40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
6.3 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling monitoring kaderrichtlijn water | BWBR0027502 | ministeriele-regeling | geldend | 2010-04-15 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0027502 | Regeling monitoring kaderrichtlijn water |
Regeling monitoring kaderrichtlijn water
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- besluit: Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009;
- intercalibratiebeschikking: beschikking van de Europese Commissie van 30 oktober 2008 tot vaststelling van de indelingswaarden voor de monitoringssystemen van de lidstaten die het resultaat zijn van de intercalibratie, overeenkomstig richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEU L 332);
- kwaliteitselement: kwaliteitselement dat is vermeld in bijlage V, paragraaf 1.1, bij de kaderrichtlijn water;
- Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen: rapport ‘Referenties en maatlatten voor natuurlijke watertypen voor de Kaderrichtlijn Water 2015–2021’, rapportnummer 2012-31, ISBN 978.90.5773.569.1, van de Stichting toegepast onderzoek waterbeheer, zoals gepubliceerd op: http://www.stowa.nl/;
- Stowa-rapport voor sloten en kanalen: rapport ‘Omschrijving MEP en maatlatten voor sloten en kanalen voor de Kaderrichtlijn Water 2015–2021’, rapportnummer 2012-34, ISBN 978.90.5773.571.4, van de Stichting toegepast onderzoek waterbeheer, zoals gepubliceerd op: http://www.stowa.nl/.
Artikel 2
Voor de operationalisering van de algemene definities van de ecologische toestand, die in bijlage V, de tabellen 1.2.1 tot en met 1.2.4, van de kaderrichtlijn water zijn opgenomen, ten behoeve van de opstelling en uitvoering van het monitoringsprogramma wordt voor elk van de in Nederland voorkomende typen natuurlijke waterlichamen voor de in bijlage V, paragraaf 1.1, van de kaderrichtlijn water vermelde kwaliteitselementen, uitgezonderd specifieke verontreinigende stoffen, het met inachtneming van de intercalibratiebeschikking opgestelde Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen gehanteerd.
Artikel 3
1.
In het monitoringsprogramma wordt ten behoeve van de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het besluit bepaald dat een oppervlaktewater-lichaam voor een kwaliteitselement voldoet aan de richtwaarde voor de goede ecologische toestand van het type natuurlijk oppervlaktewater-lichaam waartoe het waterlichaam behoort, indien het oppervlaktewater-lichaam blijkens de monitoringsresultaten:
a. a. voor specifieke verontreinigende stoffen geen hogere concentratie van een in de bijlage bij deze regeling vermelde stof bevat dan de waarde die daarin voor de desbetreffende stof is vermeld, en b. b. voor de andere kwaliteitselementen voldoet aan alle waarden, die voor deze kwaliteitselementen voor het type natuurlijk oppervlaktewaterlichaam waarin het desbetreffende waterlichaam is ingedeeld, zijn opgenomen in het Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen.
2.
In het monitoringsprogramma wordt ten behoeve van de toepassing van artikel 6, tweede lid, van het besluit bepaald dat een sterk veranderd of kunstmatig oppervlaktewaterlichaam voor een kwaliteitselement voldoet aan het vereiste van een goed ecologisch potentieel, indien het oppervlaktewaterlichaam blijkens de monitoringsresultaten voldoet aan de specificaties die voor het kwaliteitselement zijn vastgesteld in:
a. a. het beheerplan voor de rijkswateren, indien het rijkswateren betreft; b. b. het regionale waterplan, indien het regionale wateren betreft.
3. Voor de indeling van een oppervlaktewaterlichaam in een type natuurlijk oppervlaktewaterlichaam worden de karakteriseringen gehanteerd, die voor de onderscheiden typen natuurlijke oppervlaktewaterlichamen zijn opgenomen in het Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen. Indien sprake is van een kunstmatig oppervlaktewaterlichaam kan voor de indeling daarvan tevens gebruik worden gemaakt van het Stowa-rapport voor sloten en kanalen.
Artikel 4
1. In het monitoringsprogramma wordt ten behoeve van de indeling van een oppervlaktewaterlichaam of een grondwaterlichaam in een toestandsklasse van de chemische toestand uitgegaan van de laagste toestandsklasse waarin het waterlichaam blijkens de monitoringsresultaten voor een in bijlage I, onderscheidenlijk bijlage II, bij het besluit vermelde stof is ingedeeld.
2. In het monitoringsprogramma wordt ten behoeve van de indeling van een oppervlaktewaterlichaam in een toestandsklasse voor specifieke verontreinigende stoffen uitgegaan van de laagste toestandsklasse waarin het waterlichaam blijkens de monitoringsresultaten voor een in de bijlage bij deze regeling vermelde stof is ingedeeld.
3. In het monitoringsprogramma worden ten behoeve van de indeling van een natuurlijk oppervlaktewaterlichaam in een toestandsklasse van de ecologische toestand de grenzen tussen de in artikel 16, vijfde lid, onderdeel a, 2°, van het besluit onderscheiden toestandsklassen vastgesteld in overeenstemming met het Stowa-rapport voor natuurlijke watertypen.
4.
In het monitoringsprogramma wordt bepaald dat de indeling van een sterk veranderd of kunstmatig oppervlaktewaterlichaam in een toestandsklasse van het ecologisch potentieel plaatsvindt met toepassing van de ‘Handreiking MEP/GEP, handreiking voor vaststellen van status, ecologische doelstellingen en bijpassende maatregelenpakketten voor niet-natuurlijke wateren’ van de Projectgroep Implementatie Handreiking, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, van november 2005. Hierbij wordt uitgegaan van het goede ecologisch potentieel dat voor het waterlichaam is vastgesteld in:
a. a. voor rijkswateren: het beheerplan voor de rijkswateren; b. b. voor regionale wateren: het regionale waterplan.
Artikel 5
De Minister van Infrastructuur en Milieu stelt het monitoringsprogramma vast met inachtneming van richtlijn 2009/90/EG van de Commissie van de Europese Unie van 31 juli 2009 tot vaststelling van technische specificaties voor de chemische analyse en monitoring van de watertoestand krachtens Richtlijn 2000/90/EG van het Europees Parlement en de Raad.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling monitoring kaderrichtlijn water.