd voor zover een eerdere registratie is doorgehaald wegens overtreding van bij of krachtens de wet gestelde regels.
2.
Onverminderd het eerste lid registreert de Minister het voorgenomen frequentiegebruik ten behoeve van maritiem mobiele communicatie aan boord van een schip uitsluitend voor gebruik aan boord van:
a. a. een schip dat te boek staat in de registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek; of, indien aan het vereiste onder a. niet wordt voldaan, b. b. een schip ten aanzien waarvan naar waarheid is verklaard dat het eigendom is van:
1°.
een natuurlijke persoon die staat ingeschreven in de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen;
2°.
een rechtspersoon die in Nederland een hoofd- of nevenvestiging heeft als bedoeld in artikel 1 van de Handelsregisterwet 2007;
of, indien aan de vereisten onder a. of b. niet wordt voldaan,
1°. 1°. een natuurlijke persoon die staat ingeschreven in de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; 2°. 2°. een rechtspersoon die in Nederland een hoofd- of nevenvestiging heeft als bedoeld in artikel 1 van de Handelsregisterwet 2007; of, indien aan de vereisten onder a. of b. niet wordt voldaan, c. c. een schip ten aanzien waarvan voldoende aannemelijk is gemaakt dat het eigendom is van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die naar het oordeel van de Minister anderszins een voldoende band heeft met Nederland.
3. Voor zover vereist op grond van het Radioreglement wordt bij de registratie een combinatie van letters of cijfers toegekend met het oog op de identificatie van het radiostation.
4. Degene die op grond van de melding als frequentiegebruiker geregistreerd is, draagt er voor zorg dat indien het geregistreerde radioapparaat door een ander wordt bediend, daarbij de in deze regeling bepaalde voorschriften worden nageleefd.
5. De Minister haalt de registratie door op verzoek van de betrokkene of indien is vastgesteld dat de betrokkene niet langer gebruik maakt van de frequentieruimte. De Minister kan de registratie doorhalen indien niet wordt voldaan aan de artikelen 2 tot en met 10, of indien de betrokkene de verschuldigde vergoeding voor de registratie niet heeft voldaan. De Minister bericht de betrokkene over de doorhaling.
Artikel 7
Bij het gebruik van frequentieruimte wordt voldaan aan de beperkingen en voorschriften ten aanzien van de beschikbare frequentieruimte, de toepassingen, het zendvermogen en de bekwaamheid die:
a. a. ten aanzien van frequentieruimte met de bestemming ‘amateur´ of ‘amateursatelliet´ zijn opgenomen in bijlage 1; b. b. ten aanzien van frequentieruimte met de bestemming ‘maritiem mobiele communicatie´ zijn opgenomen in bijlage 2.
Artikel 8
1.
Bij gebruik van frequentieruimte als bedoeld in artikel 7 wordt voorts voldaan aan de volgende voorschriften:
a. a. het bewijs van registratie en, in geval van maritiem mobiele communicatie, het certificaat van bediening zijn aanwezig bij het radioapparaat; b. b. bij frequentiegebruik met een secundaire status wordt te allen tijde voorrang verleend aan frequentiegebruik met een primaire status; c. c. er worden geen ontoelaatbare storingen of belemmeringen veroorzaakt in andere uitrusting of radioapparaten en in het frequentiegebruik door anderen; d. d. er worden geen valse of bedrieglijke alarmeringen, noodseinen, noodoproepen of noodberichten uitgezonden.
Artikel 9
1.
Bij gebruik van frequentieruimte met de bestemming ‘maritiem mobiele communicatie’ aan boord van een schip is het radioapparaat dat aan boord van het schip gebruikt wordt, geregistreerd voor gebruik aan boord van dat schip en wordt, onverlet artikel 8, voldaan aan de volgende voorschriften:
a. a. een maritiem mobiel radioapparaat gebruikt geen onjuiste of misleidende identificatie; b. b. het berichtenverkeer wordt kort en zakelijk gehouden en het zendgedeelte van het radioapparaat wordt niet onnodig ingeschakeld; c. c. bij een radioapparaat met een alarmeringsfunctie dat abusievelijk in werking is getreden, herroept de geregistreerde de melding voor zover daartoe communicatiemiddelen beschikbaar zijn; d. d. een EPIRB wordt uitsluitend gebruikt voor alarmering indien sprake is van onmiddellijk dreigend gevaar voor bemanning en het schip en indien alarmering met andere middelen niet of niet meer mogelijk is; e. e. radioapparaten die een alarmerings- of noodfunctie hebben, worden zodanig geprogrammeerd dat zij bij gebruik automatisch het MMSI-nummer of de toegewezen letters of cijfers ter identificatie van het radiostation gebruiken; f. f. versleutelde radiocommunicatie door middel van een MF- of MF/HF-radioapparaat vindt uitsluitend plaats op frequenties bestemd voor radiotelefonieverkeer tussen schepen; g. g. bij versleutelde radiocommunicatie als bedoeld in onderdeel f wordt tijdens de uitzending en ten minste eenmaal per periode van vijf minuten de in artikel 6, derde lid, bedoelde combinatie van letters of cijfers onversleuteld uitgezonden; h. h. bij gebruik van een marifoon of portofoon is de antenne hiervan verticaal polariserend en rondstralend; i. i. in het werkingsgebied van de Regionale Regeling zijn de marifoon binnenvaart, de combi-marifoon, de AIS-transponder en de maritieme portofoon voorzien van een systeem voor automatische zenderidentificatie en wordt de door de Minister verstrekte zenderidentificatie gebruikt; j. j. een portofoon in de VHF-band wordt alleen gebruikt in combinatie met een marifoon, met dien verstande dat de pleziervaart in het werkingsgebied van de Regionale Regeling kan volstaan met het gebruik van alleen een portofoon.
