rijk/ministeriele-regeling/regeling-overgangsbekostiging-vereenvoudiging-bekostiging-wpo-en-wec/BWBR0047334/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

21 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC BWBR0047334 ministeriele-regeling geldend 2022-10-21 https://wetten.overheid.nl/BWBR0047334 Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC

Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

    • achterstandsscore: * achterstandsscore als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022;
    • basisschool: * basisschool als bedoeld in artikel 1 WPO;
    • leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: * leerling als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO 2022 en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022;
    • formatiebasisbedrag: * formatiebasisbedrag als bedoeld in artikel 1 van het Besluit bekostiging WPO en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC zoals die luidden op 31 maart 2022;
    • formatieleeftijdsbedrag: * formatieleeftijdsbedrag als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Bekostiging WPO en artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC zoals die luidden op 31 maart 2022;
    • instelling: * instelling als bedoeld in artikel 1 WEC;
    • school voor (voortgezet) speciaal onderwijs: * school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 WEC, niet zijnde een instelling;
    • speciale school voor basisonderwijs: * speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 WPO;
    • vestiging: * hoofd- of nevenvestiging van een basisschool;
    • WEC: * Wet op de expertisecentra;
    • WPO: * Wet op het primair onderwijs;

Artikel 1a

De uitkomst van de letter A, genoemd in artikel 214, tweede lid, van de WPO en artikel 188, tweede lid, van de WEC, wordt voor 2025 geïndexeerd met 11,38%.

Hoofdstuk 2. Vaststelling bedragen voor de bepaling van de bekostiging, bedoeld in

Paragraaf 1. Basisscholen

Artikel 2

1.

De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van basisscholen, bedoeld in artikel 120, zesde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:

a. a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 39,41 jaar; b. b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 83.482,88; c. c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 101.848,51.

2.

Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag bedraagt voor basisscholen:

a. a. formatiebasisbedrag: € 40.457,42; b. b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.091,74.

3.

Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022 bedraagt voor:

Bedrag per leerling Verhogingsbedrag
a. leerlingen van 4 t/m 7 jaar € 2.407,22 € 64,96
b. leerlingen vanaf 8 jaar € 1.674,94 € 45,20

4. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop het bevoegd gezag, bedoeld in de WPO gedurende het schooljaar aanspraak maakt vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 137, vijfde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022.

Artikel 3

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom van de in de tabel genoemde artikelen van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, is het bedrag, genoemd in de tweede respectievelijk de derde kolom bij het desbetreffende artikel:

Artikel 4

Het bedrag per eenheid achterstandsscore bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt € 680,23.

Artikel 5

Het bedrag, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 niet hoger is dan 97 leerlingen € 21.850,63 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 hoger is dan 97 leerlingen € 40.216,26.

Artikel 6

1.

De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 WPO zoals die luidde op 31 maart 2022, bestaat voor basisscholen, waaronder begrepen de school voor varende kinderen, uit een basisbedrag en een bedrag per leerling:

a. a. basisbedrag = € 22.386,23; b. b. bedrag per leerling = € 1.056,59.

2. De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor basisscholen met minder dan 145 leerlingen wordt verhoogd met een bedrag dat gelijk is aan de uitkomst van de berekening: € 51.610,18 minus (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met € 355,97).

3. De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, wordt voor basisscholen met minder dan 195 leerlingen verhoogd met € 7.233.

4. Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121 WPO zoals die luidde op 31 maart 2022.

Artikel 7

De bedragen van de programma's van eisen voor de basisscholen, bedoeld in artikel 113, vierde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 1.

Paragraaf 2. Speciale scholen voor basisonderwijs

Artikel 8

1.

De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren respectievelijk van de schoolleiding van speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 120, zesde lid, WPO, zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:

a. a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 40,74 jaar; b. b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 92.752,69; c. c. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 112.217,66.

2.

Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag bedraagt voor speciale scholen voor basisonderwijs:

a. a. formatiebasisbedrag: € 39.994,35; b. b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.295,00.

3.

Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag, bedoeld in artikel 120, eerste lid, van de WPO zoals die luidde op 31 maart 2022 is:

a. a. bedrag per leerling: € 1.807,74; b. b. verhogingsbedrag € 58,53.

4. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten, bedoeld in het eerste lid is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WPO gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 137, vijfde lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022.

Artikel 9

Het bedrag per leerling respectievelijk het verhogingsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school, bedoeld in artikel 120, vierde lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022 is:

a. a. bedrag per leerling € 2.583,64; b. b. verhogingsbedrag € 83,66.

Artikel 10

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 28, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO zoals dat luidde op 31 maart 2022, is:

a. a. basisbedrag € 1.603,77; b. b. leeftijdsbedrag € 51,93.

Artikel 11

Het bedrag, bedoeld in artikel 26, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO, zoals dat luidde op 31 maart 2022, bedraagt voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 niet hoger is dan 99 leerlingen € 22.771,97 en voor scholen met een aantal leerlingen dat op 1 oktober 2021 hoger is dan 99 leerlingen € 42.236,94.

Artikel 12

1.

De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 129 WPO zoals die luidde op 31 maart 2022, voor speciale scholen voor basisonderwijs bestaat uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule basisbedrag + A + B, waarin:

basisbedrag = € 16.998,47;

A = het aantal leerlingen, vermenigvuldigd met € 1.532,12;

B = het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, vermenigvuldigd met € 238,18.

2. Voor de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 121 WPO zoals die luidde op 31 maart 2022.

Artikel 13

De bedragen van de programma's van eisen voor de speciale scholen voor basisonderwijs, bedoeld in artikel 113, vierde lid, WPO zoals die luidde op 31 maart 2022, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 1.

Paragraaf 3. Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in cluster 3 en 4

Artikel 14

1.

De geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober 2021 en de genormeerde gemiddelde personeelslasten van leraren, onderwijsondersteunend personeel, respectievelijk van de schoolleiding van scholen voor speciaal, voortgezet speciaal en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 117, twaalfde lid, WEC zoals die luidde op 31 maart 2022, bedragen:

a. a. geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd: 41,63 jaar; b. b. genormeerde gemiddelde personeelslasten leraar: € 86.789,68; c. c. genormeerde gemiddelde personeelslasten onderwijsondersteunend personeel: € 49.480,09; d. d. genormeerde gemiddelde personeelslasten schoolleiding: € 108.502,35.

2.

Het formatiebasisbedrag respectievelijk het formatieleeftijdsbedrag bedraagt voor de scholen, bedoeld in het eerste lid:

a. a. formatiebasisbedrag: € 30.074,95; b. b. formatieleeftijdsbedrag: € 1.362,35.

3.

Het bedrag per school en per leerling, respectievelijk de vermenigvuldigingsbedragen, bedoeld in artikel 117, achtste lid, WEC zoals die luidde op 31 maart 2022 conform onderstaande tabel.

Basisbedrag Leeftijdsbedrag
vast bedrag per school € 35.289,95 € 1.598,58
per leerling SO jonger dan 8 € 1.699,23 € 76,97
per leerling SO 8 jaar en ouder € 1.181,95 € 53,54
per leerling VSO € 2.300,73 € 104,22

4. In de genormeerde gemiddelde personeelslasten bedoeld in het eerste lid, is een verlaging van 0,724% verwerkt op basis van de gemiddelde inkomsten waarop de bevoegde gezagsorganen, bedoeld in de WEC gedurende het schooljaar aanspraak maken vanwege uitkeringen of toelagen als bedoeld in artikel 131, vierde lid, WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022.

Artikel 15

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 117, vierde lid, WEC, artikel 132, vierde lid, WPO en artikel 84, derde lid, WVO, zoals die luidden op 31 maart 2022, is per categorie onderverdeeld naar onderwijstype en leeftijd van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel.

Artikel 16

Het basisbedrag respectievelijk het leeftijdsbedrag, bedoeld in artikel 41, eerste lid, van het Besluit bekostiging WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022:

a. a. basisbedrag: € 1.157,89; b. b. leeftijdsbedrag: € 52,45.

Artikel 17

Het bedrag, bedoeld in artikel 35, van het Besluit bekostiging WEC, zoals dat luidde op 31 maart 2022, onderverdeeld in speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal en voortgezet speciaal onderwijs alsmede naar onderwijssoort en aantal leerlingen, is weergegeven in onderstaande tabel.

