rijk/ministeriele-regeling/regeling-seinen/BWBR0006176/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

20 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling seinen BWBR0006176 ministeriele-regeling geldend 1993-10-20 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006176 Regeling seinen

Regeling seinen

Paragraaf I. Nood- en spoedseinen

Artikel 1

1.

Indien een luchtvaartuig zich in ernstig en onmiddellijk gevaar bevindt en dringend hulp behoeft, geeft het één of meer van de volgende noodseinen:

a. a. het morsesein ...- - -...(SOS), te geven door middel van radiotelegrafie of enige andere vorm van signaalgeving; b. b. het gesproken woord MAYDAY bij gebruik van radiotelefonie; c. c. rood licht voortbrengende licht- of vuurpijlen, die met korte tussenpozen één voor één worden afgevuurd; d. d. een rood licht voortbrengende fakkel, die verbonden is aan een valscherm.

2. Het bepaalde in het eerste lid sluit niet uit, dat een in nood verkerend luchtvaartuig op elke manier mag proberen de aandacht te trekken, zijn positie te doen kennen of hulp te verkrijgen.

Artikel 2

Indien een luchtvaartuig moeilijkheden te kennen wenst te geven, waardoor het gedwongen wordt te landen zonder dat onmiddellijke hulp nodig is, geeft het de volgende seinen, hetzij gezamenlijk, hetzij afzonderlijk:

a. a. het herhaaldelijk ontsteken en doven van de landingslichten; b. b. het herhaaldelijk uit- en aanschakelen van de navigatielichten op zodanige wijze dat er verschil bestaat met knipperende navigatielichten.

Artikel 3

Indien een luchtvaartuig een zeer dringend bericht heeft over te brengen betreffende de veiligheid van een luchtvaartuig, schip of ander voertuig dan wel de veiligheid van één of meer personen aan boord of in zicht, geeft het de volgende seinen hetzij gezamenlijk, hetzij afzonderlijk:

a. a. het morsesein bestaande uit de groep XXX, te geven door middel van radiotelegrafie of enige andere vorm van signaalgeving; b. b. de gesproken woorden PAN PAN bij gebruik van radiotelefonie.

Paragraaf II. Seinen in geval onderschepping

Artikel 4

1. Indien een luchtvaartuig wordt onderschept, worden de in het tweede en derde lid aangegeven seinen gewisseld tussen het onderscheppende en het onderschepte luchtvaartuig.

2. De volgende seinen worden gegeven door het onderscheppende luchtvaartuig en beantwoord door het onderschepte luchtvaartuig:

4.

Wanneer radioverbinding met het onderscheppende luchtvaartuig tot stand is gebracht maar communicatie in een gemeenschappelijke taal niet mogelijk is, dienen pogingen te worden ondernomen om essentiële informatie en bevestiging van opdrachten over te brengen door gebruikmaking van de volgende seinen, met de klemtoon op de onderstreepte delen:

a. a.

      **Door onderschepte luchtvaartuigen**
    
    
      
        
          
            
              Term
            
            
              Uitspraak
            
            
              Betekenis
            
            
              Meaning
            
          
        
        
          
            
              CALL SIGN WILCO
            
            
              
                *KOL* SA-IN VILL-KO
            
            
              mijn roepnaam is Begrepen Voldoe aan opdracht
            
            
              my callsign is Understood
               Will comply
            
          
          
            
              CANNOT
            
            
              KANN NOTT
            
            
              Kan niet voldoen aan
            
            
              Unable to opdracht comply
            
          
          
            
              REPEAT
            
            
              REE-PEET
            
            
              Herhaal uw opdracht
            
            
              Repeat your instruction
            
          
          
            
              AM LOST
            
            
              AM LOSST
            
            
              Positie onbekend
            
            
              Position unknown
            
          
          
            
              MAYDAY
            
            
              MAY DAY
            
            
              lk ben in nood
            
            
              I am in distress
            
          
          
            
              HIJACK 1Het gebruik van de term HIJACK kan in bepaalde omstandigheden onmogelijk of ongewenst zijn.
            
            
              HI-JACK
            
            
              lk ben gekaapt
            
            
              I have been hijacked
            
          
          
            
              LAND
            
            
              LAAND
            
            
              lk verzoek voor een landing
            
            
              I request to land
            
          
          
            
              (Plaatsnaam)
            
            
              (Plaatsnaam)
            
            
              op (plaatsnaam)
            
            
              at (place name)
            
          
          
            
              DESCEND
            
            
              DEE-SEND
            
            
              lk moet dalen
            
            
              I require descent

b. b.

