40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
13 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling groen cursusonderwijs | BWBR0013651 | ministeriele-regeling | geldend | 2002-05-05 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0013651 | Regeling groen cursusonderwijs |
Regeling groen cursusonderwijs
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Paragraaf 2. Kaderbrief cursusonderwijs
Artikel 2
De minister kan aan instellingen subsidie verlenen ten behoeve van het organiseren en uitvoeren van een cursus op het gebied van:
a. a. de landbouw; b. b. de bosbouw; c. c. de natuur; d. d. het landschap; e. e. de visserij; f. f. de openluchtrecreatie.
Artikel 3
1. De minister kan jaarlijks een aanvraagperiode vaststellen die duurt van 15 januari tot en met 1 april, in welke periode aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend. Het besluit tot openstelling wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
2. Indien de minister een aanvraagperiode, bedoeld in het eerste lid, vaststelt, maakt hij in de Kaderbrief cursusonderwijs de thema's bekend op het gebied waarvan dat jaar cursussen kunnen worden gesubsidieerd en kan mede een doelgroep in relatie tot een bepaald thema aanduiden.
3. Indien de minister een aanvraagperiode, bedoeld in het eerste lid vaststelt, zendt hij de Kaderbrief cursusonderwijs vóór 15 januari aan de instellingen.
Artikel 4
1. De minister stelt jaarlijks in de Kaderbrief een subsidieplafond voor de verlening van subsidies op grond van deze regeling vast.
2. De minister verdeelt het beschikbare bedrag na beoordeling van de aanvragen tot subsidieverlening.
Paragraaf 3. Beoordelingscommissie
Artikel 5
1. Er is een beoordelingscommissie cursusonderwijs.
2. De beoordelingscommissie heeft tot taak de haar daartoe voorgelegde aanvragen tot subsidieverlening te beoordelen en hierover advies uit te brengen aan de minister.
Artikel 6
1. De beoordelingscommissie bestaat uit ten minste drie, doch ten hoogste vijf personen, waaronder de voorzitter.
2. De minister benoemt de voorzitter en de leden van de beoordelingscommissie op basis van hun specifieke kennis en deskundigheid.
3. De voorzitter en de leden van de beoordelingscommissie worden voor ten hoogste vijf jaar benoemd, behoudens tussentijds ontslag door de minister. Zij zijn te allen tijde herbenoembaar.
4. Het secretariaat van de beoordelingscommissie wordt gevoerd door LASER.
Artikel 7
De beoordelingscommissie stelt haar werkwijze vast.
Paragraaf 4. Procedure
Artikel 8
1. Een volledige aanvraag tot subsidieverlening wordt op het daartoe door LASER vastgestelde formulier ingediend bij LASER. De aanvraagperiode eindigt op 1 maart van het jaar waarop de desbetreffende Kaderbrief betrekking heeft.
2.
De aanvraag omvat tenminste:
a. a. een omschrijving van de inhoud van de cursus; b. b. een opgave van het te verwachten aantal deelnemers aan de cursus; c. c. een omschrijving van het te verwachten effect van de cursus; d. d. een begroting van de kosten en inkomsten van de cursus; e. e. een overzicht welk deel van de cursus betrekking heeft op welk thema uit de Kaderbrief; f. f. een omschrijving van de doelgroep die voor de cursus wordt beoogd, en g. g. een opgave van de periode waarin de cursus wordt gegeven.
3. Onder inkomsten, bedoeld in het vorige lid, onderdeel d, worden begrepen de financiering, de aangevraagde subsidie en de beoogde deelnamekosten voor de deelnemers aan de cursus.
4. De minister kan na sluiting van de aanvraagperiode, bedoeld in het eerste lid, in hetzelfde jaar een tweede aanvraagperiode vaststellen. Van deze vaststelling doet de minister mededeling in de Staatscourant.
Artikel 9
1.
