rijk/ministeriele-regeling/regeling-tachografen/BWBR0042137/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

22 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling tachografen BWBR0042137 ministeriele-regeling geldend 2019-06-15 https://wetten.overheid.nl/BWBR0042137 Regeling tachografen

Regeling tachografen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1:1

1. In deze regeling zijn de definities van artikel 2, tweede lid, van verordening (EU) nr. 165/2014 van toepassing.

2.

Onverminderd de in het eerste lid bedoelde definities, wordt in deze regeling verstaan onder:

  • erkenninghouder: natuurlijk persoon of rechtspersoon die houder is van een erkenning tachografen of een bij deze regeling daaraan gelijkgestelde erkenning;
  • erkenning tachografen: erkenning als bedoeld in artikel 2:1;
  • installatieplaatje: bewijs dat de tachograaf in overeenstemming met de verordening (EU) nr. 165/2014 is geïnstalleerd;
  • tachograaftechnicus: houder van een geldige bevoegdheidspas;
  • bevoegdheidspas: pas, bedoeld in artikel 2:6, eerste lid;
  • werkplaats: plaats waar werkzaamheden aan tachografen uitgevoerd worden;
  • werkzaamheden: installeren, controleren, inspecteren of repareren van tachografen;
  • zegelnummer: uniek identificatienummer van het zegel als bedoeld in artikel 5.3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2016/799;
  • kenmerkteken werkplaats: speciaal merkteken als bedoeld in als bedoeld in artikel 22, derde lid, van de verordening (EU) nr. 165/2014;
  • wet: Arbeidstijdenwet.

Hoofdstuk 2. De erkenning tachografen en de erkenning bevoegdheid tachograaftechnicus

Artikel 2:1

1. De Dienst Wegverkeer verleent een erkenning tachografen voor bepaalde of onbepaalde tijd aan een aanvrager die beschikt over een of meerdere werkplaatsen die voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 2:4.

2.

Bij een aanvraag voor een erkenning als bedoeld in het eerste lid legt de aanvrager over:

a. a. een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens die niet ouder is dan twee maanden; b. b. een KvK-inschrijving die niet ouder is dan twee maanden, waaruit blijkt dat de natuurlijke persoon of rechtspersoon exploitant is van een onderneming waar bedrijfsmatig tachografen worden geïnstalleerd, gecontroleerd, geïnspecteerd of gerepareerd tenzij de Handelsregisterwet 2007 of het Burgerlijk Wetboek een inschrijving in het handelsregister niet vereist.

Artikel 2:2

1.

De Dienst Wegverkeer kent een kenmerkteken werkplaats toe aan:

a. a. een erkenninghouder; of b. b. op grond van artikel 8:1, tweede lid, van de wet aangewezen ambtenaren.

2. Bij verlies of diefstal van het kenmerkteken werkplaats kent de Dienst Wegverkeer uitsluitend op basis van een proces-verbaal van aangifte bij de politie een nieuw zegelnummer toe.

Artikel 2:3

1.

De erkenning tachografen vermeldt ten minste:

a. a. de naam- en adresgegevens van de erkenninghouder; b. b. de werkplaatsadressen waarvoor de erkenning geldt; c. c. het kenmerkteken werkplaatsen; d. d. de geldigheidsduur.

2. Met de erkenning tachografen ontvangt de aanvrager de toegangscode voor de melding van de werkzaamheden.

3. De erkenninghouder is verplicht wijzigingen in de bedrijfsactiviteiten alsmede wijzigingen in de bedrijfsgegevens, voor zover deze van belang kunnen zijn voor de erkenning, onmiddellijk schriftelijk te melden aan de Dienst Wegverkeer.

4. Per werkplaats wordt slechts één erkenning tachografen verleend.

5. Het personeel van de erkenninghouder moet, voor zover dit nodig is in het kader van hun functie, op de hoogte zijn van de regels en voorschriften die gelden voor de erkenning tachografen.

