40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
165 lines
4.3 KiB
Markdown
165 lines
4.3 KiB
Markdown
---
|
||
titel: Regeling versterking recreatie
|
||
bwb_id: BWBR0009652
|
||
type: ministeriele-regeling
|
||
status: geldend
|
||
datum_inwerkingtreding: '1998-06-10'
|
||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0009652
|
||
citeertitel: Regeling versterking recreatie
|
||
---
|
||
|
||
# Regeling versterking recreatie
|
||
|
||
### Paragraaf 1. Algemene bepalingen
|
||
|
||
### Artikel 1
|
||
|
||
### Artikel 2
|
||
|
||
De Minister kan aan het Kennis- en innovatiecentrum Stichting Recreatie subsidie verstrekken voor programma’s die een bijdrage leveren aan de bevordering van kennis en deskundigheid op het gebied van de recreatie.
|
||
|
||
### Artikel 3
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 4
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 5
|
||
|
||
**1.** De minister stelt jaarlijks vóór 1 september het subsidieplafond vast voor het komende kalenderjaar.
|
||
|
||
**2.** De minister geeft van het besluit, bedoeld in het eerste lid, kennis in de Staatscourant.
|
||
|
||
### Artikel 6
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 7
|
||
|
||
Subsidie wordt verstrekt voor een kalenderjaar en bedraagt ten hoogste 100% van de subsidiabele kosten.
|
||
|
||
### Artikel 8
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 9
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 10
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Paragraaf 2. Subsidieverlening
|
||
|
||
### Artikel 11
|
||
|
||
Subsidieaanvragen worden bij de Minister ingediend vóór 1 februari van het kalenderjaar, bedoeld in artikel 7.
|
||
|
||
### Artikel 12
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 13
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 14
|
||
|
||
**1.** Een aanvraag, gaat vergezeld van een werkprogramma.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
Het werkprogramma houdt in ieder geval het volgende in:
|
||
|
||
a. a.
|
||
een beschrijving van de werkzaamheden en activiteiten van de instelling voor het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft;
|
||
b. b.
|
||
een beschrijving van de financiële gevolgen van de werkzaamheden en de activiteiten;
|
||
c. c.
|
||
een meerjarenperspectief;
|
||
d. d.
|
||
een plan voor de uitvoering van een evaluatie waarin wordt aangegeven in hoeverre de beoogde doelen bereikt zijn.
|
||
|
||
### Artikel 15
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 16
|
||
|
||
De subsidie, wordt verleend op basis van een beoordeling op de mate waarin de daarin beschreven activiteiten bijdragen tot de verwezenlijking van het rijksbeleid op het terrein van de recreatie.
|
||
|
||
### Artikel 17
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 18
|
||
|
||
De Minister beslist op aanvragen binnen drie maanden na ontvangst daarvan.
|
||
|
||
### Artikel 19
|
||
|
||
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
|
||
|
||
### Paragraaf 3. Voorschotverlening
|
||
|
||
### Artikel 20
|
||
|
||
**1.** De minister kan de subsidieontvanger op diens verzoek voorschotten verstrekken van ten hoogste 95% van het verleende subsidiebedrag.
|
||
|
||
**2.** De aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte.
|
||
|
||
### Paragraaf 4. Verplichtingen van de subsidieontvanger
|
||
|
||
### Artikel 21
|
||
|
||
De subsidieontvanger voert het programma uit overeenkomstig het werkprogramma waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft.
|
||
|
||
### Paragraaf 5. Subsidievaststelling
|
||
|
||
### Artikel 22
|
||
|
||
**1.** De aanvraag voor vaststelling van de subsidie wordt binnen vier maanden na afloop van het programma ingediend.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
De aanvraag gaat vergezeld van:
|
||
|
||
a. a.
|
||
een financiële verantwoording van het programma;
|
||
b. b.
|
||
indien de subsidiabele kosten meer bedragen dan € 34.033,52: een verklaring van een accountant, bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen;
|
||
c. c.
|
||
de eindrapportage van het programma.
|
||
|
||
### Artikel 23
|
||
|
||
De minister stelt binnen vier maanden na ontvangst van de in artikel 22, tweede lid, bedoelde bescheiden de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening vast.
|
||
|
||
### Paragraaf 6. Overgangs- en slotbepalingen
|
||
|
||
### Artikel 24
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 25
|
||
|
||
Vervallen
|
||
|
||
### Artikel 26
|
||
|
||
De Regeling subsidiëring niet-terreinbeherende organisaties blijft van toepassing, doch slechts ten aanzien van aanvragen die op grond daarvan zijn gedaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.
|
||
|
||
### Artikel 27
|
||
|
||
Twee jaar na inwerkingtreding en voorts iedere drie jaar publiceert de minister een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.
|
||
|
||
### Artikel 28
|
||
|
||
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
|
||
|
||
### Artikel 29
|
||
|
||
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling versterking recreatie.
|