rijk/ministeriele-regeling/stimuleringsregeling-criminaliteitspreventie-2003/BWBR0014968/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

8.7 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Stimuleringsregeling criminaliteitspreventie 2003 BWBR0014968 ministeriele-regeling geldend 2003-04-17 https://wetten.overheid.nl/BWBR0014968 Stimuleringsregeling criminaliteitspreventie 2003

Stimuleringsregeling criminaliteitspreventie 2003

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *de Minister:* de Minister van Justitie;

b. b.

    *project:* een samenhangend geheel van activiteiten gericht op het in de praktijk toepassen van werkzaamheden en/of producten die in Nederland bijdragen aan het implementeren van preventieve maatregelen en die hun waarde reeds hebben bewezen bij het in de praktijk aanpakken van een criminaliteitsvraagstuk op een van de in artikel 2 bedoelde deelgebieden;

c. c.

    *samenwerkingsverband:* een verband, bestaande uit ten minste een natuurlijk persoon en een rechtspersoon of twee rechtspersonen.

Artikel 2

Deelgebieden als bedoeld in artikel 34, onderdeel a, van de Wet Justitie-subsidies die in 2003 voor projectsubsidies in aanmerking komen zijn:

a. a. Cursussen weerbaarheid in het voortgezet onderwijs; b. b. Keurmerk Veilig Ondernemen;

Een omschrijving van genoemde deelgebieden is opgenomen in de toelichting van deze regeling.

Artikel 3

1. De Minister verstrekt op aanvraag, subsidie aan de deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een project uitvoeren dat past in een voor dat jaar door de Minister aangewezen deelgebied.

2. De subsidie wordt verstrekt aan de deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag is opgetreden. De ontvanger van de subsidie fungeert als penvoerder.

3. Geen subsidie wordt verstrekt als voor een project in een van de voorafgaande drie kalenderjaren reeds subsidie door de Minister is verstrekt.

Artikel 4

De subsidie in het kader van de in artikel 2 bedoelde deelgebieden bedraagt voor:

a. a. Cursussen weerbaarheid in het voortgezet onderwijs ten hoogste 50% van de projectkosten tot een maximum van EUR 25.000; b. b. het Keurmerk Veilig Ondernemen ten hoogste 50% van de projectkosten tot een maximum van EUR 35.000.

Artikel 5

1.

Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende rechtstreeks aan het project toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag noodzakelijk te maken en/of te betalen kosten:

a. a. organisatiekosten van het project; b. b. kosten van gebruikte materialen en hulpmiddelen gebaseerd op werkelijke aanschafprijzen; c. c. aan derden verschuldigde kosten.

2. De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieontvanger die de kosten heeft gemaakt deze niet in aftrek kan brengen.

Artikel 6

1. Er is een projectgroep die de Minister adviseert omtrent de aanvragen op grond van deze regeling.

2. De projectgroep bestaat uit ten minste een voorzitter en twee leden.

3. De projectgroep stelt zelf haar werkwijze vast.

4.

De projectgroep geeft in ieder geval een negatief advies:

a. a. indien de aanvraag niet voldoet aan deze regeling en de daarop berustende bepalingen; b. b. indien het aannemelijk is dat het project niet binnen 12 maanden na de datum van toekenning van de gelden kan zijn afgerond; c. c. indien het aannemelijk is dat het project niet geheel kan worden uitgevoerd; d. d. indien er gegronde vrees bestaat dat de aanvrager(s) het resterende gedeelte van de financiering niet kunnen opbrengen; e. e. indien er gegronde vrees bestaat dat de aanvrager(s) niet de capaciteiten hebben om het project naar behoren uit te voeren.

5.

De projectgroep rangschikt per deelgebied de aanvragen waarop positief wordt geadviseerd zodanig dat een project hoger wordt gerangschikt naar mate:

a. a. het project een groter bereik heeft gezien de doelgroep van het project; b. b. het project in samenwerking met meer (lokale) instanties wordt opgezet; c. c. het project vernieuwende elementen naast de bestaande toevoegt; d. d. beter is aangegeven hoe resultaten aan een effectevaluatie worden onderworpen.

