40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
232 lines
12 KiB
Markdown
232 lines
12 KiB
Markdown
---
|
||
titel: Regeling uitwerking verdeelmaatstaven provinciefonds en gemeentefonds
|
||
bwb_id: BWBR0042163
|
||
type: ministeriele-regeling
|
||
status: geldend
|
||
datum_inwerkingtreding: '2019-04-30'
|
||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0042163
|
||
citeertitel: Regeling uitwerking verdeelmaatstaven provinciefonds en gemeentefonds
|
||
---
|
||
|
||
# Regeling uitwerking verdeelmaatstaven provinciefonds en gemeentefonds
|
||
|
||
### Paragraaf 1. Algemeen
|
||
|
||
### Artikel 1
|
||
|
||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||
|
||
- *besluit:*
|
||
Besluit financiële verhouding 2001;
|
||
- *maatstaf:* verdeelmaatstaf als bedoeld in bijlage 1 en bijlage 2 bij het besluit;
|
||
- *topografische kaart:* topografische kaart van de Basisregistratie Topografie van het Kadaster, op schaal 1:10.000.
|
||
|
||
### Artikel 2
|
||
|
||
Voor de maatstaven waarvoor het CBS de bron is, worden de uitkomsten van de telling of berekening van het CBS gebruikt, tenzij anders is bepaald.
|
||
|
||
### Artikel 3
|
||
|
||
Indien voor een maatstaf gegevens aan de topografische kaart worden ontleend, wordt daarvoor de meest recente topografische kaart gebruikt, tenzij anders is bepaald.
|
||
|
||
### Paragraaf 2. Maatstaven provinciefonds
|
||
|
||
### Artikel 4
|
||
|
||
Onze Minister van Financiën doet vóór 1 april van elk jaar een definitieve opgave aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de opbrengst per afzonderlijke provincie van de ontvangen provinciale opcenten op de hoofdsommen van de motorrijtuigenbelasting over het voorafgaande jaar.
|
||
|
||
### Artikel 5
|
||
|
||
Voor het aantal hectaren binnenwater, bedoeld in maatstaf 6 van bijlage 1 bij het besluit, is de omschrijving van binnenwater van het CBS van toepassing, met dien verstande dat:
|
||
|
||
a. a.
|
||
het IJsselmeer niet als binnenwater wordt aangemerkt;
|
||
b. b.
|
||
die delen van de Dollard, de Eems, de Noordzee, de Ooster- en Westerschelde, de Waddenzee en het IJsselmeer die tussen havenhoofden en strekdammen liggen als binnenwater worden aangemerkt.
|
||
|
||
### Artikel 6
|
||
|
||
**1.** De oeverlengte, bedoeld in maatstaf 7 van bijlage 1 bij het besluit, is de lengte van de omtrek van de vlakken water volgens de topografische kaart in hectometers.
|
||
|
||
**2.** In afwijking van de omschrijving van het binnenwater worden bij het vaststellen van de vlakken water, bedoeld in het eerste lid, ook alle watervlakken kleiner dan 10.000 vierkante meter meegerekend.
|
||
|
||
**3.** Bij de bepaling van de oeverlengte zijn de lijnen die de begrenzing vormen tussen buitenwater en land, dan wel buitenwater en binnenwater uitgesloten.
|
||
|
||
### Artikel 7
|
||
|
||
Het aantal inwoners landelijk gebied, bedoeld in maatstaf 9 van bijlage 1 bij het besluit, is het aantal inwoners woonachtig in rastervierkanten met een omgevingsadressendichtheid die kleiner is dan 1.000 adressen per vierkante kilometer.
|
||
|
||
### Paragraaf 3. Maatstaven gemeentefonds
|
||
|
||
### Artikel 8
|
||
|
||
Voor het gewogen gemiddelde aandeel van de verschillende grondsoorten, bedoeld in artikel 12 van het besluit, zijn de wegingsfactoren voor:
|
||
|
||
a. a.
|
||
goede grond en water: 1,00;
|
||
b. b.
|
||
kleigebied: 1,30;
|
||
c. c.
|
||
kleiveengebied: 1,45;
|
||
d. d.
|
||
veengebied: 2,10.
|
||
|
||
### Artikel 9
|
||
|
||
De aandelen van de gemeenten in de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het besluit, worden vastgesteld in bijlage 1 bij deze regeling.
|
||
|
||
### Artikel 10
|
||
|
||
**1.** Tot een etnische minderheid als bedoeld in maatstaf 12 van bijlage 2 bij het besluit worden uitsluitend de personen gerekend van wie ten minste een van de ouders is geboren in Marokko, Suriname, Turkije of de Caribische delen van het Koninkrijk.
|
||
|
||
**2.** Tot de houders van een verblijfsvergunning op grond van asiel als bedoeld in maatstaf 12 van bijlage 2 bij het besluit, worden de personen gerekend aan wie een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onderdeel c of d, van de Vreemdelingenwet 2000 is verleend.
|
||
|
||
### Artikel 11
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
In dit artikel wordt verstaan onder:
|
||
|
||
a. a.
|
||
|
||
*aantrekkende woonkern:* een woonkern die potentiële lokale klanten aantrekt;
|
||
b. b.
|
||
|
||
*omliggende woonkern:* een woonkern binnen een straal van 20 kilometer rondom de aantrekkende woonkern, met inbegrip van de aantrekkende woonkern zelf;
|
||
c. c.
|
||
|
||
*concurrerende woonkern:* andere woonkern dan de aantrekkende woonkern die binnen een straal van 20 kilometer rondom de omliggende woonkern ligt;
|
||
d. d.
|
||
|
||
*gecorrigeerd aantal inwoners:* het aantal inwoners van de woonkern, vermeerderd met een aandeel van de in de gemeente waarbinnen de woonkern is gelegen, niet in enige woonkern wonende inwoners. Dit aandeel is gelijk aan het aandeel van de inwoners van de woonkern in het totaal aantal in een woonkern binnen de gemeente wonende inwoners.
|
||
|
||
**2.** Het aantal potentiële lokale klanten in een gemeente, bedoeld in maatstaf 13 van bijlage 2 bij het besluit, wordt berekend door het aantal potentiële klanten van alle woonkernen in een gemeente bij elkaar op te tellen.
|
||
|
||
**3.** Het aantal potentiële lokale klanten van een woonkern is het aantal klanten dat een woonkern aantrekt uit alle omliggende woonkernen.
|
||
|
||
**4.** Het aantal klanten dat de aantrekkende woonkern aantrekt uit één omliggende woonkern wordt berekend door het gecorrigeerde aantal inwoners van de omliggende woonkern te vermenigvuldigen met de toeloopkans.
|
||
|
||
**5.** De toeloopkans wordt berekend door de aantrekkingskracht van de aantrekkende woonkern te delen door de gezamenlijke aantrekkingskracht van de aantrekkende woonkern en concurrerende woonkernen.
|
||
|
||
**6.**
|
||
|
||
De aantrekkingskracht van zowel de aantrekkende woonkern als de concurrerende woonkern wordt berekend op basis van de volgende formule:
|
||
|
||
waarbij A_k de aantrekkingskracht weergeeft, I het gecorrigeerde aantal inwoners en A de afstand in kilometers tot de omliggende woonkern.
|
||
|
||
**7.** De afstand tot de omliggende woonkern, bedoeld in het zesde lid, is de hemelsbreed gemeten afstand tussen de zwaartepunten van de aantrekkende of concurrerende woonkern en de omliggende woonkern in kilometers. De coördinaten van een zwaartepunt worden bepaald door het gewogen gemiddelde te bepalen van de coördinaten van de middelpunten van de rastervierkanten die de kern vormen. De weging geschiedt op basis van het totaal van verblijfsobjecten en stand- en ligplaatsen per rastervierkant. De afstand van de aantrekkende woonkern tot zichzelf wordt op één kilometer gesteld.
|
||
|
||
### Artikel 12
|
||
|
||
Voor de berekening van het aantal potentiële regionale klanten van een woonkern, bedoeld in maatstaf 14 van bijlage 2 bij het besluit, is artikel 11 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
|
||
|
||
1. 1.
|
||
voor ‘20 kilometer’ wordt gelezen ‘60 kilometer’.
|
||
2. 2.
|
||
de aantrekkingskracht van zowel de aantrekkende woonkern als een concurrerende woonkern wordt berekend op basis van de volgende formule:
|
||
|
||
### Artikel 13
|
||
|
||
**1.** Tot het aantal leerlingen voortgezet onderwijs, bedoeld in maatstaf 15 van bijlage 2 bij het besluit, worden de leerlingen gerekend die in de gemeente het onderwijs, bedoeld in artikel 5, onderdelen a tot en met c, van de Wet op het voortgezet onderwijs, volgen.
|
||
|
||
**2.** Correctie vindt plaats door het aantal leerlingen, bedoeld in het eerste lid, te vermenigvuldigen met 0,8.
|
||
|
||
### Artikel 14
|
||
|
||
**1.** Tot het aantal leerlingen van een speciale school voor basisonderwijs, bedoeld in maatstaf 15a van bijlage 2 bij het besluit, worden de leerlingen gerekend die in de gemeente onderwijs volgen aan een speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
Tot het aantal leerlingen voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in maatstaf 15a van bijlage 2 bij het besluit, worden de leerlingen gerekend die in de gemeente:
|
||
|
||
a. a.
|
||
praktijkonderwijs volgen als bedoeld in artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs; of
|
||
b. b.
|
||
speciaal of voortgezet speciaal onderwijs volgen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra.
|
||
|
||
**3.** Indien in een gemeente een gesloten accommodatie voor jeugdzorg dan wel een justitiële jeugdinrichting met gemeentelijke verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting aanwezig is, wordt het aantal leerlingen dat het onderwijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, in deze instellingen volgt, gelijkgesteld aan de toegekende leerlingencapaciteit in deze instellingen voor dit onderwijs.
|
||
|
||
**4.**
|
||
|
||
Correctie vindt plaats door:
|
||
|
||
a. a.
|
||
het aantal leerlingen, bedoeld in het eerste lid, en het tweede lid, onderdeel a, te vermenigvuldigen met 1,98;
|
||
b. b.
|
||
het totaal aantal leerlingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en het derde lid, te vermenigvuldigen met 3,46. Indien bij het onderwijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en het derde lid een groepsgrootte van 2, 3 of 6 leerlingen van toepassing is wordt deze uitkomst vervolgens vermenigvuldigd met respectievelijk 4,30, 2,86 en 1,43.
|
||
|
||
### Artikel 15
|
||
|
||
Voor het aantal hectaren binnenwater, bedoeld in maatstaf 19 van bijlage 2 bij het besluit, is de omschrijving van binnenwater van het CBS van toepassing, met dien verstande dat:
|
||
|
||
a. a.
|
||
het IJsselmeer niet als binnenwater wordt aangemerkt;
|
||
b. b.
|
||
die delen van de Dollard, de Eems, de Noordzee, de Ooster- en Westerschelde, de Waddenzee en het IJsselmeer die tussen havenhoofden en strekdammen liggen als binnenwater worden aangemerkt.
|
||
|
||
### Artikel 16
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
Voor het aantal hectaren buitenwater, bedoeld in maatstaf 20 van bijlage 2 bij het besluit, zijn de omschrijvingen van het buitenwater van het CBS van toepassing, met dien verstande dat:
|
||
|
||
a. a.
|
||
het IJsselmeer als buitenwater wordt aangemerkt;
|
||
b. b.
|
||
die delen van de Dollard, de Eems, de Noordzee, de Ooster- en Westerschelde, de Waddenzee en het IJsselmeer die tussen havenhoofden en strekdammen liggen niet als buitenwater worden aangemerkt.
|
||
|
||
**2.** Het aantal in aanmerking te nemen hectaren buitenwater in een gemeente bedraagt maximaal 10.000 hectare.
|
||
|
||
### Artikel 17
|
||
|
||
Indien de gemiddelde hoogwaterlijn van een gemeente per topografische kaart sterk fluctueert en de gemeente ten gevolge van deze fluctuatie een onevenredig groot financieel nadeel of financiële onzekerheid ondervindt, kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besluiten voor deze gemeente uit te blijven gaan van een eerdere topografische kaart.
|
||
|
||
### Artikel 18
|
||
|
||
**1.** Het oppervlak van de bebouwing, bedoeld in de maatstaven 21 tot en met 23a van bijlage 2 bij het besluit, wordt vastgesteld aan de hand van de contouren van panden zoals deze zijn opgenomen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen.
|
||
|
||
**2.** Panden die volgens de topografische kaart worden aangemerkt als kas, warenhuis of tank worden niet als bebouwing meegerekend.
|
||
|
||
### Artikel 19
|
||
|
||
Het aantal hectaren historische kernen, bedoeld in maatstaf 27 van bijlage 2 bij het besluit, en het aantal meters historische waterweg, bedoeld in maatstaf 28 van bijlage 2 bij het besluit, wordt vastgesteld in bijlage 2 bij deze regeling.
|
||
|
||
### Artikel 20
|
||
|
||
De bewoonde oorden 1930, het aantal woningen 1930 in bewoonde oorden en het aantal woningen 1930 in historische kernen in bewoonde oorden, bedoeld in de maatstaven 29 en 30 van bijlage 2 bij het besluit, wordt vastgesteld in bijlage 3 bij deze regeling.
|
||
|
||
### Artikel 21
|
||
|
||
**1.** De oeverlengte, bedoeld in de maatstaven 34 en 35 van bijlage 2 bij het besluit, is de lengte van de omtrek van de vlakken water volgens de topografische kaart in hectometers.
|
||
|
||
**2.** In afwijking van de omschrijving van het binnenwater worden bij het vaststellen van de vlakken water, bedoeld in het eerste lid, ook alle watervlakken kleiner dan 10.000 vierkante meter meegerekend.
|
||
|
||
**3.** Bij de bepaling van de oeverlengte zijn de lijnen die de begrenzing vormen tussen buitenwater en land, dan wel buitenwater en binnenwater uitgesloten.
|
||
|
||
### Paragraaf 4. Overige bepalingen
|
||
|
||
### Artikel 22
|
||
|
||
Paragraaf 3 en de bijlagen 1, 2 en 3 van de Regeling meet- en rekenregels verdeelmaatstaven provinciefonds en gemeentefonds vervallen.
|
||
|
||
### Artikel 23
|
||
|
||
De Regeling meet- en rekenregels verdeelmaatstaven provinciefonds en gemeentefonds wordt ingetrokken.
|
||
|
||
### Artikel 24
|
||
|
||
**1.** Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
|
||
|
||
**2.** Paragraaf 1, paragraaf 3, artikel 22 en de bijlagen 1, 2 en 3 werken terug tot en met 1 januari 2016.
|
||
|
||
**3.** Paragraaf 2 en artikel 23 werken terug tot en met 1 januari 2017.
|
||
|
||
### Artikel 25
|
||
|
||
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitwerking verdeelmaatstaven provinciefonds en gemeentefonds.
|
||
|
||
## Bijlage 1. Maatstaf Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) (bijlage bij
|
||
|
||
## Bijlage 2. De historische kernen en het historische water (bijlage bij
|
||
|
||
## Bijlage 3. De bewoonde oorden 1930, het aantal woningen 1930 in bewoonde oorden en het aantal woningen 1930 in historische kernen in bewoonde oorden (bijlage bij
|