6. Ten behoeve van de erkenning communiceert de erkenninghouder met de Dienst Wegverkeer langs geautomatiseerde weg waarbij de digitale identiteit van de erkenninghouder verifieerbaar is. De erkenninghouder maakt daarbij alleen gebruik van de door de Dienst Wegverkeer toegestane authenticatiemiddelen en bijbehorende gebruikersvoorwaarden. De handelingen die ten behoeve van de erkenning worden verricht vallen te allen tijde onder verantwoordelijkheid van de erkenninghouder. Deze verantwoordelijkheid geldt ook indien systemen van de erkenninghouder of delen daarvan bij derden zijn ondergebracht.

Artikel 2:4

1. Een werkplaats voldoet aan de eisen, bedoeld in bijlage I.

2.

Een fabrikant van motorrijtuigen hoeft, voor werkzaamheden waarbij de parameters van de tachograaf aan de hand van een theoretische berekening worden vastgesteld in motorrijtuigen die voor het eerst in gebruik worden genomen, niet te voldoen aan de volgende eisen in bijlage I:

a. a. de eisen aan de inspectieput of hefinrichting; b. b. de aanwezigheid van een:

        i.
        voorziening geschikt voor datacommunicatie;
      
      
        ii.
        meetbaan van 20 meter, rollen- of remmentestbank;
      
      
        iii.
        meetband;
      
      
        iv.
        bandenprofieldieptemeter met verende stift.

i. i. voorziening geschikt voor datacommunicatie; ii. ii. meetbaan van 20 meter, rollen- of remmentestbank; iii. iii. meetband; iv. iv. bandenprofieldieptemeter met verende stift.

3. De erkenninghouder bewaart het materiaal dat en de apparatuur die nodig is voor het verzegelen van tachografen en de toegangscode, bedoeld in artikel 2:3, tweede lid, in de werkplaats op een wijze die voor onbevoegden niet toegankelijk is.

4. De tachograaftechnicus en de erkenninghouder dragen er zorg voor dat de werkplaatskaart en de bevoegdheidspas met bijbehorende pincodes niet toegankelijk zijn voor onbevoegden.

Artikel 2:4.a

Als instantie als bedoeld in artikel 9:3, eerste lid, van de wet wordt aangewezen de Stichting VAM (IBKI) te Nieuwegein.

Artikel 2:5

1. De Stichting VAM verleent een diploma tachograaftechnicus indien de aanvrager het examen tachograaftechnicus met goed gevolg heeft afgelegd.

2. De Stichting VAM verleent op aanvraag een bewijs bevoegdheidsverlenging indien de aanvrager het examen bevoegdheidsverlenging met goed gevolg heeft afgelegd.

3.

De examens, bedoeld in het eerste en tweede lid:

a. a. worden opgesteld en afgenomen door de Stichting VAM; b. b. bestaan uit een theorie- en een praktijkdeel, en c. c. hebben in ieder geval betrekking op:

        i.
        de werkzaamheden;
      
      
        ii.
        het functioneren van motorrijtuigen en van snelheidsbegrenzers in relatie tot de tachograaf; en
      
      
        iii.
        de wettelijke voorschriften omtrent de onderdelen i. en ii.

i. i. de werkzaamheden; ii. ii. het functioneren van motorrijtuigen en van snelheidsbegrenzers in relatie tot de tachograaf; en iii. iii. de wettelijke voorschriften omtrent de onderdelen i. en ii.

Artikel 2:6

1. De Dienst Wegverkeer verleent op aanvraag aan een natuurlijk persoon een bevoegdheidspas indien de aanvrager een diploma overlegt als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid.

2. Het diploma, bedoeld in het eerste lid, is op het moment dat de bevoegdheidspas wordt aangevraagd, minder dan twee jaar geleden verstrekt aan de aanvrager.