Een aanvraag tot subsidieverlening wordt in ieder geval afgewezen indien:
a. a. de cursus deel uitmaakt van het reguliere programma van agrarisch onderwijs; b. b. de cursus is aangevangen voordat de ontvangst van de aanvraag tot subsidie door LASER schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd; c. c. de cursus later aanvangt dan 31 december van het jaar van aanvraag, of d. d. de cursus aan minder dan tien deelnemers wordt gegeven.
2. Indien de cursus in een jaar meerdere malen tegelijkertijd of achtereenvolgens wordt gegeven, wordt het aantal deelnemers als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, voor iedere cursus afzonderlijk vastgesteld.
Artikel 10
1.
Bij de beoordeling van de aanvragen tot subsidieverstrekking hanteert de beoordelingscommissie de volgende criteria:
a. a. of en de mate waarin de cursus aansluit bij een of meer van de thema's, opgenomen in de Kaderbrief; b. b. of en de mate waarin met de cursus de daarmee beoogde inzichten en vaardigheden kunnen worden overgedragen aan de cursisten; c. c. of en de mate waarin de over te brengen inzichten en vaardigheden toepasbaar zijn, en d. d. de omvang van de subsidieaanvraag in relatie tot het beoogde resultaat.
2. Indien in de Kaderbrief een doelgroep in relatie tot een bepaald thema wordt aangeduid, hanteert de beoordelingscommissie tevens als criterium of en de mate waarin de cursus waarvoor subsidie wordt aangevraagd en die betrekking heeft op dat thema, aansluit bij de beoogde doelgroep.
Artikel 11
1. De beoordelingscommissie brengt met redenen omkleed advies uit aan de minister omtrent verlening van de subsidie.
2. De beoordelingscommissie brengt advies uit in de vorm van een rangschikking, waarbij de aanvragen hoger worden gerangschikt naarmate ze naar het oordeel van de beoordelingscommissie meer voldoen aan de criteria, gesteld in artikel 10.
Artikel 12
1. De minister beslist gelijktijdig op alle aanvragen tot subsidieverlening die van een advies van de beoordelingscommissie zijn voorzien.
2. Bij de beslissing tot subsidieverlening kan de minister met redenen omkleed afwijken van de rangschikking die is aangebracht door de beoordelingscommissie.
3. De minister kan voor de subsidieontvanger ter invulling van de criteria, bedoeld in artikel 10, nadere criteria vaststellen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
4. Indien een aanvraag tot subsidieverlening niet geheel voldoet aan de criteria, genoemd in artikel 10, kan de beoordelingscommissie de minister adviseren deze aanvraag gedeeltelijk af te wijzen.
5. De minister geeft de beschikking tot subsidieverlening binnen drie maanden na afloop van de aanvraagperiode waarin de aanvraag is ingediend.
Paragraaf 5. Subsidieverlening
Artikel 13
1. De subsidie bedraagt 75% van de subsidiabele kosten.
2. Indien voor de cursus of een gedeelte daarvan reeds uit anderen hoofde een uit overheidsmiddelen bekostigde subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale subsidiebedrag niet meer bedraagt dan 75% van de subsidiabele kosten.
3.
Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. a. de loonkosten van door de aanvrager binnen de cursus gemaakte contacturen, vermeerderd met een opslag van 40% van die loonkosten, en b. b. de kosten van de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 19 voor zover deze niet meer bedragen dan € 2.500,-.
4. De loonkosten voor binnen de cursus gemaakte contacturen, bedoeld in het eerste lid, bedragen voor bestaande cursussen anderhalf maal het bruto uurloon, berekend op basis van carrièrepatronen leraren, schaal C. Voor nieuw ontwikkelde cursussen bedragen de loonkosten vier maal het bruto uurloon, bedoeld in de vorige volzin.
5. De minister kan met redenen omkleed voor bepaalde thema's afwijken van het subsidiepercentage, genoemd in het eerste lid. Hij maakt hiervan melding in de Kaderbrief.
Artikel 14
De subsidie kan voor ten hoogste drie achtereenvolgende jaren verleend worden.
Paragraaf 6. Verplichtingen van de subsidieontvanger
Artikel 15
De subsidieontvanger vermeldt in voorlichtingsmateriaal omtrent een cursus waarvoor krachtens deze regeling subsidie is verstrekt, dat de minister deze subsidie heeft verstrekt.
Artikel 16
1. De subsidieontvanger voert na afloop van een cursus waarvoor krachtens deze regeling subsidie is vertrekt, en, ingeval van een voorschot als bedoeld in artikel 20, jaarlijks, een onderzoek uit onder de deelnemers aan die cursus.
2.
Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval:
a. a. de achtergrond van de deelnemers aan de cursus; b. b. het oordeel van de deelnemer over de kwaliteit van de cursus; c. c. het oordeel van de deelnemer over de mate waarin inzichten en vaardigheden zijn overgedragen, en d. d. het oordeel van de deelnemer over de praktische toepasbaarheid van de overgedragen inzichten en vaardigheden.
Artikel 17
1. De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle kosten van de cursus kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 13, derde lid, onderscheiden kostensoorten, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording mogelijk is.
2. Uit de administratie, bedoeld in het eerste lid, blijkt tevens in welke mate de subsidie heeft geleid tot een verlaging van de kosten die de deelnemer voor deelname betaalt.
Paragraaf 7. Verantwoording
Artikel 18
1. De aanvraag voor de vaststelling van de subsidie wordt binnen twee maanden na afloop van de cursus ingediend bij LASER op een daartoe vastgesteld formulier.
2.
De aanvraag omvat tenminste:
a. a. een opgave van het aantal deelnemers aan de cursus; b. b. een omschrijving van het effect van de cursus; c. c. de resultaten van het onderzoek, bedoeld in artikel 16, en d. d. een verantwoording van de kosten van de cursus.
Artikel 19
1. De aanvraag, bedoeld in artikel 18, gaat vergezeld van een financiële verantwoording van de cursus, bestaande uit een rekening alsmede een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat is voldaan aan de voor subsidieverlening gestelde voorwaarden en verplichtingen.
2. De accountant, bedoeld in het eerste lid, controleert met inachtneming van het in de bijlage bij deze regeling opgenomen controleprotocol.
Artikel 20
1. Indien de subsidie voor meerdere achtereenvolgende jaren is verleend, kan de subsidieontvanger jaarlijks een voorschot aanvragen.
2. Een aanvraag tot de beschikking tot voorschotverlening wordt binnen vier weken na afloop van de laatste cursus van het desbetreffende jaar ingediend bij LASER op een daartoe vastgesteld formulier.
3.
De aanvraag omvat tenminste een omschrijving van:
a. a. het aantal deelnemers aan de cursus in het desbetreffende jaar; b. b. de resultaten van het in dat jaar uitgevoerde onderzoek, bedoeld in artikel 16, en c. c. de in dat jaar gemaakte kosten van de cursus.
4. De minister stelt de beschikking tot voorschotverlening vast binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag tot de beschikking tot voorschotverlening.
Artikel 21
De minister stelt de subsidie vast binnen twee maanden na ontvangst van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
Paragraaf 8. Slotbepalingen
Artikel 22
1.
De subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien:
a. a. de aanvrager in het kader van deze regeling onjuiste gegevens heeft verstrekt; b. b. de besteding van de subsidie niet overeenkomstig de bestemming heeft plaatsgevonden, of c. c. door de aanvrager niet is voldaan aan de in of krachtens deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen.
2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, wordt de subsidie op eerste verzoek daartoe terugbetaald, vermeerderd met rente vanaf het moment van terugvordering tot het moment van volledige terugbetaling.
3. De door de aanvrager te betalen rente is de wettelijke rente in Nederland geldende op de laatste dag van de kalendermaand waarin de subsidie werd uitgekeerd.
Artikel 23
Deze regeling wordt vóór 1 januari 2005 geëvalueerd.
Artikel 24
Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 26
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling groen cursusonderwijs.
Bijlage . Controleprotocol als bedoeld in
Bij de controle, op basis waarvan de rapportage bedoeld in het eerste lid van artikel 19 plaatsvindt, dient aan de naleving van de volgende artikelen op de daarbij aangegeven wijze aandacht te worden besteed.