rijk/ministeriele-regeling/subsidieregeling-aanpak-milieudrukvermindering-2001/BWBR0012406/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

13 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2001 BWBR0012406 ministeriele-regeling geldend 2001-04-26 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012406 Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2001

Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2001

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Op grond van deze regeling wordt subsidie verleend aan gemeenten of samenwerkingsverbanden voor:

a. a. het nemen van maatregelen om het niveau van afvalpreventie en afvalscheiding van huishoudelijke afvalstoffen te verhogen om daarmee de milieudruk veroorzaakt door het verwijderen van deze afvalstoffen te verminderen; b. b. het optimaliseren van vergunningverlening en handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing om daarmee de milieudruk veroorzaakt door te verwijderen afvalstoffen en het energieverbruik binnen inrichtingen te verminderen.

Artikel 3

1. Een subsidieaanvraag wordt ingediend door een Nederlandse gemeente of een samenwerkingsverband.

2. Ingeval van samenwerking anders dan in een openbaar lichaam, bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, dragen de samenwerkende gemeenten de bevoegdheid tot het ontvangen en verantwoorden van subsidie over aan een van hen. In de subsidieaanvraag dient in dat geval te worden aangegeven de naam van de gemeente waaraan deze bevoegdheid is overgedragen. Tevens dient in dat geval de subsidieaanvraag een verklaring te bevatten, waaruit de overdracht van bevoegdheid van de andere gemeenten blijkt.

Artikel 4

1. Een basisproject huishoudelijk afval komt voor subsidie in aanmerking indien het betrekking heeft op het geheel of een deel van het gemeentelijk gebied van de aanvragende gemeente of het aanvragende samenwerkingsverband.

2. Een gemeente die, of een samenwerkingsverband dat een subsidieaanvraag voor een basisproject huishoudelijk afval heeft ingediend, kan eerst na inhoudelijke afronding van dat project een aanvraag voor een plusproject huishoudelijk afval indienen.

3.

Een plusproject huishoudelijk afval komt voor subsidie in aanmerking indien:

a. a. het betrekking heeft op het geheel of een deel van het gemeentelijk gebied van de aanvragende gemeente of het aanvragende samenwerkingsverband, b. b. bij de aanvraag een plan van aanpak huishoudelijk afval is overgelegd, en c. c. in het project is voorzien in een sorteeranalyse die wordt uitgevoerd aan het einde van het project.

4. Een plusproject huishoudelijk afval komt niet voor subsidie in aanmerking indien het hoofdzakelijk een voortzetting inhoudt van reeds ingevoerde maatregelen.

5.

Een beleidsproject inrichtingen komt voor subsidie in aanmerking indien:

a. a. de in de aanvraag vermelde voornemens redelijkerwijs zullen leiden tot een adequate beschrijving van activiteiten als bedoeld in een beleidsplan inrichtingen, en b. b. de duur van het project niet meer dan zes maanden bedraagt.

6.

Een kennisproject inrichtingen komt voor subsidie in aanmerking indien:

a. a. bij de aanvraag de volgende gegevens worden overgelegd:

        1°.
         het huidige en het na te streven niveau van kennis en vaardigheden van vergunningverlening en handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing;
      
      
        2°.
         wijze en tijdstip waarop te verkrijgen kennis en vaardigheden worden toegepast bij vergunningverlening of handhaving voor onderscheiden categorieën van inrichtingen met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing;
      
      
        3°. 
        de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van toegepaste kennis of vaardigheden;

1°. 1°. het huidige en het na te streven niveau van kennis en vaardigheden van vergunningverlening en handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing; 2°. 2°. wijze en tijdstip waarop te verkrijgen kennis en vaardigheden worden toegepast bij vergunningverlening of handhaving voor onderscheiden categorieën van inrichtingen met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing; 3°. 3°. de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van toegepaste kennis of vaardigheden; b. b. de duur van het project niet meer dan vier jaar bedraagt.

7.

Een uitvoeringsproject inrichtingen komt voor subsidie in aanmerking indien:

a. a. bij de aanvraag de volgende gegevens worden overgelegd:

        1°. 
        het huidige en na te streven niveau van vergunningverlening en handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing;
      
      
        2°. 
        de categorieën van inrichtingen waar het project betrekking op heeft;
      
      
        3°. 
        de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van uitgevoerde projecten;

1°. 1°. het huidige en na te streven niveau van vergunningverlening en handhaving met betrekking tot afvalpreventie, afvalscheiding en energiebesparing; 2°. 2°. de categorieën van inrichtingen waar het project betrekking op heeft; 3°. 3°. de wijze waarop monitoring plaatsvindt van resultaten van uitgevoerde projecten; b. b. de duur van het project niet meer dan vier jaar bedraagt.

8.

Een combinatieproject inrichtingen komt voor subsidie in aanmerking indien:

a. a. het voldoet aan de voorwaarden van projecten als bedoeld in het zesde lid, onder a, en het zevende lid, onder a; b. b. de duur van het project niet meer dan vier jaar bedraagt.

Artikel 5

1.

Bij een beoordeling van een aanvraag wordt in acht genomen:

a. a. de bijdrage van het project aan de in artikel 2 genoemde doelstellingen; b. b. of de gevraagde subsidie in een redelijke verhouding staat tot de aard, de omvang en het beoogde resultaat van het project; c. c. of het project een meer dan incidentele werking zal hebben.

