40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
14 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwet | BWBR0008480 | ministeriele-regeling | geldend | 2004-02-12 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0008480 | Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwet |
Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwet
Titel 1. Bevoegdheden
Artikel 1
1. Deze regeling heeft betrekking op de in hoofdstuk IV van de Meststoffenwet onderscheiden heffingen.
2. Deze regeling berust op de artikelen 41, eerste en derde lid, 42, eerste, vierde en zesde lid, 43, zesde en zevende lid, 53, onderdeel h, en 59, eerste en derde lid, van de Meststoffenwet, de artikelen 3, 6, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 19, tweede lid, en 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 5, 26, en 31 van de Invorderingswet 1990 en artikel III van de Wet van 10 december 2003 tot wijziging van de Meststoffenwet en van de Wet herstructurering varkenshouderij in verband met het schrappen van de tweede generieke korting en het aanbrengen van enkele praktische verbeteringen (Stb. 542).
Artikel 2
In deze regeling wordt verstaan onder Dienst Regelingen: Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Artikel 3
1. De bevoegdheden van de hierna vermelde functionarissen, genoemd in de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990, gelden met betrekking tot de heffingen, bedoeld in artikel 1, voor de daarachter genoemde functionarissen:
2. De door Onze Minister aangewezen functionaris, bedoeld in artikel 42, eerste, vierde en zesde lid van de Meststoffenwet, is de ontvanger van de Dienst Regelingen.
3. Als inspecteur van de Dienst Regelingen en als ontvanger van de Dienst Regelingen wordt aangewezen de Directeur Dienst Regelingen.
Artikel 4
De standplaats van de inspecteur van de Dienst Regelingen is Assen.
Artikel 5
De verplichtingen die ingevolge de artikelen 47, 47b, 48, 49, 50, 53 en 55 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bestaan jegens de inspecteur van de Dienst Regelingen, gelden mede jegens de door de inspecteur van de Dienst Regelingen aangewezen ambtenaren van de Dienst Regelingen en jegens de ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Titel 2. Aangifte
Artikel 6
1.
Het uitnodigen tot het doen van aangifte wordt gedaan door:
a. a. het uitreiken of toezenden van een aangiftebiljet; b. b. het uitreiken of toezenden van een aangiftediskette.
2. Het eerste lid, onderdeel b, vindt slechts toepassing ten aanzien van de heffingplichtige aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 8, vierde lid, is verleend.
Artikel 7
1. De heffingplichtige die niet reeds is uitgenodigd tot het doen van aangifte verzoekt vóór het tijdstip waarop de heffing moet worden voldaan de inspecteur van de Dienst Regelingen om uitnodiging tot het doen van aangifte. Deze verplichting geldt ook indien de belastbare hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof nihil of minder dan nihil is.
2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt mede voor de in de artikelen 43 en 44, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen bedoelde personen.
Artikel 8
1.
Aangifte wordt gedaan door:
a. a. het inleveren of toezenden van het uitgereikte of toegezonden aangiftebiljet, dat is ingevuld en ondertekend op de daarbij aangegeven wijze, met de daarbij gevraagde bescheiden; b. b. het overeenkomstig de voorwaarden, bedoeld in het vierde lid, toezenden of inleveren van de uitgereikte aangiftediskette of het overeenkomstig die voorwaarden op elektronische wijze toezenden van de in de aangiftediskette gevraagde gegevens.
2. Indien het eerste lid, onderdeel b, toepassing vindt, worden de gevraagde bescheiden afzonderlijk ingeleverd of toegezonden.
3. Het doen van aangifte op de wijze bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, is slechts toegestaan met een daaraan voorafgaande vergunning van de inspecteur van de Dienst Regelingen.
4. De in het derde lid bedoelde vergunning wordt op verzoek verleend, onder door de inspecteur nader te stellen voorwaarden, bij voor bezwaar vatbare beschikking. De vergunning kan bij voor bezwaar vatbare beschikking worden ingetrokken indien de voorwaarden niet worden nageleefd.
5. Degenen die betrokken zijn bij de aangifte, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, dragen zorg voor de nodige voorzieningen van technische en organisatorische aard tegen verlies of aantasting van de gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan.
Artikel 9
Van de verplichting de in de uitnodiging tot het doen van aangifte van de heffing, bedoeld in titel 2 van hoofdstuk IV van de Meststoffenwet, gevraagde gegevens en bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan in te leveren of toe te zenden is vrijgesteld de heffingplichtige die vóór het tijdstip waarop de heffing moet worden betaald de inspecteur van de Dienst Regelingen heeft verzocht om uitnodiging tot het doen van aangifte van de heffing, bedoeld in titel 1 van hoofdstuk IV van de Meststoffenwet.
