rijk/ministeriele-regeling/regeling-geneeskundig-onderzoek-vaarbewijzen-binnenvaart/BWBR0010270/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

148 lines
7.7 KiB
Markdown
Raw Permalink Blame History

This file contains ambiguous Unicode characters

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Regeling geneeskundig onderzoek vaarbewijzen binnenvaart
bwb_id: BWBR0010270
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '1999-03-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0010270
citeertitel: Regeling geneeskundig onderzoek vaarbewijzen binnenvaart
---
# Regeling geneeskundig onderzoek vaarbewijzen binnenvaart
### Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
### Artikel 2
**1.** Als artsen zijn aangewezen de in Nederland gevestigde geneeskundigen die op grond van artikel 40, eerste lid, van de Zeevaartbemanningswet zijn aangewezen.
**2.** Als deskundigen zijn aangewezen de medisch adviseur scheepvaart van de Divisie Scheepvaart en diens plaatsvervanger.
### Artikel 3
**1.** De aanvrager die een geneeskundige verklaring wenst te verkrijgen, wendt zich voor een geneeskundig onderzoek tot een arts, niet zijnde de behandelend arts van de aanvrager.
**2.** De arts gaat niet tot een geneeskundig onderzoek over dan nadat de aanvrager zich heeft gelegitimeerd.
### Artikel 4
**1.** De arts verricht het geneeskundig onderzoek met inachtneming van de keuringseisen en keuringsaanwijzingen, opgenomen in bijlage I.
**2.** De arts vermeldt de uitslag van het geneeskundig onderzoek op de geneeskundige verklaring, die is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage II, en verstrekt de geneeskundige verklaring aan de aanvrager.
### Artikel 5
**1.**
De arts verwijst de aanvrager voor een deelonderzoek door naar een op grond van artikel 40, eerste lid, van de Zeevaartbemanningswet aangewezen specialist, indien:
a. a.
de aanvrager een gehoorapparaat draagt, een kunstlens heeft of refractieve chirurgie heeft ondergaan, of
b. b.
er twijfel bestaat omtrent het voldoen aan de in de bijlage I opgenomen eisen ten aanzien van het gezichts- of gehoorvermogen.
**2.** Indien in bijlage I een specialistisch rapport is voorgeschreven, verwijst de arts de aanvrager voor een deelonderzoek door naar een specialist.
**3.** Indien de arts de aanvrager doorverwijst naar een specialist, maakt hij daartoe gebruik van het formulier dat is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage IV.
### Artikel 6
**1.** De arts die na het geneeskundig onderzoek van oordeel is dat de aanvrager ongeschikt is, deelt de aanvrager mee dat een heronderzoek kan worden aangevraagd bij een van de deskundigen.
**2.** In het geval, bedoeld in het eerste lid, verzendt de arts een bericht van afkeuring dat is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage III, naar de medisch adviseur scheepvaart van het Directoraat-Generaal. De medisch adviseur doet hiervan mededeling aan de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.
**3.** De aanvrager die een heronderzoek wenst, richt zich daarvoor tot een deskundige onder toezending van de geneeskundige verklaring.
**4.** Ten aanzien van het heronderzoek zijn de artikelen 3, tweede lid, en 4 van overeenkomstige toepassing.
**5.** Indien de deskundige na het heronderzoek van oordeel is dat de aanvrager medisch ongeschikt is, doet hij hiervan mededeling aan de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.
### Artikel 7
**1.** De deskundige verwijst de aanvrager voor een deelonderzoek door naar een op grond van artikel 40, eerste lid, van de Zeevaartbemanningswet aangewezen specialist, indien er twijfel bestaat omtrent het voldoen aan de in de bijlage I opgenomen eisen ten aanzien van het gezicht- of gehoorvermogen.
**2.** De deskundige kan de aanvrager voor een deelonderzoek doorverwijzen naar een specialist.
### Artikel 8
Indien nog geen heronderzoek heeft plaatsgevonden, is een geneeskundige verklaring waarop is aangegeven dat de aanvrager geschikt is en die is afgegeven nadat door een andere arts een geneeskundige verklaring is afgegeven waarop is aangegeven dat de aanvrager ongeschikt is, ongeldig.
