40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
7.7 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling emancipatieprojecten | BWBR0016198 | ministeriele-regeling | geldend | 2004-01-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0016198 | Subsidieregeling emancipatieprojecten |
Subsidieregeling emancipatieprojecten
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. emancipatieproces: het proces van verandering van de maatschappelijke positie van vrouwen ten opzichte van die van mannen; b. b. liquiditeitsbehoefte: objectief vast te stellen behoefte aan geld om het project ten uitvoer te brengen; c. c. minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Artikel 2
De minister kan op aanvraag aan een rechtspersoon subsidie verstrekken als bijdrage in de kosten van de uitvoering van een project dat bijdraagt aan het versterken van het emancipatieproces.
Artikel 3
De subsidie, bedoeld in artikel 2, wordt slechts verstrekt voor een project gericht op vrouwen in een kwetsbare positie, dat een verbetering van de positie van deze vrouwen beoogt op het gebied van:
a. a. rechten en veiligheid; b. b. maatschappelijke participatie, of c. c. besluitvorming en bestuur.
Artikel 4
1.
De subsidieaanvrager dient bij de aanvraag een projectplan in waarin is opgenomen:
a. a. een opgave van de startdatum en de duur van het project; b. b. een beschrijving en analyse van het probleem waar het project zich op richt; c. c. een beschrijving van de doelstellingen en beoogde resultaten van het project; d. d. een beschrijving van de te bereiken doelgroep, in kwalitatieve en kwantitatieve termen; e. e. een beschrijving van de uit te voeren activiteiten, alsmede een tijdpad waarbinnen deelactiviteiten uitgevoerd moeten zijn; f. f. een beschrijving van de wijze waarop de resultaten van het project worden geëvalueerd; g. g. een beschrijving van de wijze waarop de doelgroep betrokken is bij de opzet, uitvoering en evaluatie van het project; h. h. informatie over de subsidieaanvrager en de overige participanten in het project; i. i. de verdeling van taken en verantwoordelijkheden tussen de subsidieaanvrager en de overige participanten in het project;
2. Het projectplan, bedoeld in het eerste lid, gaat vergezeld van een begroting, gespecificeerd per projectjaar. De begroting gaat vergezeld van een financieringsplan met liquiditeitsbehoefte per projectjaar.
Artikel 5
De subsidieaanvrager maakt bij de indiening van de aanvraag gebruik van het daarvoor door de minister verstrekte formulier, dat is ingericht overeenkomstig het model van bijlage 1 van deze regeling.
Artikel 6
1.
Subsidieaanvragen worden per kalenderjaar ingediend in de periode 1 januari tot:
a. a. 1 maart voor projecten op het gebied van rechten en veiligheid; b. b. 1 mei voor projecten op het gebied van maatschappelijke participatie; c. c. 1 september voor projecten op het gebied van besluitvorming en bestuur.
2.
Na het verstrijken van de periode van indiening worden de aanvragen in rangorde geplaatst. Daarbij worden de aanvragen beoordeeld naar de mate waarin de voorgestelde projecten voldoen aan de volgende criteria:
a. a. de te bereiken doelgroep en de te verwachten verandering voor deze doelgroep binnen de projectperiode; b. b. de te verwachten inbedding, overdraagbaarheid of verspreiding van de projectresultaten na afloop van de projectperiode; c. c. participatie van de doelgroep of doelgroeporganisaties in de opzet, uitvoering en evaluatie van het project; d. d. de samenwerking met voor het specifieke beleidsterrein relevante actoren; e. e. de verhouding tussen beoogde resultaten en de kosten van het project; f. f. de inzet van eigen middelen of medefinanciering door derden.
Artikel 7
Subsidie wordt binnen 8 weken na het verstrijken van een periode als bedoeld in artikel 6, eerste lid, verleend aan de subsidieaanvrager volgens de rangorde als bedoeld in artikel 6, tweede lid, totdat het subsidieplafond, bedoeld in artikel 9, is bereikt.
Artikel 8
1.
Subsidie wordt slechts verstrekt indien:
a. a. subsidieverstrekking het meest geëigende instrument is om het met de betrokken activiteiten beoogde doel te bereiken; b. b. de duur van een project ten hoogste 36 kalendermaanden bedraagt.
2.
Subsidie wordt niet verstrekt voor activiteiten:
a. a. die zijn aangevangen voorafgaande aan de subsidieverlening; b. b. waarvoor vanuit het regulier beleid van de rijksoverheid, provincie of gemeente rechtstreekse financieringsmogelijkheden bestaan.
Artikel 9
1.
Het subsidieplafond bedraagt per kalenderjaar, vanaf het kalenderjaar 2004:
a. a. voor projecten als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, 1,5 miljoen euro; b. b. voor projecten als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, 1,5 miljoen euro; c. c. voor projecten als bedoeld in artikel 3, onderdeel c, 0,7 miljoen euro.
2. Genoemde plafonds zijn van toepassing onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.
Artikel 10
Voor subsidie kunnen slechts in aanmerking worden gebracht de volgende noodzakelijke, rechtstreeks aan de uitvoering en het beheer van het project toe te rekenen, feitelijk gemaakte en betaalde kosten van:
a. a. personeel; b. b. activiteiten, of c. c. overhead.
Artikel 11
De subsidie bedraagt 100% van de kosten, bedoeld in artikel 10, tot een maximum van 100.000 euro per projectjaar.
Artikel 12
1. De minister kan op aanvraag een voorschot verlenen.
2. De aanvraag tot voorschotverlening is opgenomen in het financieringsplan met liquiditeitsbehoefte per projectjaar.
3. Het voorschot bedraagt maximaal 80% van de te verlenen subsidie.
4. Bevoorschotting in het tweede of derde projectjaar vindt plaats op basis van een tussenrapportage waaruit de voortgang van het project blijkt.
5. In afwijking van artikel 8 van de Algemene Regeling SZW-subsidies kan de minister desgevraagd tijdens de laatste zes maanden van de projectperiode een hoger voorschot verlenen wanneer naar het oordeel van de minister de liquiditeitspositie van de subsidieaanvrager daartoe aanleiding geeft en het voor de minister aannemelijk is dat bij afwezigheid van een hogere bevoorschotting het project geen doorgang kan vinden.
Artikel 13
1. De minister ontvangt van de subsidieontvanger uiterlijk vier maanden na afloop van de projectperiode waarover een subsidie is verleend, een verantwoording met betrekking tot de voor subsidie in aanmerking gebrachte kosten en de bereikte resultaten. Bij de verantwoording wordt een declaratie ingediend.
2. De controle door een accountant en de daarop gebaseerde verklaring bedoeld in artikel 16 van de Algemene Regeling SZW-subsidies, worden ingericht volgens het voorgeschreven controle- en rapportageprotocol van bijlage 2 van deze regeling.
Artikel 14
De minister stelt de subsidie vast uiterlijk zes maanden na ontvangst van de overeenkomstig paragraaf 4 van de Algemene Regeling SZW-subsidies ingediende verantwoording en declaratie.
Artikel 15
De subsidieontvanger is verplicht gedurende de looptijd van de gesubsidieerde activiteiten en na afloop daarvan alle medewerking te verlenen aan evaluatie en monitoring van de activiteiten en het daarmee beoogde doel.
Artikel 16
De Subsidieregeling emancipatieondersteuning 1998 wordt ingetrokken.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling emancipatieprojecten.
Artikel 18
De regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.
Bijlage 1
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Bijlage 2
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.