40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
11 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling periodieke verstrekking systematische toezichtinformatie vve en lea | BWBR0048116 | ministeriele-regeling | geldend | 2023-05-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0048116 | Regeling periodieke verstrekking systematische toezichtinformatie vve en lea |
Regeling periodieke verstrekking systematische toezichtinformatie vve en lea
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- college: college van burgemeester en wethouders;
- doelgroepdefinitie: een nauwkeurige omschrijving van de te bereiken doelgroep, te weten welke kinderen, die vanwege kenmerken in hun sociaaleconomische omgeving een risico lopen op een mogelijke achterstand in de Nederlandse taal, in aanmerking komen voor voorschoolse educatie;
- inspectie: Inspectie van het Onderwijs;
- integratie: het socialisatieproces waarbij individuen of groepen worden opgenomen in een groter geheel, zoals de Nederlandse samenleving, zonder de eigen identiteit op te geven;
- kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang;
- lokale educatieve agenda: een jaarlijks overleg tussen het college, de bevoegde gezagsorganen van alle scholen in de gemeente en de houders van de kinderopvang over het voorkomen van segregatie, het bevorderen van integratie, het bestrijden van onderwijsachterstanden en het afstemmen van inschrijvings- en toelatingsprocedures;
- minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
- onderwijsachterstanden: wanneer de leerlingen op school slechter presteren door minder gunstige economische, sociale of culturele omgevingskenmerken, waarbij de beheersing van de Nederlandse taal een rol speelt;
- onderwijsachterstandenbeleid: het beleid met als doel om de kinderen te signaleren die een risico op onderwijsachterstanden in de Nederlandse taal lopen, en deze achterstanden te bestrijden;
- resultaten vroegschoolse educatie: het gewenste gevolg of de gewenste invloed van vroegschoolse educatie op de ontwikkeling van jonge kinderen;
- segregatie: als specifieke groepen of kenmerken, zoals een lage sociaaleconomische status van ouders, in scholen, straten, buurten of wijken zijn oververtegenwoordigd in vergelijking met het gemiddelde van een stad of een andere ruimtelijke eenheid van een ander schaalniveau, zoals op dorps- of wijkniveau;
- toeleiding: het begeleiden van doelgroepkinderen naar een kinderdagverblijf met voorschoolse educatie. De toeleiding wordt uitgevoerd op initiatief van de gemeente en bestaat uit verschillende toeleidingactiviteiten, bijvoorbeeld door het consultatiebureau;
- voorschoolse educatie: educatie, uitgevoerd in de kinderdagverblijven, bedoeld voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar oud die vanwege kenmerken in hun sociaaleconomische omgeving een risico op onderwijsachterstand in de Nederlandse taal lopen, met als doel om hen beter voor te bereiden op de basisschool;
- voorschoolse kindplaats: dit is een plek voor voorschoolse educatie die de gemeente beschikbaar stelt voor een doelgroepkind;
- vroegschoolse educatie: educatie, uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de bevoegd gezagsorganen als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, gericht op kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal, met als doel om hen beter voor te bereiden op de basisschool.
Artikel 2
Deze regeling legt de verplichting vast voor gemeenten ten aanzien van de periodieke verstrekking van systematische toezichtinformatie aan de minister. Dit is ten behoeve van het interbestuurlijk toezicht op de uitvoering van de wettelijke taken door de gemeente in het kader van voor- en vroegschoolse educatie en de lokale educatieve agenda en het nieuwkomersonderwijs, als bedoeld in de artikelen 159 tot en met 163 van de Wet op het primair onderwijs, de lokale educatieve agenda, als bedoeld in artikel 3.42 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, en de overlegplicht nieuwkomers als bedoeld in artikel 193c van de Wet op het primair onderwijs en artikel 9.3c van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 3
1. Het college verstrekt aan de minister jaarlijks gegevens over de uitvoering van de aan het college bij of krachtens de wet opgedragen taken in het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
2.
