40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
107 lines
3.8 KiB
Markdown
107 lines
3.8 KiB
Markdown
---
|
|
titel: Regeling gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming
|
|
bwb_id: BWBR0020239
|
|
type: ministeriele-regeling
|
|
status: geldend
|
|
datum_inwerkingtreding: '2006-09-06'
|
|
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0020239
|
|
citeertitel: Regeling gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming
|
|
---
|
|
|
|
# Regeling gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming
|
|
|
|
### Artikel 1
|
|
|
|
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
|
|
|
a. a.
|
|
wet: Reconstructiewet concentratiegebieden;
|
|
b. b.
|
|
bodem: bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming;
|
|
c. c.
|
|
grondwaterkarakteristiek: samenstel van gegevens inzake de langjarig gemiddeld hoogste en de langjarig gemiddeld laagste grondwaterstand ten opzichte van het maaiveld.
|
|
|
|
### Artikel 2
|
|
|
|
De gelijke hoedanigheid van gronden binnen een blok wordt uiterlijk op het in het tweede lid van artikel 76 van de wet laatstbedoelde tijdstip bepaald.
|
|
|
|
### Artikel 3
|
|
|
|
De gelijke hoedanigheid van gronden binnen het blok wordt bepaald, voor zover deze uitruilbaar zijn op grond van hoofdstuk 2, paragraaf 3, van het Besluit herverkaveling reconstructie concentratiegebieden.
|
|
|
|
### Artikel 4
|
|
|
|
**1.**
|
|
|
|
De gelijke hoedanigheid wordt bepaald aan de hand van de volgende kenmerken:
|
|
|
|
a. a.
|
|
de opbouw, samenstelling en fysische eigenschappen van de lagen in de bodem tot ten minste een diepte van 1 meter onder het maaiveld, en
|
|
b. b.
|
|
de grondwaterkarakteristiek.
|
|
|
|
**2.** De gelijke hoedanigheid wordt vastgesteld aan de hand van deelkaarten van de Bodemkaart van Nederland en de Grondwaterkaart van Nederland met een schaal van 1:10.000.
|
|
|
|
**3.** In afwijking van het tweede lid kan de gelijke hoedanigheid worden bepaald aan de hand van bodem- of grondwaterkaarten met een kleinere schaal dan 1: 10.000, indien de reconstructie plaatsvindt in een gebied met een grote eenvormigheid van de bodemkenmerken of grondwaterkarakteristiek.
|
|
|
|
**4.** Indien geen bodemkaart of grondwaterkaart beschikbaar is kan de gelijke hoedanigheid worden vastgesteld op basis van advies van deskundigen.
|
|
|
|
### Artikel 5
|
|
|
|
Bij de bepaling van de gelijke hoedanigheid van gronden blijven de volgende kenmerken van de gronden buiten beschouwing:
|
|
|
|
a. a.
|
|
het feitelijk gebruik;
|
|
b. b.
|
|
de verkavelingssituatie;
|
|
c. c.
|
|
de ontsluitingssituatie;
|
|
d. d.
|
|
de beheersing van het oppervlaktewaterpeil;
|
|
e. e.
|
|
de mate van egaliteit van het maaiveld;
|
|
f. f.
|
|
de aanwezigheid van opstallen, opstanden en obstakels, waaronder bunkers, hoogspanningsmasten of kabels en leidingen;
|
|
g. g.
|
|
de aanwezigheid van beregeningsinstallaties of drainage;
|
|
h. h.
|
|
overige fysieke elementen die het feitelijk gebruik beïnvloeden, en
|
|
i. i.
|
|
andere dan agrarische kenmerken.
|
|
|
|
### Artikel 6
|
|
|
|
**1.**
|
|
|
|
Van de gronden met een gelijke hoedanigheid wordt de bodemgeschiktheid per gebruiksbestemming bepaald aan de hand van een of meer van de volgende kenmerken:
|
|
|
|
a. a.
|
|
de ontwateringstoestand;
|
|
b. b.
|
|
de beschikbaarheid van bodemvocht voor de groei van gewas;
|
|
c. c.
|
|
de stevigheid van de bovengrond;
|
|
d. d.
|
|
de verkruimelbaarheid van de bodem;
|
|
e. e.
|
|
de stabiliteit van de bodem op maaiveldniveau;
|
|
f. f.
|
|
de stuifgevoeligheid van de bodem, of
|
|
g. g.
|
|
de dikte van de laag waarin zich 80% van de wortels van een gewas bevinden.
|
|
|
|
**2.** Voor elke gebruiksbestemming wordt bepaald welke van de kenmerken, bedoeld in het eerste lid, daarvoor doorslaggevend zijn.
|
|
|
|
### Artikel 7
|
|
|
|
**1.** De bodemgeschiktheid per gebruiksbestemming wordt ingedeeld in ten minste drie klassen.
|
|
|
|
**2.** De indeling, bedoeld in het eerste lid, wordt op een kaart vermeld.
|
|
|
|
### Artikel 8
|
|
|
|
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
|
|
|
|
### Artikel 9
|
|
|
|
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gelijke hoedanigheid en gebruiksbestemming.
|