3. Een bevoegdheidspas heeft een geldigheidsduur van vier jaar.

4. De Dienst Wegverkeer verstrekt een pincode tezamen met een bevoegdheidspas.

5. Een bevoegdheidspas wordt, op het moment dat de geldigheidsduur van de pas afloopt, verlengd met vier jaar indien de aanvrager een bewijs bevoegdheidsverlenging als bedoeld in artikel 2:5, tweede lid, overlegt.

6.

Uitsluitend indien een persoon bij een fabrikant werkzaam is, wordt:

a. a. in afwijking van het eerste lid op aanvraag van de fabrikant en de persoon ten behoeve van wie de bevoegdheidspas wordt aangevraagd, een bevoegdheidspas afgegeven na overlegging van een verklaring van de fabrikant dat de betreffende persoon bij hem werkzaam is en voldoende kennis heeft van het bedrijfsproces om de werkzaamheden te kunnen verrichten; b. b. in afwijking van het vierde lid geen pincode verstrekt; c. c. in afwijking van het vijfde lid de bevoegdheidspas verlengd door overlegging van een verklaring van de fabrikant dat de betreffende persoon bij hem werkzaam is en voldoende kennis heeft van het bedrijfsproces om de werkzaamheden te kunnen verrichten.

Hoofdstuk 2a. Mobiele onderzoekseenheden en inrichtingen

Artikel 2a:1

Vervallen

Artikel 2a:2

Vervallen

Artikel 2a:3

Vervallen

Artikel 2a:4

Vervallen

Hoofdstuk 3. Procedure van werkzaamheden

Artikel 3:1

1.

De werkzaamheden worden uitgevoerd in de werkplaats met inachtneming van de relevante bepalingen uit dit hoofdstuk en de instructies van de fabrikant of importeur over:

a. a. de tachograaf; b. b. het functioneren van snelheidsbegrenzers met betrekking tot aspecten die van belang zijn bij de installatie en de werkzaamheden van tachografen; c. c. het functioneren van motorrijtuigen met betrekking tot aspecten die van belang zijn bij de installatie en de werkzaamheden van tachografen.

2. De erkenninghouder stelt aan de tachograaftechnicus de apparatuur, handleidingen en andere actuele documentatie ter beschikking die nodig zijn om de werkzaamheden aan de tachograaf uit te voeren.

3. Voor het gebruik van de werkplaatskaart wordt onder testen verstaan: toetsing van een tachograaf voor de eerste ingebruikname van een voertuig of tachograaf, of voor de reparatie van een tachograaf of bij andere aan de tachograaf gerelateerde werkzaamheden.

Artikel 3:1a

1. Er worden geen werkzaamheden verricht dan nadat het kentekenregister is geraadpleegd ten aanzien van het voertuigidentificatienummer van het motorrijtuig waarin de tachograaf is geïnstalleerd.

2. In geval de werkzaamheden betrekking hebben op een tachograaf in een niet in Nederland geregistreerd motorrijtuig wordt het voertuigidentificatienummer geraadpleegd via het voor dat motorrijtuig afgegeven kentekenbewijs.

3.

Er worden geen werkzaamheden verricht en de tachograaftechnicus wordt naar de Dienst Wegverkeer doorverwezen indien:

a. a. het raadplegen van het kentekenregister niet mogelijk is door een onjuiste combinatie van het kenteken en de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer of indien de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer niet bekend zijn; b. b. het voertuigidentificatienummer van het voertuig niet in overeenstemming is met het kentekenregister.

Artikel 3:2

1. Er worden geen werkzaamheden aan een in Nederland geregistreerd voertuig verricht dan nadat het kentekenregister is geraadpleegd om de datum van eerste toelating en het voertuigidentificatienummer van het motorrijtuig waarin de tachograaf is geïnstalleerd, vast te stellen.

2.

