40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
5.7 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling planning voorzieningen van maatschappelijke dienstverlening | BWBR0003078 | ministeriele-regeling | geldend | 1977-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0003078 | Regeling planning voorzieningen van maatschappelijke dienstverlening |
Regeling planning voorzieningen van maatschappelijke dienstverlening
Artikel 1
1. Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder:
2. Per categorie van inrichtingen of instellingen, zonodig onderverdeeld naar typen, wordt in de bij dit besluit behorende bijlage I aangegeven welke voorzieningen op het terrein van de gezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en andere verwante terreinen in ieder geval worden verstaan onder daarmee samenhangende voorzieningen.
Artikel 2
1. Ter voorbereiding van het provinciale plan verrichten gedeputeerde staten voor iedere categorie van inrichtingen of instellingen onderzoek naar de bestaande toestand en naar de wenselijke en mogelijke ontwikkeling van het bestand aan inrichtingen of instellingen die tot de betreffende categorie behoren.
2.
Dit onderzoek heeft met name betrekking op:
a. a. de demografische ontwikkeling; b. b. de geografische spreiding van de tot de betreffende categorie van inrichtingen of instellingen behorende inrichtingen of instellingen; c. c. de geografische spreiding van de daarmee samenhangende voorzieningen en bestaande initiatieven op dat terrein; d. d. de verschillende typen en de omvang van de onder b en c bedoelde voorzieningen; e. e. de wenselijke en de mogelijke relaties tussen de onder b en c bedoelde voorzieningen; f. f. de algemene ontwikkelingen ten aanzien van de desbetreffende categorie van inrichtingen of instellingen en de daarmee samenhangende voorzieningen.
Artikel 3
1. Gedeputeerde staten doen zich bij het onderzoek bedoeld in artikel 2 en bij de voorbereiding van het plan bijstaan door de op het terrein van de betreffende categorie van inrichtingen of instellingen en op het terrein van de daarmee samenhangende voorzieningen werkzame organisaties of, indien aanwezig een overlegstructuur daarvan, alsmede door de in bijlage II genoemde organisaties.
2. De ambtenaar, bedoeld in artikel 24 van de wet, die is belast met toezicht op de inrichtingen of instellingen in de provincie, wordt betrokken bij het onderzoek en de voorbereiding van het plan en heeft daarbij een adviserende stem.
Artikel 4
1. Met inachtneming van de resultaten van het onderzoek bedoeld in artikel 2, en de uitgangspunten opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage III geeft het plan aan de wenselijke en mogelijke ontwikkeling van het bestand aan inrichtingen of instellingen in de jaren waarop het plan betrekking heeft.
2. Indien de geconstateerde behoefte afwijkt van de uitgangspunten bedoeld in het eerste lid, wordt de reden daarvan in een toelichting op het plan vermeld.
Artikel 5
1. Het plan wordt onderverdeeld naar de typen genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage IV.
2. In het plan wordt onderscheiden of in de behoefte moet worden voorzien door uitbreiding van de capaciteit van bestaande inrichtingen of instellingen of door de tot standbrenging van nieuwe inrichtingen of instellingen dan wel door vervanging van bestaande inrichtingen of instellingen door nieuwe inrichtingen of instellingen.
Artikel 6
Van de in het plan opgenomen inrichtingen of instellingen wordt aangegeven:
a. a. tot welk type, genoemd in bijlage IV de inrichting of instelling behoort; b. b. de omvang van de inrichting of instelling; c. c. de gemeenten van vestiging; d. d. het werkgebied van de instelling; e. e. de prioriteit bij de tot standbrenging van de in het plan opgenomen voorzieningen.
Artikel 7
Dit besluit, dat met de toelichting in de Nederlandse Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking met ingang van 1 januari 1977.
Afschrift zal worden gezonden aan alle provinciale besturen.
Bijlage I
I. Onder met dagverblijven voor geestelijk en meervoudig gehandicapten samenhangende voorzieningen worden verstaan:
II. Onder met dagverblijven voor lichamelijk gehandicapten samenhangende voorzieningen worden verstaan:
I. Onder met gezinsvervangende tehuizen voor geestelijk gehandicapten samenhangende voorzieningen worden verstaan:
II. Onder met gezinsvervangende tehuizen voor lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten samenhangende voorzieningen worden verstaan:
Bijlage II
A. Met betrekking tot de planning van dagverblijven en gezinsvervangende tehuizen voor geestelijk en meervoudig gehandicapten, de in de provincie aanwezige:
B. Met betrekking tot de planning van dagverblijven en gezinsvervangende tehuizen voor lichamelijk of zintuiglijk gehandicapten, de in de provincie aanwezige:
Bijlage III
a. Dagverblijven voor geestelijk gehandicapten.
Uitgegaan wordt van de volgende vuistregels:
1e dagverblijven voor geestelijk en meervoudig gehandicapte kinderen (leeftijd ± 3 jaar tot ± 17 jaar): behoefte op korte termijn aan 30 plaatsen per 100 000 inwoners;
2e dagverblijven voor geestelijk gehandicapte ouderen (leeftijd vanaf ± 15 jaar): behoefte op korte termijn aan 40 plaatsen per 100 000 inwoners.
b. Gezinsvervangende tehuizen voor geestelijk gehandicapten: behoefte op korte termijn aan 50 plaatsen per 100 000 inwoners.
c. Dagverblijven voor lichamelijk gehandicapten en gezinsvervangende tehuizen voor lichamelijk, alsmede voor zintuiglijk gehandicapten: de werkelijk geconstateerde behoefte is uitgangspunt.
Bijlage IV
Het plan wordt onderverdeeld naar de volgende typen voorzieningen:
A. Dagverblijven
Geestelijk en meervoudig gehandicapten
Lichamelijk gehandicapten
B. Gezinsvervangende tehuizen