Artikel 9a
1.
Van de verplichting tot het doen van aangifte van de heffing, bedoeld in de artikelen 21 en 28 van de Meststoffenwet in samenhang met artikel 41 van de Meststoffenwet en artikel 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, is vrijgesteld de heffingplichtige die met betrekking tot het desbetreffende tijdvak voldoet aan elk van de volgende voorwaarden:
a. a. de belastbare hoeveelheid fosfaat en de belastbare hoeveelheid stikstof zijn nihil of minder dan nihil, en b. b. de stikstofproductie op het bedrijf is ten hoogste 170 kilogram per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond.
2. De stikstofproductie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde aantal in het desbetreffende kalenderjaar gehouden, uitgeschaarde of tijdelijk elders ter weiding ondergebrachte dieren van de onderscheiden diercategorieën en op basis van de forfaitaire productienormen, uitgedrukt in kilogrammen stikstof per dier per jaar, die zijn opgenomen in bijlage F bij de Meststoffenwet.
Titel 3. Tijdvak, voorlopige betaling en invorderingsrente
Artikel 10
Het tijdvak waarover heffing moet worden betaald is het kalenderjaar.
Artikel 11
1. In bijzondere gevallen kan de inspecteur van de Dienst Regelingen het kalenderjaar onderverdelen in twee of meer tijdvakken, met dien verstande dat afwijkende tijdvakken altijd binnen hetzelfde kalenderjaar aanvangen en eindigen.
2. Ten aanzien van de persoon of rechtspersoon die, of het samenwerkingverband van personen of rechtspersonen dat op enig tijdstip, anders dan tijdelijk, ophoudt heffingplichtige te zijn, geldt als tijdvak het op dat tijdstip verstreken gedeelte van het kalenderjaar.
3. Ten aanzien van de persoon of rechtspersoon die, of het samenwerkingverband van personen of rechtspersonen dat eerst op enig tijdstip in de loop van het kalenderjaar heffingplichtige wordt, geldt als tijdvak het na dat tijdstip resterende gedeelte van het kalenderjaar.
Artikel 12
Ingeval een ander tijdvak dan een kalenderjaar geldt, worden de bepalingen van hoofdstuk IV van de Meststoffenwet die betrekking hebben op een kalenderjaar, naar tijdsevenredigheid toegepast.
Artikel 13
1. De inspecteur van de Dienst Regelingen kan één of meer voorlopige betalingen vorderen, met dien verstande dat niet meer dan één voorlopige betaling per kwartaal kan worden gevorderd.
2. De inspecteur van de Dienst Regelingen stuurt de heffingplichtige een kennisgeving tot voorlopige betaling.
3. Een voorlopige betaling bedraagt niet meer dan de naar verwachting over het op de dagtekening van de kennisgeving verstreken deel van het tijdvak verschuldigde heffing.
4. De heffingplichtige voldoet het in de kennisgeving tot voorlopige betaling vermelde bedrag binnen een maand na dagtekening van de kennisgeving.
Artikel 14
De berekening van het bedrag van de invorderingsrente, bedoeld in artikel 28 van de Invorderingswet 1990, geschiedt overeenkomstig hoofdstuk III van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.
Titel 4. Verrekening
Artikel 14a
Verrekening met de belastbare hoeveelheden van de voorgaande zes jaren als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de Meststoffenwet en verrekening met de belastbare hoeveelheden van de volgende kalenderjaren als bedoeld in het tweede lid van dat artikel geschieden uitsluitend indien de bij de verrekening betrokken kalenderjaren deel uitmaken van dezelfde, aaneengesloten reeks van jaren waarover steeds aangifte van de verschuldigde verfijnde mineralenheffingen, bedoeld in artikel 22 van die wet, is gedaan, en waarvoor steeds aan de in het laatstgenoemde artikel bedoelde regels is voldaan.
Artikel 15
De beschikking, bedoeld in artikel 43, vijfde lid, van de Meststoffenwet wordt niet afgegeven zolang:
a. a. tegen de heffing, die op aangifte is voldaan, bezwaar kan worden ingesteld, dan wel op het bezwaar nog niet is beslist; b. b. de over het desbetreffende tijdvak of een eerder tijdvak verschuldigde heffing nog niet is voldaan en daarvoor evenmin door de inspecteur van de Dienst Regelingen uitstel van betaling is verleend.
Artikel 15a
Vervallen
Artikel 16
1. De inspecteur van de Dienst Regelingen verleent aan de heffingplichtige uitstel van betaling van de over het tijdvak verschuldigde verfijnde mineralenheffingen, indien met betrekking tot voorgaande kalenderjaren een vaststelling heeft plaatsgevonden van een belastbare hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof van minder dan nihil waarmee overeenkomstig artikel 43 van de Meststoffenwet kan worden verrekend.
