40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
4.7 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling leerplanontwikkeling op verzoek van organisaties en instellingen | BWBR0012220 | ministeriele-regeling | geldend | 2001-02-24 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0012220 | Regeling leerplanontwikkeling op verzoek van organisaties en instellingen |
Regeling leerplanontwikkeling op verzoek van organisaties en instellingen
Paragraaf 1. Definitiebepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. staatssecretaris: staatssecretaris van onderwijs, cultuur en wetenschappen, b. b. wet: Wet Subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten, c. c. stichting: Stichting voor Leerplanontwikkeling, te Enschede, d. d. vakinhoudelijke vereniging: vakinhoudelijke vereniging van docenten in het voortgezet onderwijs, voorzover deze rechtspersoonlijkheid heeft, e. e. onderwijs: onderwijs, bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de wet op de expertisecentra en de Wet op het Voortgezet Onderwijs, f. f. verzoeker: organisatie of instelling, als bedoeld in artikel 12, achtste lid, onder a van de wet, waaronder de vakinhoudelijke vereniging, g. g. verzoek: verzoek, bedoeld in artikel 12, achtste lid, onder a van de wet.
Paragraaf 2. Algemeen kader
Artikel 2
De stichting maakt jaarlijks voor 1 april een algemeen kader bekend, waarin het beschikbare bedrag en de criteria voor de toewijzing bekend worden gemaakt voor verzoeken die betrekking hebben op de activiteiten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de wet in het daaropvolgende jaar.
Artikel 3
Het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 2, is niet hoger dan het subsidiebedrag dat de staatssecretaris aan de stichting voor de uitvoering van verzoeken beschikbaar stelt op grond van artikel 7, eerste lid, van de wet.
Artikel 4
De stichting baseert de criteria, bedoeld in artikel 2, op:
a. a. de hoofdlijnenbrief, bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de wet, b. b. een evenwichtige spreiding over het onderwijs, c. c. een evenwichtige landelijke spreiding, d. d. de mate waarin verzoekers in staat zijn tot medefinanciering van het te ontwikkelen leerplan, e. e. het verband dat het verzoek houdt met leerplanontwikkeling, f. f. de positie van de vakinhoudelijke verenigingen als veldorganisaties.
Artikel 5
De stichting organiseert voor 1 februari een bijeenkomst voor de belanghebbenden waarin de criteria, bedoeld in artikel 4, aan de orde komen.
Paragraaf 3. Verzoekprocedure
Artikel 6
1. De verzoekers dienen voor 1 mei een verzoek bij de stichting in.
2. De stichting beslist voor 21 mei op de verzoeken op basis van het algemeen kader, bedoeld in artikel 2, van dat jaar.
Artikel 7
1. De stichting benoemt een commissie die adviseert welke verzoeken toegewezen en afgewezen kunnen worden.
2. Aan de commissie worden twee waarnemers uit de Raad van Advies van de stichting toegevoegd.
Artikel 8
1. De stichting benoemt een commissie die, naar aanleiding van schriftelijke bedenkingen van een verzoeker wiens verzoek is afgewezen, adviseert of de beslissing van de stichting dient te worden herzien.
2. De stichting benoemt een voorzitter van de commissie die geen deel uitmaakt van of werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de stichting.
3. De commissie hoort de verzoeker en de stichting.
4. Een verzoeker dient de bedenkingen, bedoeld in het eerste lid, binnen zes weken na bekendmaking van de beslissing in.
5. Binnen tien weken na indiening van de bedenkingen, bedoeld in het eerste lid, brengt de commissie advies uit en beslist de stichting het advies al dan niet over te nemen.
Paragraaf 4. Slotbepalingen
Artikel 9
1. De stichting zorgt voor een evaluatie van de procedure, de criteria, bedoeld in artikel 4, en de activiteiten die plaatsvinden in het kader van de verzoeken.
2. De evaluatie sluit aan bij de evaluatie, bedoeld in artikel 18, van de wet.
Artikel 10
De Regeling met betrekking tot de procedure van subsidiëring voor het ontwikkelen van leerplannen op verzoek van organisaties en instellingen (Uitleg Gele katern nr. 20 van 26 augustus 1998) wordt ingetrokken.
Artikel 11
Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.
Artikel 12
Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling is geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 13
De regeling wordt aangehaald als: Regeling leerplanontwikkeling op verzoek van organisaties en instellingen.