2. Bij de beoordeling van een subsidieaanvraag voor een basisproject huishoudelijk afval of een plusproject huishoudelijk afval wordt naast de in het eerste lid bedoelde aspecten de duur van het project betrokken.

3.

Bij de beoordeling van een subsidieaanvraag voor een plusproject huishoudelijk afval worden naast de in het eerste en het tweede lid genoemde aspecten betrokken:

a. a. de volledigheid en actualiteit van de gegevens over scheiding en preventie van huishoudelijk afval, waarop het plan van aanpak huishoudelijk afval is gebaseerd; b. b. de wijze waarop de maatregelen in het plan van aanpak huishoudelijk afval aansluiten op gegevens over scheiding en preventie van huishoudelijk afval.

Artikel 6

1. Een subsidieaanvraag wordt afgewezen indien niet wordt voldaan aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 4, vijfde lid, onder b, onderscheidenlijk zesde lid, onder b, zevende lid, onder b, of achtste lid, onder b.

2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, kan een subsidieaanvraag worden afgewezen indien de wijze waarop wordt voldaan aan de in artikel 4 bedoelde voorwaarden, daartoe aanleiding geeft.

3. Een subsidieaanvraag kan worden afgewezen of voor een lagere subsidie dan het maximum als bedoeld in artikel 8 in aanmerking komen indien de beoordeling, bedoeld in artikel 5, daartoe aanleiding geeft.

4. Een subsidieaanvraag voor projecten als bedoeld in artikel 1, onder l, m of n, wordt afgewezen, indien de subsidiabele kosten van een desbetreffend project lager zijn dan f 40.000,-.

Artikel 7

1.

Als subsidiabele kosten worden in aanmerking genomen:

a. a. de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan het project toe te rekenen en door de subsidieaanvrager gemaakte en betaalde kosten:

        1°.
         loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600;
      
      
        2°.
         aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep;

1°. 1°. loonkosten van het bij de uitvoering van het project direct betrokken personeel, berekend op basis van het brutoloon volgens de kolommen 3 en 4 van de loonstaat van de betrokken medewerkers, verhoogd met de wettelijke dan wel op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige betrekking, gedeeld door 1600; 2°. 2°. aan derden verschuldigde kosten terzake van door hen verleende diensten en terzake van verwerving van kennis en intellectuele eigendomsrechten alsmede terzake van de bescherming van die rechten, exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep; b. b. een opslag voor algemene kosten, groot 40 % van de loonkosten, bedoeld in onderdeel a, onder 1°; c. c. de kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen, gebaseerd op historische aanschafprijzen, exclusief winstopslagen binnen een groep.

2. Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de minister daarvoor een redelijk bedrag vaststellen, dat als projectkosten mede in aanmerking wordt genomen.

3. Kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidieaanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen.

4. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de subsidieaanvraag worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend. Een uitzondering hierop vormen de kosten van sorteeranalyses die uitgevoerd zijn in 2001.

5.

Niet subsidiabel zijn kosten voor aanschaf en afschrijving van:

a. a. inzamelmiddelen, inclusief registratiesystemen, huishoudelijk afval; b. b. middelen voor directe toepassing binnen inrichtingen; c. c. niet project-gebonden automatisering en registratiesystemen inrichtingen.

Artikel 8

1. De subsidie voor een basisproject huishoudelijk afval bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van f 2,20 per inwoner van het gebied waarop het project betrekking heeft.

2. De subsidie voor een plusproject huishoudelijk afval bedraagt 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van f 4,40 per inwoner van het gebied waarop het project betrekking heeft.

3. De subsidie voor een beleidsproject inrichtingen gericht op het opstellen van een beleidsplan inrichtingen bedraagt ten hoogste f 10.000,- of, ingeval van een samenwerkingsverband, ten hoogste f 25.000,-.

4. De subsidie voor een kennisproject inrichtingen bedraagt 40% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 50% van de subsidiabele kosten, met een maximum van f 250.000,-.

5. De subsidie voor een uitvoeringsproject inrichtingen bedraagt 50% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 60% van de subsidiabele kosten, met een maximum van f 500.000,-.

6. De subsidie voor een combinatieproject inrichtingen bedraagt 60% of, ingeval van een samenwerkingsverband, 70% van de subsidiabele kosten, met een maximum van f 500.000,-.

Artikel 9

De subsidieontvanger is verplicht:

a. a. een eindrapport op te stellen en aan Novem uit te brengen, waarin de werkwijze en de resultaten van het project worden uiteengezet; b. b. medewerking te verlenen aan bijeenkomsten die gericht zijn op uitwisseling van informatie en kennis die zijn verkregen door het project.

Artikel 10

1. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2001 bedraagt f 11.500.000,-.

2.

Van het bedrag, genoemd in het eerste lid, is voor de periode tot 1 september 2001 beschikbaar voor:

a. a. basisprojecten huishoudelijk afval: f 3.000.000,-; b. b. plusprojecten huishoudelijk afval: f 2.000.000,-; c. c. beleidsprojecten inrichtingen: f 500.000,-; d. d. kennisprojecten inrichtingen, uitvoeringsprojecten inrichtingen en combinatieprojecten inrichtingen: tezamen f 6.000.000,-.

Artikel 11

1. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van de indiening van de aanvragen.

2. Subsidieaanvragen worden ingediend bij de Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V., met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Subsidieaanvragen worden ingediend tot en met 15 oktober 2001.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling aanpak milieudrukvermindering 2001.

Bijlage