2. Uitstel wordt slechts verleend tot het beloop van het bedrag waarmee de over het tijdvak verschuldigde verfijnde mineralenheffingen door toepassing van verrekening zullen worden verminderd, na aftrek van de verschuldigde bestemmingsheffing.
3.
Uitstel wordt niet verleend indien:
a. a. tegen de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, bezwaar of beroep kan worden ingesteld, dan wel op het bezwaar of beroep nog niet is beslist; b. b. de aangifte waarvan uitstel wordt verzocht niet tijdig is gedaan; c. c. over een eerder tijdvak verschuldigde heffing nog niet is voldaan.
4. In zoverre in afwijking van de voorgaande leden kan de inspecteur van de Dienst Regelingen op verzoek van de heffingplichtige voor het jaar 1999 uitstel van betaling verlenen op grond van een voorlopige vaststelling van de belastbare hoeveelheid met betrekking tot het jaar 1998, ook indien tegen deze voorlopige vaststelling nog bezwaar en beroep mogelijk is.
Artikel 17
Houdt een persoon, rechtspersoon of samenwerkingsverband van personen of rechtspersonen op enig tijdstip, anders dan tijdelijk, op heffingplichtige te zijn, dan kan met diens schriftelijke toestemming de belastbare hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof die na verrekening over de aan dat tijdstip voorafgegane tijdvakken resteert worden gebruikt door de heffingplichtige die het bedrijf als zodanig voortzet.
Artikel 17a
1. Ingeval bedrijven, anders dan tijdelijk, worden samengevoegd, wordt een belastbare hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof, van minder dan nihil van elk van de oorspronkelijke bedrijven gebruikt ten behoeve van verrekening met de belastbare hoeveelheden van de andere bij de samenvoeging betrokken bedrijven of met de belastbare hoeveelheden van het door samenvoeging ontstane bedrijf.
2. Een belastbare hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof, van minder dan nihil van het door samenvoeging ontstane bedrijf wordt gebruikt ten behoeve van verrekening met de belastbare hoeveelheden van de oorspronkelijke bedrijven.
3. De voorwaarden en beperkingen gesteld bij artikel 43 van de Meststoffenwet en de onderhavige titel zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Voor de toepassing van het eerste lid worden de aangiften van de heffingen ten aanzien van de oorspronkelijke bedrijven over het tijdvak voorafgaand aan de samenvoeging aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 43, vijfde lid, van de Meststoffenwet.
Artikel 18
Voor verrekening komt niet in aanmerking een in een tijdvak vastgestelde belastbare hoeveelheid fosfaat van minder dan nihil, indien de veebezetting op het bedrijf van de heffingplichtige in dat tijdvak kleiner of gelijk is aan 2,5 grootvee-eenheden per hectare van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond.
Titel 4a. Herziening van de belastbare hoeveelheid met betrekking tot de jaren 1998 tot en met 2002
Artikel 18a
1. Indien de toepassing van de forfaits, bedoeld in artikel D6 van bijlage D van de Meststoffenwet, voor de diercategorieën 400, 401, 402, 403, 404, 405, 406, 407, 410 en 411, als gewijzigd bij wet van 10 december 2003 tot wijziging van de Meststoffenwet en van de Wet herstructurering varkenshouderij in verband met het schrappen van de tweede generieke korting en het aanbrengen van enkele praktische verbeteringen (Stb. 542), met betrekking tot de jaren 1998 tot en met 2002 leidt tot een verlaging van de belastbare hoeveelheid fosfaat, onderscheidenlijk stikstof, kan de belastbare hoeveelheid door de inspecteur worden herzien bij voor bezwaar vatbare beschikking.
2. De in het eerste lid bedoelde herziene belastbare hoeveelheid wordt vastgesteld op basis van het gemiddelde aantal in het desbetreffende kalenderjaar op het bedrijf gehouden varkens van de onderscheiden diercategorieën, genoemd in bijlage A van de Meststoffenwet, en de correctiefactoren, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, onderscheidenlijk stikstof, als opgenomen in de bijlage bij deze regeling.
Titel 5. Slotbepalingen
Artikel 19
De Uitvoeringsregeling overschotheffing wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de heffing en invordering van de overschotheffing, bedoeld in artikel 13 van de Meststoffenwet, zoals dit artikel luidde voor inwerkingtreding van artikel I van de wet van 2 mei 1997, houdende wijziging van de Meststoffenwet (Stb. 360).
Artikel 20
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.
Artikel 21
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwet.