rijk/ministeriele-regeling/regeling-specifieke-uitkering-circulaire-ambachtscentra/BWBR0044060/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

11 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling specifieke uitkering circulaire ambachtscentra BWBR0044060 ministeriele-regeling geldend 2020-09-08 https://wetten.overheid.nl/BWBR0044060 Regeling specifieke uitkering circulaire ambachtscentra

Regeling specifieke uitkering circulaire ambachtscentra

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • activiteitenplan: overzicht van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering wordt gevraagd en de daarmee nagestreefde doelstellingen, met de daarvoor benodigde personele en materiële middelen per activiteit, ingediend door een of meerdere gemeente(n);
  • circulair ambachtscentrum: een bestaande locatie of bestaand netwerk waarin partijen, waaronder in ieder geval een kringloopwinkel, milieustraat, sociaal-maatschappelijke instelling, reparatiewerkplaats of repair café, en partij uit het onderwijs, samenwerken aan het verminderen van afvalstromen en het realiseren van hoogwaardig product- en materiaalhergebruik;
  • cofinanciering: de getotaliseerde bijdrage van de medeoverheden en partnerorganisaties;
  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
  • kaderbesluit: Kaderbesluit subsidies I en M;
  • ontvanger: gemeente;
  • project: activiteiten voor het opzetten of uitvoeren van een circulair ambachtscentrum door of namens een of meerdere gemeente(n);
  • startend circulair ambachtscentrum: beoogd circulair ambachtscentrum waarbij de betrokken partijen de mogelijkheden onderzoeken om een circulair ambachtscentrum op te starten, of werken aan de ontwikkeling van een circulair ambachtscentrum.

Artikel 2

1. Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van levensduurverlenging of structureel hoogwaardig product- en materiaalhergebruik en duurzame activatie van mensen om de hoeveelheid afval, en daarmee de CO_2-uitstoot, te reduceren, door de ontwikkeling van een landelijk dekkend netwerk van circulaire ambachtscentra te stimuleren.

2.

In een circulair ambachtscentrum worden ten minste de eerste vijf van de volgende elementen in samenhang met elkaar gebracht:

1°. 1°. kringloopwinkel; 2°. 2°. milieustraat; 3°. 3°. sociaal-maatschappelijke instelling; 4°. 4°. reparatiewerkplaats of repair café; 5°. 5°. onderwijs; 6°. 6°. werkplaats of makerplaats; 7°. 7°. alternatief element met betrekking tot het realiseren van structureel hoogwaardig product- en materiaalhergebruik en het daarvoor inzetten van opleidings- en werkplekken.

3. In een circulair ambachtscentrum is sprake van ten minste één plaats die voor publiek toegankelijk is en die in ieder geval de functie heeft van verkooppunt van tweedehands goederen.

Artikel 3

De artikelen 6, 10, 11, 12, 14, 15, 17 tot en met 19, 21, 23, eerste, derde, vijfde en zesde lid, en 24, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing op een specifieke uitkering die op grond van deze regeling wordt verstrekt.

Artikel 4

1. De Minister kan een specifieke uitkering verlenen aan de ontvanger.

2. Kosten die in aanmerking komen voor de verstrekking van een specifieke uitkering zijn voorbereidings- en uitvoeringskosten van het project, waaronder kosten voor aanschaf van meubilair of elektrische apparaten.

Artikel 5

Op grond van deze regeling wordt geen specifieke uitkering verstrekt voor:

a. a. activiteiten waarvan redelijkerwijs aangenomen moet worden dan deze geen bijdrage leveren aan het doel, bedoeld in artikel 2; b. b. activiteiten waarvoor reeds een specifieke uitkering of een andere financiële bijdrage door het Rijk is verstrekt; c. c. grondaankopen; d. d. huurkosten; e. e. aankoop van gebouwen; f. f. aanschaf van meubilair of elektrische apparaten door een startend circulair ambachtscentrum; g. g. btw, voor zover deze kosten in aanmerking komen voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-Compensatiefonds of verrekend kunnen worden. De BTW-componenten die ter compensatie afgedragen dienen te worden aan het BTW-compensatiefonds worden in mindering gebracht op de maximaal uit te keren uitkering.

Artikel 6

1.

Het uitkeringsplafond voor 2024 bedraagt:

a. a. € 600.000, inclusief btw, voor circulaire ambachtscentra; b. b. € 400.000, inclusief btw, voor startende circulaire ambachtscentra.

2. Voor de toepassing van het eerste lid geldt een aanvrager aan wie eerder op grond van deze regeling een uitkering is verleend als circulair ambachtscentrum.

3. Indien het uitkeringsplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, is bereikt, wordt dit uitkeringsplafond aangevuld met de onaangesproken middelen waarvoor het uitkeringsplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, geldt.

4. Indien het uitkeringsplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is bereikt, wordt dit uitkeringsplafond aangevuld met de onaangesproken middelen waarvoor het uitkeringsplafond, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, geldt.

Artikel 7

De uitkering bedraagt ten hoogste 50% van de kosten, bedoeld in artikel 4, tweede lid met een maximum van € 50.000, per project.

Artikel 8

1. Een specifieke uitkering wordt op aanvraag verstrekt.

2. Een aanvraag van een specifieke uitkering wordt ingediend in de periode van 1 november 2024 tot en met 30 november 2024.

3.

De aanvraag gaat vergezeld van:

a. a. een volledig ingevuld aanvraagformulier; b. b. een activiteitenplan; c. c. een sluitende begroting waarin inzicht wordt gegeven in de cofinanciering en BTW-plichtige activiteiten.

Artikel 9

Het activiteitenplan bevat:

a. a. een toelichting op de wijze waarop en de mate waarin de voorgestelde activiteiten een bijdrage leveren aan de doelen, bedoeld in artikel 2, en de beoogde resultaten; b. b. een omschrijving van de werkwijze die leidt tot afvalvermindering en de toename van product- en materiaalhergebruik; c. c. een toelichting over de samenwerkingspartijen; d. d. een tijdsplanning van de activiteiten; e. e. een beschrijving van de samenwerking tussen de kringloopwinkel en de milieustraat; f. f. een beschrijving van de manier waarop het element reparatiewerkplaats of repair café wordt ingevuld; g. g. een beschrijving van de gemeente-overschrijdende samenwerking; h. h. een beschrijving van het systematisch verzamelen van monitoringsgegevens; i. i. een beschrijving van het concrete eindresultaat.

Artikel 10

1. De minister verdeelt het beschikbare uitkeringsplafond in de volgorde van rangschikking.

2.

De minister beoordeelt de mate waarin een aanvraag een bijdrage levert aan de doelstelling van de specifieke uitkering conform de volgende criteria:

a. a. relevantie en impact van de aanvraag; b. b. beschrijving plan en communicatie; en c. c. commitment aanvrager en stakeholders.

3. De criteria worden beoordeeld en gewogen conform bijlage 1 van deze regeling.

4. Elk lid van de adviescommissie, bedoeld in artikel 11, beoordeelt de aanvragen afzonderlijk.

5. De rangschikking van de aanvragen vindt plaats aan de hand van het gemiddelde van het aantal punten dat de leden van de adviescommissie aan de aanvraag hebben toegekend.

6. Indien aan twee of meer projecten hetzelfde gemiddelde aantal punten is toegekend, wordt de rangschikking van die aanvragen onderling door middel van loting bepaald.

Artikel 11

1. Er is een adviescommissie die belast is met adviseren van de minister over de aanvragen door middel van beoordeling en rangschikking, conform artikel 10.

2.

De adviescommissie bestaat uit vijf leden:

a. a. twee leden van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, waarvan één tevens de voorzitter is; b. b. een lid van de Branchevereniging Kringloopbedrijven Nederland; c. c. een lid van de Stichting Repair Café; en d. d. een lid van de Koninklijke Vereniging voor Afval- en Reinigingsmanagement (NVRD).

3. De minister besluit over de verstrekking van de specifieke uitkering op basis van het advies van de adviescommissie en wijkt hier slechts om zwaarwegende redenen van af.

Artikel 12

Gelijktijdig met het besluit tot verlening van de uitkering verleent de minister een voorschot ten bedrage van 100% van de specifieke uitkering.

Artikel 13

1. De specifieke uitkering wordt verstrekt op basis van cofinanciering.

2. De ontvanger besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verleend.

3. Indien eerder een specifieke uitkering is verstrekt, heeft de ontvanger over de besteding daarvan verantwoording afgelegd als bedoeld in artikel 15.

Artikel 14

1. De activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt duren ten hoogste twee jaar en zijn uiterlijk gerealiseerd op de datum die daarvoor is aangegeven in de verleningsbeschikking.

2. De ontvanger verstrekt onmiddellijk na afronding van het project feitelijke informatie over het verloop van het project op basis van de vragen in bijlage 2 van deze regeling.

3. De minister kan bij het besluit tot verlening van een specifieke uitkering andere verplichtingen opleggen die de minister noodzakelijk acht ter verwezenlijking van het doel van de specifieke uitkering en deze regeling.

4. Na afronding van het project waarvoor een specifieke uitkering is verstrekt, stelt de ontvanger binnen 3 maanden de ervaringen en de resultaten ervan aan overige leden van het leernetwerk ter beschikking.

5. De ontvanger verleent binnen een door de Minister te stellen termijn medewerking aan een door hem ingesteld evaluatieonderzoek dat ertoe strekt de effecten van deze regeling in beeld brengen.

Artikel 15

De ontvanger legt verantwoording af over de besteding van de specifieke uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

Artikel 16

1. De minister stelt de specifieke uitkering vast op het bedrag dat is bepaald in de verlening indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend geheel zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de voorwaarden bedoeld in artikel 13, en aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 14.

2. De minister stelt de specifieke uitkering vast op een lager bedrag dan dat is bepaald in de verleningsbeschikking indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden conform de voorwaarden bedoeld in artikel 13, en de verplichtingen, bedoeld in artikel 14.

Artikel 17

De minister kan onverschuldigde betaalde bedragen en voorschotten terugvorderen voor zover na de dag waarop de beschikking waarbij de specifieke uitkering is vastgesteld is bekendgemaakt, nog geen vijf jaren zijn verstreken.

Artikel 18

De Minister publiceert uiterlijk 1 juli 2025 een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de uitkering in de praktijk.

Artikel 19

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat de regeling zoals die luidde op het tijdstip waarop de specifieke uitkering is aangevraagd, van toepassing blijft op die specifieke uitkeringen.

Artikel 20

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering circulaire ambachtscentra.

Bijlage 1. behorend bij

Voor elk onderdeel kunnen maximaal 5 punten worden behaald:

Bijlage 2. behorend bij