40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
674 lines
34 KiB
Markdown
674 lines
34 KiB
Markdown
---
|
||
titel: Subsidieregeling beproeven examenprogramma’s
|
||
bwb_id: BWBR0050706
|
||
type: ministeriele-regeling
|
||
status: geldend
|
||
datum_inwerkingtreding: '2026-01-29'
|
||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0050706
|
||
citeertitel: Subsidieregeling beproeven examenprogramma’s
|
||
---
|
||
|
||
# Subsidieregeling beproeven examenprogramma’s
|
||
|
||
## Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
|
||
|
||
### Artikel 1.1
|
||
|
||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||
|
||
- *bevoegd gezag:* bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of artikel 1 van de WEC;
|
||
- *beproeven:* toetsen van de conceptexamenprogramma’s in de praktijk op consistentie, bruikbaarheid en effectiviteit onder begeleiding van SLO;
|
||
- *bovenbouw:* leerjaar 3 of 4 van het mavo of vbo, leerjaar 4 of 5 van het havo of leerjaar 4, 5 of 6 van het vwo;
|
||
- *categoraal gymnasium:* vestiging die uitsluitend gymnasium aanbiedt;
|
||
- *categoraal vwo:* vestiging die uitsluitend vwo aanbiedt;
|
||
- *conceptexamenprogramma:* conceptexamenprogramma, gepubliceerd op de website slo.nl, voor een vak, genoemd in bijlage 1 of bijlage 2 van deze regeling;
|
||
- *denominatie:* achtergrond van een school, opgedeeld in openbaar, bijzonder en overig;
|
||
- *gymnasium:* vestiging van een school voor vwo waar in ieder geval voortgezet onderwijs gegeven wordt in Latijnse taal en cultuur en Griekse taal en cultuur;
|
||
- *havo:* havo als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel b, van de WVO 2020;
|
||
- *Kaderregeling:*
|
||
Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
|
||
- *leerling:* leerling als bedoeld in artikel 6.7 van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 of artikel 1 van het Besluit bekostiging WEC 2022.
|
||
- *leerweg:* leerweg als bedoeld in artikel 2.22, eerste lid, van de WVO 2020;
|
||
- *mavo:* mavo als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c, van de WVO 2020;
|
||
- *minister:* Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
|
||
- *onderwijsprogramma:* geheel van vakken, al dan niet gecombineerd, als bedoeld in hoofdstuk 2, paragraaf 2 van de WVO 2020, schooleigen vakken en andere programmaonderdelen;
|
||
- *RIO:* Registratie instellingen en opleidingen;
|
||
- *school:* uit ’s Rijks kas bekostigde school als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of een uit ’s Rijks kas bekostigde school voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de WEC;
|
||
- *schooljaar:* periode waarin het onderwijs aan de school wordt verzorgd, beginnend op 1 augustus van enig kalenderjaar en eindigend op 31 juli daaropvolgend;
|
||
- *schoolleider:* rector, directeur, conrector of adjunct-directeur als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 of een afdelingsleider;
|
||
- *schoolsoort:* schoolsoort als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de WVO 2020;
|
||
- *SLO:* Stichting Leerplanontwikkeling;
|
||
- *try-out:* vorm van beproeven waarbij de school een conceptexamenprogramma beproeft en evalueert gedurende één schooljaar;
|
||
- *vbo:* vbo als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel d, van de WVO 2020;
|
||
- *vestiging:* hoofdvestiging als bedoeld in artikel 4.13 van de WVO 2020, nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.14 van de WVO 2020 en tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 4.16 van de WVO 2020, of een hoofdvestiging of nevenvestiging als bedoeld in artikel 76a van de WEC voor zover daar onderwijs wordt gegeven in het uitstroomprofiel vervolgonderwijs als bedoeld in artikel 14a van de WEC;
|
||
- *vso-school:* school als bedoeld in artikel 1 van de WEC, voor zover deze over een eigen examenlicentie beschikt;
|
||
- *vwo:* vwo als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, van de WVO 2020;
|
||
- *WEC:*
|
||
Wet op de expertisecentra;
|
||
- *WVO 2020:*
|
||
Wet voortgezet onderwijs 2020.
|
||
|
||
### Artikel 1.2
|
||
|
||
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.
|
||
|
||
### Artikel 1.3
|
||
|
||
**1.** Paragraaf 2 van hoofdstuk 2, hoofdstuk 3 en paragraaf 2 van hoofdstuk 4 zijn uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid.
