40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
15 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling geluid milieubeheer | BWBR0031712 | ministeriele-regeling | geldend | 2017-12-06 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0031712 | Regeling geluid milieubeheer |
Regeling geluid milieubeheer
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
- afschermende objecten:* ter verbetering van de kwaliteit van het milieu direct langs een weg of spoorweg geplaatste wallen en schermen;
-
- besluit:* Besluit geluid milieubeheer;
-
- bronregisterlijn:* lijn die betrekking heeft op een gedeelte van een weg of spoorweg en die bij bepaling van de geluidproductie volgens de in bijlage V bij het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 beschreven regels wordt gebruikt als rijlijn of bronlijn als bedoeld in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012;
- centrale voorziening geluidgegevens: de digitale voorziening die door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu namens Onze Minister wordt beheerd en wordt geplaatst op www.geluidgegevens.nl;
-
- emissietraject:* gedeelte van een spoorweg waarop de geluidemissie constant kan worden verondersteld;
-
- etmaalperiode:* gedeelte van een etmaal, waarover het equivalent geluidsniveau wordt bepaald;
-
- plafondcorrectiewaarde:* getal waarmee de geluidemissie wordt vermeerderd met betrekking tot een daarbij aangegeven gedeelte van een weg of spoorweg ten behoeve van het bepalen van de geluidproductie dan wel de geluidsbelasting;
-
- rekeneenheid:* locomotief, treinstel, rijtuig of wagen, indien deze deel uitmaakt van het spoorvoertuigtype;
-
- spoorvoertuigtype:* verzameling spoorvoertuigen die technisch en uiterlijk dezelfde kenmerken hebben;
-
- wet:* Wet milieubeheer.
Paragraaf 2. Brongegevens
Artikel 2
1.
Als brongegevens als bedoeld in artikel 11.1 van de wet worden met betrekking tot een weg aangewezen:
a. a. het aantal motorvoertuigen van een categorie motorvoertuigen als bedoeld in het tweede lid, dat jaarlijks per uur, gemiddeld over een etmaalperiode, passeert; b. b. voor het betreffende wegvak representatief te achten gemiddelde snelheid per categorie motorvoertuigen als bedoeld in het tweede lid; c. c. de bronregisterlijnen van de weg, vastgelegd in x-, y- en z-coördinaten; d. d. het type wegdek per bronregisterlijn; e. e. de afmetingen en ligging van afschermende objecten vastgelegd in x-, y- en z-coördinaten; f. f. de mate van absorptie van afschermende objecten; g. g. de breedte van de weg; h. h. de plafondcorrectiewaarde.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende categorieën motorvoertuigen onderscheiden:
a. a. categorie lv (lichte motorvoertuigen): motorvoertuigen op drie of meer wielen, niet zijnde motorvoertuigen in categorie mv en categorie zv; b. b. categorie mv (middelzware motorvoertuigen): gelede en ongelede autobussen, alsmede andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van een enkele achteras waarop vier banden zijn gemonteerd; c. c. categorie zv (zware motorvoertuigen): gelede motorvoertuigen, alsmede motorvoertuigen die zijn voorzien van een dubbele achteras, met uitzondering van autobussen.
Artikel 3
Als brongegevens als bedoeld in artikel 11.1 van de wet worden met betrekking tot een spoorweg aangewezen:
a. a. het aantal rekeneenheden van een spoorvoertuigtype als bedoeld in hoofdstuk 1 van bijlage IV bij het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 dat jaarlijks per uur, gemiddeld over een etmaalperiode, op een bepaald emissietraject passeert; b. b. de voor het betreffende emissietraject, per etmaalperiode, representatief te achten snelheid per spoorvoertuigtype als bedoeld in hoofdstuk 1 van bijlage IV bij het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 met onderscheid naar stoppende en doorgaande treinen; c. c. de bronregisterlijnen van de spoorweg, vastgelegd in x-, y- en z-coördinaten; d. d. de spoorstaafruwheid, bepaald overeenkomstig bijlage IV bij het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012; e. e. de bovenbouwconstructie per spoor van de spoorweg; f. f. de aanwezigheid van een wissel; g. g. de afmetingen en ligging van afschermende objecten vastgelegd in x-, y- en z-coördinaten; h. h. de plafondcorrectiewaarde.
