40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
323 lines
19 KiB
Markdown
323 lines
19 KiB
Markdown
---
|
||
titel: Subsidieregeling BOSA
|
||
bwb_id: BWBR0048993
|
||
type: ministeriele-regeling
|
||
status: geldend
|
||
datum_inwerkingtreding: '2024-11-18'
|
||
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0048993
|
||
citeertitel: Subsidieregeling BOSA
|
||
---
|
||
|
||
# Subsidieregeling BOSA
|
||
|
||
### Artikel 1
|
||
|
||
In deze regeling wordt verstaan onder:
|
||
|
||
- *amateursport:* sport die voldoet aan de voorwaarden van artikel 4;
|
||
- *amateursportorganisatie:* organisatie die voldoet aan de voorwaarden van artikel 5, eerste lid;
|
||
- *energieprestatie:* berekende of gemeten hoeveelheid energie die nodig is om aan de vraag naar energie te voldoen die verband houdt met een normaal gebruik van een gebouw, waaronder energie die wordt gebruikt voor verwarming, koeling, ventilatie, warmwatervoorziening en verlichting;
|
||
- *gezamenlijke aanvraag:* aanvraag ingediend door één amateursportorganisatie waarin de kosten van de subsidiabele activiteiten van meerdere amateursportorganisaties zijn samengevoegd;
|
||
- *ledenlijst NOC*NSF:* lijst van landelijke sportorganisaties die lid zijn van NOC*NSF, niet zijnde geassocieerde leden;
|
||
- *Minister:* Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
|
||
- *POS:* Platform Ondernemende Sportaanbieders;
|
||
- *sportaccommodatie:* accommodatie die voldoet aan de voorwaarden van artikel 5, tweede lid;
|
||
- *sportbeoefenaar:* persoon die amateursport beoefent;
|
||
- *sportmaterialen:* stoffelijke materialen die voor de beoefening van amateursport gebruikt worden;
|
||
- *stichting:* stichting als bedoeld in artikel 285 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
|
||
- *vereniging:* vereniging als bedoeld in artikel 26 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
|
||
|
||
### Artikel 2
|
||
|
||
Op deze regeling zijn de artikelen 1.5, 3.1 tot en met 3.5, 4.3, 6.1, 7.1 tot en met 7.8 en 10.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing.
|
||
|
||
### Artikel 3
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken aan een amateursportorganisatie voor:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de bouw of de verbouwing van een sportaccommodatie, de bouw of verbouwing van onroerende zaken als bedoeld in artikel 3 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek behorende bij een sportaccommodatie of het onderhoud van een sportaccommodatie;
|
||
b. b.
|
||
de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen; of
|
||
c. c.
|
||
activiteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1, categorie A en categorie C, onderdeel 5, mits de activiteiten uiterlijk 31 december 2025 zijn uitgevoerd;
|
||
d. d.
|
||
activiteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1, categorie B, C, met uitzondering van onderdeel 5, en D.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
Subsidie wordt niet verstrekt als:
|
||
|
||
a. a.
|
||
voor de kosten van de subsidiabele activiteiten op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 recht op volledige aftrek van omzetbelasting bestaat;
|
||
b. b.
|
||
voor de kosten van de subsidiabele activiteiten een specifieke uitkering op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024–2026 is verstrekt;
|
||
c. c.
|
||
de subsidie minder dan € 2.500 bedraagt; of
|
||
d. d.
|
||
de subsidie voor een kalenderjaar meer dan € 2.500.000 bedraagt;
|
||
e. e.
|
||
het gaat om activiteiten ten behoeve van het verbeteren van de energieprestatie of energie-efficiëntie van sportaccommodaties, die aanvangen vanaf 1 januari 2026, met uitzondering van activiteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1, categorie C en D; of
|
||
f. f.
|
||
het gaat om activiteiten voor verbouwing of onderhoud als bedoeld in het eerste lid, onder a, met betrekking tot beglazing, verwarming, verkoeling, ventilatie of sportverlichting, die aanvangen vanaf 1 januari 2026.