|
||
|
||
**2.** Paragraaf 3 van hoofdstuk 2, hoofdstuk 3a en paragraaf 3 van hoofdstuk 4 zijn uitsluitend van toepassing op subsidieverstrekking als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 2. Subsidieverstrekking beproeven conceptexamenprogramma eerste tranche
|
||
|
||
### Paragraaf 1. Subsidieverstrekking: algemene bepalingen
|
||
|
||
### Artikel 2.1
|
||
|
||
**1.** De minister kan voor het schooljaar 2025–2026 aan een bevoegd gezag van een vestiging subsidie verstrekken voor het beproeven van conceptexamenprogramma’s van vakken door middel van een try-out, als onderdeel van het onderwijsprogramma voor leerlingen van de schoolsoorten en leerwegen, genoemd in bijlage 1.
|
||
|
||
**2.** De minister kan voor het schooljaar 2026–2027 aan een bevoegd gezag van een vestiging subsidie verstrekken voor het beproeven van conceptexamenprogramma’s van vakken door middel van een try-out, als onderdeel van het onderwijsprogramma voor leerlingen van de schoolsoorten en leerwegen, genoemd in bijlage 2.
|
||
|
||
### Artikel 2.1a
|
||
|
||
**1.** Voor de subsidieaanvraag wordt gebruik gemaakt van het digitale aanvraagformulier dat is bekendgemaakt op de website www.dus-i.nl.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
In afwijking van artikel 3.3 van de Kaderregeling bevat de aanvraag:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de gegevens van het bevoegd gezag;
|
||
b. b.
|
||
het in RIO geïdentificeerde zescijferige nummer van de vestiging waarvoor de aanvraag wordt ingediend;
|
||
c. c.
|
||
de contactgegevens van een contactpersoon van de vestiging die betrokken zal zijn bij het beproeven; en
|
||
d. d.
|
||
het vak en de schoolsoort of leerweg, genoemd in de van toepassing zijnde bijlage, waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.
|
||
|
||
### Paragraaf 2. Specifieke bepalingen tranche 1a
|
||
|
||
### Artikel 2.2
|
||
|
||
**1.** Een bevoegd gezag kan per vestiging ten hoogste drie aanvragen voor subsidie indienen. Per aanvraag kan voor ten hoogste één vak en voor één schoolsoort of leerweg subsidie worden aangevraagd.
|
||
|
||
**2.** Een subsidieaanvraag kan worden ingediend van 3 februari 2025 tot en met 28 februari 2025.
|
||
|
||
**3.** Aanvragen ingediend na afloop van het aanvraagtijdvak, bedoeld in het tweede lid, worden afgewezen.
|
||
|
||
### Artikel 2.3
|
||
|
||
Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 2.1, eerste lid, is ten hoogste een bedrag beschikbaar van € 5.250.000.
|
||
|
||
### Artikel 2.4
|
||
|
||
**1.** De subsidie bedraagt € 35.000 per aanvraag.
|
||
|
||
**2.** Het subsidiebedrag voor een aanvrager op Caribisch Nederland wordt uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
|
||
|
||
### Artikel 2.5
|
||
|
||
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie in ieder geval geweigerd, indien de kwaliteit van het onderwijs van de schoolsoort of leerweg van de vestiging waarvoor subsidie wordt aangevraagd als ‘onvoldoende’ of ‘zeer zwak’ is beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs op peildatum 25 november 2024.
|
||
|
||
### Paragraaf 3. Specifieke bepalingen tranche 1b
|
||
|
||
### Artikel 2.6
|
||
|
||
**1.** Een bevoegd gezag kan per vestiging ten hoogste drie aanvragen voor subsidie indienen, elk voor het beproeven van een conceptexamenprogramma van een afzonderlijk vak, bedoeld in bijlage 2, binnen een in die bijlage vermelde schoolsoort of leerweg.
|
||
|
||
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid worden de basisberoepsgerichte leerweg en de kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo alsmede de gemengde leerweg en de theoretische leerweg van het vmbo beschouwd als één leerweg, en wordt de combinatie van havo en vwo bij het vak biologie, bedoeld in bijlage 2, beschouwd als één schoolsoort.
|
||
|
||
**3.** Een subsidieaanvraag kan worden ingediend van 2 februari 2026 tot en met 2 maart 2026.
|
||
|
||
**4.** Aanvragen ingediend na afloop van het aanvraagtijdvak, bedoeld in het tweede lid, worden afgewezen.
|
||
|
||
### Artikel 2.7
|
||
|
||
Voor subsidieverstrekking op grond van artikel 2.1, tweede lid, is ten hoogste een bedrag beschikbaar van € 2.290.000.
|
||
|
||
### Artikel 2.8
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
De subsidie bedraagt per aanvraag:
|
||
|
||
a. a.
|
||
€ 35.000 voor de vakken biologie, natuurkunde of scheikunde, bedoeld in bijlage 2;
|
||
b. b.
