40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
5.1 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling verlening voorschotten 2007 | BWBR0022914 | ministeriele-regeling | geldend | 2007-12-02 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0022914 | Regeling verlening voorschotten 2007 |
Regeling verlening voorschotten 2007
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. privaatrechtelijk voorschot: een vooruitbetaling door het Rijk in verband met door een derde aan het Rijk te leveren producten of te verlenen diensten of voor het Rijk te verrichten werken; b. b. publiekrechtelijk voorschot: een vooruitbetaling door het Rijk op een aan een derde verstrekte aanspraak op een subsidie of bijdrage; c. c. Minister: de Minister wie het aangaat.
Artikel 2
1. De Minister kan privaatrechtelijke voorschotten verlenen. Alvorens een privaatrechtelijk voorschot wordt verleend, beoordeelt de Minister het risico dat de derde partij zijn verplichtingen uit de overeenkomst tot levering van het product, tot verlening van de dienst of tot verrichting van het werk niet of niet geheel zal nakomen.
2. Indien de Minister het risico laag inschat, kan hij een privaatrechtelijk voorschot tot maximaal 100% van de aangegane financiële verplichting verlenen.
3. Indien naar het oordeel van de Minister de kans dat het risico zich voordoet substantieel is, dan wel de gevolgen van het risico substantieel zijn, eist hij van de derde partij dat deze voldoende zekerheid stelt.
4. Indien het oordeel, bedoeld in het derde lid, leidt tot de eis tot zekerheidstelling, wordt vanaf een door de Minister van Financiën vast te stellen grensbedrag zekerheidstelling geëist in de vorm van een garantie, afgegeven door een in het maatschappelijk verkeer betrouwbaar geachte instelling.
5. De Minister van Financiën vermeldt in de bijlage bij deze regeling de instellingen of de categorieën van instellingen die naar zijn oordeel voldoen aan het in het vierde lid vermelde criterium van maatschappelijke betrouwbaarheid.
6. Het verlenen van voorschotten geschiedt op een wijze als bedoeld in artikel 35 van de Comptabiliteitswet 2001.
7. Over privaatrechtelijke voorschotten wordt rente in rekening gebracht, indien dit in verband met de motieven die tot de voorschotverlening hebben geleid, redelijk is te achten.
Artikel 3
1. De Minister kan publiekrechtelijke voorschotten aan een derde partij verlenen tot zodanige bedragen als verantwoord is in verband met het bestedings- of uitgavenpatroon dat voortvloeit uit het doel van de overdracht en de daaraan verbonden voorwaarden.
2. In overeenstemming met de Minister van Financiën kan aan een publiekrechtelijk voorschot aan een derde partij, niet zijnde een natuurlijke persoon, de voorwaarde worden verbonden dat het voorschot bij het Ministerie van Financiën wordt aangehouden in een rekening-courant, bedoeld in artikel 24, zesde lid, van de Comptabiliteitswet 2001.
3. Een ruimer publiekrechtelijk voorschot dan op grond van het eerste lid mogelijk is, kan worden verleend, indien dat vanuit een oogpunt van subsidiebeheer doelmatig is en, in geval het betreft een voorschot aan een derde partij niet zijnde een natuurlijke persoon, indien in overeenstemming met de Minister van Financiën aan het voorschot de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, wordt verbonden.
4. Indien het niet doelmatig is de voorwaarde, bedoeld in het tweede lid, te verbinden aan het voorschot, bedoeld in het derde lid, kan daarvan in overeenstemming met de Minister van Financiën worden afgezien.
5. In afwijking van het eerste lid is een ruimer voorschot aan een internationale instelling mogelijk zonder dat aan het voorschot de voorwaarde, bedoeld in het derde lid, wordt verbonden, indien in overeenstemming met de Minister van Financiën de doelmatigheid op een andere wijze in acht wordt genomen.
6. De Minister bepaalt of zekerheid moet worden gesteld.
Artikel 4
Op privaatrechtelijke voorschotten, verleend aan een derde partij, zijnde een publiekrechtelijke rechtspersoon of een rechtspersoon, bedoeld in artikel 91, eerste lid, onderdeel d, van de Comptabiliteitswet 2001, is artikel 3, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 5
Het verlenen van voorschotten met als doel het belasten van een eerder begrotingsjaar dan zonder bevoorschotting zou plaatsvinden, is niet toegestaan, tenzij dit in het belang van het Rijk is en de Minister van Financiën daarmee heeft ingestemd. Van die instemming moet uit het betrokken begrotingsdossier blijken.
Artikel 6
1. De Regeling verlening voorschotten 2004 wordt ingetrokken.
2. Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling verlening voorschotten 2007.
3. Zij treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2007.
Bijlage . bedoeld in
De Minister van Financiën wijst in onderstaand overzicht de (categorieën van) instellingen aan die door de Ministers in het maatschappelijk verkeer betrouwbaar kunnen worden geacht, indien deze instellingen zich als borg garant stellen voor door de Ministers aan derden te verlenen privaatrechtelijke voorschotten.