|
||
|
||
### Artikel 4
|
||
|
||
Amateursport in de zin van deze regeling voldoet aan de volgende voorwaarden:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de beoefening wordt bevorderd of georganiseerd door een van de leden opgenomen op de ledenlijst NOC*NSF of door een van de deelnemende organisaties van het POS;
|
||
b. b.
|
||
de sport wordt beoefend door personen, op alle niveaus en is breed toegankelijk;
|
||
c. c.
|
||
de sport richt zich op lokale gebruikers;
|
||
d. d.
|
||
de sport wordt niet beoefend in loondienst of in opdracht, ongeacht of er een formele arbeidsovereenkomst of een overeenkomst van opdracht is opgesteld tussen een sportbeoefenaar en een amateursportorganisatie; en
|
||
e. e.
|
||
de sport wordt niet ingezet voor zorg of revalidatie.
|
||
|
||
### Artikel 5
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
Een amateursportorganisatie is een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, die als hoofddoel heeft om amateursport te faciliteren en die:
|
||
|
||
a. a.
|
||
amateursport aanbiedt en aangesloten is bij een lid opgenomen op de ledenlijst NOC*NSF of bij een deelnemende organisatie van het POS; of
|
||
b. b.
|
||
een sportaccommodatie ter beschikking stelt die wordt gebruikt door ten minste één amateursportorganisatie als bedoeld onder a.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
Een sportaccommodatie is een accommodatie, bestemd en in gebruik voor amateursport, als:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de locatie van de accommodatie in het omgevingsplan de enkelbestemming ‘sport’ heeft; of
|
||
b. b.
|
||
ingeval die locatie niet de enkelbestemming ‘sport’ heeft, de accommodatie minimaal 50% in vierkante meters en minimaal 50% van de tijd bestemd is en gebruikt wordt voor amateursport wat wordt aangetoond conform een door de minister vastgesteld formulier.
|
||
|
||
**3.** Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten waarover de subsidieaanvrager btw heeft betaald, tenzij het om de aanschaf van tweedehands sportmaterialen of tweedehands materiaal voor onderhoud gaat.
|
||
|
||
**4.** Indien subsidie wordt aangevraagd voor de aanschaf van tweedehands sportmaterialen of tweedehands materiaal voor onderhoud gaat de aanvraag daarvan vergezeld van een factuur met het KvK-nummer van de verkoper.
|
||
|
||
**5.** Subsidie voor een gezamenlijke aanvraag wordt uitsluitend verstrekt indien de subsidiabele kosten waarvoor subsidie wordt aangevraagd op naam en rekening staan van de aanvragende amateursportorganisatie.
|
||
|
||
### Artikel 6
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
Voor de subsidiabele periode bij een subsidie die € 25.000 of meer bedraagt en de subsidiabele activiteiten nog zullen plaatsvinden, geldt dat:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de subsidie voor ten hoogste drie jaar wordt verstrekt;
|
||
b. b.
|
||
de minister de termijn, bedoeld onder a, op verzoek met ten hoogste een jaar kan verlengen; en
|
||
c. c.
|
||
een amateursportorganisatie gedurende de termijn, bedoeld onder a, ook subsidie kan aanvragen voor andere subsidiabele activiteiten.
|
||
|
||
**2.** De subsidiabele activiteiten en de daarmee samenhangende kosten voor een subsidie als bedoeld in artikel 10 of artikel 11 zijn subsidiabel tot uiterlijk 53 weken voorafgaand aan de aanvraag tot vaststelling.
|
||
|
||
### Artikel 7
|
||
|
||
**1.** De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en onder b, bedraagt ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten, inclusief btw.
|
||
|
||
**2.** De subsidie voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, bedraagt ten hoogste 30% van de subsidiabele kosten, inclusief btw.
|
||
|
||
### Artikel 8
|
||
|
||
**1.** Het subsidieplafond bestaat uit het bedrag van de subsidies gezamenlijk dat ten laste van enig kalenderjaar wordt of zal worden uitbetaald op basis van een verlening of vaststelling van een subsidie en wordt in aanmerking genomen voor alle jaren waarop de uitbetaling van een te verstrekken subsidie betrekking heeft.