|
||
€ 20.000 voor de vakken Russische taal en cultuur, Arabische taal en cultuur, Turkse taal en cultuur, of Spaans compact, bedoeld in bijlage 2.
|
||
|
||
**2.** In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, bedraagt de subsidie per aanvraag € 20.000 voor het vak scheikunde, bedoeld in bijlage 2, voor zover het de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo betreft.
|
||
|
||
**3.** Het subsidiebedrag voor een aanvrager op Caribisch Nederland wordt uitbetaald in dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.
|
||
|
||
### Artikel 2.9
|
||
|
||
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie in ieder geval geweigerd, indien de kwaliteit van het onderwijs van de schoolsoort of leerweg van de vestiging waarvoor subsidie wordt aangevraagd als ‘zeer zwak’ is beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs op peildatum 1 december 2025.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 3. Wijze van verdeling tranche 1a
|
||
|
||
### Artikel 3.1
|
||
|
||
**1.** Per vak zijn hoogstens het aantal plekken beschikbaar per schoolsoort en leerweg als genoemd in bijlage 1.
|
||
|
||
**2.** De volledige aanvragen worden na afloop van de aanvraagtermijn per vak op volgorde van binnenkomst gerangschikt en verdeeld over de beschikbare plaatsen, als genoemd in bijlage 1, waarbij per vak plek is voor maximaal één vestiging van een vso-school.
|
||
|
||
### Artikel 3.2
|
||
|
||
In aanvulling op artikel 3.1 worden de aanvragen voor de vakken Nederlands, Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, wiskunde maatschappij of wiskunde natuur, bedoeld in bijlage 1, na afloop van de aanvraagtermijn per vak op volgorde van binnenkomst gerangschikt, met dien verstande dat voorrang wordt gegeven aan de eerste aanvraag uit elke provincie, die voor subsidie in aanmerking komt.
|
||
|
||
### Artikel 3.3
|
||
|
||
In aanvulling op artikel 3.1 worden de aanvragen voor het vak maatschappijleer, bedoeld in bijlage 1, na afloop van de aanvraagtermijn op volgorde van binnenkomst gerangschikt, met dien verstande dat:
|
||
|
||
a. a.
|
||
voorrang wordt gegeven aan drie aanvragen van vestigingen met de denominatie bijzonder of overig; en
|
||
b. b.
|
||
daarna voorrang wordt gegeven aan de eerste aanvraag uit elke provincie die voor subsidie in aanmerking komt, met dien verstande dat de provincies waarvoor op grond van onderdeel a reeds voorrang is gegeven, buiten beschouwing blijven.
|
||
|
||
### Artikel 3.4
|
||
|
||
In aanvulling op artikel 3.1 worden de aanvragen voor het vak klassieke talen: Grieks, bedoeld in bijlage 1, na afloop van de aanvraagtermijn op volgorde van binnenkomst gerangschikt, met dien verstande dat:
|
||
|
||
a. a.
|
||
voorrang wordt gegeven aan één categoraal gymnasium; en
|
||
b. b.
|
||
daarna voorrang wordt gegeven aan de eerste aanvraag uit elke provincie die voor subsidie in aanmerking komt, met dien verstande dat de provincies waarvoor op grond van onderdeel a reeds voorrang is gegeven, buiten beschouwing blijven.
|
||
|
||
### Artikel 3.5
|
||
|
||
In aanvulling op artikel 3.1 worden de aanvragen voor het vak klassieke talen: Latijn, bedoeld in bijlage 1, na afloop van de aanvraagtermijn op volgorde van binnenkomst gerangschikt, met dien verstande dat:
|
||
|
||
a. a.
|
||
voorrang wordt gegeven aan drie categorale gymnasia; en
|
||
b. b.
|
||
daarna voorrang wordt gegeven aan de eerste aanvraag uit elke provincie die voor subsidie in aanmerking komt, met dien verstande dat de provincies waarvoor op grond van onderdeel a reeds voorrang is gegeven, buiten beschouwing blijven.
|
||
|
||
### Artikel 3.6
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
In aanvulling op artikel 3.1 worden de aanvragen voor het vak O&O of NLT, bedoeld in bijlage 1, na afloop van de aanvraagtermijn per vak op volgorde van binnenkomst gerangschikt, met dien verstande dat:
|
||
|
||
a. a.
|
||
voorrang wordt gegeven aan de eerste aanvraag uit elke provincie, die voor subsidie in aanmerking komt; en
|
||
b. b.
|
||
indien na toepassing van onderdeel a nog plekken resteren, voorrang wordt gegeven aan drie aanvragen van vestigingen die in ieder geval de schoolsoorten mavo, havo en vwo aanbieden.
