rijk/ministeriele-regeling/regeling-innovatieve-windenergie-op-zee/BWBR0040113/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

253 lines
14 KiB
Markdown
Raw Permalink Blame History

This file contains ambiguous Unicode characters

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Regeling innovatieve windenergie op zee
bwb_id: BWBR0040113
type: ministeriele-regeling
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2017-01-01'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0040113
citeertitel: Regeling innovatieve windenergie op zee
---
# Regeling innovatieve windenergie op zee
### Paragraaf 1. Algemeen
### Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- *algemene groepsvrijstellingsverordening:* verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L187);
- *besluit:*
Besluit stimulering duurzame energieproductie;
- *kavel V:* kavel V van het windenergiegebied Borssele zoals aangewezen in Kavelbesluit V windenergiegebied Borssele (Stcrt. 2016, 14551);
- *kavelbesluit:* kavelbesluit als bedoeld in artikel 1 van de Wet windenergie op zee;
- *minister:* Minister van Economische Zaken;
- *netto P50-waarde vollasturen:* het aantal vollasturen, waarbij de verwachte jaarlijkse energieproductie voor een gegeven combinatie van locatie en productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie dient te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van 50%;
- *nominaal vermogen:* maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit;
- *windenergiegebied Borssele:* windenergiegebied Borssele, aangewezen in het nationaal waterplan, bedoeld in artikel 4.1 van de Waterwet, zoals vastgesteld voor de periode 2016 tot en met 2021.
### Artikel 2
De minister kan voor een project voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op zee met de bijzondere en risicovolle inzet van een innovatieve productie-installatie die is gelegen op kavel V, op aanvraag subsidie verstrekken bestaande uit:
a. a.
subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van het besluit,
b. b.
subsidie als bedoeld in artikel 24a, eerste lid, van het besluit.
### Artikel 3
Het nominale vermogen van de productie-installatie, bedoeld in artikel 2, bedraagt tenminste 6 MW en ten hoogste 20 MW.
### Artikel 4
Aanvragen om subsidie worden ontvangen in de periode van 2 januari 2018 tot 18 januari 2018 17:00 uur.
### Artikel 5
**1.** Een aanvraag om subsidie bevat ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
**2.** Bij de berekening van de P50-waarde, bedoeld in artikel 2b, derde lid, onderdeel d, van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie, wordt voor het zogeffect uitsluitend rekening gehouden met de desbetreffende productie-installatie en met andere productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee die in gebruik zijn genomen voor 1 juli 2016.
### Artikel 6
**1.**
De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:
a. a.
na toepassing van artikel 8, tweede lid, minder dan drie punten per criterium zijn toegekend;
b. b.
uit de haalbaarheidsstudie, bedoeld in artikel 2a van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie blijkt dat de omvang van het eigen vermogen van de aanvrager kleiner is dan 10% van de totale investeringskosten voor de desbetreffende productie-installatie;
c. c.
niet tijdig een aanvraag is ingediend als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet windenergie op zee;
d. d.
de aanvraag niet voldoet aan de criteria, gesteld bij of krachtens artikel 14, eerste lid, onderdeel d of f, of tweede lid van de Wet windenergie op zee;
e. e.
tegen de aanvrager een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel a, van de algemene groepsvrijstellingsverordening;
f. f.
de aanvrager een onderneming als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de algemene groepsvrijstellingsverordening is.
**2.** De omvang van het eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt bepaald overeenkomstig artikel 2a, vijfde en zesde lid van de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie.
### Artikel 7
**1.** Het subsidieplafond bedraagt € 59.000.000.
**2.** Subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt ten hoogste € 44.000.000.
**3.** Subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt ten hoogste € 15.000.000.
### Artikel 8
**1.** In afwijking van artikel 60, eerste lid, van het besluit, rangschikt de minister de aanvragen waarop niet met toepassing van artikel 59 van het besluit of artikel 6 afwijzend wordt beslist hoger naarmate daaraan in totaal meer punten zijn toegekend.
**2.**
De minister kent aan een aanvraag een hoger aantal punten toe naarmate:
a. a.
het project meer bijdraagt aan de kostprijsreductie van windenergie op zee;
b. b.
de mogelijke bijdrage van het project aan de Nederlandse economie groter is;
c. c.
het project vernieuwender is ten opzichte van de internationale stand van onderzoek of techniek en de Nederlandse kennispositie meer wordt versterkt;
d. d.
de kwaliteit van het project beter is, blijkend uit de uitwerking van aanpak en methodiek, de omgang met risicos, de uitvoerbaarheid, de deelnemende partijen en de mate waarin de beschikbare middelen effectiever en efficiënter worden ingezet.
**3.** De minister kent per rangschikkingscriterium ten minste één en ten hoogste 5 punten toe.
**4.** Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie aan meer dan één producent subsidie zou worden verstrekt.
**5.** Indien meerdere aanvragen gelijk zijn gerangschikt, stelt de minister de onderlinge rangschikking van deze aanvragen vast op basis van de hoogte van de door de desbetreffende aanvragers gevraagde subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, onderdeel b, waarbij een aanvraag hoger wordt gerangschikt naarmate de gevraagde subsidie voor deze kosten, exclusief een verhoging als bedoeld in artikel 18, vierde of vijfde lid, lager is. Indien op basis hiervan meerdere aanvragen gelijk zijn gerangschikt, stelt de minister de onderlinge rangschikking vast door middel van loting.
### Artikel 9
**1.** De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie in gebruik binnen 5 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.
**2.** Indien het wijzigingsbesluit kavelbesluit V windenergiegebied Borssele (Stcrt. 2017, 48875) later onherroepelijk wordt dan de datum van de beschikking tot subsidieverlening, neemt de subsidie-ontvanger de productie-installatie in gebruik binnen 5 jaar na de datum waarop dat wijzigingsbesluit onherroepelijk is geworden.
### Artikel 10
**1.** De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-ontvanger overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bijlage.
**2.** De subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidie-ontvanger binnen vier weken na de datum van de beschikking tot subsidieverlening aantoont dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de overeenkomst opgenomen in de bijlage is afgegeven.
**3.** Indien niet tijdig aan de voorwaarde, bedoeld in het eerste of tweede lid, is voldaan wordt subsidie verleend voor de eerstvolgende aanvraag in de rangschikking.
### Artikel 11
Bij de beschikking tot subsidieverlening kan de verplichting worden opgelegd tot indiening van ten hoogste één rapportage per jaar over de voortgang en resultaten van het project, die naar het oordeel van de minister kwalitatief voldoende is en waarin de subsidieontvanger de niet bedrijfsgevoelige kennis en informatie die met het project wordt opgedaan openbaar maakt.
### Paragraaf 2. Exploitatiesubsidie
### Artikel 12
Deze paragraaf is van toepassing op subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a.
### Artikel 13
Het tenderbedrag bedraagt ten hoogste € 0,05449 per kWh.
### Artikel 14
**1.** De subsidie wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
**2.** De minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger bepalen dat het tijdstip van aanvang van de periode, bedoeld in het eerste lid, voor twee gedeelten van de beschikking tot subsidieverlening verschilt. Tussen de tijdstippen van aanvang zit een periode van tenminste twee maanden.
**3.** Een productie-installatie als bedoeld in artikel 2 wordt aangewezen als productie-installatie als bedoeld in artikel 23, derde en vierde lid, van het besluit.
### Artikel 15
**1.** De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 20, eerste lid, van het besluit bedraagt € 0,025 per kWh.
**2.** Het maximale aantal vollasturen, bedoeld in artikel 23, vijfde lid, van het besluit is gelijk aan de netto P50-waarde vollasturen die is opgenomen in de aanvraag.