### Artikel 9
**1.** Indien de aanvrager van een klein vaarbewijs in de gevallen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit vaarbewijzen binnenvaart, een eigen verklaring overlegt, maakt hij daartoe gebruik van het formulier dat is opgenomen in bijlage V.
**2.** Indien de aanvrager van een groot vaarbewijs in de gevallen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b tot en met e, van het Besluit vaarbewijzen binnenvaart, een eigen verklaring overlegt, maakt hij daartoe gebruik van het formulier dat is opgenomen in bijlage VI.
**3.**
Indien alle vragen van de eigen verklaring met nee zijn beantwoord, stuurt de aanvrager de ingevulde en ondertekende eigen verklaring in een gesloten enveloppe met daarop vermeld medisch beroepsgeheim naar:
a. a.
de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB in het geval, bedoeld in het eerste lid, en
b. b.
de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen in het geval, bedoeld in het tweede lid.
### Artikel 10
**1.** De eigen verklaring die op enige afwijking wijst, wordt voorzien van een aantekening van een arts, niet zijnde de behandelend arts van de aanvrager, waaruit de aard en de ernst van de afwijking blijkt.
**2.** De arts verzendt de in het eerste lid bedoelde eigen verklaring naar een deskundige. Voor de eigen verklaring die betrekking heeft op het klein vaarbewijs worden als deskundigen tevens aangewezen de keuringsartsen van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.
### Artikel 11
**1.** In het geval, bedoeld in artikel 10, eerste lid, verklaart de deskundige de aanvrager geschikt of ongeschikt. In geval van twijfel kan de deskundige de aanvrager oproepen voor een nader onderzoek. Indien nodig, kan de deskundige, onder gebruikmaking van het formulier dat is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage IV, de aanvrager doorverwijzen voor een deelonderzoek naar een specialist.
**2.** In het geval, dat de deskundige de aanvrager geschikt verklaart, verstrekt de deskundige, onder vermelding van deze uitslag, de aanvrager een geneeskundige verklaring, die is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage II.
**3.** In het geval, dat de deskundige de aanvrager ongeschikt verklaart, zendt de deskundige de aanvrager een bericht van afkeuring, dat is vastgesteld volgens het model, opgenomen in bijlage III, onder mededeling van de mogelijkheid van heronderzoek.
**4.** De aanvrager die ongeschikt is verklaard en een heronderzoek wenst, wendt zich tot een deskundige die niet de deskundige is die reeds bij de beoordeling van de eigen verklaring was betrokken. Ten aanzien van het heronderzoek is artikel 4 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande, dat het heronderzoek kan bestaan uit het uitsluitend beoordelen van de ter beschikking staande medische gegevens.
**5.**
De deskundige doet van het ongeschikt verklaren van een aanvrager mededeling aan:
a. a.
de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB, indien het de aanvrage van een klein vaarbewijs betreft;
b. b.
de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, indien het de aanvrage van een groot vaarbewijs betreft.
### Artikel 12
Onze Minister kan aanwijzingen geven ter uitvoering van de in deze regeling opgenomen bepalingen.
### Artikel 13
Het Keuringsbesluit vaarbewijzen binnenvaart wordt ingetrokken.
### Artikel 14
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling geneeskundig onderzoek vaarbewijzen binnenvaart.
### Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 1999.
## Bijlage I. Keuringseisen en keuringsaanwijzingen
## Bijlage II
Ligt ter inzage bij het Directotaat-Generaal Goederenvoevoer te Den Haag.
## Bijlage III
Ligt ter inzage bij het Directotaat-Generaal Goederenvoevoer te Den Haag.
## Bijlage IV
Ligt ter inzage bij het Directotaat-Generaal Goederenvoevoer te Den Haag.
## Bijlage V
Ligt ter inzage bij het Directotaat-Generaal Goederenvoevoer te Den Haag.
## Bijlage VI
Ligt ter inzage bij het Directotaat-Generaal Goederenvoevoer te Den Haag.