Artikel 18

De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid, bedoeld in artikel 124 WEC, zoals die luidde op 31 maart 2022, bestaat voor de scholen in deze paragraaf uit een bedrag dat wordt berekend volgens de formule A+B, waarin:

A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met € 1.358,10;

B = het aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond, vermenigvuldigd met € 180,21.

Artikel 19

De bedragen van de materiële instandhouding voor het (voortgezet) speciaal onderwijs, bedoeld in de artikelen 111, vierde lid, 114 en 128, zesde lid, van de WEC zoals die luidden op 31 maart 2022, worden vastgesteld overeenkomstig bijlage 2.

Hoofdstuk 3. Vaststelling bedragen voor de bepaling van de bekostiging, bedoeld in

Paragraaf 1. Basisscholen

Artikel 20

1. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 116, tweede lid, WPO, bedraagt € 5.923,90.

2.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 13, vierde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 bedraagt voor:

Bedrag per school
a. een basisschool met minder dan 98 leerlingen € 82.402,99
b. een basisschool met 98 leerlingen of meer € 100.768,62

Artikel 21

Het startbedrag, verminderingsbedrag en basisbedrag, bedoeld in de in de eerste kolom genoemde bepalingen van het Besluit bekostiging WPO 2022, zijn de bedragen, genoemd in de tweede kolom bij het desbetreffende artikel en lid:

Artikel 22

Het bedrag per nevenvestiging, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 18.658,87.

Artikel 23

1. Het bedrag per eenheid achterstandsscore, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 680,23.

2. Het bedrag per school, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 122,43.

3. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 22,35.

Paragraaf 2. Speciale scholen voor basisonderwijs

Artikel 24

1. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 116, tweede lid, WPO, bedraagt: € 6.601,21.

2.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 13, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 bedraagt voor:

Bedrag per school
a. een speciale school voor basisonderwijs met minder dan 100 leerlingen € 74.913,84
b. een speciale school voor basisonderwijs met 100 leerlingen of meer € 94.378,81

Artikel 25

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 121, eerste lid, WPO bedraagt € 6.238,94.

Artikel 26

Het bedrag per nevenvestiging, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 20.366,77.

Artikel 27

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 18, tiende lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 3.495,71.

Paragraaf 3. Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in cluster 3 en 4

Artikel 28

1.

Het bedrag per leerling van een school, bedoeld in artikel 114, tweede lid, WEC, bedraagt:

a. a. Voor een leerling in het speciaal onderwijs: € 5.802,56; b. b. Voor een leerling in het voortgezet speciaal onderwijs: € 9.258,90.

2.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 13, derde en vierde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt voor:

Bedrag per school
a. een school voor speciaal onderwijs met minder dan 50 leerlingen € 108.466,54
b. een school voor speciaal onderwijs met 50 leerlingen of meer € 127.960,10
c. een school voor voortgezet speciaal onderwijs met minder dan 50 leerlingen € 111.941,29
d. een school voor voortgezet speciaal onderwijs met 50 leerlingen of meer € 131.434,85

Artikel 29

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 119, eerste lid, WEC is per categorie onderverdeeld naar onderwijstype van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel.

Artikel 30

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022, bedraagt € 3.495,71.

Artikel 31

1. Het bedrag per bad, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022, bedraagt voor een hydrotherapiebad € 10.736,96 en voor een watergewenningsbad € 23.215,38.

2. Het bedrag per m^3 waterinhoud, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022, bedraagt voor een hydrotherapiebad € 312,58 en voor een watergewenningsbad € 181,68.

3. Het bedrag voor de beweegbare bodem, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt € 1.125,98.

4. Het bedrag per m^3 waterinhoud bij een beweegbare bodem, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt € 85,14.

Artikel 32

Het bedrag per brancardlift, bedoeld in artikel 16, vierde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt € 6.913,35.

Hoofdstuk 4. Vaststelling bedragen voor de bepaling van de bekostiging, bedoeld in

Paragraaf 1. Basisscholen

Artikel 33

1. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 116, tweede lid, WPO, bedraagt € 6.093,05 voor kalenderjaar 2023.