|
||
|
||
**2.** Er is plek voor maximaal één categoraal vwo per vak.
|
||
|
||
### Artikel 3.7
|
||
|
||
In aanvulling op artikel 3.1 worden de aanvragen voor het vak Wiskunde 1, bedoeld in bijlage 1 na afloop van de aanvraagtermijn op volgorde van binnenkomst gerangschikt, met dien verstande dat:
|
||
|
||
a. a.
|
||
per leerweg, als bedoeld in bijlage 1, voorrang wordt gegeven aan één aanvraag van een vestiging die het profiel zorg en welzijn, bedoeld in de artikelen 2.16, tweede lid, 2.21, eerste lid, onderdeel f en 2.25, eerste lid, onderdeel j, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 aanbiedt;
|
||
b. b.
|
||
na toepassing van onderdeel a per leerweg, als bedoeld in bijlage 1, voorrang wordt gegeven aan één aanvraag van een vestiging die het profiel dienstverlening en producten, bedoeld in de artikelen 2.21, eerste lid, onderdeel j en 2.25, eerste lid, onderdeel j, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020 aanbiedt; en
|
||
c. c.
|
||
indien na toepassing van onderdelen a en b nog plekken resteren, voorrang wordt gegeven aan de eerste aanvraag uit elke provincie, die voor subsidie in aanmerking komt, met dien verstande dat de provincies waarvoor op grond van onderdelen a en b reeds voorrang is gegeven, buiten beschouwing blijven.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 3a. Wijze van verdeling tranche 1b
|
||
|
||
### Artikel 3.8
|
||
|
||
**1.** Per vak, genoemd in bijlage 2, is voor elke schoolsoort of leerweg ten hoogste het aantal plekken beschikbaar dat in die bijlage bij het betreffende vak is vermeld.
|
||
|
||
**2.** De volledige aanvragen worden na afloop van de aanvraagtermijn per vak op volgorde van binnenkomst gerangschikt en verdeeld over de beschikbare plekken, vermeld in bijlage 2, waarbij per vak plek is voor maximaal één vestiging van een vso-school en met dien verstande dat voorrang wordt gegeven aan de eerste subsidiabele aanvraag uit elke provincie, van een in de betreffende provincie gelegen vestiging.
|
||
|
||
### Artikel 3.9
|
||
|
||
**1.** Indien de verdeling, bedoeld in artikel 3.8, ertoe leidt dat voor de vakken biologie, natuurkunde of scheikunde, genoemd in bijlage 2, een of meer beschikbare plekken onvervuld blijven, voegt de minister die plek of plekken voor het betreffende vak toe aan een andere schoolsoort of leerweg.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
Ingeval van toepassing van het eerste lid heeft bij het vak:
|
||
|
||
a. a.
|
||
biologie, bedoeld in bijlage 2, voor zover het onvervulde plekken betreft voor:
|
||
|
||
|
||
1°.
|
||
vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg: vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op havo en vwo;
|
||
|
||
|
||
2°.
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg: vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg voorrang op havo en vwo;
|
||
|
||
|
||
3°.
|
||
havo en vwo: vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
1°. 1°.
|
||
vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg: vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op havo en vwo;
|
||
2°. 2°.
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg: vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg voorrang op havo en vwo;
|
||
3°. 3°.
|
||
havo en vwo: vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
b. b.
|
||
natuurkunde, bedoeld in bijlage 2, voor zover het onvervulde plekken betreft voor:
|
||
|
||
|
||
1°.
|
||
vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg:
|
||
|
||
|
||
–
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op havo en vwo; en
|
||
|
||
|
||
–
|
||
havo voorrang op vwo;
|
||
|
||
|
||
|
||
|
||
2°.
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg:
|
||
|
||
|
||
–
|
||
vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg voorrang op havo en vwo; en
|
||
|
||
|
||
–
|
||
havo voorrang op vwo;
|
||
|
||
|
||
|
||
|
||
3°.
|
||
havo:
|
||
|
||
|
||
–
|
||
vwo voorrang op vmbo; en
|
||
|
||
|
||
–
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
|
||
|
||
|
||
|
||
4°.
|
||
vwo:
|
||
|
||
|
||
–
|
||
havo voorrang op vmbo; en
|
||
|
||
|
||
–
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
1°. 1°.
|
||
vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg:
|
||
|
||
|
||
–
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op havo en vwo; en
|
||
|
||
|
||
–
|
||
havo voorrang op vwo;
|
||
– –
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op havo en vwo; en
|
||
– –
|
||
havo voorrang op vwo;
|
||
2°. 2°.