      **Door onderscheppende luchtvaartuigen**
    
    
      
        
          
            
              Term
            
            
              Uitspraak
            
            
              Betekenis
            
            
              Meaning
            
          
        
        
          
            
              CALL SIGN
            
            
              
                *KOL* SA-IN
            
            
              mijn roepnaam is
            
            
              my call sign is
            
          
          
            
              FOLLOW
            
            
              FOL-LO
            
            
              Volg mij
            
            
              Follow me
            
          
          
            
              DESCEND
            
            
              DEE-SEND
            
            
              Daal voor de landing
            
            
              Descend for landing
            
          
          
            
              YOU LAND
            
            
              YOU-LAAND
            
            
              Land op dit luchtvaartterrein
            
            
              Land at this aerodrome
            
          
          
            
              PROCEED
            
            
              PRO-SEED
            
            
              U kunt doorgaan
            
            
              You may proceed

Paragraaf III. Luchtverkeerstekens

Artikel 5

Het met tussenpozen van 10 seconden vanaf de grond afvuren van een serie projectielen, die bij het springen rode en groene lichten of sterren vertonen is het waarschuwingsteken, dat het luchtvaartuig zich bevindt in een gebied, waarin de uitoefening van de luchtvaart is beperkt, verboden of als gevaarlijk is aangeduid, dan wel dat het luchtvaartuig op het punt staat een dergelijk gebied binnen te vliegen en dat het luchtvaartuig geëigende maatregelen moet nemen om het betrokken gebied te verlaten of te vermijden.

Artikel 6

1. De volgende lichtseinen van een plaatselijke luchtverkeersleidingsdienst aan luchtvaartuigen hebben de daarachter vermelde betekenis:

2.

Bevestiging van ontvangst van de volgens het eerste lid gegeven seinen wordt door een luchtvaartuig gegeven,

a. a. in de lucht:

        bij daglicht  door het op en neer bewegen van de vleugels en
      
      
        bij duisternis  door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de navigatielichten;
  • bij daglicht door het op en neer bewegen van de vleugels en

  • bij duisternis door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de navigatielichten; b. b. op de grond:

          bij daglicht  door het op en neer bewegen van de rolroeren of het richtingsroer en
    
    
          bij duisternis  door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel, indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de lichten die het luchtvaartuig moet voeren.
    
  • bij daglicht door het op en neer bewegen van de rolroeren of het richtingsroer en

  • bij duisternis door het tweemaal aan- en uitschakelen van de landingslichten, dan wel, indien niet uitgerust met landingslichten, het tweemaal uiten aanschakelen van de lichten die het luchtvaartuig moet voeren.

Artikel 7

De volgende grondtekens op een luchtvaartterrein hebben de daarachter vermelde betekenis;

a. a.

    * rood vierkant bord met gele diagonalen:*
  
  
    
  
  verboden te landen voor onbepaalde tijd;

b. b.

    * rood vierkant bord met één gele diagonaal:*
  
  
    
  
  opletten bij het landen, b.v. wegens slechte toestand van het landingsterrein;

c. c.

    * witte halter:*
  
  
    
  
  landen, opstijgen en taxiën uitsluitend toegestaan op banen en rijbanen;

d. d.

    *witte halter met zwarte dwarsbalken:*
  
  
    
  
  landen en opstijgen uitsluitend toegestaan op banen: taxiën toegestaan op en buiten rijbanen;

e. e.

    *kruisen in een enkelvoudige kleur, liefst geel of wit, op het landingsterrein:*
  
  
    
  
  het gedeelte binnen de kruisen in onbruikbaar;

f. f.

    *witte of oranje landings-T:*
  
  
    
  
  landen en opstijgen in een lijn evenwijdig aan het staande been van de T en in de richting van de voet naar de top van de T;

g. g.

    *cijfers tegen of in de nabijheid van de verkeerstoren:*
  
  
    
  
  richting, waarin moet worden opgestegen, uitgedrukt in tientallen graden ten opzichte van het magnetisch Noorden, afgerond op het meest nabijkomende tiental graden;
  (de cijfers in de figuur dienen als voorbeeld);

h. h.

    *pijl in een sprekende kleur in het seinenvierkant of aan het einde van de in gebruik zijnde baan:*
  
  
    
  
  vóór het landen en na het opstijgen iedere bocht naar rechts maken (rechter-hand-verkeerscircuit);

i. i.