2.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 13, vierde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt voor:

Bedrag per school
a. een basisschool met minder dan 100 leerlingen € 89.806,35 voor kalenderjaar 2023
b. een basisschool met 100 leerlingen of meer € 109.339,43 voor kalenderjaar 2023

Artikel 34

Het startbedrag, het verminderingsbedrag en het basisbedrag, bedoeld in artikel 14, tweede, respectievelijk derde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, worden als volgt vastgesteld:

Artikel 35

Het bedrag per nevenvestiging, bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 19.322,73 voor kalenderjaar 2023.

Artikel 36

1. Het bedrag per eenheid achterstandsscore, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 747,86 voor kalenderjaar 2023.

2. Het bedrag per school, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 129,55 voor kalenderjaar 2023.

3. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 22,65 voor kalenderjaar 2023.

Paragraaf 2. Speciale scholen voor basisonderwijs

Artikel 37

1. Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 116, tweede lid, van de WPO, bedraagt: € 7.020,57 voor kalenderjaar 2023.

2.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 13, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022 bedraagt voor:

Bedrag per school
a. een speciale school voor basisonderwijs met minder dan 100 leerlingen € 84.738,12 voor kalenderjaar 2023
b. een speciale school voor basisonderwijs met 100 leerlingen of meer € 105.440,42 voor kalenderjaar 2023

Artikel 38

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 121, eerste lid, WPO, bedraagt € 6.635,53 voor kalenderjaar 2023.

Artikel 39

Het bedrag per nevenvestiging, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 21.661,42 voor kalenderjaar 2023.

Artikel 40

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 18, tiende lid, van het Besluit bekostiging WPO 2022, bedraagt € 3.502,37 voor kalenderjaar 2023.

Paragraaf 3. Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs in cluster 3 en 4

Artikel 41

1.

Het bedrag per leerling van een school, bedoeld in artikel 114, tweede lid, WEC, bedraagt:

a. a. Voor een leerling in het speciaal onderwijs: € 7.132,13 voor kalenderjaar 2023. b. b. Voor een leerling in het voortgezet speciaal onderwijs: € 10.808,18 voor kalenderjaar 2023.

2.

Het bedrag per school, bedoeld in artikel 13, derde en vierde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022 bedraagt voor:

Bedrag per school
a. een school voor speciaal onderwijs met minder dan 50 leerlingen € 132.783,66 voor kalenderjaar 2023
b. een school voor speciaal onderwijs met 50 leerlingen of meer € 153.516,37 voor kalenderjaar 2023
c. een school voor voortgezet speciaal onderwijs met minder dan 50 leerlingen € 136.479,29 voor kalenderjaar 2023
d. een school voor voortgezet speciaal onderwijs met 50 leerlingen of meer € 157.212,00 voor kalenderjaar 2023

Artikel 42

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 119, eerste lid, WEC is per categorie onderverdeeld naar onderwijstype van de leerlingen, weergegeven in onderstaande tabel.

Artikel 43

Het bedrag per leerling, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022, bedraagt € 3.502,37 voor kalenderjaar 2023.

Artikel 44

1. Het bedrag per bad, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022, bedraagt voor een hydrotherapiebad € 11.419,48 voor kalenderjaar 2023 en voor een watergewenningsbad € 24.691,11 voor kalenderjaar 2023.

2. Het bedrag per m^3 waterinhoud, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022, bedraagt voor een hydrotherapiebad € 332,45 voor kalenderjaar 2023 en voor een watergewenningsbad € 193,23 voor kalenderjaar 2023.

3. Het bedrag voor de beweegbare bodem, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022, bedraagt € 1.197,56 voor kalenderjaar 2023.

4. Het bedrag per m^3 waterinhoud bij een beweegbare bodem, bedoeld in artikel 15, vijfde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022, bedraagt € 90,55 voor kalenderjaar 2023.

Artikel 45

Het bedrag per brancardlift, bedoeld in artikel 16, vierde lid, van het Besluit bekostiging WEC 2022, bedraagt € 7.352,81 voor kalenderjaar 2023.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 46

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2028.

Artikel 47

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overgangsbekostiging vereenvoudiging bekostiging WPO en WEC.

Bijlage 1. behorende bij de

Bijlage 2. behorende bij