40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
7.8 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2026–2027 | BWBR0051538 | ministeriele-regeling | geldend | 2025-10-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0051538 | Regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2026–2027 |
Regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2026–2027
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
- besluit: Uitvoeringsbesluit WVO 2020;
- bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra of artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- diagnostisch geschoold psycholoog of diagnostisch geschoold orthopedagoog: diagnostisch geschoold psycholoog of diagnostisch geschoold orthopedagoog, als bedoeld in artikel 2.46, tweede lid, van het besluit, onder wiens verantwoordelijkheid de instrumenten voor het vaststellen van de intelligentie en de instrumenten voor persoonlijkheidsonderzoek worden toegepast;
- didactische leeftijd: aantal maanden dat een leerling vanaf groep 3 in de perioden van september tot en met juni was ingeschreven bij een school als bedoeld in artikel 1 WPO of een school voor speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 WEC;
- DLE: aantal maanden onderwijs dat behoort bij het niveau dat de leerling feitelijk heeft bereikt als bedoeld in artikel 2.46, derde lid, onderdeel a, van het besluit;
- instrument voor het vaststellen van de intelligentie: screenings- of testinstrument waarmee het intelligentiequotiënt van de leerling, uitdrukkende zijn cognitieve capaciteiten kan worden bepaald op basis van scores op verbaal en niet-verbaal gebied als bedoeld in artikel 2.46, eerste lid, onderdeel c, van het besluit;
- instrument voor het vaststellen van een leerachterstand: screenings- of testinstrument waarmee de leerachterstand van een leerling kan worden bepaald in de domeinen technisch lezen, spellen, begrijpend lezen of inzichtelijk rekenen als bedoeld in artikel 2.46, eerste lid, onderdeel b, van het besluit;
- instrument voor persoonlijkheidsonderzoek: screenings- of testinstrument waarmee prestatiemotivatie, faalangst en emotionele instabiliteit dat een beeld geeft van het sociaal-emotioneel functioneren van de leerling in relatie tot de leerprestaties wordt gemeten als bedoeld in artikel 2.46, eerste lid, onderdeel d, van het besluit;
- lwoo: leerwegondersteunend onderwijs als bedoeld in artikel 2.42 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- pro: praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 2.8 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.
Artikel 2
1. De instrumenten voor het vaststellen van een leerachterstand zijn vastgesteld in bijlage 1.
2. De instrumenten voor het vaststellen van de intelligentie zijn vastgesteld in bijlage 2.
3. De instrumenten voor persoonlijkheidsonderzoek zijn vastgesteld in bijlage 3.
Artikel 3
Een instrument als bedoeld in artikel 2 wordt gebruikt conform de vastgestelde procedures en instructies, zoals opgenomen in de handleiding van de leverancier.
Artikel 4
Het bevoegd gezag kan een instrument gebruiken dat op de lijst in de bijlage van deze regeling is opgenomen met de opmerking dat het in afwachting is van beoordeling vanaf het moment dat het college of de Commissie Testaangelegenheden Nederland het instrument op alle voor deze regeling relevante onderdelen heeft beoordeeld met ten minste het oordeel ‘voldoende’, ‘ja’ of ‘niet van toepassing’.
Artikel 5
Het bevoegd gezag van de school waar de leerling is aangemeld of van de school waaraan de leerling is ingeschreven, vermeldt bij de resultaten van een instrument als bedoeld in artikel 2:
a. a. de toetsversie; b. b. of het gebruikte instrument digitaal of op papier is afgenomen; c. c. de DLE van betreffende leerling; d. d. of bij de afname van het instrument hulp of hulpmiddelen in verband met dyslexie zijn ingezet, en zo ja: welke hulpmiddelen en op welke wijze deze zijn gehanteerd.
Paragraaf 2. Instrumenten leerachterstand
Artikel 6
1. De geldigheidsduur van een resultaat van een instrument voor het vaststellen van een leerachterstand bedraagt 26 weken vanaf de datum van afname, waarbij de dagen in de maanden juli en augustus niet worden meegerekend.
2. In afwijking van het eerste lid is een resultaat van een instrument voor het vaststellen van een leerachterstand voor een leerling die na 1 februari 2026 wordt aangemeld met de bedoeling de leerling voor 1 oktober 2026 te plaatsen, geldig indien het instrument is afgenomen na 1 september 2025.
Artikel 7
1. Het bevoegd gezag stemt het gebruik van een instrument voor het vaststellen van een leerachterstand af op het leerniveau van de leerling. Indien uit de uitslag blijkt dat het gebruikte instrument niet passend is, wordt een aanvullend instrument afgenomen dat aansluit bij het leerniveau van de leerling.
2.
Er wordt bij leerjaar gebonden instrumenten van Cito, Boom en Dia in elk geval een aanvullend instrument gebruikt indien de uitslag van het instrument dat aansluit bij het leerniveau van de leerling meer dan 10 DLE-punten afwijkt en indien:
a. a. de uitslag van het instrument duidelijk afwijkt van de gegevens uit het onderwijskundig rapport of het leerlingvolgsysteem, of; b. b. sprake is van tegenstrijdige gegevens, of; c. c. sprake is van een intelligentiequotiënt in de bandbreedte van 75 tot en met 80.
3. In afwijking van het eerste lid wordt geen aanvullend instrument afgenomen indien op basis van de gegevens uit het onderwijskundig rapport of het leerlingvolgsysteem wordt verwacht dat een aanvullend instrument niet tot een andere indicatiestelling zal leiden.
4. Bij instrumenten van IEP wordt door- of terug getoetst als de leerling de minimale of maximale score op het afgenomen instrument heeft behaald.
Artikel 8
Het bevoegd gezag kan een instrument voor het vaststellen van een leerachterstand dat is bedoeld voor leerlingen in groep 8 gebruiken voor een leerling in het eerste leerjaar van het voortgezet onderwijs, met dien verstande dat de didactische leeftijd 60 is.
Paragraaf 3. Instrumenten intelligentie
Artikel 9
De geldigheidsduur van een resultaat van een instrument voor het vaststellen van de intelligentie bedraagt 104 weken vanaf de datum van afname.
Artikel 10
Het bevoegd gezag stemt het gebruik van een schriftelijk af te nemen klassikaal instrument voor het vaststellen van de intelligentie af op de specifieke onderwijsbehoeften van een leerling met leerachterstanden in de domeinen technisch lezen, spellen of begrijpend lezen.
Artikel 11
Het bevoegd gezag kan een instrument voor het vaststellen van de intelligentie dat is bedoeld voor leerlingen in groep 8 gebruiken voor een leerling die vanuit groep 7 wordt verwezen naar het lwoo of pro, mits de leerling in groep 3 of hoger heeft gedoubleerd.
Paragraaf 4. Instrumenten persoonlijkheidsonderzoek
Artikel 12
De geldigheidsduur van een resultaat van een instrument voor persoonlijkheidsonderzoek bedraagt 52 weken vanaf de datum van afname.
Artikel 13
Het bevoegd gezag stemt het gebruik van een schriftelijke zelfbeoordelingsvragenlijst voor een persoonlijkheidsonderzoek af op de specifieke onderwijsbehoeften van een leerling met een DLE lager dan 40 op het domein begrijpend lezen.
Artikel 14
De Regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2025–2026 wordt ingetrokken.
Artikel 15
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2025.
Artikel 16
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling screenings- en testinstrumenten lwoo en pro schooljaar 2026–2027.
Bijlage 1. behorend bij
Opmerking:
Bijlage 2. behorend bij
Opmerking:
Bijlage 3. behorend bij
Opmerking: