rijk/ministeriele-regeling/regeling-rekenregels-waardeoverdracht/BWBR0018083/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.6 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling rekenregels waardeoverdracht BWBR0018083 ministeriele-regeling geldend 2006-08-09 https://wetten.overheid.nl/BWBR0018083 Regeling rekenregels waardeoverdracht

Regeling rekenregels waardeoverdracht

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a. het besluit: het Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht; b. b. het u-rendement: het op 1 januari van het jaar waarin de overdrachtsdatum valt geldende u-rendement, zoals gepubliceerd door het Centrum voor Verzekeringsstatistiek van het Verbond van Verzekeraars.

Artikel 2

De rente, bedoeld in artikel 8, vierde lid, van het besluit wordt berekend aan de hand van het u-rendement, waarbij de periode wordt vastgesteld in volle maanden. Het aantal volle maanden wordt bepaald op het verschil in maanden en dagen tussen de overdrachtsdatum en de datum van betaling van de overdrachtswaarde, waarbij alle kalendermaanden op 30 dagen worden gesteld.

Artikel 3

Wanneer waardeoverdracht van een niet-reguliere naar een reguliere regeling plaatsvindt, rekent het overnemende uitvoeringsorgaan, met toepassing van artikel 2, terug welk deel van de afkoopsom als verschuldigde rente moet worden aangemerkt over de periode tussen de betaaldatum en de overdrachtsdatum.

Artikel 4

1. Bij de vaststelling van het standaardtarief, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het besluit, wordt uitgegaan van de afgeronde overlevingstafels Gehele Bevolking mannen en Gehele Bevolking vrouwen 19952000 zonder leeftijdsverschuivingen en met een opslag wegens stijgende levenskansen van 5% over de contantewaardefactoren.

2. De berekening van het standaardtarief geschiedt op basis van algemeen gebruikelijke actuariële formules. Uitgegaan wordt daarbij van netto tarieven en een rekenrente van 4%.

3. Bij de bepaling van koopsommen voor lijfrenten, overlevingsrenten en erfrenten wordt de continue rente gebruikt.

4. Voor koopsommen van uitkeringen bij overlijden wordt uitgegaan van overlijden halverwege het jaar.

5. Voor de berekening van het nabestaandenpensioen wordt de gehuwdheidsfrequentie op 1 gesteld op de datum waarop het ouderdomspensioen op grond van een pensioenregeling aanvangt.

6. Voor het ongehuwdenouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen waarop artikel 2b van de wet niet van toepassing is, wordt uitgegaan van de gehuwdheidsfrequenties, opgenomen in de bijlage bij deze regeling. Mannen worden geacht gehuwd te zijn met een drie jaar jongere partner, vrouwen worden geacht gehuwd te zijn met een drie jaar oudere partner.

7. De contantewaardefactoren worden gebaseerd op de pensioenleeftijd en het verschil tussen de pensioendatum en de overdrachtsdatum in jaren en maanden die het overdragende uitvoeringsorgaan hanteert.

Artikel 5

1. De berekening van de pensioenaanspraken, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van het besluit wordt gemaakt volgens de formules en symbolen, opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

2. De contantewaardefactoren worden gebaseerd op de pensioenleeftijd en het verschil tussen de pensioendatum en de overdrachtsdatum in jaren en maanden die het overnemende uitvoeringsorgaan hanteert.

3. Indien de overdrachtswaarde lager is dan het bedrag benodigd voor de financiering van de toe te kennen pensioenaanspraken komt het verschil ten laste van de nieuwe werkgever of van het overnemende pensioenfonds.

Artikel 5a

1. De artikelen 4 en 5, eerste lid, zijn niet van toepassing indien de reguliere regeling een pensioenregeling in euro pensioenkapitaal betreft waarbij geen verplichting voor de werkgever bestaat tot bijfinanciering op de pensioendatum.

2. Indien het eerste lid van toepassing is, wordt de afkoopsom berekend op basis van de actuariële grondslagen.

3.

In dit artikel wordt onder actuariële grondslagen verstaan:

a. a. de grondslagen die een pensioenfonds, spaarfonds of beroepspensioenfonds volgens zijn actuariële en bedrijfstechnische nota hanteert voor de waardering van zijn pensioenverplichtingen; onderscheidenlijk b. b. de grondslagen die een verzekeraar op basis van artikel 5 van de Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet hanteert voor de vaststelling van de technische voorzieningen.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht in werking treedt.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rekenregels waardeoverdracht.

Bijlage . bij de Regeling rekenregels waardeoverdracht, bedoeld in de