|
||
|
||
**2.** Het subsidieplafond bedraagt voor het kalenderjaar 2024 € 113.700.000.
|
||
|
||
**3.** Het subsidieplafond bedraagt voor het kalenderjaar 2025 € 74.000.000.
|
||
|
||
**4.** Het subsidieplafond bedraagt voor het kalenderjaar 2026 € 43.500.000.
|
||
|
||
**5.** Het subsidieplafond bedraagt voor het kalenderjaar 2027 € 43.500.000.
|
||
|
||
**6.** Het subsidieplafond bedraagt voor het kalenderjaar 2028 € 26.000.000.
|
||
|
||
**7.** Het volgens het subsidieplafond beschikbare bedrag wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van complete aanvragen.
|
||
|
||
**8.** Indien op de dag waarop het subsidieplafond is bereikt, meerdere volledige aanvragen tot verlening van subsidie zijn ontvangen en de volgorde van binnenkomst niet te bepalen is, wordt de onderlinge rangschikking vastgesteld door middel van loting.
|
||
|
||
### Artikel 8a
|
||
|
||
**1.** In afwijking van artikel 10, tweede lid, en artikel 11, tweede lid, kunnen er geen aanvragen tot directe vaststelling van een subsidie worden ingediend in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024.
|
||
|
||
**2.** In afwijking van artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, kunnen er geen aanvragen tot verlening van een subsidie worden ingediend in de periode van 1 augustus 2024 tot en met 31 december 2024.
|
||
|
||
### Artikel 8b
|
||
|
||
**1.** Een aanvraag tot verlening of vaststelling van een subsidie kan vanaf de eerste maandag van januari om 9:00 uur van enig kalenderjaar gedurende het hele kalenderjaar worden ingediend.
|
||
|
||
**2.** Indien het totaal aangevraagde subsidiebedrag in enig kalenderjaar 155% bedraagt van het op grond van artikel 8 voor dat kalenderjaar vastgestelde subsidieplafond kunnen er gedurende de resterende periode van dat kalenderjaar geen aanvragen tot directe vaststelling van een subsidie, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, en artikel 11, tweede lid, en geen aanvragen tot verlening van een subsidie, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, meer worden ingediend.
|
||
|
||
### Artikel 9
|
||
|
||
**1.**
|
||
|
||
De volgende kosten komen in ieder geval in aanmerking voor subsidie:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de kosten van de bouw, de verbouwing of het onderhoud van een sportaccommodatie, met uitzondering van de kosten voor de bouw, verbouwing of het onderhoud van een horecavoorziening behorende bij een sportaccommodatie;
|
||
b. b.
|
||
de kosten van de bouw, de verbouwing of het onderhoud van onroerende zaken behorende bij een sportaccommodatie;
|
||
c. c.
|
||
de kosten van de aanschaf of het onderhoud van sportmaterialen;
|
||
d. d.
|
||
de kosten van materiaal voor onderhoud, waaronder huur- en leasekosten van materiaal voor onderhoud;
|
||
e. e.
|
||
de bruto personeelskosten ten behoeve van bouw en onderhoud;
|
||
f. f.
|
||
de kosten van schoonmaak van de sportaccommodatie;
|
||
g. g.
|
||
de kosten die samenhangen met onderzoek en advies voor de bouw, de verbouwing of het onderhoud van een sportaccommodatie; of
|
||
h. h.
|
||
de kosten voor een architect.
|
||
|
||
**2.**
|
||
|
||
De volgende kosten komen in ieder geval niet in aanmerking voor subsidie:
|
||
|
||
a. a.
|
||
de kosten voor het tijdelijk huren van faciliteiten ten behoeve van het opslaan van sportmaterialen;
|
||
b. b.
|
||
de kosten voor aankoop, erfpacht of huur van grond;
|
||
c. c.
|
||
de kosten voor verzekeringen, anders dan een CAR-verzekering;
|
||
d. d.