Artikel 10
1.
Bij gebruik van frequentieruimte met de bestemming ‘amateur´ of ‘amateursatelliet´ wordt, onverlet artikel 8, voldaan aan de volgende voorschriften:
a. a. de radiozendamateur bedient het radioapparaat zelf en, indien hij niet aanwezig is, draagt er zorg voor dat alleen hij zijn radioapparaat op afstand kan bedienen; b. b. het uitzenden van media-aanbod of reclameboodschappen als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008 is niet toegestaan; c. c. de in artikel 6, derde lid, bedoelde combinatie van letters of cijfers wordt ten minste bij het begin en bij het einde van elke uitzending en ten minste eenmaal per periode van vijf minuten uitgezonden, waarbij een reeks kortdurende uitzendingen wordt aangemerkt als één uitzending; d. d. de combinatie van letters of cijfers is bij data- en beeldoverdracht aan de ontvangstzijde na demodulatie in leesbaar schrift zichtbaar; e. e. bij automatische telegrafie en bij data- of beeldoverdracht waarbij toepassing van onderdeel d stuit op technische belemmeringen wordt de combinatie van letters of cijfers kenbaar gemaakt door middel van spraak of morsetelegrafie; f. f. informatie wordt niet versleuteld verzonden; g. g. radioverbindingen worden alleen tot stand gebracht met andere gebruikers van frequentieruimte met de bestemming ‘amateur´ of ‘amateursatelliet´; h. h. bij het spellen van de combinatie van letters of cijfers wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 3 opgenomen spellingsalfabet.
2.
Voor gezamenlijk gebruik van frequentieruimte ten dienste van radiozendamateurs tijdens groepsevenementen gelden de volgende voorschriften:
a. a. tijdens een radiowedstrijd die door meer dan een geregistreerde wordt georganiseerd met de vorming van een groepsradiostation, kunnen de deelnemers de in artikel 6, derde lid, bedoelde combinatie van letters of cijfers van één van de geregistreerden gebruiken; b. b. bij radioamateurpeilevenementen die georganiseerd zijn door een geregistreerde vereniging of stichting van radiozendamateurs, is het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing; c. c. bij gebruik van een radiostation door leden van Scouting Nederland tijdens evenementen die georganiseerd worden door de werkgroep Radio Scouting Nederland wordt aan de in artikel 6, derde lid, bedoelde combinatie van letters of cijfers toegevoegd: J.
3.
Voor een onderwijsinstelling geldt dat:
a. a. het radiostation uitsluitend wordt gebruikt tijdens lesuren; b. b. het houden van en deelnemen aan radiowedstrijden niet is toegestaan; c. c. de onderwijsinstelling een radiozendamateur die voldoet aan het in artikel 4, tweede lid, bedoelde vereiste, aanwijst die namens de geregistreerde onderwijsinstelling het radiostation beheert.
4. Voor een vereniging of stichting van radiozendamateurs geldt dat de geregistreerde een radiozendamateur die voldoet aan het in artikel 4, tweede lid, bedoelde vereiste, aanwijst die namens de geregistreerde vereniging of stichting het radiostation beheert.
Artikel 11
Wijzigt de Examenregeling frequentiegebruik 2008.
Artikel 11a
Tot en met 30 juni 2020 worden registraties van frequentiegebruik ten behoeve van maritiem mobiele communicatie niet doorgehaald op grond van artikel 6, tweede en vijfde lid, indien de registratie heeft plaatsgevonden vóór 1 juli 2019.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 13
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015.