rijk/ministeriele-regeling/regeling-gratificatie-bij-ambtsjubileum/BWBR0004643/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.5 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling gratificatie bij ambtsjubileum BWBR0004643 ministeriele-regeling geldend 1989-11-16 https://wetten.overheid.nl/BWBR0004643 Regeling gratificatie bij ambtsjubileum

Regeling gratificatie bij ambtsjubileum

Paragraaf . Betrokkene

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder betrokkene:

a. a. de ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement; b. b. de ambtenaar in de zin van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal.

Paragraaf . Toekenning gratificatie

Artikel 2

1. Aan de betrokkene wordt bij het bereiken van een diensttijd van 12½, 25, 40 of 50 jaar een gratificatie toegekend wegens trouwe dienst. De gratificatie bedraagt 25% van de maandelijkse bezoldiging bij een 12½-jarig ambtsjubileum, 70% van de maandelijkse bezoldiging bij een 25-jarig ambtsjubileum en 100% van de maandelijkse bezoldiging bij een 40- of 50-jarig ambtsjubileum, naar boven af te ronden op een veelvoud van € 2,50.

2. Het bepaalde in het eerste lid voor iedere functie waarin de betrokkene als zodanig werkzaam is.

3. Indien aan de betrokkene bij een hem uit een eerdere betrekking verleend ontslag een diensttijdgratificatie is toegekend als bedoeld in het tweede lid van de artikelen 79 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of 114 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal of in een daarmee overeenkomende regeling, wordt de in het eerste lid genoemde gratificatie verminderd met het bedrag van die diensttijdgratificatie voor zover dat bedrag betrekking heeft op de omvang van de betrekking en de diensttijd waarover de gratificatie bij ambtsjubileum is berekend.

Artikel 3

1. Toekenning van een ambtsjubileum-gratificatie vindt niet plaats indien betrokkene ter zake van zijn dienstvervulling reeds een gratificatie of uitkering heeft ontvangen, welke naar haar aard overeenkomt met de gratificatie volgens dit besluit.

2. Indien de betrokkene tijdens een hem mede in het algemeen belang verleend buitengewoon verlof jubileert, wordt op de datum van het ambtsjubileum geen gratificatie toegekend. Toekenning van de gratificatie kan alsnog geschieden zodra hij na de beëindiging van het verlof zijn werkzaamheden heeft hervat, tenzij hij in de betrekking welke tijdens het verlof werd vervuld, een gratificatie of uitkering heeft ontvangen welke naar haar aard overeenkomt met de gratificatie volgens dit besluit.

Paragraaf . Diensttijd

Artikel 4

Als dienstijd voor de toepassing van een ambtsjubileumgratificatie geldt de tijd, doorgebracht:

a. a. in een burgerlijke dienstbetrekking bij de Nederlandse overheid, waaronder te deze mede wordt begrepen de voormalige NV Artillerie-Inrichtingen; b. b. in een betrekking (vóór 1 januari 1966) als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Pensioenwet 1922 (Stb. 1922, 240), een betrekking als bedoeld in artikel B2 van de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1966, 6) of een betrekking als bedoeld in artikel B3 van evengenoemde wet, alsmede (vóór en na 1 januari 1966) in een betrekking tot bedoeld in artikel U2 van die wet; c. c. in burgerlijke dienst bij de overheid in de landen Suriname (tot 25 november 1975), Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, bij de voormalige gouvernementen van Suriname, Curaçao en Nieuw-Guinea en (tot 27 december 1949) bij de voormalige Indische Pensioenfondsen; d. d. in dienst bij het niet-openbaar onderwijs in de onder c genoemde landen en voormalige overzeese rijksdelen, voor zover zulks de betrokkene onder de werkingssfeer van een overheidspensioenregeling bracht of zou hebben gebracht indien hij in vaste dienst was geweest; e. e. tot en met 31 december 1954 in dienst van de Republiek Indonesië, voor zover die tijd door de Garantiewet Burgerlijk Overheidspersoneel Indonesië wordt bestreken; f. f. in Nederlandse militaire dienst of daarmede voor de toepassing van het Algemeen Rijksambtenarenreglement gelijkgestelde dienst, waaronder begrepen dienst bij het voormalig KNIL en de troepen in Suriname (tot 25 november 1975) en Aruba, Curaçao, Sint Maarten en de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; g. g. als volontair met een volledige dagtaak; h. h. de tijd waaronder rechtsherstel is verleend.

Artikel 5

1. Als diensttijd in de zin van dit besluit wordt niet aangemerkt dienstijd welke niet in actieve dienst is doorgebracht wegens het bekleden van een politiek ambt.

2. Voorts komt als diensttijd niet in aanmerking tijd welke, zonder dat werkzaamheden zijn verricht, is doorgebracht buiten het genot van inkomsten uit de dienstbetrekking, behoudens voor zoveel het tijd betreft, gedurende welke betrokkene mede in het algemeen belang buitengewoon verlof dan wel levensloopverlof heeft genoten.

3. Evenmin wordt als diensttijd aangemerkt fictieve diensttijd, onverminderd het gestelde in artikel 4 onder h.

Artikel 6

Diensttijd, gelijktijdig in meer dan één betrekking doorgebracht telt voor de vaststelling van de datum van het ambtsjubileum slechts eenmaal mede.

Paragraaf . Gratificatiegrondslag

Artikel 7

1. Voor de berekening van de gratificatie wordt onder bezoldiging verstaan: de bezoldiging in de zin van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, welke voor betrokkene op de datum van het ambtsjubileum geldt, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, bedoeld in respectievelijk de artikelen 21 en 20a van dat besluit.

2. Indien betrokkene een toelage geniet als bedoeld in de artikelen 17 en 18a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, wordt dit bezoldigingsdeel vastgesteld op: het bedrag dat betrokkene in de drie kalendermaanden voorafgaande aan zijn jubileum aan bedoelde toelage gemiddeld per maand heeft genoten.

Artikel 8

Indien de betrokkene op de datum van zijn ambtsjubileum buitengewoon verlof mede in het algemeen belang zonder behoud van bezoldiging dan wel levensloopverlof geniet, wordt voor de berekening van zijn ambtsjubileumgratificatie uitgegaan van de bezoldiging die hij genoot direct voorafgaand aan het verlof.

Paragraaf . Slotbepalingen

Artikel 9

In uitzonderlijke gevallen, waarin toepassing van dit besluit tot kennelijke onbillijkheid zou leiden, kan van dit besluit worden afgeweken.

Artikel 10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag nadat het in de Staatscourant is geplaatst.

Artikel 11

Dit besluit kan worden aangehaald als Regeling gratificatie bij ambtsjubileum.