40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
5.1 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Regeling zeegaande passagiersschepen in nationale vaart | BWBR0011573 | ministeriele-regeling | geldend | 2004-09-24 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0011573 | Regeling zeegaande passagiersschepen in nationale vaart |
Regeling zeegaande passagiersschepen in nationale vaart
Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
2. Hogesnelheidspassagiersvaartuigen worden ingedeeld in de categorieën A en B volgens artikel 4, derde lid, van de richtlijn.
Artikel 2
Deze regeling is van toepassing:
a. a. op nieuwe passagiersschepen, bestaande passagiersschepen van ten minste 24 meter lang, en op hogesnelheidspassagiersvaartuigen, wanneer zij voor binnenlandse reizen over zee worden gebruikt, en b. b. op buitenlandse schepen, zijnde passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen als bedoeld in onderdeel a, voorzover dat uitdrukkelijk in deze regeling is bepaald.
Artikel 3
1. Passagiersschepen worden naar gelang van het zeegebied waarin zij varen ingedeeld in de klassen A, B, C en D volgens artikel 4, eerste lid, van de richtlijn.
2. Als zeegebieden van de klassen A, B, C en D als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de richtlijn worden aangewezen de zeegebieden die als zodanig staan aangegeven op de bijlage bij deze regeling volgens de op die bijlage aangegeven coördinaten.
Artikel 4
1. Passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen voldoen aan de ingevolge de artikelen 6 en 6 bis van de richtlijn op die schepen, onderscheidenlijk vaartuigen toepasselijke eisen.
2. De artikelen 3, tweede lid, onder c, 4, onder a, 13, 17, en 35 tot en met 62 van het Schepenbesluit 1965 zijn niet van toepassing op passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen die voldoen aan de op grond van het eerste lid op die schepen of vaartuigen van toepassing zijnde eisen.
Artikel 4a
1. Aan boord van passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen, gebouwd op of na 1 oktober 2004, die worden gebruikt voor openbaar vervoer, worden met inachtneming van de in bijlage III van de richtlijn opgenomen richtsnoeren passende maatregelen getroffen voor de veiligheid van en de toegankelijkheid voor personen met verminderde mobiliteit.
2. Het eerste lid is, voor zover dat in economisch opzicht redelijk en uitvoerbaar is, van overeenkomstige toepassing op passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen, gebouwd voor 1 oktober 2004 en gebruikt voor openbaar vervoer, die na die datum een verbouwing ondergaan.
Artikel 5
1. Passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen worden onderworpen aan de ingevolge artikel 10 van de richtlijn op die schepen, onderscheidenlijk vaartuigen toepasselijke onderzoeken.
2. De onderzoeken, bedoeld in het eerste lid, vinden plaats volgens de procedures en richtsnoeren, bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de richtlijn door personen als bedoeld in het vijfde lid van dat artikel.
Artikel 6
1. Passagiersschepen en hogesnelheidspassagiersvaartuigen zijn voorzien van een certificaat als bedoeld in artikel 11 van de richtlijn.
2. Indien een passagiersschip op grond van artikel 4, eerste lid, tevens moet voldoen aan de eisen van artikel 6 bis van de richtlijn, gaat het certificaat vergezeld van een aanhangsel waaruit met inachtneming van artikel 8 van richtlijn nr. 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 april 2003 betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen (PbEU L 123) blijkt dat het desbetreffende schip voldoet aan de op dat schip toepasselijke specifieke stabiliteitseisen, bedoeld in artikel 6 van die richtlijn.
3. Artikel 9 van richtlijn nr. 2003/25/EG is van overeenkomstige toepassing indien een rederij een passagiersschip wil inzetten voor een beperkte periode.
Artikel 6a
1. De artikelen 1, tweede lid, 3, 4, eerste lid, 4a, 5 en 6 zijn van overeenkomstige toepassing op buitenlandse schepen.
2. Indien een buitenlands passagiersschip tevens moet voldoen aan de eisen van artikel 6 bis van de richtlijn mag het voldoen aan die eisen ook blijken uit door een door de vlaggenstaat afgegeven afzonderlijk certificaat of aanhangsel bij het door die staat afgegeven certificaat, bedoeld in artikel 6, eerste lid.
Artikel 7
Een wijziging van:
a. a. de definities van artikel 2, onder a, b, c, d en t, van de richtlijn; b. b. de bepalingen betreffende de procedures en richtlijnen die van toepassing zijn op de in artikel 10 van de richtlijn bedoelde onderzoeken; c. c. de bepalingen van bijlage I van de richtlijn; gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven.
Artikel 8
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling zeegaande passagiersschepen in nationale vaart.
Artikel 9
Deze regeling treedt voor Nederland en Aruba in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt gepubliceerd, en voor de Nederlandse Antillen op een nader te bepalen tijdstip.
Bijlage . Bijlage als bedoeld in
[afbeelding]
[afbeelding]