Paragraaf 3. Agglomeraties, geluidsbelastingkaarten en actieplannen
Artikel 4
Als agglomeratie als bedoeld in artikel 11.5 van de wet worden aangewezen:
a. a. de agglomeratie Amsterdam/Haarlem, omvattende de gemeenten: Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beverwijk, Bloemendaal, Diemen, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Heemstede, Ouder-Amstel, Uithoorn, Velsen, Zaanstad, Zandvoort; b. b. de agglomeratie Den Haag/Leiden, omvattende de gemeenten: Delft, Den Haag, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Oegstgeest, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Voorschoten, Wassenaar, Westland, Zoetermeer; c. c. de agglomeratie Eindhoven, omvattende de gemeenten: Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Helmond, Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Veldhoven; d. d. de agglomeratie Heerlen/Kerkrade, omvattende de gemeenten: Beekdaelen, Brunssum, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Voerendaal; e. e. de agglomeratie Rotterdam/Dordrecht, omvattende de gemeenten: Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Maassluis, Nissewaard, Papendrecht, Ridderkerk, Rotterdam, Schiedam, Sliedrecht, Vlaardingen, Zwijndrecht; f. f. de agglomeratie Utrecht, omvattende de gemeenten: Houten, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, IJsselstein; g. g. de agglomeratie Alkmaar, omvattende de gemeenten: Alkmaar, Bergen, Dijk en Waard, Heiloo; h. h. de agglomeratie Enschede, omvattende de gemeenten: Almelo, Enschede, Hengelo; i. i. agglomeratie Gouda, omvattende de gemeenten: Alphen aan de Rijn, Gouda, Waddinxveen; j. j. de agglomeratie Hilversum, omvattende de gemeenten; Blaricum, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp; k. k. Almere; l. l. Amersfoort; m. m. Apeldoorn; n. n. Arnhem; o. o. Breda; p. p. ‘s-Hertogenbosch; q. q. Groningen; r. r. Maastricht; s. s. Nijmegen; t. t. Tilburg; u. u. Zwolle.
Artikel 4a
De geluidsbelasting L_den en de geluidsbelasting L_night, beiden als gevolg van vliegtuiglawaai, worden bepaald overeenkomstig bijlage II van de Richtlijn 2002/49/EG van het Europees parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en beheersing van omgevingslawaai (PbEU 2002, L 189).
Artikel 5
1. De opstelling van geluidsbelastingkaarten als bedoeld in artikel 22 van het besluit geschiedt in overeenstemming met het verplicht digitaal informatie-uitwisselingsmechanisme, dat door de Europese Commissie op 11 november 2021 is vastgesteld op grond van artikel 10, tweede lid, van de richtlijn omgevingslawaai, in combinatie met Bijlage IV, onderdeel 9, en Bijlage VI, onderdeel 3, van die richtlijn.
2. Om te voldoen aan het eerste lid van dit artikel en aan artikel 11.9, tweede lid, van de wet worden de geluidsbelastingkaarten aangeleverd aan de centrale voorziening geluidgegevens met gebruikmaking van het datamodel dat de European Environmental Agency daarvoor beschikbaar stelt.
Artikel 6
Voor de toepassing van hoofdstuk 3 van het besluit wordt het aantal bewoners van woningen bepaald overeenkomstig de gemiddelde huishoudensgrootte volgens de meest recente publicatie van het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Artikel 7
De in artikel 8, eerste lid, van het besluit bedoelde geografische kaarten bevatten een legenda waarin wordt verklaard hoe de informatie op die kaarten is weergegeven.
Artikel 8
1. Een verzoek om verstrekking van inlichtingen en gegevens als bedoeld in artikel 11.7, eerste lid, en artikel 11.16 van de wet kan betrekking hebben op gegevens als vermeld in bijlage 1, deel A, bij deze regeling.
2. Een verzoek om verstrekking van inlichtingen en gegevens als bedoeld in artikel 11.7, tweede lid, en artikel 11.16 van de wet kan betrekking hebben op gegevens als vermeld in bijlage 1, deel B, bij deze regeling.
3. De te verstrekken ruimtelijk georiënteerde inlichtingen en gegevens zijn gebaseerd op het rijksdriehoekcoördinatenstelsel.
Artikel 9
Het aantal bewoners van woningen per geluidsbelastingklasse dat door een of meer geluidsbronnen in hoge mate wordt gehinderd dan wel van wie daardoor de slaap in hoge mate wordt verstoord, en de toename van het aantal gevallen van ischemische hartziekten (IHD) door wegverkeerslawaai, worden bepaald door middel van de desbetreffende in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen dosis-effectrelaties.
Paragraaf 4. Geluidbeperkende maatregelen en doelmatigheidscriterium
Artikel 10
1. Als geluidbeperkende maatregelen als bedoeld in artikel 11.1, eerste lid, van de wet worden aangewezen de maatregelen, bedoeld in de tabellen 1, 2 en 3 van bijlage 3 bij deze regeling, indien en voor zover deze maatregelen worden toegepast onder de in die tabellen genoemde randvoorwaarden.
2. De geluidbeperkende maatregelen, bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van het besluit, worden aangewezen in tabel 3 van bijlage 3 bij deze regeling.
Artikel 11
1. De maatregelpunten van de geluidbeperkende maatregelen, bedoeld in artikel 31 van het besluit, worden bepaald overeenkomstig tabel 1 of 2 van bijlage 3 bij deze regeling.
2. De maatregelpunten, bedoeld in het eerste lid, omvatten het totaal van de maatregelpunten van bestaande en nieuw te treffen geluidbeperkende maatregelen, ten opzichte van een weg of spoorweg in de situatie zonder maatregelen.
3. Bij het toepassen van tabel 2 van bijlage 3 bij deze regeling wordt de hoogte van een afschermend object bepaald ten opzichte van de bovenkant van het spoor of de kantstreep van de weg aan de zijde van het afschermend object.