Onder de opgedragen taken, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval verstaan:
a. a. het zorgdragen voor voldoende voorzieningen met voorschoolse educatie in aantal en spreiding in de gemeente als bedoeld in het eerste lid van artikel 159 van de Wet op het primair onderwijs; b. b. het voeren van ten minste jaarlijks overleg en het maken van afspraken met het oog op een zo groot mogelijke deelname van het aantal kinderen aan voorschoolse educatie waaraan alle bevoegde gezagsorganen van scholen, als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, en de houders van kindercentra, als bedoeld in de Wet kinderopvang, in de gemeente meewerken aan de totstandkoming, als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onderdeel a, en het tweede lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet op het primair onderwijs, over:
1°.
het vaststellen welke kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal in aanmerking komen voor voorschoolse educatie,
2°.
de wijze waarop die kinderen worden toe geleid naar voorschoolse en vroegschoolse educatie, en
3°.
de organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie;
1°. 1°. het vaststellen welke kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal in aanmerking komen voor voorschoolse educatie, 2°. 2°. de wijze waarop die kinderen worden toe geleid naar voorschoolse en vroegschoolse educatie, en 3°. 3°. de organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie; c. c. het voeren van ten minste jaarlijks overleg en het maken van afspraken waaraan alle bevoegde gezagsorganen van scholen, als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, in de gemeente meewerken aan de totstandkoming, over resultaten van vroegschoolse educatie, als bedoeld in artikel 160, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, en het tweede lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op het primair onderwijs; d. d. het voeren van tenminste jaarlijks overleg, als bedoeld in artikel 161, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, met de bevoegde gezagsorganen van de scholen, als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, en de kinderopvang in de gemeente over:
1°.
het voorkomen van segregatie;
2°.
het bevorderen van integratie;
3°.
het bestrijden van onderwijsachterstanden;
4°.
de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; en
1°. 1°. het voorkomen van segregatie; 2°. 2°. het bevorderen van integratie; 3°. 3°. het bestrijden van onderwijsachterstanden; 4°. 4°. de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; en e. e. het voeren van ten minste jaarlijks op overeenstemming gericht overleg, als bedoeld in artikel 3.42 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met de bevoegde gezagsorganen van de scholen, als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020, in de gemeente over:
1°.
het voorkomen van segregatie;
2°.
het bevorderen van integratie;
3°.
het bestrijden van onderwijsachterstanden;
4°.
de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; en
1°. 1°. het voorkomen van segregatie; 2°. 2°. het bevorderen van integratie; 3°. 3°. het bestrijden van onderwijsachterstanden; 4°. 4°. de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures; en f. f. het voeren van ten minste jaarlijks overleg met de bevoegde gezagen van alle scholen in de gemeente en zorg dragen voor het maken van afspraken, als bedoeld in artikel 193c van de Wet op het primair onderwijs en artikel 9.3c van de Wet voorgezet onderwijs 2020.
Artikel 4
1.
Voor de taak, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, verstrekt het college:
a. a. het gerealiseerde aanbod van voorschoolse kindplaatsen; b. b. het aantal geïndiceerde kinderen voor voorschoolse educatie; c. c. het aantal geïndiceerde kinderen dat gebruik maakt van gesubsidieerde voorschoolse educatie.
2.
Voor de taak, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, meldt het college of overleg is gevoerd en afspraken zijn gemaakt over:
a. a. de gehanteerde doelgroepdefinitie; b. b. de toeleiding van kinderen naar voorschoolse educatie; c. c. de organisatie van de doorgaande lijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie.
3. Voor de taak, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel c, meldt het college of overleg is gevoerd en afspraken zijn gemaakt over de resultaten van vroegschoolse educatie met de bevoegd gezagsorganen.
4.
Voor de taak, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel d respectievelijk onderdeel e, meldt het college of het overleg is gevoerd en, indien van toepassing, welke afspraken met, voor zover mogelijk, meetbare doelen zijn gemaakt over:
a. a. het voorkomen van segregatie; b. b. het bevorderen van integratie; c. c. de afstemming over toelatings- en inschrijvingsprocedures; d. d. het bestrijden van onderwijsachterstanden.
5.
Voor de taak, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel f, meldt het college of overleg is gevoerd en meldt wat voor afspraken zijn gemaakt over hoe:
a. a. wordt voorzien in voldoende onderwijsplaatsen voor nieuwkomers; b. b. wordt verzekerd dat nieuwkomers op een school worden ingeschreven; c. c. een doorlopende leerlijn voor nieuwkomers wordt georganiseerd.
Artikel 5
1. Het college verstrekt de gegevens, bedoeld in artikel 4 over het afgelopen kalenderjaar, uiterlijk op 1 april van elk kalenderjaar.
2. Het college maakt bij de verstrekking van de gegevens gebruik van een daartoe door de minister vastgesteld formulier.
Artikel 6
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2023.
Artikel 7
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling periodieke verstrekking systematische toezichtinformatie vve en lea.