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg:
|
||
|
||
|
||
–
|
||
vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg voorrang op havo en vwo; en
|
||
|
||
|
||
–
|
||
havo voorrang op vwo;
|
||
– –
|
||
vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg voorrang op havo en vwo; en
|
||
– –
|
||
havo voorrang op vwo;
|
||
3°. 3°.
|
||
havo:
|
||
|
||
|
||
–
|
||
vwo voorrang op vmbo; en
|
||
|
||
|
||
–
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
– –
|
||
vwo voorrang op vmbo; en
|
||
– –
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
4°. 4°.
|
||
vwo:
|
||
|
||
|
||
–
|
||
havo voorrang op vmbo; en
|
||
|
||
|
||
–
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
– –
|
||
havo voorrang op vmbo; en
|
||
– –
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg voorrang op vmbo met basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
c. c.
|
||
scheikunde, bedoeld in bijlage 2, voor zover het onvervulde plekken betreft voor:
|
||
|
||
|
||
1°.
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg: havo voorrang op vwo;
|
||
|
||
|
||
2°.
|
||
havo: vwo voorrang op vmbo met gemengde en theoretische leerweg;
|
||
|
||
|
||
3°.
|
||
vwo: havo voorrang op vmbo met gemengde en theoretische leerweg.
|
||
1°. 1°.
|
||
vmbo met gemengde en theoretische leerweg: havo voorrang op vwo;
|
||
2°. 2°.
|
||
havo: vwo voorrang op vmbo met gemengde en theoretische leerweg;
|
||
3°. 3°.
|
||
vwo: havo voorrang op vmbo met gemengde en theoretische leerweg.
|
||
|
||
### Artikel 3.10
|
||
|
||
**1.** Indien voor het vak Russische taal en cultuur, bedoeld in bijlage 2, meer subsidiabele aanvragen worden ingediend dan kunnen worden toegekend, wordt, onverminderd artikel 3.8, tweede lid, voorrang verleend aan vestigingen waar dit vak zal worden beproefd in zowel het havo als het vwo.
|
||
|
||
**2.** Indien de verdeling, bedoeld in artikel 3.8, ertoe leidt dat voor het vak Russische taal en cultuur, genoemd in bijlage 2, een beschikbare plek onvervuld blijft, voegt de minister die plek op basis van loting toe aan het vak Arabische taal en cultuur, genoemd in bijlage 2, of het vak Turkse taal en cultuur, genoemd in bijlage 2.
|
||
|
||
### Artikel 3.11
|
||
|
||
**1.** Indien voor de vakken Arabische taal en cultuur en Turkse taal en cultuur, bedoeld in bijlage 2, meer subsidiabele aanvragen worden ingediend dan kunnen worden toegekend, wordt, onverminderd artikel 3.8, tweede lid, voor wat betreft de plek die beschikbaar is ongeacht het vak dan wel de leerweg of schoolsoort daarvan, op basis van loting bepaald aan welke van de twee vakken die plek wordt toebedeeld.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
Indien na een loting als bedoeld in het eerste lid nog steeds sprake is van meer dan één subsidiabele aanvraag, wordt, onverminderd artikel 3.8, tweede lid, voorrang verleend aan aanvragen van vestigingen waar het vak zal worden beproefd in een combinatie van schoolsoorten of leerwegen, waarbij:
|
||
|
||
a. a.
|
||
een combinatie van havo en vwo prevaleert boven een combinatie van vmbo en havo;
|
||
b. b.
|
||
een combinatie van alle leerwegen van het vmbo prevaleert boven een combinatie van vmbo en havo of een combinatie van havo en vwo; en
|
||
c. c.
|
||
een combinatie van vmbo, havo en vwo prevaleert boven een combinatie van alle leerwegen van het vmbo.
|
||
|
||
**3.** Indien de verdeling, bedoeld in artikel 3.8, ertoe leidt dat voor een schoolsoort of leerweg bij de vakken Arabische taal en cultuur en Turkse taal en cultuur, genoemd in bijlage 2, een beschikbare plek onvervuld blijft, voegt de minister die plek toe aan de andere schoolsoort of leerweg van het betreffende vak.
|
||
|
||
**4.** Een plek voor het vak Arabische taal en cultuur, bedoeld in bijlage 2, die na toepassing van het derde lid onvervuld blijft, voegt de minister toe aan het vak Turkse taal en cultuur, genoemd in bijlage 2, en vice versa, met dien verstande dat daarbij voorrang wordt gegeven aan de corresponderende schoolsoort of leerweg.
|
||
|
||
### Artikel 3.12
|
||
|
||
**1.** Indien voor het vak Spaans compact, bedoeld in bijlage 2, meer subsidiabele aanvragen worden ingediend dan kunnen worden toegekend, wordt, onverminderd artikel 3.8, tweede lid, voorrang verleend aan aanvragen van vestigingen waar dit vak zal worden beproefd in zowel het havo als het vwo.