4. In afwijking van het tweede lid worden bij toepassing van artikel 11.56 van de wet maatregelpunten van een bronmaatregel die feitelijk is gerealiseerd of waartoe is besloten door de minister of de beheerder met het oog op naleving van de geluidproductieplafonds, maar die niet is opgenomen in het geluidregister, niet meegenomen.
Paragraaf 5. Geluidregister
Artikel 12
Het geluidregister, bedoeld in artikel 11.25 van de wet, bevat naast de in het derde lid van dat artikel genoemde gegevens, mede:
a. a. de ligging van de referentiepunten vastgelegd door middel van rijksdriehoekcoördinaten; b. b. een aanduiding of de sanering van de betreffende weg of spoorweg is afgerond.
Artikel 13
De Minister voor Infrastructuur en Milieu draagt zorg voor een openbaar toegankelijk geluidregister.
Artikel 14
1. De Minister voor Infrastructuur en Milieu draagt zorg voor een kwaliteitsplan voor het geluidregister.
2.
Een kwaliteitsplan als bedoeld in het eerste lid bevat ten minste een beschrijving van de procedures voor:
a. a. het actualiseren van de gegevens in het geluidregister; b. b. de vindbaarheid van de gegevens in het geluidregister; c. c. het binnen redelijke termijn reageren op verzoeken met betrekking tot het geluidregister of de daarin opgenomen gegevens; d. d. het corrigeren van gegevens in het geluidregister, niet zijnde brongegevens als bedoeld in artikel 11.1 van de wet of gegevens die van invloed zijn op de hoogte van de geluidproductieplafonds, die kennelijk foutief zijn overgenomen uit de aan het geluidregister ten grondslag liggende documenten of bestanden.
Paragraaf 6. Cumulatie
Artikel 15
Als categorieën van geluidsbronnen als bedoeld in artikel 11.30, vijfde lid, van de wet worden aangewezen:
a. a. wegen; b. b. spoorwegen; c. c. industrieterreinen als bedoeld in artikel 40 of 52 van de Wet geluidhinder, en d. d. luchthavens als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart.
Artikel 16
Een onderzoek naar de effecten van samenloop als bedoeld in artikel 11.33, zevende lid, onderdeel c, van de wet kan in elk geval achterwege blijven indien:
a. a. de geluidsbelasting als gevolg van vaststelling van het geluidproductieplafond vanwege de weg of spoorweg niet hoger wordt dan de waarde, bedoeld in artikel 11.30, eerste lid, van de wet, b. b. de geluidsbelasting als gevolg van wijziging van het geluidproductieplafond vanwege de weg of spoorweg niet hoger wordt dan de waarde, bedoeld in artikel 11.30, tweede lid, van de wet, of c. c. de geluidsbelasting vanwege de andere geluidsbron de voorkeurswaarde niet overschrijdt.
Paragraaf 6a. Gebied waarbinnen
Artikel 16a
Het gebied, bedoeld in artikel 11.36, derde lid, van de wet omvat:
a. a. wanneer het een besluit tot vaststelling of wijziging van een geluidproductieplafond betreft, de referentiepunten die zijn gelegen langs het deel van de weg of spoorweg waar de maatregel wordt getroffen en de referentiepunten gelegen binnen 1,0 kilometer van het voornoemde deel; b. b. wanneer het een tracébesluit betreft, de referentiepunten die zijn gelegen langs de weg of spoorweg binnen de begrenzingen van het tracébesluit en de buiten deze begrenzingen gelegen referentiepunten waar de geluidproductieplafonds worden verlaagd; c. c. de referentiepunten die geen deel uitmaken van de referentiepunten, bedoeld in onderdeel a of b, en waarvoor de beheerder in het verzoek, bedoeld in artikel 11.31, eerste lid, van de wet, of in de inlichtingen en gegevens, bedoeld in artikel 11.34, van de wet, heeft onderbouwd dat de geluidproductieplafonds naar redelijke verwachting zullen worden overschreden als gevolg van de werkzaamheden aan de weg of spoorweg ter uitvoering van het besluit, bedoeld in onderdeel a of b.
Paragraaf 7. Slotbepalingen
Artikel 17
De Regeling omgevingslawaai wordt ingetrokken.
Artikel 18
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 24 november 2011 houdende wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de invoering van geluidproductieplafonds en de overheveling van hoofdstuk IX van de Wet geluidhinder naar de Wet milieubeheer (modernisering instrumentarium geluidbeleid, geluidproductieplafonds) in werking treedt.
Artikel 19
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geluid milieubeheer.
Bijlage 1. bij
Bijlage 2. bij
Bijlage 3. bij de
In deze bijlage wordt verstaan onder D: de lengte van het deel van de loodlijn vanuit een geluidsgevoelig object naar een weg, respectievelijk een spoorweg, dat eindigt op de dichtstbijzijnde rand van de wegdekverharding, respectievelijk de dichtstbijzijnde spoorstaaf.
In deze bijlage wordt verstaan onder een minischerm: een geluidscherm bij een spoorweg dat is gelegen op een kortere afstand dan 2,5 meter uit het hart van het spoor.