Er worden geen werkzaamheden verricht en degene die de werkzaamheden wil laten uitvoeren wordt naar de Dienst Wegverkeer doorverwezen indien:

a. a. het raadplegen van het kentekenregister niet mogelijk is door een onjuiste combinatie van het kenteken en de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer, of indien de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer niet bekend zijn; b. b. het voertuigidentificatienummer van het voertuig niet in overeenstemming is met het kentekenregister.

3. In een nieuw motorrijtuig worden de werkzaamheden aan de tachograaf uiterlijk uitgevoerd op het tijdstip dat het motorrijtuig voor het eerst in gebruik wordt genomen en wordt ingezet voor wegvervoer waarop Verordening (EG) nr. 561/2006 van toepassing is.

4. In geval de werkzaamheden betrekking hebben op een tachograaf in een niet in Nederland geregistreerd motorrijtuig worden de datum van eerste toelating en het voertuigidentificatienummer van het motorrijtuig geraadpleegd via het voor dat motorrijtuig afgegeven kentekenbewijs.

5. In afwijking van het vierde lid mag controle van de datum van eerste toelating achterwege worden gelaten indien de nieuwste generatie en versie van de tachograaf in het motorrijtuig is geïnstalleerd.

Artikel 3:3

1. De tachograaftechnicus beoordeelt tijdens de werkzaamheden of de tachograaf is gemanipuleerd en of er manipulatieapparatuur aanwezig is.

2.

De manipulatiecontrole bestaat uit de volgende elementen:

a. a. controle op aanwezigheid van manipulatieapparatuur; b. b. controle parameters tachograaf in overeenstemming met het installatieplaatje; c. c. controle op verbroken of niet aanwezige verzegelingen; d. d. controle op beschadigingen van de installatie die de integriteit van de tachograaf in twijfel trekken; e. e. controle op aanwezige voorvallen en gebeurtenissen in de tachograaf die duiden op manipulatie met behulp van de afdruk; en f. f. verificatie van de bewegingssensor om manipulatieapparatuur detecteren.

3. Vaststelling van manipulatie dan wel aanwezigheid van manipulatieapparatuur wordt zo spoedig mogelijk aan de Dienst Wegverkeer gemeld met gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer daartoe bekendgemaakt formulier.

Artikel 3:4

1. Indien een tachograaftechnicus een digitale tachograaf buiten bedrijf stelt of in een ander motorrijtuig installeert, stelt hij direct, voor zover dit mogelijk is, alle gegevens uit het apparaat veilig.

2. Indien het niet mogelijk is de gegevens veilig te stellen, wordt dit aan de Dienst Wegverkeer gemeld met gebruikmaking van een door de Dienst Wegverkeer daartoe bekendgemaakt certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht.

3. Op schriftelijk verzoek van de werkgever of de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, verstrekt de erkenninghouder aan hem de gegevens uit de digitale tachograaf die dat bedrijf betreffen dan wel het certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht.

Artikel 3:5

1. De werkzaamheden worden afgesloten met een proefrit om te controleren dat de tachograaf naar behoren functioneert.

2. Na afloop van de werkzaamheden wordt een afdruk technische gegevens gemaakt van de tachograaf.

Artikel 3:6

1.

Na beëindiging van de werkzaamheden meldt de tachograaftechnicus die de werkzaamheden heeft verricht de volgende gegevens aan de Dienst Wegverkeer:

a. a. het pasnummer van de bevoegdheidspas en de daar bijbehorende pincode, bedoeld in artikel 2:6; b. b. het kenteken en de meldcode, gevormd door de laatste vier cijfers van het identificatienummer; c. c. merk, type, versie, serienummer en ingestelde apparaatconstante van de tachograaf; d. d. merk en serienummer van de bewegingssensor van de digitale tachograaf; e. e. alle aangebrachte zegelnummers; f. f. indien het een motorrijtuig is voorzien van een kilometerteller, de afgelezen tellerstand; g. g. indien van toepassing een ingevuld manipulatieformulier; h. h. indien van toepassing het ingevulde certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht.

