40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
6.5 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling sturing van en toezicht op de NIWO | BWBR0032467 | ministeriele-regeling | geldend | 2013-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0032467 | Regeling sturing van en toezicht op de NIWO |
Regeling sturing van en toezicht op de NIWO
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- Kaderwet: Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;
- minister: de Minister van Infrastructuur en Milieu.
Paragraaf 2. Financieel toezicht
Artikel 2
De NIWO zendt jaarlijks voor 1 oktober de begroting, bedoeld in artikel 26 van de Kaderwet, voor het daaropvolgende jaar aan de minister.
Artikel 3
1. De aandachtspunten voor de accountantscontrole zijn uitgewerkt in de bij deze regeling gevoegde bijlage.
2. De minister informeert de NIWO over het voornemen een review van de accountantscontrole te laten uitvoeren door de accountantsdienst van het Rijk. Het besluit tot het uitvoeren van een review van de accountantscontrole wordt vergezeld van een toelichting waaruit de aanleiding blijkt, alsmede de procedure die zal worden gevolgd en de informatie die de dienst ten behoeve van dit onderzoek beschikbaar dient te stellen.
3.
Bij de aanwijzing van de accountant bedingt de NIWO dat:
a. a. de controle en de verklaring daarover mede betreft een toereikende scheiding tussen de baten en lasten casu quo ontvangsten en uitgaven uit de bij of krachtens de wet aan de NIWO opgedragen taken dan wel op andere activiteiten; b. b. de controle en de verklaring daarover mede betreft de juiste en volledige hantering van de vastgestelde tarieven; c. c. de controle en de verklaring daarover mede betreft dat de tarieven zijn berekend op basis van het vastgestelde kostprijscalculatiemodel.
Artikel 4
1.
De NIWO behoeft de voorafgaande instemming van de minister voor:
a. a. het oprichten dan wel deelnemen in een rechtspersoon; b. b. het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen; c. c. het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht van registergoederen; d. d. het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening; e. e. het aangaan van overeenkomsten waarbij de NIWO zich verbindt tot zekerheidstelling met inbegrip van zekerheidstelling voor schulden van derden of waarbij zij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt; f. f. het vormen van andere fondsen en reserveringen dan de egalisatiereserve, bedoeld in artikel 33 van de Kaderwet; g. g. het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surseance van betaling.
2. Voor zover de in het eerste lid genoemde voornemens zijn opgenomen in de begroting, bedoeld in artikel 26 van de Kaderwet, hoeven deze niet afzonderlijk ter instemming aan de minister te worden voorgelegd.
Paragraaf 3. Informatie-uitwisseling
Artikel 5
1. Bij de inrichting van de jaarrekening wordt onderscheid gemaakt tussen de baten en lasten alsook ontvangsten en uitgaven uit de bij of krachtens de wet aan de NIWO opgedragen taken dan wel uit andere activiteiten.
2. Uit de jaarrekening valt af te leiden op welke wijze het boekjaar overeenkomt met dan wel afwijkt van de begroting en het tarievenvoorstel.
3. Bij de aanbieding van de jaarrekening aan de minister doet de NIWO mededelingen over de toepassing van de arbeidsvoorwaarden van het personeel en wordt de minister geïnformeerd over de gemiddelde loonsom per werknemer over het desbetreffende boekjaar.
Artikel 6
Behoudens het bepaalde in artikel 20 van de Kaderwet verstrekt de NIWO jaarlijks aan de minister inlichtingen omtrent:
a. a. voor zover relevant de wijze van toepassing van de in artikel 41, eerste lid, van de Kaderwet bedoelde voorzieningen ter beveiliging van haar gegevens; b. b. de relevante gegevens over de gerealiseerde kwantiteit en kwaliteit van de dienstverlening; c. c. het aantal bezwaar- en beroepsprocedures dat is gevoerd op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de resultaten daarvan; d. d. het aantal verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en de resultaten daarvan; e. e. het aantal ingediende klachten, al dan niet gedaan op grond van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, en de resultaten daarvan; f. f. het aantal klachten op grond van de Wet Nationale Ombudsman en de resultaten daarvan; g. g. het aantal ingediende schadeclaims, onderverdeeld naar taak, en de resultaten daarvan; h. h. de verwachte gang van zaken, waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan de omstandigheden waarvan de ontwikkeling van de omzet en van de kwaliteit van de taakuitoefening afhankelijk is.
Artikel 7
De NIWO informeert de minister ten minste één maal per jaar over de wijze waarop zij van toepassing zijnde of wordende internationale wet- en regelgeving toepast en uitvoert respectievelijk gaat toepassen en uitvoeren.
Artikel 8
1. De NIWO evalueert op een daartoe door de minister gedaan verzoek of uit eigen beweging de uitvoering van nieuw of bijgesteld beleid dan wel nieuwe of bijgestelde wet- en regelgeving.
2. Bij het verzoek formuleert de minister de door de NIWO te beantwoorden vragen en wordt de termijn bepaald waarbinnen de rapportage gereed dient te zijn.
3. De minister reageert op de door de NIWO toegezonden rapportage en geeft daarbij in ieder geval aan hoe de rapportage in de besluitvorming is of zal worden betrokken.
Artikel 9
De NIWO verschaft de minister informatie over lopende dan wel in voorbereiding zijnde ICT-projecten.
Artikel 10
De NIWO informeert de minister over het gevoerde integriteitbeleid.
Paragraaf 4. Overige bepalingen
Artikel 11
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling sturing van en toezicht op de NIWO.
Artikel 12
1. Op de jaarstukken 2012 worden de artikelen 3 en 5 niet toegepast voor zover deze bepalingen afwijken van de eerdere met de NIWO gemaakte afspraken en de NIWO heeft aangegeven voor de jaarstukken 2012 niet te kunnen voldoen aan de onderhavige regeling.
2. Indien de NIWO heeft aangegeven voor de jaarstukken 2012 niet te kunnen voldoen aan de onderhavige regeling, geldt voor de jaarstukken 2012 de regelgeving zoals deze voor inwerkingtreding van deze regeling van toepassing was.
Artikel 13
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2013.