rijk/ministeriele-regeling/regeling-subsidie-begaafde-leerlingen-po-en-vo/BWBR0041640/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8.6 KiB
Raw Permalink Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling subsidie begaafde leerlingen po en vo BWBR0041640 ministeriele-regeling geldend 2021-12-07 https://wetten.overheid.nl/BWBR0041640 Regeling subsidie begaafde leerlingen po en vo

Regeling subsidie begaafde leerlingen po en vo

Artikel 1

1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • basisondersteuningsvoorziening: basisondersteuningsvoorziening als bedoeld in artikel 18a, achtste lid, onder a, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 2.47, negende lid, onder a, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
  • leerling met kenmerken van begaafdheid: leerling die naar het oordeel van het samenwerkingsverband waar de leerling ingeschreven is, als begaafd kan worden aangemerkt;
  • minister: Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media;
  • samenwerkingsverband: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs of artikel 2.47, tweede lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

2. In afwijking van het eerste lid wordt voor de toepassing van deze regeling in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba verstaan onder samenwerkingsverband: expertisecentrum onderwijszorg als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES of artikel 11.18, eerste lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

Artikel 2

Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 3

De minister kan aan een samenwerkingsverband subsidie verstrekken om, eventueel in samenwerking met andere partijen, extra ondersteuning aan te bieden aan leerlingen met kenmerken van begaafdheid, die niet voldoende hebben aan het aanbod in het reguliere onderwijs, voor zover de extra ondersteuning niet onder de basisondersteuningsvoorzieningen valt. Onder extra ondersteuning wordt in ieder geval verstaan:

a. a. het inzetten van begeleiders met expertise op het gebied van begaafdheid om het zelfregulerend vermogen van leerlingen met kenmerken van begaafdheid te vergroten; b. b. het aanbieden van een ontwikkelomgeving die inspeelt op begaafdheidskenmerken; c. c. het aanbieden van arrangementen voor complexe ondersteuningsbehoeften van leerlingen met kenmerken van begaafdheid; d. d. het aanbieden van voorzieningen om de doorlopende ontwikkeling van leerlingen met kenmerken van begaafdheid te stimuleren; e. e. het vergroten van de expertise op het gebied van begaafdheid en het faciliteren van de professionele ontwikkeling van betrokken medewerkers; f. f. het versterken van de onderlinge samenwerking tussen scholen in de regio; g. g. het organiseren van initiatieven om de samenwerking tussen onderwijs, zorg en andere instanties in de eigen regio en omgelegen regios te verbeteren; of h. h. het structureel opnemen van complexe vraagstukken over begaafdheid als aandachtsgebied.

Artikel 4

Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de kalenderjaren 2019 tot en met 2022 in totaal € 56 miljoen beschikbaar.

Artikel 5

1. Het subsidieplafond, bedoeld in artikel 4, wordt verdeeld naar rato van het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2017 ingeschreven stond binnen het samenwerkingsverband.

2. Het subsidiebedrag per leerling bedraagt ten hoogste € 5,74 en ten hoogste 50 procent van de totale kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Voor de dekking van de kosten waarvoor geen subsidie wordt verstrekt, wordt geen bijdrage van ouders gevraagd.

3. De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag over de aanvragen waarover de commissie, bedoeld in artikel 7, positief heeft geadviseerd.

4. Voor de toepassing van deze regeling in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn het tweede en derde lid niet van toepassing en bedraagt het subsidiebedrag per leerling ten hoogste € 5,74.

Artikel 6

1. De aanvraag bevat een activiteitenplan en een begroting. Het activiteitenplan en de begroting hebben betrekking op activiteiten die worden uitgevoerd in een periode tussen 1 januari 2019 en 1 augustus 2023. De artikelen 3.4 en 3.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn van overeenkomstige toepassing.

2. De aanvraag bevat een door alle partijen waarmee volgens de subsidieaanvraag wordt samengewerkt, getekende verklaring, waarin zij verklaren dat zij samenwerken om gezamenlijk de activiteiten uit te voeren, en voor zover van toepassing in hoeverre andere partijen bijdragen in de kosten.

3. De aanvraag kan worden ingediend van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019. Aanvragen die na 31 maart 2019 worden ingediend, worden afgewezen.

4. De subsidie wordt aangevraagd met het aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op www.dus-i.nl.

5. Voor de toepassing van deze regeling in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing.

Artikel 7

1. De minister beoordeelt de subsidieaanvragen aan de hand van de criteria, bedoeld in bijlage 1.

2. Een door de minister in te stellen commissie adviseert de minister aan de hand van de criteria, bedoeld in bijlage 1, over de beoordeling van de subsidieaanvragen.

3. De commissie adviseert positief indien zij de aanvraag ten aanzien van ten minste vier van de vijf beoordelingscriteria als bedoeld in bijlage 1 als voldoende beoordeelt. Een beoordelingscriterium wordt als voldoende beoordeeld indien aan alle bijbehorende deelaspecten wordt voldaan. De aanvraag dient daarbij in ieder geval als voldoende beoordeeld te zijn ten aanzien van de volgende beoordelingscriteria: doelstelling en visie, samenwerking en draagvlak, expertiseontwikkeling en kennisdeling en haalbaarheid en duurzaamheid.

4. Op verzoek van de commissie verstrekt de subsidieaanvrager aanvullende informatie over de aanvraag.

5. Voor de toepassing van deze regeling in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn het eerste tot en met vierde lid niet van toepassing.

Artikel 8

1. De subsidieontvanger neemt actief deel aan het monitor- en effectonderzoek dat wordt uitgevoerd gedurende en na afloop van het subsidietraject.

2. Voor de toepassing van deze regeling in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is het eerste lid niet van toepassing.

Artikel 9

1. Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor aan het samenwerkingsverband bekostiging wordt verstrekt.

2. In afwijking van het eerste lid kan de subsidie voor de toepassing van deze regeling in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden besteed aan activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

3. De subsidie wordt direct vastgesteld binnen dertien weken na 31 maart 2019.

Artikel 10

1. De minister betaalt het subsidiebedrag in vier gelijke jaarlijkse termijnen. De termijnen worden uiterlijk betaald in de maand juni van de kalenderjaren 2019, 2020, 2021, respectievelijk 2022.

2. In afwijking van het eerste lid vindt de betaling van de eerste termijn uiterlijk in december 2019 plaats, indien die betaling plaatsvindt naar aanleiding van een aanvraag die na 31 maart 2019 is aangevuld.

Artikel 11

1. In afwijking van artikel 9.1, vijfde lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS geschiedt de verantwoording van de subsidie zowel bij subsidie tot € 125.000 als bij subsidie van € 125.000 of meer in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

2. De subsidieontvanger toont op verzoek van de minister aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.

3. De verantwoording van de subsidie voor de toepassing van deze regeling in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba geschiedt overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs BES met model G, onderdeel 1, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving.

Artikel 11a

Deze regeling is mede gebaseerd op artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

Artikel 12

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2024.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidie begaafde leerlingen po en vo.

Bijlage 1

Deze bijlage behoort bij artikel 7, eerste en tweede lid, van de Regeling subsidie begaafde leerlingen po en vo.