|
||
|
||
**2.** Indien de verdeling, bedoeld in artikel 3.8, ertoe leidt dat voor een schoolsoort bij het vak Spaans compact, genoemd in bijlage 2, een beschikbare plek onvervuld blijft, voegt de minister die plek toe aan de andere schoolsoort van het betreffende vak.
|
||
|
||
### Artikel 3.13
|
||
|
||
Toevoegingen als bedoeld in dit hoofdstuk aan een ander vak of aan een andere schoolsoort of leerweg van hetzelfde vak, vinden plaats:
|
||
|
||
a. a.
|
||
uitsluitend voor zover voor dat andere vak onderscheidenlijk de andere schoolsoort of leerweg van dat zelfde vak meer subsidiabele aanvragen zijn ingediend dan kunnen worden toegekend; en
|
||
b. b.
|
||
onverminderd de bepalingen omtrent voorrang.
|
||
|
||
### Artikel 3.14
|
||
|
||
Indien een subsidieontvanger in de periode tussen de subsidieverlening en de start van het schooljaar 2026–2027 aan de minister meldt af te zullen zien van het beproeven van een conceptexamenprogramma’s van een of meer vakken,
|
||
|
||
a. a.
|
||
trekt de minister de subsidieverlening voor dat vak of die vakken in op grond van artikel 4:48, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht;
|
||
b. b.
|
||
komt het de daarmee samenhangende subsidiebedrag beschikbaar voor verstrekking van subsidie voor aanvragen die zijn afgewezen wegens het overschrijden van het subsidieplafond; en
|
||
c. c.
|
||
wijst de minister aanvragen als bedoeld in onderdeel b alsnog toe, een en ander:
|
||
|
||
|
||
1°.
|
||
voor zover dat naar diens oordeel doelmatig is met oog op de resterende voorbereidingstijd voor het beproeven;
|
||
|
||
|
||
2°.
|
||
op basis van de oorspronkelijke rangschikking;
|
||
|
||
|
||
3°.
|
||
zolang de middelen toereikend zijn; en
|
||
|
||
|
||
4°.
|
||
bij herziening van het oorspronkelijke afwijzende besluit.
|
||
1°. 1°.
|
||
voor zover dat naar diens oordeel doelmatig is met oog op de resterende voorbereidingstijd voor het beproeven;
|
||
2°. 2°.
|
||
op basis van de oorspronkelijke rangschikking;
|
||
3°. 3°.
|
||
zolang de middelen toereikend zijn; en
|
||
4°. 4°.
|
||
bij herziening van het oorspronkelijke afwijzende besluit.
|
||
|
||
### Artikel 3.15
|
||
|
||
In de gevallen waarin ten aanzien van een beschikbare plek als bedoeld in bijlage 2 na toepassing van de in dit hoofdstuk opgenomen verdelingscriteria niet valt te komen tot een selectie tussen bepaalde aanvragen, beslist de minister daaromtrent op basis van loting.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 4. Verplichtingen, verantwoording en betaling eerste tranche
|
||
|
||
### Paragraaf 1. Algemeen
|
||
|
||
### Artikel 4.1
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling worden aan de subsidieontvanger de volgende verplichtingen opgelegd:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt worden uitgevoerd gedurende het schooljaar waarop de subsidie betrekking heeft;
|
||
b. b.
|
||
de subsidieontvanger neemt deel aan de door SLO georganiseerde online en fysieke bijeenkomsten ten behoeve van de uitvoering van het beproeven;
|
||
c. c.
|
||
de subsidieontvanger neemt deel aan de door SLO georganiseerde landelijke monitorings- en kennisdelingsactiviteiten;
|
||
d. d.
|
||
de subsidieontvanger stelt gedurende de subsidieperiode twee leraren beschikbaar voor materiaalontwikkeling op basis van het conceptexamenprogramma, de voorbereiding en het geven van onderwijs op basis van het conceptexamenprogramma aan de leerlingen die bij hen het desbetreffende vak volgen en voorbereiding van en deelname aan de door SLO georganiseerde bijeenkomsten; en
|
||
e. e.
|
||
de subsidieontvanger stelt een schoolleider beschikbaar voor deelname aan de door SLO georganiseerde bijeenkomsten gedurende het schooljaar voor het leveren van een bijdrage aan het beproeven.
|
||
|
||
**2.** Aan de verplichtingen, genoemd in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, is voldaan indien aan minimaal 80% van de door SLO georganiseerde bijeenkomsten en activiteiten is deelgenomen.