    *zwarte C op gele achtergrond:*
  
  
    
  
  luchtverkeersmeldingspost;

j. j.

    *dubbel wit kruis in het seinenvierkant:*
  
  
    
  
  zweefvliegen vindt plaats op het luchtvaartterrein.

Artikel 8

1.

De in artikelen 9 en 10 vermelde tekens worden gegeven met de hand, zonodig voorzien van een middel ter verduidelijking of verlichting, terwijl de seiner zich moet opstellen met zijn gezicht naar het luchtvaartuig gewend op een plaats

a. a. bij vleugelvliegtuigen- vóór de linkervleugel in het gezichtsveld van de bestuurder en b. b. bij hefschroefvliegtuigen- waar hij het best kan worden gezien door de bestuurder.

2. Alvorens een in artikel 9 en 10 vermeld sein te gebruiken overtuigt de seiner zich ervan dat het gebied, waarin het luchtvaartuig wordt geleid, vrij is van voorwerpen die het luchtvaartuig zouden kunnen raken bij het opvolgen van de te geven aanwijzing.

Artikel 9

De volgende aanwijzingen worden door de seiner gegeven door middel van de daarachter vermelde parkeertekens.

a a

    *Ga verder onder aanwijzing van de seiner*
  
  
    
  
  De seiner leidt het luchtvaartuig, indien zulks noodzakelijk is.

b b

    *Hier parkeren*
  
  
    
  
  De armen omhooggestrekt met de handpalmen naar elkaar toe.

c c

    *Ga verder naar de volgende seiner*
  
  
    
  
  Rechter of linker arm naar beneden, andere arm gekruist voor het lichaam en gestrekt in de richting van de volgende seiner.

d d

    *Rechtuit rijden*
  
  
    
  
  De armen worden een weinig uit elkaar, met de handpalmen achterwaarts, herhaaldelijk vanaf schouderhoogte naar boven en naar achteren bewogen.

e1 e1

    *Draai naar links*
  
  
    
  
  De rechterarm wijst naar beneden; de linkerarm wordt herhaaldelijk van recht vooruit naar boven en naar achteren bewogen. Hoe sneller de arm wordt bewogen, hoe sneller moet worden gedraaid.

e2 e2

    *Draai naar rechts*
  
  
    
  
  De linkerarm wijst naar beneden; de rechterarm wordt herhaaldelijk van recht vooruit naar boven en naar achteren bewogen. Hoe sneller de arm wordt bewogen, hoe sneller moet worden gedraaid.

f f

    *Stop*
  
  
    
  
  De gestrekte armen worden herhaaldelijk boven het hoofd gekruist. Hoe sneller de armen worden gekruist, hoe sneller moet worden gestopt.

g1 g1

    *Remmen vast*
  
  
    
  
  De arm en geopende hand worden horizontaal gestrekt voor het lichaam, waarna een vuist wordt gemaakt.

g2 g2

    *Remmen los*
  
  
    
  
  De arm en hand met gebalde vuist worden horizontaal gestrekt voor het lichaam, waarna de vuist geopend wordt.

h1 h1

    *Wielblokken worden vastgezet*
  
  
    
  
  De gestrekte armen worden met de handpalm naar binnen van zijwaarts naar omlaag bewogen.

h2 h2

    * Wielblokken zijn weggenomen*
  
  
    
  
  De gestrekte armen worden met de handpalm naar buiten van omlaag in zijwaartse richting bewogen.

i i

    *Motor(en) starten*
  
  
    
  
  De rechterhand beschrijft een cirkel naast het hoofd, terwijl met het aantal opgestoken vingers wordt aangegeven welke motor moet worden gestart; de motoren worden aangeduid door opeenvolgende nummering, te beginnen met de buitenste linker motor, die als nr. 1 wordt aangeduid.

j j

    *Motor(en) afzetten*
  
  
    
  
  De rechter- of linkerhand wordt, met de handpalm naar beneden, op schouderhoogte voor de keel heen en weer bewogen, terwijl de arm gebogen blijft.

k k

    *Snelheid verminderen*
  
  
    
  
  De armen worden met de handpalmen naar beneden gericht herhaaldelijk naast het lichaam op en neer bewogen.

l l

    *Snelheid van de motoren verminderen aan de aangegeven zijde*
  
  
    
  
  De armen worden  met de handpalmen naar de grond gericht  langs het lichaam gestrekt, waarna de linker of rechterhand op en neer wordt bewogen om aan te geven dat de linke, of rechter motor(en) snelheid moet(en) minderen.

