rijk/ministeriele-regeling/regeling-groenprojecten-2022/BWBR0046599/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

18 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling groenprojecten 2022 BWBR0046599 ministeriele-regeling geldend 2022-06-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0046599 Regeling groenprojecten 2022

Regeling groenprojecten 2022

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • accountantsverklaring: verklaring, afgegeven door een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent;

  • Algemene Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187); a. bestaand project:

        a.
        project als bedoeld van de bijlage, met uitzondering van projecten als bedoeld in categorie 5.3, waarvoor ten minste zes maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een groenverklaring wordt ingediend met de uitvoering van de werkzaamheden is aangevangen;
    
    
        b.
        project als bedoeld in categorie 1.1 van de bijlage, voor zover het gaat om opengestelde landgoederen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Natuurschoonwet 1928, dat ten minste zes maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een groenverklaring wordt ingediend reeds voldeed aan een van de projectomschrijvingen in het betreffende onderdeel;
    
    
        c.
        project als bedoeld in categorie 5.3 van de bijlage, waarvoor meer dan acht maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een groenverklaring wordt ingediend de hypotheekakte werd gepasseerd dan wel de leenovereenkomst werd gesloten;
    

a. a. project als bedoeld van de bijlage, met uitzondering van projecten als bedoeld in categorie 5.3, waarvoor ten minste zes maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een groenverklaring wordt ingediend met de uitvoering van de werkzaamheden is aangevangen; b. b. project als bedoeld in categorie 1.1 van de bijlage, voor zover het gaat om opengestelde landgoederen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Natuurschoonwet 1928, dat ten minste zes maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een groenverklaring wordt ingediend reeds voldeed aan een van de projectomschrijvingen in het betreffende onderdeel; c. c. project als bedoeld in categorie 5.3 van de bijlage, waarvoor meer dan acht maanden voor de dag waarop de aanvraag tot afgifte van een groenverklaring wordt ingediend de hypotheekakte werd gepasseerd dan wel de leenovereenkomst werd gesloten;

  • biomassa: biomassa als bedoeld in artikel 2 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
  • brutovloeroppervlak: oppervlakte gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van opgaande scheidingsconstructies die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omsluiten;
  • bruto-subsidie-equivalent: bruto-subsidie-equivalent als bedoeld in artikel 2 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
  • de-minimisverordening landbouw: Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun in de landbouwsector (PbEU 2013, L 352);
  • duurzaam geproduceerd hout: hout dat voldoet aan de Dutch Procurement Criteria for Timber ten aanzien van duurzaam bosbeheer en de handelsketen, volgens de bijbehorende beoordelingsmethode, zoals bij brief van 24 juli 2008 is vastgesteld door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (Kamerstukken II 2007/08, 30 196, nr. 35);
  • duurzame melkveehouderij: bedrijfsmatig houden van melkkoeien op een duurzame wijze met een integraal duurzaam veehouderijsysteem dat in uitvoering overeenstemt met een duurzame melkveestal die op grond van artikel 3.31 of 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is aangewezen als bedrijfsmiddel dat in het belang is van het Nederlandse milieu;
  • eigenaar-bewoner: natuurlijk persoon die een woning in eigendom heeft dan wel verkrijgt en daarin zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben, dan wel de erfpachter, vruchtgebruiker of gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, voor zover deze rechten betrekking hebben op een woning;
  • energielabelklasse: energielabelklasse als bedoeld in artikel 2.1, achtste lid, van het Besluit energieprestatie gebouwen;
  • EU-Richtlijn 2018/2001: Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);
  • Groen Label Kas: tuinbouwkas die wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig telen van tuinbouwgewassen met een lagere milieubelasting en die in technische uitvoering overeenstemt met een tuinbouwkas die op grond van artikel 3.31 of 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is aangewezen als bedrijfsmiddel dat in het belang is van het Nederlandse milieu;
  • groenverklaring: schriftelijk besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat als bedoeld in artikel 5.14, derde lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001, waarin wordt verklaard dat een project in het belang is van de bescherming van het milieu, waaronder natuur en bos;
  • groenfonds: een bank of beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 5.14, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
  • Landbouw Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2022/2472 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327);
  • landbouwsector: landbouwsector als bedoeld in artikel 2 van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening;
  • Maatlat Duurzame Veehouderij: certificatiesysteem voor veestallen met een lagere milieubelasting, met maatregelen voor diergezondheid en dierenwelzijn die bijdraagt aan verduurzaming van de veehouderij en die in technische uitvoering overeenstemt met een veehouderij die op grond van artikel 3.31 of 3.42a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat is aangewezen als bedrijfsmiddel dat in het belang is van het Nederlandse milieu;
  • maatschappelijk vastgoed: huisvesting van alle dienstverlening die, geheel of gedeeltelijk, publiek wordt gefinancierd;
  • natuur- en landschappelijke waarden: natuurlijke landschappen die formeel zijn erkend als cultuur- of natuurerfgoed door de bevoegde overheidsinstantie;
  • project: in Nederland gelegen technisch, functioneel en in de tijd samenhangend geheel van activa en werkzaamheden;
  • projectbeheerder: degene voor wiens rekening en risico een project wordt ontwikkeld en in stand wordt gehouden;
  • projectvermogen: vermogen dat nodig is voor de financiering van vaste activa en voor de werkzaamheden om de vaste activa te plaatsen, voor zover noodzakelijk voor en uitsluitend dienstbaar aan de totstandbrenging van een project;
  • recycling: recycling als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder 128 van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening;
  • utiliteitsgebouw: gebouw waarvoor in het Bouwbesluit 2012 een energieprestatie-eis is vastgelegd, met uitzondering van woningen;
  • verbeterproject: project gericht op een wezenlijke verandering van een bestaand project, waardoor dit project naar inrichting, aard of omvang een wijziging ondergaat die het project aanmerkelijk waardevoller maakt voor het milieu, waaronder natuur en bos;
  • Visserij Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2022/2473 van de Commissie van 14 december 2022 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2022, L 327);
  • voedselbos: door mensen ontworpen productief ecosysteem naar het voorbeeld van een natuurlijk bos, met een hoge diversiteit aan meerjarige of houtige soorten, waarvan delen voor de mens als voedsel dienen;
  • woning: gebouw, bedoeld voor bewoning, dat voortdurend als hoofdverblijf ter beschikking staat aan een of meer natuurlijke personen en per wooneenheid ten minste is voorzien van een eigen toegang, toilet, bad- of douchevoorziening, alsmede van een energieaansluiting, bedoeld voor een kooktoestel om een maaltijd te kunnen bereiden.