6. De projectgroep ziet toe op voldoende geografische spreiding van de projecten .

7. De beschikbare gelden per deelgebied(en) worden in volgorde van de rangschikking van de aanvragen verdeeld tot het vastgestelde plafond van gelden voor een deelgebied is bereikt.

Paragraaf 2. Aanvragen

Artikel 7

1.

Aanvragen voor subsidie voor de cursussen weerbaarheid in het voortgezet onderwijs kunnen worden ingediend van 12 mei tot 31 mei 2003.

Aanvragen voor subsidie voor het Keurmerk Veilig Ondernemen kunnen worden ingediend van 2 juni tot 17 juni 2003.

2.

De aanvragen voor subsidie voor de cursussen weerbaarheid worden beoordeeld tussen 2 juni en 17 juni 2003.

De aanvragen voor subsidie voor het Keurmerk Veilig Ondernemen worden beoordeeld tussen 18 juni en 1 juli 2003

3.

De subsidieplafonds voor het in 2003 verlenen van subsidie in het kader van in artikel 2 bedoelde deelgebieden bedragen voor:

a. a. de cursussen weerbaarheid in het voortgezet onderwijs: EUR 120.000; b. b. het Keurmerk Veilig Ondernemen: EUR 330.000.

Artikel 8

1. Een aanvraag voor subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1*. Het formulier dient door de aanvrager te worden ondertekend en gedagtekend.

2. De aanvraag gaat vergezeld van een begroting, een projectplan, een beschrijving van de deelnemers, een machtiging en eventueel een samenwerkingsovereenkomst en/of een overeenkomst tot uitbesteding.

3. Eén van de deelnemers van het samenwerkingsverband dient de aanvraag mede namens de andere deelnemers in. Hij dient daartoe namens dezen schriftelijk gemachtigd te zijn.

Paragraaf 3. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel 9

1. De subsidie-ontvanger voert het project uit, overeenkomstig het projectplan waarop de verlening van de stimuleringsgelden plaatsvindt en houdt zich aan de bij de verlening van deze gelden genoemde termijnen. De maximum termijn voor de uitvoering is een jaar na de datum van de toekenning van de gelden.

2. Er kan, indien hiertoe een schriftelijk verzoek is ingediend, door de Minister ontheffing van het bepaalde in het eerste lid worden verleend in geval van vertraging, essentieel wijzigen of stopzetten van het project.

3. De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd naar de in artikel 5 genoemde kostensoorten.

4. De Minister kan bij de verstrekking van de subsidie verplichtingen opleggen met betrekking tot de wijze van het geven van bekendheid aan het project en de resultaten ervan.

Paragraaf 4. Voorschotten

Artikel 10

1. Indien op een aanvraag positief wordt beschikt, verstrekt de Minister de indiener van de aanvraag een voorschot ter hoogte van maximaal 80% van het toegekende bedrag.

2. Bij de vaststelling van de definitieve subsidie zal de overige 20% van het toegekende bedrag worden verrekend c.q. verstrekt.

3. Indien mocht blijken dat op het tijdstip dat het project ingevolge artikel 9, eerste lid, moet zijn uitgevoerd de voorschotten niet volledig zijn verbruikt, betaalt de subsidie-ontvanger de overgebleven gelden onmiddellijk terug.

Paragraaf 5. Vaststelling subsidie

Artikel 11

1. De subsidie-ontvanger brengt steeds na afloop van een periode van drie maanden, te rekenen van de datum van verlening van de subsidie, aan de Minister een verslag uit over de uitvoering van het project, met inbegrip van een vergelijking van het projectplan met de uitvoering daarvan en van de bij de toekenning van de definitieve subsidie vermelde raming van de projectkosten met de werkelijk gemaakte kosten.

2. De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag tot vaststelling van de hoogte van de subsidie in binnen dertien weken na het tijdstip waarop het project ingevolge artikel 9, eerste lid, moet zijn uitgevoerd.

3. De Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag tot vaststelling.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 12

De stimuleringregeling criminaliteitspreventie 2002 wordt ingetrokken.

Artikel 13

Deze regeling wordt in de Staatscourant bekend gemaakt. Zij treedt in werking met ingang van de dag na plaatsing in de Staatscourant. Deze regeling vervalt op 1 juli 2004.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling criminaliteitspreventie 2003.