m m

    *Achteruit*
  
  
    
  
  De gestrekte armen worden  met de handpalmen naar voren gericht  herhaaldelijk naar voren en naar boven langs het lichaam bewogen tot aan schouderhoogte.

n1 n1

    *Staart naar rechts, achteruitrijdend*
  
  
    
  
  De linkerarm wijst zijwaarts omlaag, terwijl de gestrekte rechterarm  met de handpalm naar voren gericht  herhaaldelijk van omhoog naar voren wordt bewogen.

n2 n2

    *Staart naar links, achteruitrijdend*
  
  
    
  
  De rechterarm wijst zijwaarts omlaag, terwijl de gestrekte linkerarm  met de handpalm naar voren gericht  herhaaldelijk van omhoog naar voren wordt bewogen.

o o

    *Alles vrij*
  
  
    
  
  De rechterarm wordt opgeheven vanaf de elleboog, terwijl de duim van de rechterhand omhoog wijst.

Artikel 10

De volgende aanwijzingen voor hefschroefvliegtuigen worden door de seiner gegeven door middel van de daarachter vermelde manoeuvreertekens.

a. a.

    *Houd positie (hover)*
  
  
    
  
  Armen horizontaal zijwaarts uitgestrekt.

b. b.

    *Stijgen*
  
  
    
  
  De armen worden horizontaal zijwaarts uitgestrekt en naar boven bewogen, met de handpalmen naar boven gericht. De snelheid van de beweging geeft de stijgsnelheid aan.

c. c.

    * Dalen*
  
  
    
  
  De armen worden horizontaal zijwaarts uitgestrekt en naar beneden bewogen, met de handpalmen naar beneden gericht. De snelheid van de beweging geeft de daalsnelheid aan.

d. d.

    *Vlieg horizontaal in de aangegeven richting*
  
  
    
  
  De ene arm wijst zijwaarts in de vliegrichting, terwijl de andere arm herhaaldelijk in dezelfde richting voor het lichaam wordt bewogen.

e. e.

    *Landen*
  
  
    
  
  De armen gekruist voor het lichaam naar beneden gestrekt.

Artikel 11

De volgende tekens worden gegeven door de bestuurder van een luchtvaartuig vanuit de stuurhut, met zijn handen duidelijk zichtbaar voor de in artikel 8 bedoelde seiner, waarbij de handen zonodig verlicht worden:

a. a.

      1.
      remmen vast:
      een arm wordt opgeheven met geopende hand, waarna een vuist wordt gemaakt op het moment dat de remmen worden vastgezet;
    
    
      2.
      remmen los:
      een arm wordt opgeheven met gebalde vuist, waarna de vuist wordt geopend op het moment dat de remmen worden losgelaten;
    1. remmen vast:
      een arm wordt opgeheven met geopende hand, waarna een vuist wordt gemaakt op het moment dat de remmen worden vastgezet;
      
    1. remmen los:
      een arm wordt opgeheven met gebalde vuist, waarna de vuist wordt geopend op het moment dat de remmen worden losgelaten;
      

b. b.

      1.
       wielblokken vastzetten:
      de armen worden  met de handpalm naar buiten  gestrekt en daarna naar binnen bewogen en vóór het gelaat gekruist;
    
    
      2.
      wielblokken wegnemen:
      de armen worden gekruist vóór het gelaat en daarna gestrekt met de handpalm naar buiten;
    1.  wielblokken vastzetten:
      de armen worden  met de handpalm naar buiten  gestrekt en daarna naar binnen bewogen en vóór het gelaat gekruist;
      
    1. wielblokken wegnemen:
      de armen worden gekruist vóór het gelaat en daarna gestrekt met de handpalm naar buiten;
      

c. c. klaar om motor(en) te starten: een hand wordt opgestoken, waarbij met het aantal gestrekte vingers wordt aangegeven welke motor klaar is om te worden gestart; de motoren worden aangeduid door opeenvolgende nummering, te beginnen met de buitenste linkermotor, die als nr. 1 wordt aangeduid.

Artikel 12

Het besluit van de Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst, de Chef van de Marinestaf en de Chef van de Luchtmachtstaf van 28 juli 1981, nr. LVB/L23877/Stcrt. 1981, 164, gewijzigd op 5 november 1985, nr. LVB/L25694/Stcrt. 1985, 266, wordt ingetrokken.

Artikel 13

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 14

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling seinen.

Bijlage

Lichtseinen (artikel 6, eerste lid)

[afbeelding]