|
||
de kosten voor opleidingen;
|
||
e. e.
|
||
de kosten voor reclame, advertenties, sponsoring of promotiemateriaal;
|
||
f. f.
|
||
verbruikskosten ten behoeve van een sportaccommodatie, ongeacht of deze samenhangen met onderhoud;
|
||
g. g.
|
||
de kosten voor ICT-apparatuur; en
|
||
h. h.
|
||
de kosten voor vervoersmiddelen om sporters, sportmaterialen en dieren mee te vervoeren.
|
||
|
||
**3.** Wanneer bestedingen van een amateursportorganisatie door een gemeente in haar aanvraag voor een specifieke uitkering op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport 2024–2026 worden meegenomen, komt deze amateursportorganisatie voor het kalenderjaar van deze aanvraag in het geheel niet meer in aanmerking voor een subsidie op grond van onderhavige regeling.
|
||
|
||
### Artikel 10
|
||
|
||
**1.** Als de subsidie minder dan € 25.000 bedraagt, wordt de subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld nadat de subsidiabele activiteiten hebben plaatsgevonden op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd.
|
||
|
||
**2.** De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk 53 weken na de factuurdatum van die subsidiabele kosten ingediend.
|
||
|
||
**3.** Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
|
||
|
||
**4.**
|
||
|
||
De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van:
|
||
|
||
a. a.
|
||
een factuur van de subsidiabele kosten op naam van de subsidieaanvrager; en
|
||
b. b.
|
||
als de factuur € 1.000 of meer bedraagt, een betaalbewijs waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager de factuur heeft betaald.
|
||
|
||
**5.** De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
|
||
|
||
### Artikel 11
|
||
|
||
**1.** Als de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, maar minder dan € 125.000 en de subsidiabele activiteiten al hebben plaatsgevonden, wordt subsidie zonder voorafgaande verlening direct vastgesteld op een bedrag waarvan de hoogte door de minister bij de vaststelling wordt genoemd.
|
||
|
||
**2.** De aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk 53 weken na de factuurdatum van die subsidiabele kosten ingediend.
|
||
|
||
**3.** Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
|
||
|
||
**4.**
|
||
|
||
De aanvraag tot vaststelling van de subsidie gaat vergezeld van:
|
||
|
||
a. a.
|
||
een factuur van de subsidiabele kosten op naam van de subsidieaanvrager; en
|
||
b. b.
|
||
als de factuur € 1.000 of meer bedraagt, een betaalbewijs waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager de factuur heeft betaald.
|
||
|
||
**5.** De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.
|
||
|
||
### Artikel 12
|
||
|
||
**1.** Als de subsidie € 25.000 of meer bedraagt, maar minder dan € 125.000 en de subsidiabele activiteiten nog zullen plaatsvinden, wordt subsidie verstrekt door middel van een verlening voor aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een vaststelling na de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
|
||
|
||
**2.** Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
|
||
|
||
**3.** De aanvraag tot verlening van de subsidie gaat vergezeld van een offerte op naam van de subsidieaanvrager voor de subsidiabele kosten van de activiteiten, die niet ouder is dan drie maanden op het moment dat de aanvraag wordt ingediend.
|
||
|
||
**4.** De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de activiteiten binnen 9 maanden na verlening van de subsidie zijn gestart.
|
||
|
||
**5.** De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot ter hoogte van 80% van het subsidiebedrag.
|
||
|
||
**6.** Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk ingediend binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend uiterlijk moeten zijn verricht.
|
||
|
||
**7.** De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het zesde lid.
|
||
|
||
**8.** Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
|
||
|
||
**9.** De subsidieontvanger toont aan de hand van een verklaring inzake werkelijke kosten en opbrengsten aan dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen.
|
||
|
||
**10.**
|
||
|
||
In aanvulling op het achtste en negende lid toont subsidieontvanger op verzoek van de minister tot uiterlijk vier weken na het indienen van de aanvraag tot vaststelling van de subsidie aan dat de activiteiten zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen door het overleggen van:
|
||
|
||
a. a.
|
||
een factuur van de subsidiabele kosten op naam van de subsidieontvanger; en
|
||
b. b.
|
||
een betaalbewijs voor een factuur van € 1.000 of meer waaruit blijkt dat de factuur is betaald.
|
||
|
||
**11.** De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie, waarbij afrekening tot maximaal de resterende 20% van het subsidiebedrag plaatsvindt als alle activiteiten zijn uitgevoerd en aan alle aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.
|
||
|
||
### Artikel 13
|
||
|
||
**1.** Als de subsidie € 125.000 of meer bedraagt, wordt een subsidie verstrekt door middel van een verlening voor aanvang van de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd en een vaststelling na de periode waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
|
||
|
||
**2.** Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
|
||
|
||
**3.** De aanvraag tot verlening van de subsidie gaat vergezeld van een offerte op naam van de subsidieaanvrager voor de subsidiabele kosten van de activiteiten, die niet ouder is dan drie maanden op het moment dat de aanvraag wordt ingediend.
|
||
|
||
**4.** De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de activiteiten binnen 9 maanden na verlening van de subsidie zijn gestart.
|
||
|
||
**5.** De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie een voorschot ter hoogte van 80% van het subsidiebedrag.
|
||
|
||
**6.** Een aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt uiterlijk ingediend binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor subsidie is verleend uiterlijk moeten zijn verricht.
|
||
|
||
**7.** De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het zesde lid.
|
||
|
||
**8.** Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.
|
||
|
||
**9.** De subsidieontvanger legt rekening en verantwoording af aan de hand van een financieel verslag.
|
||
|
||
**10.** Als er sprake is van een subsidie op grond van artikel 3, eerste lid, onder c, gaat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie vergezeld van een door de minister vastgesteld formulier waarin wordt verklaard dat de activiteiten overeenkomstig de voorwaarden in Bijlage 1 van deze regeling zijn verricht.
|
||
|
||
**11.** De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling van de subsidie, waarbij afrekening tot maximaal de resterende 20% van het subsidiebedrag plaatsvindt als alle activiteiten zijn uitgevoerd en aan alle aan de verleende subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.
|
||
|
||
### Artikel 14
|
||
|
||
**1.** De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat gedurende de periode genoemd in artikel 13, tweede en derde lid, van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 voor de gesubsidieerde activiteiten geen recht op aftrek van btw op grond van de Wet omzetbelasting 1968 of recht op compensatie op grond van de Wet op het btw-compensatiefonds ontstaat.
|
||
|
||
**2.** De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat gesubsidieerde sportaccommodatie gedurende 10 jaren na afloop van de subsidieperiode ter beschikking gesteld blijft voor de amateursport.
|
||
|
||
**3.** Indien niet aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt voldaan doet de subsidieontvanger onverwijld schriftelijk melding daarvan aan de minister.
|
||
|
||
### Artikel 15
|
||
|
||
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
|
||
|
||
### Artikel 16
|
||
|
||
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2024 en vervalt met ingang van 1 januari 2029.
|
||
|
||
### Artikel 16a
|
||
|
||
Artikel 7, tweede lid, zoals dat luidde vóór 1 januari 2025, blijft van toepassing op subsidies die vóór 1 januari 2025 zijn aangevraagd, verleend of vastgesteld.
|
||
|
||
### Artikel 17
|
||
|
||
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling BOSA.
|
||
|
||
## Bijlage 1. Activiteiten die bijdragen aan de verduurzaming en toegankelijkheid van een sportaccommodatie als bedoeld in
|
||
|
||
Deze bijlage hoort bij de Subsidieregeling BOSA. Het betreft de maatregelen waarvoor een aanvullende subsidie kan worden aangevraagd zoals geformuleerd in artikel 3, eerste lid, onder c van deze regeling. Deze maatregelen zijn onder te verdelen in drie categorieën (A,C,D) die aansluiten op de Routekaart Duurzame Sport en een categorie (B) voor verbeterde toegankelijkheid:
|