40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
7 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011 | BWBR0028775 | ministeriele-regeling | geldend | 2011-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0028775 | Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011 |
Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
b. b.
*besluit:*
Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011,
c. c.
*werkzaamheden:* werkzaamheden ter uitvoering van het instandhoudingsplan,
d. d.
*CBS-categorie:* groep van beschermde monumenten op basis van een door de toenmalige Rijksdienst voor de Monumentenzorg in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek ontwikkelde indeling.
Artikel 2
Subsidiabel zijn de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van beschermde monumenten of zelfstandige onderdelen, als bedoeld in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten Brim 2011, opgenomen als bijlage bij deze regeling.
Artikel 3
1..
Voor subsidieverlening op grond van artikel 3 van het besluit zijn in het jaar 2012 de volgende subsidieplafonds van toepassing:
a. a. voor aanvragen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het besluit: € 49.200.000, en b. b. voor aanvragen voor beschermde archeologische monumenten: € 800.000.
2. Indien voor 15 januari van enig jaar geen subsidieplafond is vastgesteld, gelden als subsidieplafonds de subsidieplafonds bedoeld in het eerste lid.
Artikel 4
1.
Het maximumbedrag aan subsidiabele kosten waarover per aanvraag subsidie kan worden verstrekt, bedraagt voor aanvragen:
a. a. voor woonhuizen: € 25.000, b. b. voor kerkgebouwen: € 100.000, en c. c. voor overige: € 50.000.
2. Indien een aanvraag beschermde monumenten of zelfstandige onderdelen omvat uit verschillende categorieën dan geldt als maximum aan subsidiabele kosten het hoogste voor die categorieën geldende maximumbedrag.
Artikel 5
In het aanvraagformulier kunnen de volgende aanvullende bescheiden worden gevraagd:
a. a. een of meer actuele overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel en zijn gebreken, b. b. voor het geval de subsidieaanvraag een zelfstandig onderdeel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, onder 1° en 2°, van het besluit betreft, een tekening waarop de omvang van het zelfstandig onderdeel is weergegeven, c. c. voor het geval de subsidieaanvraag een zelfstandig onderdeel als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, onder 3° en 4°, van het besluit betreft, een kaart waarop de betrokken kadastrale percelen zijn aangegeven, d. d. voor het geval het instandhoudingsplan ingrijpende werkzaamheden bevat:
1°.
een beschrijving van de technische of fysieke staat van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel, waarbij de gebreken van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel nauwkeurig zijn vermeld,
2°.
tekeningen van de bestaande toestand van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel, en tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden of wijzigingen van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel staan aangegeven, en
3°.
indien de gebreken van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel dan wel de voorgenomen werkzaamheden daartoe aanleiding geven, rapporten inzake archeologische, bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, decoratieve, geochemische, grondmechanische, hydrologische, materiaaltechnische, preventieve of tuinhistorische aspecten ten aanzien van het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel.
1°. 1°. een beschrijving van de technische of fysieke staat van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel, waarbij de gebreken van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel nauwkeurig zijn vermeld, 2°. 2°. tekeningen van de bestaande toestand van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel, en tekeningen waarop de voorgenomen werkzaamheden of wijzigingen van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel staan aangegeven, en 3°. 3°. indien de gebreken van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel dan wel de voorgenomen werkzaamheden daartoe aanleiding geven, rapporten inzake archeologische, bouwfysische, bouwhistorische, constructieve, cultuurhistorische, decoratieve, geochemische, grondmechanische, hydrologische, materiaaltechnische, preventieve of tuinhistorische aspecten ten aanzien van het beschermd monument of het zelfstandig onderdeel.
Artikel 6
1.
Indien een subsidieplafond met toepassing van artikel 12, eerste lid, van het besluit dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, wordt op die aanvragen in de volgende volgorde beslist:
1° 1° aanvragen die in ieder geval betrekking hebben op beschermde monumenten ten behoeve waarvan voor de instandhouding in het jaar 2006 op grond van de wet subsidie is verleend voor een periode van zes jaar; 2° 2° aanvragen die in ieder geval betrekking hebben op beschermde monumenten ten behoeve waarvan voor de instandhouding in het jaar 2011 op grond van artikel 3 van het besluit subsidie is aangevraagd en niet is verleend; 3° 3° aanvragen die niet voldoen aan het eerste of het tweede onderdeel.
2. Indien bij toepassing van het eerste lid het subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden door subsidieverlening aan alle aanvragen in een van de groepen aanvragen, bedoeld in het eerste lid, wordt op de aanvragen in die groep beslist in volgorde van totale begrote kosten uit de meerjarenbegroting, bedoeld in artikel 11 van het besluit, waarbij een aanvraag met lagere totale begrote kosten voorrang krijgt.
Artikel 7
1. Het besluit wordt met ingang van 1 januari 2011 van toepassing op beschermde monumenten en zelfstandige onderdelen, met dien verstande dat eigenaren van beschermde monumenten en zelfstandige onderdelen uit de categorieën kerkgebouwen en overige, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van het besluit, die behoren tot de CBS-categorie kerkelijke gebouwen en kerkonderdelen/objecten met de rijksmonumentnummers 26.100 tot en met 45.949 eerst met ingang van 1 januari 2012 in aanmerking komen voor subsidie.
2. De eigenaar van een beschermd monument kan omtrent de CBS-categorie van zijn beschermd monument of zelfstandig onderdeel gegevens opvragen bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011.