|
||
|
||
### Paragraaf 2. Specifieke verplichtingen tranche 1a
|
||
|
||
### Artikel 4.1a
|
||
|
||
**1.** In afwijking van artikel 4.1, het eerste lid, onderdeel d, wordt aan een bevoegd gezag van een vestiging die de vakken Chinees of Fries, bedoeld in bijlage 1, beproeft, de verplichting opgelegd dat gedurende de subsidieperiode voor het betreffende vak één leraar beschikbaar wordt gesteld voor materiaalontwikkeling op basis van het conceptexamenprogramma, de voorbereiding en het geven van onderwijs op basis van het conceptexamenprogramma aan de leerlingen die het vak volgen en voorbereiding van en deelname aan de door SLO georganiseerde bijeenkomsten. Artikel 4.1. tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
|
||
|
||
**2.** In aanvulling op artikel 4.1, eerste lid, wordt aan de subsidieontvanger die het vak klassieke talen: Grieks of het vak klassieke talen: Latijn beproeft, bedoeld in bijlage 1, de verplichting opgelegd dat het conceptexamenprogramma wordt beproefd bij ten minste vijftien leerlingen uit de bovenbouw, uitgezonderd het zesde leerjaar van het vwo.
|
||
|
||
**3.** In aanvulling op artikel 4.1, eerste lid, wordt aan de subsidieontvanger die de vakken wiskunde maatschappij, wiskunde natuur, wiskunde 1, NLT of O&O beproeft, bedoeld in bijlage 1, de verplichting opgelegd dat het conceptexamenprogramma wordt beproefd bij ten minste twintig leerlingen uit de bovenbouw.
|
||
|
||
### Paragraaf 3. Specifieke verplichtingen tranche 1b
|
||
|
||
### Artikel 4.1b
|
||
|
||
In aanvulling op artikel 4.1, eerste lid, wordt aan de subsidieontvanger de verplichting opgelegd ten minste het navolgende aantal leerlingen te selecteren voor het beproeven van het conceptexamenprogramma van het vak:
|
||
|
||
a. a.
|
||
biologie, bedoeld in bijlage 2, in:
|
||
|
||
|
||
1°.
|
||
de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo: tien uit het vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg en vijftien uit het vierde leerjaar van de kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
|
||
|
||
2°.
|
||
de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo: dertig uit het vierde leerjaar;
|
||
|
||
|
||
3°.
|
||
het havo en het vwo: vijftien uit het vijfde leerjaar van het havo en vijftien uit het vijfde leerjaar van het vwo;
|
||
1°. 1°.
|
||
de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo: tien uit het vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg en vijftien uit het vierde leerjaar van de kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
2°. 2°.
|
||
de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo: dertig uit het vierde leerjaar;
|
||
3°. 3°.
|
||
het havo en het vwo: vijftien uit het vijfde leerjaar van het havo en vijftien uit het vijfde leerjaar van het vwo;
|
||
b. b.
|
||
natuurkunde, bedoeld in bijlage 2, in:
|
||
|
||
|
||
1°.
|
||
de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo: tien uit het derde leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg en tien uit het derde leerjaar van de kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
|
||
|
||
2°.
|
||
de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo: twintig uit het derde leerjaar;
|
||
|
||
|
||
3°.
|
||
het havo: twintig uit het vierde leerjaar;
|
||
|
||
|
||
4°.
|
||
het vwo: twintig uit het vijfde leerjaar;
|
||
1°. 1°.
|
||
de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo: tien uit het derde leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg en tien uit het derde leerjaar van de kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
2°. 2°.
|
||
de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo: twintig uit het derde leerjaar;
|
||
3°. 3°.
|
||
het havo: twintig uit het vierde leerjaar;
|
||
4°. 4°.
|
||
het vwo: twintig uit het vijfde leerjaar;
|
||
c. c.
|
||
scheikunde, bedoeld in bijlage 2, in:
|
||
|
||
|
||
1°.
|
||
de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo: tien uit het vierde leerjaar;
|
||
|
||
|
||
2°.
|
||
het havo: twintig uit het vijfde leerjaar;
|
||
|
||
|
||
3°.
|
||
het vwo: twintig uit het zesde leerjaar;
|
||
1°. 1°.
|
||
de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo: tien uit het vierde leerjaar;
|
||
2°. 2°.
|
||
het havo: twintig uit het vijfde leerjaar;
|
||
3°. 3°.
|
||
het vwo: twintig uit het zesde leerjaar;
|
||
d. d.
|
||
Russische taal en cultuur, bedoeld in bijlage 2: vijf leerlingen uit de bovenbouw;
|
||
e. e.
|
||
Arabische taal en cultuur, bedoeld in bijlage 2: vijf leerlingen uit de bovenbouw;
|
||
f. f.
|
||
Turkse taal en cultuur, bedoeld in bijlage 2: vijf leerlingen uit de bovenbouw;
|
||
g. g.
