40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
11 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling branchegewijze informaticastimulering | BWBR0004507 | ministeriele-regeling | geldend | 1989-03-16 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0004507 | Subsidieregeling branchegewijze informaticastimulering |
Subsidieregeling branchegewijze informaticastimulering
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 2
1. Aan een brancheorganisatie die voor haar rekening en risico een stimuleringsproject doet uitvoeren wordt met inachtneming van de volgende bepalingen subsidie verleend ter tegemoetkoming in de externe kosten.
2. Aan een brancheorganisatie wordt op grond van deze regeling per kalenderjaar niet meer dan f 500 000 toegezegd.
3. De subsidie bedraagt 50% van de in het eerste lid – met inachtneming van het in het vierde lid bepaalde – bedoelde kosten.
4. Indien ter zake van de in het eerste lid bedoelde kosten reeds uit anderen hoofde van rijkswege subsidie is toegezegd of verstrekt, wordt op grond van deze regeling geen subsidie verstrekt.
Artikel 3
1. Een aanvraag om subsidie dient vóór 1 december 1990 en voordat de opdracht tot uitvoering van het stimuleringsproject aan het externe bureau is verleend bij de minister te worden ingediend.
2. De aanvraag dient schriftelijk te worden ingediend met gebruikmaking van een juist en volledig ingevuld formulier, waarvan het model is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1. De aanvraag dient vergezeld te gaan van alle stukken die blijkens het formulier met de aanvraag dienen te worden meegezonden.
3. Een aanvraag wordt eerst geacht te zijn ingediend, indien aan de voorgaande leden is voldaan.
4. Een aanvraag die niet aan de voorgaande leden voldoet wordt niet in behandeling genomen.
Artikel 4
1. De minister wint omtrent een aanvraag om subsidie het advies in van de Commissie. Hij geleidt de aanvraag daartoe onverwijld, na daarop de datum van ontvangst te hebben aangetekend, door naar de Commissie.
2. De Commissie brengt haar advies uit binnen twee maanden nadat de aanvraag om subsidie bij de minister is ingediend.
3. De minister kan de termijn waarbinnen de Commissie advies zal uitbrengen niet ten hoogste twee maanden verlengen.
4. De Commissie kan ten behoeve van het door haar uit te brengen advies nadere gegevens van de brancheorganisatie verlangen, alsmede advies van derden inwinnen.
5. De minister kan, alvorens op de aanvraag te beslissen, advies van derden inwinnen alsmede binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de brancheorganisatie verlangen.
6. De minister en de Commissie kunnen voorts van de brancheorganisatie verlangen dat door de minister of de Commissie aangewezen personen toegang wordt verleend tot alle plaatsen, niet zijnde woningen, waarvan zij het betreden voor de goede uitvoering van deze regeling noodzakelijk achten.
7. De minister wijst de aanvraag af indien aan het verlangen bedoeld in de vorige leden niet wordt voldaan.
Artikel 5
1. De minister beslist op aanvragen in de volgorde waarin zij zijn ingediend.
2. De beslissing wordt binnen drie maanden na de indiening van de aanvraag genomen en schriftelijk meegedeeld. Deze termijn kan bij schriftelijke mededeling eenmaal met ten hoogste twee maanden worden verlengd.
3.
De minister beslist afwijzend op de aanvraag:
a. a. indien naar zijn oordeel ernstige twijfel bestaat of de in het stimuleringsproject opgenomen activiteiten zullen leiden tot het beoogde doel; b. b. indien onvoldoende is gewaarborgd dat het externe bureau de in het stimuleringsproject opgenomen activiteiten zal kunnen uitvoeren; c. c. indien ernstige twijfel bestaat omtrent de continuïteit van de brancheorganisatie; d. d. indien en voor zover het in het kader van deze regeling voor subsidietoezeggingen beschikbare bedrag van f 14 mln. door het totaal van voorafgaande toezeggingen is uitgeput dan wel dat bedrag door toezegging van de gevraagde subsidie overschreden zou worden.
Artikel 6
1.
Indien de minister subsidie toezegt geschiedt dit onder de volgende voorwaarden:
a. a. de uitvoering van het stimuleringsproject ter zake waarvan subsidie is toegezegd dient te geschieden overeenkomstig hetgeen bij de aanvraag is opgegeven en binnen een termijn van twee jaar na de toezegging, tenzij de minister op verzoek van de brancheorganisatie voorafgaande schriftelijke toestemming heeft gegeven daarvan af te wijken; b. b. de brancheorganisatie dient zo spoedig mogelijk nadat het stimuleringsproject is uitgevoerd, doch in ieder geval binnen zes maanden na afloop van de onder a bedoelde termijn, bij de minister een verzoek om vaststelling van het subsidiebedrag in te dienen, waarvan het model is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2, vergezeld van alle stukken die blijkens het formulier met het verzoek dienen te worden meegezonden; c. c. de kosten bedoeld in artikel 2 dienen op eenduidige wijze uit de administratie van de brancheorganisatie af te leiden te zijn; d. d. de brancheorganisatie dient onverwijld nadat een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van de organisatie bij de rechtbank is ingediend daarvan mededeling te doen aan de minister; e. e. de brancheorganisatie dient aan de door de minister aangewezen personen, voor zover dezen dit noodzakelijk achten voor een goede uitvoering van deze regeling:
1º.
inzage te verlenen in alle boeken en bescheiden en de gelegenheid te bieden daarvan afschrift te nemen.