**3.**
De correcties op het tenderbedrag worden voor 2018 als volgt vastgesteld:
a. a.
€ 0,032719 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;
b. b.
€ 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 22, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.
### Artikel 16
De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 42 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
### Paragraaf 3. Investeringssubsidie
### Artikel 17
Deze paragraaf is van toepassing op subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel b.
### Artikel 18
**1.** De subsidie bedraagt ten hoogste 45% van de subsidiabele kosten.
**2.** De subsidiabele kosten worden berekend in overeenstemming met artikel 41, zesde lid, onderdeel b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
**3.** De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.
**4.** Het in het eerste lid genoemde percentage wordt met 20 procentpunten verhoogd, indien de aanvrager een kleine onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door de kleine onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
**5.** Het in het eerste lid genoemde percentage wordt met 10 procentpunten verhoogd, indien de aanvrager een middelgrote onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door de middelgrote onderneming in de zin van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
### Artikel 19
**1.** De subsidie bevat staatssteun en wordt gerechtvaardigd door artikel 41 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
**2.** De subsidie wordt verstrekt overeenkomstig artikel 41, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
### Artikel 20
**1.** De voor subsidie in aanmerking komende kosten worden berekend en gestaafd met bewijsstukken, overeenkomstig artikel 7, eerste lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
**2.** Indien de subsidie in meerdere tranches wordt uitgekeerd, worden de in aanmerking komende kosten gedisconteerd overeenkomstig artikel 7, derde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
### Artikel 21
**1.** De minister verstrekt ambtshalve voorschotten voor een subsidie die nog niet is vastgesteld.
**2.** De minister verstrekt het eerste voorschot binnen twee weken na aanvang van de activiteiten.
**3.** De volgende voorschotten worden verstrekt binnen twee weken na 1 januari, 1 april, 1 juli en 1 oktober voor de in het desbetreffende kwartaal te maken kosten.
**4.** Als datum van aanvang van de activiteiten geldt de dag na het voldoen aan de opschortende voorwaarde bedoeld in artikel 10, tweede lid, of, indien deze later is, de datum die in het plan is opgenomen voor de start van de activiteiten.
**5.** Het voorschot bedraagt 90% van het bedrag dat in het desbetreffende kwartaal maximaal voor subsidie in aanmerking komt.
**6.** De minister berekent de hoogte van het maximaal voor subsidie in aanmerking komende bedrag door de in de periode tussen twee mijlpalen te maken subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met het in artikel 18 bepaalde subsidiepercentage en te delen door het aantal voorschotmomenten in deze periode.
**7.** Het geheel van voorschotten bedraagt niet meer dan het voorschotpercentage maal de maximale hoogte van de subsidie.
**8.** De subsidie-ontvanger meldt het de minister indien de subsidiabele kosten zoals opgenomen in de mijlpalen in het plan in het desbetreffende kwartaal meer dan 25% afwijken van de begroting.
### Artikel 22
In afwijking van artikel 70, eerste lid, van het besluit, dient de subsidie-ontvanger een aanvraag om tussentijdse subsidievaststelling in binnen 13 weken na het tijdstip waarop de productie-installatie in gebruik is genomen.
### Paragraaf 4. Overgangs- en slotbepalingen
### Artikel 23
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017 en vervalt met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op subsidie die voor die datum is verleend.
### Artikel 24
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling innovatieve windenergie op zee.
## Bijlage . behorende bij
..................................................
(hierna te samen ook te noemen: Partijen);
overwegen:
Partijen komen daartoe het volgende overeen:
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend
te .......
Ondernemer
te s-Gravenhage op ....................
De Minister van Economische Zaken.
DE ONDERGETEKENDE,
............................., gevestigd te ......., hierna te noemen de Bank,
IN AANMERKING NEMENDE DAT:
VERKLAART ALS VOLGT
Getekend te
op
De Bank.