|
||
Spaans compact, bedoeld in bijlage 2, in:
|
||
|
||
|
||
1°.
|
||
het havo: tien uit het vijfde leerjaar;
|
||
|
||
|
||
2°.
|
||
het vwo: tien uit het zesde leerjaar.
|
||
1°. 1°.
|
||
het havo: tien uit het vijfde leerjaar;
|
||
2°. 2°.
|
||
het vwo: tien uit het zesde leerjaar.
|
||
|
||
### Artikel 4.1c
|
||
|
||
In afwijking van artikel 4.1, eerste lid, onderdeel d, mag de subsidieontvanger ten behoeve van de activiteiten, bedoeld in die bepaling, volstaan met de terbeschikkingstelling van één leraar, voor zover het de navolgende vakken, bedoeld in bijlage 2, betreft:
|
||
|
||
a. a.
|
||
scheikunde in de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo;
|
||
b. b.
|
||
Russische taal en cultuur;
|
||
c. c.
|
||
Arabische taal en cultuur;
|
||
d. d.
|
||
Turkse taal en cultuur;
|
||
e. e.
|
||
Spaans compact.
|
||
|
||
### Artikel 4.1d
|
||
|
||
Van de twee leraren die de subsidieontvanger op grond van artikel 4.1, eerste lid, onderdeel d, ter beschikking stelt ten behoeve van de activiteiten, bedoeld in die bepaling, geeft er, voor wat betreft het vak:
|
||
|
||
a. a.
|
||
biologie, bedoeld in bijlage 2,
|
||
|
||
|
||
1°.
|
||
in de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo: één les in dat vak in de basisberoepsgerichte leerweg en één in de kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
|
||
|
||
2°.
|
||
in het havo en vwo: één les in dat vak in het havo en één op de basisberoepsgerichte leerweg en één in het vwo;
|
||
1°. 1°.
|
||
in de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo: één les in dat vak in de basisberoepsgerichte leerweg en één in de kaderberoepsgerichte leerweg;
|
||
2°. 2°.
|
||
in het havo en vwo: één les in dat vak in het havo en één op de basisberoepsgerichte leerweg en één in het vwo;
|
||
b. b.
|
||
natuurkunde, bedoeld in bijlage 2, in de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo: één les in dat vak in de basisberoepsgerichte leerweg en één in de kaderberoepsgerichte leerweg.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 4a. Verlening, betaling, besteding en verantwoording
|
||
|
||
### Artikel 4.2
|
||
|
||
De minister beslist binnen 13 weken op de aanvraag.
|
||
|
||
### Artikel 4.2a
|
||
|
||
In afwijking van artikel 9.1, vierde lid, onderdeel a, van de Kaderregeling geschiedt de subsidieverstrekking door middel van voorafgaande verlening, gevolgd door vaststelling na afloop van de activiteiten.
|
||
|
||
### Artikel 4.3
|
||
|
||
De minister verleent een voorschot van 100% en betaalt het subsidiebedrag ineens.
|
||
|
||
### Artikel 4.4
|
||
|
||
**1.** Als de activiteiten zijn uitgevoerd en aan de verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
|
||
|
||
**2.** De verantwoording van de subsidie geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1.
|
||
|
||
**3.** Als de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de verleende subsidie, wordt de subsidie vastgesteld op het bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de verlening is genoemd.
|
||
|
||
**4.** Als niet aan alle verplichtingen is voldaan, kan de subsidie lager worden vastgesteld.
|
||
|
||
**5.** De vaststelling vindt plaats binnen één jaar na indiening van het jaarverslag over de laatste activiteitenperiode.
|
||
|
||
## Hoofdstuk 5. Slotbepalingen
|
||
|
||
### Artikel 5.1
|
||
|
||
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling in bijzondere gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||
|
||
### Artikel 5.2
|
||
|
||
**1.** Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
|
||
|
||
**2.** Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2030.
|
||
|
||
### Artikel 5.3
|
||
|
||
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling beproeven examenprogramma’s.
|
||
|
||
## Bijlage 1. Aantal plekken per conceptexamenprogramma (tranche 1a)
|
||
|
||
*Behorende bij artikel 2.1, eerste lid, van de Subsidieregeling beproeven examenprogramma’s*
|
||
|
||
^1 Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs basisberoepsgerichte leerweg.
|
||
|
||
^2 Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs kaderberoepsgerichte leerweg.
|
||
|
||
^3 Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs gemengde leerweg/theoretische leerweg.
|
||
|
||
## Bijlage 2. Aantal plekken per conceptexamenprogramma (tranche 1b)
|
||
|
||
*Behorende bij artikel 2.1, tweede lid, van de Subsidieregeling beproeven examenprogramma’s*
|