2º.
de toegang te verlenen tot alle plaatsen, niet zijnde woningen.
3º.
alle inlichtingen te verstrekken en door zijn externe accountant of boekhouder te doen verstrekken.
4º.
anderszins alle door hen gewenste medewerking te verlenen
1º. 1º. inzage te verlenen in alle boeken en bescheiden en de gelegenheid te bieden daarvan afschrift te nemen. 2º. 2º. de toegang te verlenen tot alle plaatsen, niet zijnde woningen. 3º. 3º. alle inlichtingen te verstrekken en door zijn externe accountant of boekhouder te doen verstrekken. 4º. 4º. anderszins alle door hen gewenste medewerking te verlenen
2. De minister kan aan de toezegging nadere voorwaarden verbinden.
3. In de mededeling omtrent de toezegging wordt een raming van het subsidiebedrag opgenomen.
Artikel 7
1. Aan een brancheorganisatie aan wie subsidie is toegezegd kan op diens verzoek door de minister eenmaal een voorschot worden uitgekeerd naar rato van de reeds door de brancheorganisatie gemaakte en betaalde kosten tot ten hoogste 80% van de in artikel 6, derde lid, bedoelde raming.
2. Het verzoek wordt ingediend met gebruikmaking van een juist en volledig ingevuld formulier, waarvan het model is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2. Het verzoek dient vergezeld te gaan van alle stukken die blijkens het formulier met het verzoek dienen te worden meegezonden.
3. Artikel 4, vijfde tot en met zevende lid, en artikel 8, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8
1. De minister beslist aan de hand van de overgelegde gegevens op een verzoek om vaststelling van het subsidiebedrag als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b. Daarbij neemt hij slechts gemaakte en betaalde kosten in aanmerking. Hij stelt het subsidiebedrag niet hoger vast dan de in artikel 6, derde lid, bedoelde raming.
2. De beslissing wordt binnen zes maanden na de indiening van het verzoek genomen en schriftelijk medegedeeld. Deze termijn kan bij schriftelijke mededeling eenmaal met ten hoogste twee maanden worden verlengd.
3. De minister neemt geen beslissing vanaf het moment waarop een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van de brancheorganisatie bij de rechtbank is ingediend totdat op het verzoek afwijzend is beslist of totdat een maand na de intrekking van de surséance is verstreken. Gedurende deze periode worden de termijnen bedoeld in het vorige lid geschorst.
4.
De minister beslist afwijzend op een tijdig ingediend verzoek:
a. a. indien de brancheorganisatie niet heeft voldaan aan de bij of krachtens artikel 6 gestelde voorwaarden; b. b. indien de brancheorganisatie failliet is verklaard; c. c. indien de brancheorganisatie zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft, dat de minister bij de beslissing op de aanvraag een andere beslissing zou hebben genomen indien de juiste gegevens volledig waren verschaft.
5. Artikel 4, vijfde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9
Indien de brancheorganisatie niet of niet tijdig voldoet aan het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onder b, deelt de minister aan de brancheorganisatie mede dat geen subsidiebedrag zal worden vastgesteld.
Artikel 10
Reeds toegezegde bedragen worden niet uitbetaald en reeds uitbetaalde bedragen zijn terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar:
a. a. zodra aan de brancheorganisatie is medegedeeld dat geen subsidiebedrag zal worden vastgesteld of dat afwijzend is beslist op een verzoek om vaststelling van het subsidiebedrag; b. b. indien en voor zover het vastgestelde subsidiebedrag lager is dan een reeds uitgekeerd voorschot; c. c. zodra de brancheorganisatie failliet is verklaard, indien dat geschiedt voordat de minister heeft beslist op een verzoek tot vaststelling van het subsidiebedrag; d. d. zodra – ook nadat de minister heeft beslist op een verzoek tot vaststelling van het subsidiebedrag – de minister blijkt dat de brancheorganisatie zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft, dat de minister bij de beslissing op de aanvraag, op een verzoek om een voorschot of op een verzoek om vaststelling van het subsidiebedrag een andere beslissing zou hebben genomen indien hem de juiste gegevens volledig waren verschaft.
Artikel 11
Beslissingen op grond van deze regeling vinden plaats onder het voorbehoud dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen de vereiste goedkeuring geeft voor het uitvoeren van deze regeling.
Artikel 12
1. Deze regeling kan worden aangehaald als: Subsidieregeling branchegewijze informaticastimulering.
2. Zij treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Staatscourant.
Bijlage 1. Aanvraagformulier bedoeld in
A. Gegevens van de aanvrager
B. Gegevens met betrekking tot het stimuleringsproject
C. Gegevens met betrekking tot het externe bureau
D. Ondertekening
Plaats:
Datum:
Handtekening:
Naam:
Functie:
E. Vereiste bijlagen:
Bijlage 2. Formulier bedoeld in
Voor ieder verzoek om uitbetaling van een voorschot of om vaststelling van het subsidiebedrag dient een afzonderlijk formulier te worden ingediend.
Afgegeven te …
d.d. …
(Naam, kwalificatie en handtekening van de accountant)