Hoofdstuk 2. Projectcategorieën

Artikel 2

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een groenverklaring afgeven voor projecten of categorieën van projecten, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, in de categorieën:

    1. Natuur;
    1. Duurzame landbouw;
    1. Circulaire economie;
    1. Duurzame energie;
    1. Duurzaam bouwen;
    1. Duurzame mobiliteit;
    1. Klimaatadaptatie.

Hoofdstuk 3. De aanvraag van een groenverklaring

Artikel 3

1. Een groenverklaring wordt aangevraagd door en afgegeven aan een groenfonds die voornemens is in belangrijke mate bij te dragen aan het verstrekken van kredieten ten behoeve van een project dan wel het direct of indirect beleggen van vermogen in bedoeld project.

2. Een aanvraag wordt ingediend door middel van het daartoe bestemde aanvraagformulier bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

3. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kan een aanvrager verzoeken een accountantsverklaring te over leggen, waaruit de juistheid of aannemelijkheid van de in de aanvraag vermelde gegevens blijkt.

Artikel 4

1. De Minister van Infrastructuur en Waterstaat beslist, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, op een volledige aanvraag binnen acht weken na de indiening ervan.

2. Een volledige aanvraag is een aanvraag waarbij geen aanvullende informatie nodig is voor de beoordeling ervan.

3. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland verzendt een afschrift van het besluit aan de projectbeheerder.

Artikel 5

1.

Een groenverklaring wordt in ieder geval niet afgegeven op aanvragen voor:

a. a. bestaande projecten; b. b. projecten waarvoor reeds een groenverklaring is verstrekt; c. c. projecten in de landbouwsector die niet worden uitgevoerd door een kleine, middelgrote en micro-onderneming in de zin van bijlage 1 van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening; d. d. projecten die niet voldoen aan de vereisten die zijn gesteld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening dan wel in de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening of de Visserij Groepsvrijstellingsverordening; e. e. projecten waarvan het projectvermogen minder dan € 25.000 bedraagt; f. f. projecten waarvoor, vanwege toekenning van een financieel of ander voordeel door de overheid of de Europese Commissie uit dezen en anderen hoofde dan op grond van deze regeling, een zodanig voordeel ontstaat dat dit het totale toegestane voordeel op grond van regelgeving van de Europese Unie zou overschrijden; g. g. projecten waarvan het niet aannemelijk is dat het enig eigen rendement heeft, subsidies van overheden daaronder begrepen; h. h. projecten waarvan het te verwachten economische rendement van het project in verhouding tot het risico zodanig is dat het zonder toepassing van de regeling tot stand kan komen; i. i. projecten door een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering uitstaat, overeenkomstig artikel 1, vierde lid, onderdelen a en b, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening of artikel 1, vierde lid, van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening of artikel 1, vijfde lid, van de Visserij Groepsvrijstellingsverordening; of j. j. projecten door een onderneming in moeilijkheden, overeenkomstig artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, artikel 1, vijfde lid, van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening of artikel 1, vierde lid van de Visserij Groepsvrijstellingsverordening.

2. Een groenverklaring wordt niet afgegeven indien de aanvrager, na daartoe een verzoek ontvangen te hebben, niet binnen de gestelde termijn de gegevens verstrekt die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van het project.

Artikel 6

1.

De groenverklaring geldt ten hoogste voor de levensduur van een project, maar niet langer dan:

a. a. tien jaren; b. b. vijf jaren indien de groenverklaring een project betreft als bedoeld in subcategorie 2.1.2 van de bijlage.

2. De groenverklaring treedt maximaal negen maanden na de afgifte hiervan in werking.

3. De groenverklaring vermeldt de aard van het project, het projectvermogen, de datum waarop de groenverklaring in werking treedt en de periode waarvoor de groenverklaring geldt.

4. De groenverklaring voor een project als bedoeld in projectcategorie 1 van de bijlage vervalt indien binnen twee jaar na de dag van afgifte hiervan geen aanvang is gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden.

5. In de groenverklaring kunnen nadere voorschriften worden opgenomen.

Hoofdstuk 4. Het projectvermogen

Artikel 7

1. Indien het projectvermogen het bedrag van € 75.000.000 te boven gaat, beperkt de Minister van Infrastructuur en Waterstaat het projectvermogen tot € 75.000.000.

2. Het eerste lid is niet van toepassing indien naar het oordeel van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat een hoger projectvermogen toegestaan kan worden vanwege het uitzonderlijke karakter van het project.

Hoofdstuk 5. Overige bevoegdheden van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat

Artikel 8

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat maakt de gegevens, bedoeld in bijlage III van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening en de Visserij Groepsvrijstellingsverordening, van de begunstigde openbaar in de volgende gevallen:

a. a. als met een project waarvoor een groenverklaring is verstrekt een financieel voordeel wordt behaald van meer dan € 100.000; b. b. als met een project als bedoeld in projectcategorie 1 of de subcategorieën 2.1.1, voor zover het de productie van landbouwproducten betreft, 2.1.3, 2.1.4 of 2.1.6 van de bijlage waarvoor een groenverklaring is verstrekt een financieel voordeel wordt behaald van meer dan € 10.000; c. c. als met een project als bedoeld in de subcategorie 2.4.1 waarvoor een groenverklaring is verstrekt en een financieel voordeel wordt behaald van meer dan € 10.000.

Artikel 9

1.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan, in overeenstemming met de Minister van Financiën en na overleg met de Minister voor Klimaat en Energie en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de groenverklaring intrekken indien:

a. a. de ter zake verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest; b. b. blijkt dat de uitvoering van het project in aanzienlijke mate afwijkt van de projectbeschrijving op grond waarvan de groenverklaring is afgegeven; c. c. blijkt dat de projectbeheerder de vermogenstoestand van het project niet afzonderlijk administreert; d. d. niet wordt voldaan aan de voorschriften die in de groenverklaring zijn opgenomen; of e. e. niet wordt voldaan aan artikel 10.

2. Het besluit tot intrekking kan terugwerkende kracht hebben.

3. Het besluit tot intrekking wordt gezonden aan de aanvrager. Een afschrift van het besluit wordt gezonden aan de projectbeheerder en aan de inspecteur van de Belastingdienst.

Artikel 10

Indien de uitvoering van een project wijzigt, meldt het groenfonds dat kapitaal verschaft ten behoeve van een project waarvoor een groenverklaring is afgegeven dat onverwijld aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 11

Ten behoeve van de vaststelling van een groenverklaring is, ten aanzien van het groenfonds en de projectbeheerder, hoofdstuk VIII, afdeling 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing inzake de verstrekking van de van belang zijnde gegevens en de daaraan verbonden rechten en plichten. Hierbij gelden de aan de inspecteur opgelegde verplichtingen eveneens voor de door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen personen.

Hoofdstuk 6. Overige bepalingen

Artikel 12

Aan de in deze regeling bedoelde normen, meetvoorschriften, tests en certificaten worden gelijkgesteld normen, meetvoorschriften, tests en certificaten die ten minste een gelijkwaardig beschermingsniveau bieden.

Artikel 13

Op projecten waarvoor tussen 1 april 2016 en 1 juni 2022 een aanvraag voor een groenverklaring is ingediend, blijven de bepalingen van de Regeling groenprojecten 2016 van toepassing.

Artikel 14

De Regeling groenprojecten 2016 wordt ingetrokken.

Artikel 15

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2022.

Artikel 16

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling groenprojecten 2022.

Bijlage . behorend bij