2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, wordt, indien het motorrijtuig niet of nog niet is voorzien van een Nederlands kenteken, het volledige voertuigidentificatienummer gemeld.

3. De in het eerste lid bedoelde meldingsplicht geldt niet voor fabrikanten van motorrijtuigen, voor zover het de werkzaamheden betreft in motorrijtuigen die voor de eerste maal in gebruik worden genomen.

Artikel 3:7

1. Na de melding, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, of de werkzaamheden als bedoeld in artikel 3:6, derde lid, wordt een installatieplaatje aangebracht.

2.

Het in het eerste lid bedoelde installatieplaatje wordt niet eerder aangebracht dan nadat door de Dienst Wegverkeer is medegedeeld dat:

a. a. de in het eerste lid bedoelde melding niet leidt tot een steekproefsgewijze controle van de werkzaamheden; b. b. de melding leidt tot een steekproefsgewijze controle van de werkzaamheden en deze controle heeft geleid tot een goedkeuring; of c. c. de melding leidt tot een steekproefsgewijze controle van de werkzaamheden, maar deze controle niet binnen 90 minuten na de melding is begonnen.

Hoofdstuk 4. Het bewaren van gegevens

Artikel 4:1

1. De erkenninghouder houdt een register bij van de manipulatieformulieren en van de certificaten van onmogelijkheid van gegevensoverdracht, bedoeld in artikel 3:3, derde lid, en artikel 3:4, derde lid, die in de in zijn erkenning tachografen genoemde werkplaats of werkplaatsen worden opgemaakt.

2. De erkenninghouder houdt een register bij van de werkzaamheden die worden verricht in de in zijn erkenning tachografen genoemde werkplaats of werkplaatsen. Het register bevat de gegevens, bedoeld in bijlage II.

3. De erkenninghouder houdt een register bij van het gebruik van de werkplaatskaart. Dit register bevat een overzicht per maand van de op de werkplaatskaart vastgelegde gegevens.

4. De erkenninghouder bewaart de in dit artikel bedoelde gegevens ten minste 3 jaar en maakt daartoe regelmatig een back-up.

5. De in dit artikel genoemde registers zijn eenvoudig door de Dienst Wegverkeer te raadplegen.

6. Dit artikel is niet van toepassing op fabrikanten van motorrijtuigen, mits zij zich uitsluitend beperken tot werkzaamheden aan tachografen in motorrijtuigen die voor de eerste maal in gebruik worden genomen.

Hoofdstuk 5. Toezicht, intrekking en schorsing erkenning tachografen

Artikel 5:1

1. De Dienst Wegverkeer kan werkzaamheden aan een steekproefsgewijze controle onderwerpen.

2. De steekproefsgewijze controle vangt aan op het moment dat de Dienst Wegverkeer de erkenninghouder en de tachograaftechnicus meedeelt dat deze controle gaat plaatsvinden.

3. Na aanvang van de steekproefsgewijze controle worden aan of in het voertuig of de tachograaf waarop de controle ziet, gedurende 90 minuten geen handelingen verricht.

4. Voorafgaande aan de steekproefsgewijze controle overhandigt de erkenninghouder of tachograaftechnicus de aan de werkzaamheden gerelateerde documenten en het installatieplaatje aan de Dienst Wegverkeer.

5.

Tijdens de steekproefsgewijze controle:

a. a. blijft de tachograaftechnicus die werkzaamheden aan de tachograaf verrichtte, aanwezig in de werkplaats vanaf het moment nadat de mededeling, bedoeld in het tweede lid is gedaan; b. b. verleent de tachograaftechnicus assistentie bij het uitvoeren van de steekproefsgewijze controle; c. c. worden de noodzakelijke werkplaatsruimte, apparatuur en documentatie, en het voertuig waaraan werkzaamheden worden verricht gedurende de steekproefsgewijze controle beschikbaar gesteld; d. d. worden aanwijzingen van de medewerker van de Dienst Wegverkeer opgevolgd.

6.

De erkenninghouder ontvangt na de steekproefsgewijze controle slechts een door een medewerker van de Dienst Wegvervoer getekend steekproefcontrolerapport indien:

a. a. de tachograaf niet voldoet aan de werkzaamheden zoals verwoord in de hoofdstukken 2 en 3; b. b. de registerkaart niet, onjuist of onvolledig is ingevuld; of c. c. de voorschriften met betrekking tot de steekproef niet in acht zijn genomen.

7. Het rapport, bedoeld in het zesde lid, wordt ook getekend door de tachograaftechnicus of erkenninghouder.

Artikel 5:2

1. De Dienst Wegverkeer trekt op verzoek van een erkenninghouder een erkenning tachografen geheel of gedeeltelijk in.

2. De Dienst Wegverkeer kan een erkenning geheel of gedeeltelijk intrekken of schorsen bij een overtreding van artikel 6, eerste lid, van de Regeling tachograafkaarten en de verplichtingen en voorschriften beschreven in hoofdstuk 2 tot en met 3 en hoofdstuk 5 van deze regeling.

3. Een schorsing als bedoeld in het tweede lid bedraagt ten hoogste twaalf weken.

4. Na intrekking van de erkenning levert de voormalig erkenninghouder zo spoedig mogelijk het merkteken werkplaats in.

Artikel 5:3

1. De Dienst Wegverkeer trekt op verzoek van een tachograaftechnicus zijn bevoegdheidspas in.

2. De Dienst Wegverkeer kan de geldigheid van een bevoegdheidspas intrekken of schorsen bij overtreding van de artikelen 6, eerste lid en 7, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling tachograafkaarten en de artikelen 3:2, eerste lid, 3:3, 3:4, eerste en tweede lid, 3:6, eerste lid, 3:7 en 5:1, derde, vierde en vijfde lid.

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 6:1

Wijzigt de Regeling tachograafkaarten.

Artikel 6:2

1. Een erkenning als installateur of reparateur verleend op grond van de Regeling controleapparaten 2005 wordt gelijkgesteld met een erkenning tachograaf verleend op grond van deze regeling.

2. Een bevoegdheidspas verstrekt op grond van de Regeling controleapparaten 2005, wordt voor de resterende looptijd gelijkgesteld met een bevoegdheidspas als bedoeld in artikel 2:6, eerste lid.

3. Aan de eisen ten aanzien van de hefbrug dan wel inspectieput zoals opgenomen in bijlage I van deze Regeling wordt voldaan op 1 juli 2020.

4. Een erkenning als installateur of reparateur, verleend op grond van de Regeling controleapparaten 2005 zoals die luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt, voor een mobiele onderzoekseenheid die op grond van artikel 2a:3, eerste lid, geldigheid heeft, vervalt met ingang van 1 juli 2025.

Artikel 6:3

Deze regeling treedt in werking met ingang van 15 juni 2019.

Artikel 6:4

De Regeling controleapparaten 2005 wordt ingetrokken.

Artikel 6:5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tachografen.

Bijlage I. Overzicht eisen aan werkplaatsen

De werkplaats is:

In de werkplaats zijn aanwezig:

In de werkplaats is een inspectieput of hefinrichting aanwezig:

In de werkplaats is de volgende apparatuur aanwezig:

In de werkplaats is, in goede staat van onderhoud en voorzien van CE-markering en aanvullende metrologische markering, aanwezig voor de typen tachografen waarop de werkzaamheden zien:

Bijlage Ia. Overzicht eisen aan inrichtingen en mobiele onderzoekseenheden

Vervallen

Bijlage II. Gegevens voor in het register van werkzaamheden